$ TEXT_EXPL_XML
23. De Kat verslind den Haan.
DE Kat, die voorgegeeven had, uit een groot be-
row oover sijne sonden, een soo stil ingetoogen en-
de Heilig leeven te willen leiden, dat hy sig voortaan
van alle Vis ende Vlees soude onthouden, ende om gee-
ne onnoosele Dieren ter Wereld te dooden, niet eeten
soude dan Kruiden, Vrugten, ende Wortelen; had door
dat middel eenen ingang ende eenige opsigt oover de
Hoenderen bekoomen, als wanneer hy den Haan, die
mits de Kat geneegen was, den Haan te verslinden,
ende des niet te min die voor hem soo profitabile Naam
van Heilig te zijn, te behouden, soo wilde hy dien
Haan seer gaaren onder eenen heiligen schijn dooden
ende eeten. Ende derhalven siede hy hem: ,,Du
,,ontugtige Bouf vermengest dy teegen alle Natuurelij-
,,ke ende Goddelijke Wetten met Moederen, Dogte-
,,ren, ende Susteren, ende bist daarom op der We-
,,reld niet te lijden; maar behoordst anderen ten spie-
,,gele gedood te werden: op dat soodaanige ontugtig-
,,heid, ende groote krijtende sonde, onder den Dieren
,,niet meer in swange gaa. Waar op de Haan antwoor-
de, dat de Hoenderen door sijn veel-vuldig treeden,
ende sig sonder eenigen onderscheide, met allen den
Hoenderen te vermengen, meer Eyeren leiden, ende
oover sulks den Menschen aangenaamer waaren, als
meede insonderheid, dat de Menschen haar ook den
Kost verschaften om geene andere Reeden, dan op dat
sy beiden sulks doen souden. Deese Beschuldiging
dus klaarelik weeder-legt zijnde, soo beschuldigde de
Kat hem ten tweeden, dat hy de Menschen door sijn
geduurig gekraay, in haare Nagt-rust stoorde, ende
daarom allen de doode wel dubbeld verdiend had.
Ende antwoorde de Haan hem weederom, dat de
Menschen hem bysonderlik den Kost gaaven, op dat
hy met sijn gekraay haar de uuren by daage ende by
nagte, ende ook als een Propheet, het toekoomend
goed ofte quaad Weeder te kennen geeven soude, en-
de dat sy by gevolge ten allen tijden, haar slaapen,
waaken ende arbeiden, daar naar aan-rigten souden
soo wel beantwoord te zijn, dat hy den Haan onder
geenen Heiligen schijn konde eeten, denselven efter
doode ende seide: het zy wat het wil, ende wie
gy zijt, ik wil met geenen hongerigen Buike slaapen
gaan.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier verstaan met den KAT,
een Mensch die uiterlijk beleefd, vriendelik ende
saftmoedig is, om onder dien schijn eenige aansie-
nelijke Amten te bekoomen, ende alsdan des te
beeter, te sijnen voordeele, Schelmstukken te kon-
nen pleegen.
Met den HAAN, een onnoosel Mensch, die door schijn
bedroogen werd.
ALle Menschen zijn niet alleen innerlik vergenougd ende
blijde, of misnougd ende drouvig, wanneer sy door eenige
goede reedenen geleid, ofte door groote driften van bloed ver-
rukt werden, eenig goed ofte quaad te doen, ofte wanneer haar
geheugd, sulks gedaan te hebben: Maar hebben sy daar en
booven haar eigen selfs soo lief, dat sy daar beneevens wen-
schen, dat andere Menschen van haar, ende van haar doen en-
de laaten, soo in haar leeven als naa haare dood, wel gevoelen
ende losselik spreeken. Sulks men bevind, dat het aller-krag-
tigste middel, om de Menschen tot het goeden te drijven, en-
de van het quaaden af te schrikken, is in haar te verwekken,
te behouden een goed gewissen, als meede in haar te veroorsaa-
ken, eene seer groote begeerte om Eere, ofte eene diergelijke
Vreese, van Schande te sullen behaalen. Ende wanneer men Men-
schen vind, die in alle voorvallende Saaken, haar eigene lu-
sten ende vermaak volgen; sonder door de krasten van het ge-
wissen, ofte door de begeerte van Eere, ende door de vreese
van Schande, gedreeven ofte afgeschrikt te werden, om an-
deren goed te doen, ofte van anderen te verongelijken ende
te beschaadigen; Soo werden sy daar door vermaard, boos-
aardige Menschen te zijn, ende werden sy ook desweegen
soo seer van anderen vermijd, dat sy eindelik willende, voor-
taan niet konnen, veele geleegentheid vinden, om in de
verongelijkinge van eenen andere haar vermaak soo ligtelik te
vinden.
Ende werd niet soo seer deese, als een nog veel schaadelij-
ker slag van Menschen, door deeser FABULE afgebeeld.
Naamentlik soodaanige, die door een goed ofte quaad gewisse,
ende door Liefde ofte Vreese tot Eere ofte van Schande, niet al-
leen niet werden ten goeden opgewekt, ofte van den quaaden
afgeschrikt, maar die onder den schijnt van deugdelijke Wer-
ken te pleegen, geneegen zijn eene loffelijke Naame te be-
koomen, om de selve verkreegen hebbende, onder dat Deksel
des te veiliger, haare lighaamelijke Lusten neevens haare Geld-
ende Eer-ofte Heers-sugt te konnen versaadigen. Ende ver-
mits deese Menschen die heilsaame middelen, waar door de
Menschen ter deugden opgewekt, ende van den ondeugden
afgeschrikt plagten te werden, misbruiken, om des te meer
haare schaadelijke Lusten te konnen volgen, ende des te eerder
andere Menschen te konnen beschaadigen; ende dus doende,
teegen Goode ende den Menschen des te veiliger te moogen sondi-
gen: Soo zijn dit waarelik de aller-ondeugenste Menschen,
welke op den Aardboodem gevonden werden.
Want dit zijn die geveinsde Phariseen, welke in het oopen-
baar den Heiligen speelen, met een Splinter in eenes anderen
Mans ooge aan te wijsen, Muggen te siften, Comijn ende Rui te
gen hebben, niet sien soude, ende dat sy onderwijlen des te
veiliger in alles haare Vleesselijke ofte Heerssugtige Lusten vol-
gen, Cameelen doorslikken, ende heiliglik andere Menschen, jaa
Weduwen ende weesen meest verongelijken, ende van haare Goe-
deren, ofte Eere ende Leeven berooven souden konnen. Waar-
om ook oover die Phariseen meer als oover eenige andere slag
van Menschen, in de Heilige Schriften het Wee, Wee, werd
uitgeroepen. a
Dit zijn die Kerkelijken, welke op dat sy van andere Men-
schen des te meer geƫrd ende beliefd souden werden, on-
der den schijn van te yveren voor Goodes Glorie, ende de Stig-
tinge der heilige Kerke, alle Menschen, die haar niet Eeren ende
Dienen willen, ofte die van haar in eenige meeningen ofte ge-
dagten omtrend het Goddelik Weesen, ofte omtrend den eigent-
lijken Goodes-dienste verschillen, ende des niet te min onnooselik
ofte onstrafbaar van leeven zijn, doen dooden, van den ge-
meenschappe der Kerken afsnijden, ende den Satan oover-leeve-
ren, ofte uit den Lande jaagen.
Dit zijn die Politiken, welke om in eener Vrye Republike eenen
grooten aanhang onder der Ingeseetenen, ende daar door ee-
ne grootere magt, ter onderdrukkinge der gemeene Vryheid, te
bekoomen, geduurig roemen, dat sy de Vryheid ende het Wel-
vaaren des Vaader-lands beschermen, ende vergrooten willen,
ende alle de Wetten, oude Hand-Vesten ende Privilegien, heiliglik
naar-koomen of doen naar-koomen sullen, ende die onder dat
deksel ende onder den schijn van voor het gemeen te sor-
gen, het begeeven van alle Officien ende Beneficien, van tijden
ten tijden in der Vrye Republike voorvallende, den wette-
lik daar toe bevougden Vryen Regenten, on-ende tot sig trek-
ken, als ook op deselve wijse het uitleggen der Wetten ten haa-
ren voordeele sig aanmaatigen derven. Ende zijn dit einde-
lik die Politiken, welke geenen schoonen schijn konnende vin-
den, om onder dien de Republik te verkrasten, eindelik het
Mom afleggen, ende oopentlik den Tyran speelen, met de lof-
gequetste Majesteit, niet konnende doen dooden, ester door
Moorders van kant te helpen. In het korte gesegt, dit is
de Schijn-heilige Kat, die gaaren den Haan heiliglijk, dat is door
eenigen schijn van Regte, doen veroordeelen, dooden ende
op-eeten soude, ende niet konnende hem door eenige schijn
doen veroordeelen, alsoo hy waarelik niet allen onnoosel, maar
daar en booven een Heilig Propheet is, efter selfs, ofte door
daar toe opgemaakte Moordenaaren, de keele af bijt, ende hem
op-eet.
Nulli tutius peccant quam sub pietatis insula.
TYPE emblem pictura IC 34B12(+9514):34B232(+51) ; 57A632 ; 57AA613 ; 85(THE CAT KILLS THE COCK) ; 86(DE BUIK HEEFT GEEN OREN) ; 86(NULLI TUTIUS PECCANT QUAM SUB PIETATIS INSULA) PREV embstma_add132_emblem022 MOTTO_NLDe Buik heeft geene Ooren.
ID embstma_add132_emblem023 MOTTO_LA_NORM Nulli tutius peccant quam sub pietatis insula CHILDREN CHILDREN_SQRT 0