TEXT_EXPL_XML

<p>22.De Gilden ende eene Stad.<lb/> Wanneer op eenen tijde dienstig wierd geoordeeld,<lb/> dat seekere oopene Vlek soude beslooten werden,<lb/> soo heeft men, op dat point, alle Borgers, yder in sij-<lb/> nen Gilde vergaaderd zijnde, by een geroepen, om hun-<lb/> ne Advisen in hunnen Gilde, hier oover in te brengen;<lb/> Welke Advisen ende Gilden eindelik al te saamen ver-<lb/> schillig wierden bevonden: Want de Landlieden, Del-<lb/> vers zijnde, seiden dat Aard Wallen de beste waaren;<lb/> Maar de Metselaars beweerden, dat die voor den Vyan-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac130"/> den al te ligt te beklimmen waaren, ende dat men daar-<lb/> om de Plaats door eenen Steenen Muure moest verster-<lb/> ken. De Timmerluiden oordeelden soo wel de Aarde Wal<lb/> als de Steene Muur te kostelik, voor de goede Gemeen-<lb/> te, om de Penningen daar toe noodig, op te brengen,<lb/> ende dat de groote Onkosten by gevalle van Uitlegginge<lb/> ende Vergrootinge der Plaatse, sonder gebruik ende niet<lb/> alleen verlooren kort ende arbeid souden weesen; maar<lb/> dat die Aarde Wallen ende Steene Muuren nog daar en<lb/> booven met seer grooten Arbeid ende onkosten vervoerd,<lb/> ofte afgebrooken souden moeten werden, ofte dat sy der<lb/> Steede ten grooten ongemakke ende seer grooten oncier-<lb/> sele souden gediien. Ende dat men derhalven beeter<lb/> met onkostelijke Planken het werk aanstonds beginnen,<lb/> ende binnen seer weinige daagen de omtuininge voltrek-<lb/> kende, de gemeene Ingeseetenen bevrijden konde teegen<lb/> eenen onverwagten aanloope der Vyanden. Ende voug-<lb/> den die Timmerluiden daar by, dat die Planken door<lb/> haar, mits haar dag-loon genietende, altijds seer ligte-<lb/> lik by alle occasien konden afgenoomen ofte verset wor-<lb/> den. De Glaasemaakers naamen soo wel in Steene als<lb/> Houte Wallen ende Borst-weeringen, hun genougen;<lb/> mits dat men Glaase vensters ordineerde, om oover al<lb/> te konnen door heenen sien, of ende waar eenige Vyan-<lb/> den waaren, ende wat sy ondernaamen. De Smits keur-<lb/> den den voorslag wierden Ysere Fraalien in de Vensteren,<lb/> om alles te meer verseekerd te hebben, dat of schoon<lb/> de Vyanden de seer broose Glaasen quaamen te breeken,<lb/> sy nogtans door die Vensteren niet souden konnen in-<lb/> breeken. De Renteniers ende Koopluiden agtten der Stads<lb/> <pb n="embstma_add132_fac131"/> Slijk ende Vuilnis genoeg, om tot eene Wal te konnen<lb/> dienen, als die Vuilnis maar rondom digt ende vast<lb/> wierd op een gestaapeld, ende vast in een getreeden,<lb/> alsoo dat der Steede tot geene niewe belastinge soude<lb/> behouven te strekken. Ende dat sy ook tot geene niewe<lb/> belastinge ofte opschietinge van Penningen souden kon-<lb/> nen verstaan, om dat sulks altijds alleen op hunne kap-<lb/> pe aanquam. Dan insien sy de noodige Penningen van<lb/> haer geliefden te ligten teegen den Penninge Sestien, dat<lb/> sy alsdan souden toestaan, alle soodaanige versterkinge<lb/> der Steede, als de andere Gilden souden moogen goed<lb/> vinden. Dit gevoelen bevestigden de Wijnkoopers ende<lb/> de Brouwers, seggende dat sy met hunne Moeren ende<lb/> andere Drabben, de dikte van het Vuilnis souden helpen<lb/> vermeerderen, daar alle de andere Gilden weederom<lb/> meede gekten, seggende, dat aldus hunne Stad aan het<lb/> believen der Swijnen soude oopen staan, die met hun<lb/> vreeten ende wroeten ligtelik daar in eene breuk konden<lb/> maaken: ende dus verliep de tijd der Vergaaderinge,<lb/> sonder iet vrugtbaareliks beslooten ofte uitgeregt te heb-<lb/> ben.<lb/> </p>

<p>Uitlegging der Woorden.<lb/> Alle de Woorden staan hier in den eigendlijken<lb/> sinne, sulks desweegen geene Uitlegging vereist<lb/> werd.<lb/> ALle de Ingeseetenen der Landen ende Steeden, die niet naar<lb/> de losse sinnen van eenen Mensche; maar naar seekere Wetten,<lb/> <pb n="embstma_add132_fac132"/> die veele Mannen, daar toe gematigd, voorbedagtelik gemaakt<lb/> hebben, geregeerd werden; hebben ende besitten seekerlik<lb/> eenige eigene goederen, die sy met alle haare magt, ende sor-<lb/> ge behouden, gebruiken ende vermeerderen moogen ende ook<lb/> poogen. Ende daar en teegen werden ook in alle die Vrye<lb/> Landen ende Steeden door opgemelde Ingeseetenen in het ge-<lb/> meen gedraagen ende genooten gemeene Lasten ende Voordeelen,<lb/> welkle door ydere der selven, die opgemelde gemeene Lasten<lb/> ende Voordeelen staan te draagen, ofte die Voordeelen te<lb/> genieten, altijds teegen eigene Lasten ende Voordeelen in der<lb/> Schaalen wel rijpelik ooverwoogen werden. Ende vermits al-<lb/> daar door de liefde, die wy ons selven toedraagen, eene once<lb/> van eigenbaat ofte eigene schaade altijds veel meer weegd, als<lb/> honderd ponden van het gemeen: Naamentlik dat wanner het<lb/> gebeurd, dat het gemeen, ofte de geheel Staat aller Ingesee-<lb/> tenen, met sestien hondert guldens belaaden werd, ofte die<lb/> geniet, ende dat alsdan yder mensch in het bysonder met<lb/> geen eene gulden werd belaaden ofte die geniet; Soo is<lb/> kennelik, dat indien alsdan iemand in het bysonder uit die<lb/> gemeene belastinge ofte verligtinge der Republike van gul-<lb/> dens sestien hondert, met twee guldens meend beswaard ofte<lb/> gebaat te sullen werden, hy die last ten naadeele der Repu-<lb/> blike niet vermijden, ende die baat ten schaade der selve ge-<lb/> nieten sal willen, ten zy hy waarelik een ongemeen Deugdsaam<lb/> ende seer Eedelmoedig Mensch zy, op welke, om de seld-<lb/> saamheid der selven, in den Stukke van Land-bestier, gants<lb/> geene reekeninge mag werden gemaakt. * SUlks vermits dee-<lb/> se eigen selfs liefde, aan den Menschen soo vast is, dat daar van<lb/> niet, ofte immer seer beswaarelik, kan werden afgescheiden:<lb/> Soo is ook eene seer klaare saak, dat geene vergaadering van<lb/> Menschen, hoedaanig die zy, de Saaken van den gemeenen<lb/> Staat behoorde te ooverweegen, dan waar in de Leeden van<lb/> dien gesaamentlik geen eigen bysondere baat ofte schaade ten<lb/> naadeele van het gemeen, beoogen ofte vermijden konnen;<lb/> maar dat de Saaken van den Staat ooverwoogen ende gehandeld<lb/> <pb n="embstma_add132_fac132"/> hoorden te werden, in soodaanige Vergaaderinge, waar in, om<lb/> het groot getal, ende de verscheidendheid der Leeden, eigen In-<lb/> terest ten nadeele des gemeenen welvaarens, niet konnende be-<lb/> jaagd ende verkreegen werden, yder Lid van dien alsdan see-<lb/> kerlik in den gemeenen Wel-ofte Quaalik-vaaren, eeniger<lb/> maate sijn eigen Wel-ofte Quaalik-vaaren vinden komende,<lb/> het selven waarschijnelik met sijne stemme sal souken te be-<lb/> koomen ofte re vermijden. Ende vermits eene Stad voorsig-<lb/> tiglik in Wijken verdeeld zijnde, als meede in ydere van dien,<lb/> geene andere Mannen, dan die alle de Lasten der Republike<lb/> ofte Steede draagen moeten, verschijnen moogende, het ook<lb/> seeker is, dat aldaar alle de verscheidene Interesten van die Stad<lb/> gevonden werden. Ende soo is ook kennelik, dat in ydere Ver-<lb/> gaaderinge van die Wijk, met de meeste stemmen der Leeden,<lb/> het gemeen Wel-vaaren betragt sal werden, soodaanig, dat sy daar<lb/> van niet dan uit onkonde afdwaalen sullen: Sulks gewisselik<lb/> uit alle de Advisen der Wijken, de gemeene Borgerschap, volgens<lb/> haare innerlijke meeninge, het besten haast besluiten ende ver-<lb/> kiesen sal. Daar in teegendeel yder Gild in het bysonder, hoe<lb/> groot het selven ook mooge zijn, niet het gemeen Wel-vaaren der<lb/> Steede, maar het een ende eenig Interest van dat Gilde betragt.<lb/> Ende derhalven soo is ook seeker, dat yder van dien vergaade-<lb/> rende, ende der gemeene Steede-saaken ooverweegende, niet<lb/> dan tot eigen Interest, alwaare het tot schaade van het Gemeen, ad-<lb/> viseeren ofte sijne stemme geeven sal, ende dat uit soo veele eigene<lb/> bysondere, ende teegen een strijdende ofte van malkandere ver-<lb/> scheelende Advisen ende Interessen, met welken het gemeen wel-vaa-<lb/> ren niet dan secundario, ofte naar het eigen, ende by gevalle be-<lb/> tragt werd, nietwes waareliks ten gemeenen nutte beslooten<lb/> kan werden. Gelijk het selven daageliks in die Steeden, welke<lb/> door Gilden geregeerd werden, te sien is.<lb/> Sulks de eigendlijke sin deeser FABULE is, aan te wijsem,<lb/> dat yder Gild in het bysonder, op de andere Gemeene Ingeseetenen<lb/> tragt te aasen, ende dat alle die Gildens tot der Gemeene Regee-<lb/> ringe eener Steede onnut, ende den anderen Ingeseetenen seer<lb/> Schaadelik zijnde, sy uit der Regeeringe alles welbestelde Stee-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac133"/> den, behoorden te werden geweerd, ende dat daar sy albereids<lb/> zijn, haare Versouken, die sy in haare Vergaaderingen opstel-<lb/> len, ende vervolgens den Regenten der Steeden voordraagen, als<lb/> altijds ten naadeele der gemeene Ingeseetenen strekkende, door<lb/> de Wijse ende Agtbaare Regeerderen der Steeden ook altijds<lb/> afgeweesen behoorden te werden. Gelijk in deeser FABULE<lb/> geen Gild sijn oogwit bequam, maar alle die Saaken ongedaan<lb/> blijvende, door die Gilden ende haare Vergaaderingen, soodaanige<lb/> verwerringe ten naadeele der gemeene Ingeseetenen, wierd<lb/> veroorsaakt, dat die Stad gants niet omwald ende gesterkt wierd.<lb/> </p>

SEQ

24

PARENT

embstma_add132

HIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

URL_IMAGE

embstma_add132_pic129.jpg

TIPE

emblempictura

NEXT

embstma_add132_emblem023

IIHIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

CAPTION_EN

Representatives of various guilds debate the expansion of a city: everyone gives advice to his own advantage

SOURCE_FILE

embstma_add132.xml

MOTTO_NL_NORM

Iedere monnik prijst zijn convent aan

LINK_FACSIMILE

embstma_add132_fac129

MOTTO_LA

<p>Laudat venales quas vult extrudere merces<lb/> Quisquis.</p>

TYPE

emblem pictura

IC

25I12

31A2514(+931)

33A35

41A711

41A7211

47B151

47B1611

47G6(TROWEL)

52E3:57AA65

85(ADVISERS PROTECT THEIR OWN INTERESTS)

86(IEDERE MONNIK PRIJST ZIJN CONVENT AAN

86(LAUDAT VENALES QUAS VULT EXTRUDERE MERCES QUISQUIS)

PREV

embstma_add132_emblem021

MOTTO_NL

<p>Yder Monnik prijst sijn Convent aan.</p>

ID

embstma_add132_emblem022

MOTTO_LA_NORM

Laudat venales quas vult extrudere merces quisquis