$ TEXT_EXPL_XML

21. De Man, ende het Bos. Seeker Man in een lustig Bos gekoomen zijnde, sei- de teegen den Boomen in het bysonder, dat sy te wild ende te woest door elkander wiessen, ende daar- om de een den andere verdrukte, ende belettede soo hoog op te schieten, als sy andersins gedaan souden hebben, ofte nog doen souden. Ende vougde hy daar by, dat , indien sy hun eigen welstand behertigden, sy behoorden te gedoogen, dat hy tot sijnen Byl-Ysere in den Bosse eenen Tak mogt snijden, om daar van eene Steel tot sijnen Byl-Ysere te konnen maaken, op dat hy alsdan, haar bequaamelik snoejende, haar ook door dat middel, ende door geen ander, soude kon- nen doen veel hooger, cierelijker ende eenpaariger op- groejen; ende alsoo brengen tot eenen veel gelukkige- ren ende beeteren stande, dan waar in sy nu leefden. t' Welk het gantse Bos hem ten dien einde vrywillig toestond, als wagtende volgens sijnen raad, schoone ende groote verbeeteringe in den wasdomme. Maar de Man, dus eene Byl gekreegen hebbende, bediende sig dier vougen van dat Yser, dat hy der Boomen gants niet, maar sijn eigen Voordeel allessins sogt, ende voor eerst de allergrootste Boomen, die hem meest in den wee- ge waaren, om verre hiew; ende daar naa, so draa het Winter geworden was, ende als wanneer het hout voor hem op sijn aller-bequaamste zijnde, om gehouwen weesende, ten dienste te konnen werden verkogt, als ook om dat het brand-hout alsdan voor sijnen eigen brande hem meest konde ten staade koomen, het ge- heele Bos door wandelde, ende de Boomen naar sijnen gelieven ende meeste prousijt, begon af te houwen, beginnende van boome tot boome. Sulks sy, als waa- penloose Boomen zijnde, ende eenen gewaapenden het selven niet konnende beletten, te laat hunne misslag, welke sy begaan hadden, begreepen, van op eenige Voorwaarden, hoe heiliglik die mogten weesen beloofd en- de beswooren, eenen sterveliken, ende dien volgende al- tijds bedriegeliken Mensche, te vergunnen eene Steel tot eenes Mans Byl-Yseren, om dat alsdan beiden naar sijnen sinne te gebruiken.

;

Uitlegging der Woorden. De Ouden hebben in deeser FABULE verstaan, met een MAN een aansienelik Mensch. Met eene BOOM, een gering Mensch. Met het Bos, eene Vrye Republik. Met een MAN, die een BYL-Yser heeft ende geen Steel daar toe, een krijgs Ooverste, die geene magt heeft, dan om de Krijgs-luiden van tijden ten tijden naar het gelieven der Republike te gebieden. Met de STEEL tot het tot het Byl-Yser, de magt die soo een Overste krijgt om de Krijgs-Knegten ten allen tijden by een te roepen, ende naar sijnen sin te gebie- den ter beetere bescherminge der Republike, ende die de selve altijds gebruiken kan, ende ook veeltijds gebruikt, ter onderdrukkinge van dien. ALle Menschen haar eigen, ende geen ander Mensch als om haar ei- gen selfs lief hebbende; Soo is seeker, dat sy altijds meer haar sel- ven als een ander beminnen. Ende vermits sy, het zy ge-ofte onge- vraagd, aan eenen andere Raad-geevende, het selven altijds doen on- der den schijn van meer des geraaden als hun eigen voordeel te sou- ken, ende sy nogtans in teegendeel altijds meer geneegen zijn, ende ook waarelik meest altijds bevonden werden, meer tot haar eigen, als tot eenes anderen Menschen Voordeel te raaden: Soo moet de Ge- raden niet alleen ooverleggen, of die Raad ten seekeren opsigte goed schijnd te weesen, maar ook de Raader daar uit geen voordeel voor sijn eigen selfs, ten schaade des geraaden soude konnen trekken. En- de indien hy sulks bevind, soo moet die raad hem seer verdagt zijn. Ende insonderheid moet sy verdagt zijn, wanneer een ander onge- vraagd, voorbedagtelik komt raad geeven, ende dien raad onop- houdentlik aandringd. Ende booven allen moet soo eene raad ver- dagt zijn, welke gegeeven werd met beloften, ende toesegginge, van een te volgen goed voor den geenen die geraaden werd, als de Raader voor af ietwes tot sijn eigen voordeel begeerd, ende het welk toegestaan zijnde, by onstentenisse des beloofden, niet weeder door den Geraaden kan ingetrokken werden, om sig te herstellen in den stande daar hy te vooren in was. Ende insonderheid moet men altijds traag zijn om eene raad aan te neemen, die van sijnen meerdere ongevraagd gegeeven werd, wanneer die daar by ietwes voor af begeerd, waar meede de Geraade voor af eer swakker als sterker, ende de Raadgeever gewisselik sterker wer- den sal als hy te vooren was. Want om dat de Raader sijn oogwit be- koomen hebbende, alsdan verder niet des Geraaden, maar sijn eigen voordeel weederom te betragt plagt, ende in gevolge van dien, den Geraaden ook weederom onder schijn van Raad ofte Versouk den selven af te drinken, van tijde ten tijde meer andere beswaarlike Saaken begeerd; soo plagt ook de Geraade alsdan seekerlik eerst be- droogen, eindelik genougsaam gedwongen te werden, om alles, dat de Raader begeerd, te doen ofte te laaten, ende te lijden. Gelijk wy dat daageliks in de verhandelinge ende ommegange met andere Menschen bevinden, ende ook by alle soo Latinse als Griekse Historie-Schrijveren leefen konnen, a hoe dat van ouds eenige Republiken sig hebbende laaten raaden, om aan eenigen uitsteeken- den Ingeseeten ter sijner verseekeringe ende ten dienste der Repu- blike eene Lijfwagt toe te staan, hy die Lijfwagt misbruikt heeft, om de voornaamste Regenten der Republike, welke hem die Lijfwagt ter goeder trouwe hadden toegestaan, ende die ook de Soldie van dien betaalden, te vermeesteren, te vangen ende te dooden, ende by gevolge als een seer boose Hond, sijnen Heere, die hem spijsigde, de keele af te bijten. Gelijk wy ook by selven Historie-Schrijveren konnen leesen, dat de Republiken die sorgvuldiglik de magt hunner Krijgs-Ooversten soo bepaald hebben, dat sy de Krijgs-luiden niet konden gebieden te werken dan naar de ordren der Republike, en- de dat sy ook daar en booven het aan-ende af-stellen, ofte het aan- neemen ende af-danken aller Krijgs-Bevelhebberen, ende geringe- ren Krijgs-luiden aan sig behouden hadden: nooit door die Krijgs- Ooversten, note door eenig buitenlands geweld verkragt zijn ge- worden. Ende dat in teegendeel meest alle de Republiken, die aan haare Krijgs-Ooversten eene vrye magt gegeeven hebben, om haare on- derhoorige Krijgs-luiden allesins naar haaren sinne, ter beetere be- scherminge der Republike teegen haare Vyanden te mogen gebrui- ken, ende die daar en booven haaren Krijgs-Ooversten omtrend het aan-neemen ende af-danken der Bevel-hebberen ende der gerin- ge Krijgs-knegten eenig Bevel ofte eenige Magt hebben gegeeven, ook meest altijds hebben moeten lijden, dat die Krijgs-Ooversten haare onderhoorige Krijgs-luiden gebruikt hebben, om sig Tyran- nen oover dien Vryen Staat, ende alle de Ingeseetenen van dien tot haare Slaaven te maaken. Ende is dit eigendlik het gunt de Ouden ons met deeser FABULE hebben willen afbeelden, naamentlik, dat soo haast eene Republik sig laat raaden aan eenen Krijgs-Ooversten soo groote magt te geeven, dat hy, naar sijn gelieven, het Yser der onderhoorige Krijgs-lieden kan werk-stellig maaken, dat alsdan de geheele Republiek ende de Ingeseetenen van dien vernietigd werden. a Die insonderheid Plutarch. Leeven der &c. b SIe Plutarch. Leeven der doorlugt. Mannen, doorgaans.

SEQ 23 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic125.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem022 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN A man cuts a branch from a tree for his axe, with which he will then cut down the trees. SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Die aan een sterken den vinger geeft, verliest de gehele hand LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac125 MOTTO_LA

Principiis obsta sero sapiunt Phryges.

TYPE emblem pictura IC 25H15 ; 47C31 ; 47D8(AXE) ; 47D8(KNIFE) ; 47I81 ; 54FF15 ; 57AA6141 ; 58AA12(+4) ; 85(THE FOREST AND THE FORESTER) ; 86(DIE AAN EENEN STERKEN DEN VINGER GEEFD, VERLIESD DE GEHEELE HAND) ; 86(PRINCIPIIS OBSTA SERO SAPIUNT PHRYGES) PREV embstma_add132_emblem020 MOTTO_NL

Die aan eenen Sterken den Vinger geefd, verliesd de geheele hand.

ID embstma_add132_emblem021 MOTTO_LA_NORM Principiis obsta sero sapiunt Phryges CHILDREN CHILDREN_SQRT 0