| TEXT_EXPL_XML |
<p>24. De Muisen ende de Kat.<lb/> De Kat veele Muisen verslonden hebbende, bevond<lb/> dat sy, om sijne klaauwen te ontgaan, in haare ho-<lb/> len bleeven; sulks hy, om haar daar uit te lokken, en-<lb/> de te konnen eeten, veinsde dat hy dood was; maar de<lb/> Muisen die veinsery haast gemerkt hebbende, riepen hem<lb/> toe, Al liet gy u hangen als een sak, en wy niet dan<lb/> uw vel saagen, soo souden wy u niet naarder koomen,<lb/> <pb n="embstma_add132_fac142"/> ende u vertrouwen. Waarom hy het op eenen anderen<lb/> boeg wende, Heiliglik swoer, Penitentie te sullen doen<lb/> oover sijne veelvuldige moorden, ende nooit meer Visch<lb/> of Vleesch te sullen eeten; trok ten dien einde heilige<lb/> kleederen aan, sag voor sig needer, met eene eevene<lb/> troonie, onder een erbermelik mawen, ende traagen<lb/> gang. Het welk als een tijd lang geduurd, ende de Mui-<lb/> sen sulks verstaan ende daar naa selfs gesien hadden; als<lb/> meede gehoord hebbende, dat hy van alle andere Dieren<lb/> voor eenen seer heiligen Kluysenaar gehouden wierd; Soo<lb/> vonden sy goed, hem tot hunnen Ooverste te verkie-<lb/> sen, gelijk sy hem den Eed van getrouwigheid afnaa-<lb/> men, die hy ook deede, met hoofe betuiginge, van<lb/> hun vleesch nimmermeer te sullen proeven; ende daar<lb/> en booven haar teegen alle uitheems geweld kragtig te<lb/> sullen beschermen. Maar de arme Dieren, den Kat dus<lb/> binnen hare hoolen gebragt hebbende, bevonden wel haast,<lb/> dat hy in het eersten heimelik, daar naa oopenbaar, elk be-<lb/> gon op te eeten, ende dt hy onder eenen heiligen schijn, als<lb/> of sy sulks verdiend hadden, alle de dikste, vetste ende meest<lb/> gevleeschte Muisen verslond; waarom de ooverigen sig<lb/> weederom met der vlugt bergden in andere hoolen, daar<lb/> sy in haare beschansingen, het leeven in aller seekerheid<lb/> voor sijne wreede tanden ende klaauwen doorbragten.<lb/> Ende om in het toekoomende te veiliger voor hem te<lb/> zijn, beraadslaagen sy, dat om buiten haare hoolen<lb/> eenig maar vermaak ende ook voedsels te konnen genie-<lb/> ten, ende middeler wijle niet van hem oovervallen te<lb/> worden, het noodig was, hem een Bel om den halse te<lb/> doen: maar niemand eenig middel konnende uitvinden<lb/> om 't selven in 't werk so te stellen, soo moesten sy altijds<lb/> <pb n="embstma_add132_fac143"/> met die sorge ende onseekerheid blijven leeven in haare<lb/> hoolen, sig voedende met die Hoope, dat die Kat niet<lb/> lang leeven, ende sy naa des selfs dood hunne oude<lb/> Vryheid weeder bekoomen souden.<lb/> </p> <p>Uitlegging der Woorden.<lb/> De Ouden hebben hier met de KAT afgebeeld,<lb/> een wreed, beveinst, ende schijnheilig Mensch,<lb/> die Ooverste werd.<lb/> Met MUISEN, wijse ende voorsigtige Menschen,<lb/> die geene andere Menschen verslinden of beschaadi-<lb/> gen.<lb/> DE Menschen zijn in het gemeen wel soo eergierig, dat sy<lb/> haar oogwit liever met Eere, als sonder Eere, ende met Schan-<lb/> de, tragten te verkrijgen. Sulks sy ten dien einde konnende den<lb/> weg van Eere gebruiken, die van Schande niet sullen soeken. En-<lb/> de hoewel met quaade stukken te bedrijven, nooit waaragtige Ee-<lb/> re, maar altijds waaragtige Schande behaald werd, soo is nogtans<lb/> onder die quaade stukken, welke de Menschen aanregten, dat<lb/> onderscheid aan te merken, dat een ende het selfden werk met<lb/> meerdere ofte met mindere schande bedreevven kan werden: En-<lb/> de ook van den Menschen alsoo uitgevoerd werd naar dat sy<lb/> schrander ende schijn-heilig, ofte wel plomp ende schaamteloos<lb/> zijn. Ende is wijders bekend, dat mindere Schande alsdan ee-<lb/> nigsins Eere schijnt te zijn. Ene vermits men lin weeder-wille<lb/> van eenen andere, oopentlik een stuk uitwerkende, daar mee-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac144"/> de een grooter vermoogen toond te hebben, dan de geen heeft<lb/> die sulks lijden moet, ende daar en teegen Bedrog gebruikende,<lb/> wel eene meerdere Loosheid, maar ook zijn onvermoogen, nee-<lb/> vens eene ende deselfde quaadwilligheid betoond; ende dat het<lb/> geene mindere Eere is groot van vermoogen ende stout te zijn,<lb/> als daar en teegen Schande is onvermoogen ende bloode te wee-<lb/> sen: Soo siet men ook, dat de Menschen gemeenelik liever<lb/> door Geweld als door Bedrog, wanneer beide eeven veilig ge-<lb/> bruikt kan werden, haar oogwit tragten te bereiken. Ende<lb/> is dit de reeden, waarom de Menschen gemeenelik dan eerst<lb/> Bedrog plagten te gebruiken, als Geweld haar niet te staade koo-<lb/> men soude.<lb/> Omtrend welk Bedrog al weederom het selfden onderscheid<lb/> waargenoomen kan werden. Naamelik alle Bedrog bestaad in<lb/> werken ofte woorden der Menschen. Ende oovermits werken haa-<lb/> re klaare beteekeningen soo wel niet met sig brengen als woor-<lb/> den; soo schijns men met werken so seer ofte soo schandelik<lb/> niet te bedriegen als met woorden: Ende vermits men daar<lb/> en booven kan veinsen, ende liegen onder eenen gemeenen<lb/> Menschelijken schijn, of wel onder voorgeeven van eene onge-<lb/> meene deugd ende heiligheid; ende eindelik met daar beneevens<lb/> God tot een getuige van sijne opregtigheid aan te roepen, en-<lb/> de sig te onderwerpen aan sijne eeuwigduurende straffen; Soo<lb/> kan een yder ligtelik sien, dat wanneer beiden sulk veinsen en-<lb/> de liegen oopenbaar word, het eene mindere schande is, gemee-<lb/> ne Veinsery ende Logenen gebruikt te hebben, als door eene on-<lb/> gemeene Schijnheiligheiid, de Deugds selfs, ende de Liefde of Vreese Goo-<lb/> des, waar door de Menschen in ordre gehouden werden, mis-<lb/> bruikt te hebben, om schelmstukken te komen uitwerken.<lb/> Ende bevind men dien volgende, dat geene Menschen, dan<lb/> van de aller-uiterste boosheid, tot die schijn heilige Bedriegeryen<lb/> vervallen, om alsoo in ende onder den naame van God Almagtig<lb/> haare Boeven-stukken uit te werken, ende te verbergen.<lb/> Ende oovermits de Menschen in 't gemeen oover anderen<lb/> <pb n="embstma_add132_fac145"/> een oordeel vellen, naar sy self innerlijk gesteld zijn; ende dat<lb/> dien volgende de Menschen, die vreemd zijn van te willen ee-<lb/> nig geweld of bedrog, ten naadeele van anderen gebruiken, het<lb/> selfden van anderen niet ligtelik verwagten; soo werden desel-<lb/> ve ook veeltijds door eenen gemeenen schijn bedroogen.<lb/> Maar vermits soodaanig onschijn-heilig bedrog seer veel in<lb/> swange gaat; soo werden de eenigsins wijse ende deugdsaame<lb/> Menschen seer haast geleerd, sig daar voor te behoeden. Ende<lb/> vermits die allergrootste Deugd- ende goddeloose Schijnheiligheyd en-<lb/> de Vervloekingen, gebruikt weesende om andere Menschen te<lb/> bedriegen ende te beschaadigen, in alle wel-gestelde Republi-<lb/> ken swaarelik gestraft behoorde te werden, ende dien vol-<lb/> gende in den gemeenen Menschelijken ommegange, selden den<lb/> onnooselen, wijsen Menschen, voorkomt ofte gebeurd, ende die<lb/> quaade konsten den Onnooselen, als of sy die wilden pleegen,<lb/> nog min in haare gedagten gekoomen zijn : Soo konnen die deugd-<lb/> saame ende wijse Menschen gemeenelik daar door ook soo misleid<lb/> ende bedroogen werden, dat sy op die Schijn-heiligen al te ligt<lb/> vertrouwende, veeltijds haar verderf daar in vinden, sonder ee-<lb/> nigsins van dat verderf te konnen werden gereddet. Dit is de<lb/> sin deeser FABULE, daar de Kat eerst Geweld, vervolgens Be-<lb/> drog te vergeefs omtrend de Muisen gebruikt, ende eindelijk door<lb/> sijne Schijn-heiligheid ende diere Eeden, soodaanig de Muisen mis-<lb/> leid, dat sy, daar op betrouwende, haar welvaaren ende lee-<lb/> ven in sijne handen geeven, ende dat daar door ook verlie-<lb/> sen.<lb/> Dit zijn de Menschen, welke sig draagen, of sy het ligt des<lb/> Weerelds ende het sout des Aardboodems waaren, ende die des niet<lb/> te min innerlik groote duisternissen zijn; ende die in plaatse van<lb/> andere Menschen beeter te maaken, de selven daar door des<lb/> te eerder doen dwaalen, ende haar brengen op den weegen daar<lb/> sy beiden eewiglik verlooren gaan. Dit zijn die graaven, wel-<lb/> ke uiterlik seer vercierd, ende innerlik vol doods-beenderen<lb/> ende stank zijn. Dit zijn die Phariseen, welke alle het gunt<lb/> Heilig ofte van Goode geordineerd is, om de Menschen te be-<lb/> weegen, den weg des Deugds standvastelik te willen bewande-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac146"/> len, ende haar alsoo eewig behoud te doen vinden; in tee-<lb/> gendeel seggen wy, alle dat Heiligen ende die Schijn-Deugden<lb/> misbruiken, om daar uit haare eigene grootheid ter verminderin-<lb/> ge ende ten eewigen verderve van anderen te soeken: ende<lb/> derhalven zijn dit ook die Menschen, welke teegen den Heili-<lb/> gen Geest sondigde, nog door Reeden, nog door Deugd, nogte<lb/> door de Liefde ofte Vreese Goodes bekeerd konnende werden, ge-<lb/> duurig sondigen, endesoo veele in haar is, ook anderen doen<lb/> sondigen, ende daar door ook, indien eenigen sulks verdienen,<lb/> eewiglik verlooten te gaan.<lb/> </p> |
| SEQ |
26 |
| PARENT |
embstma_add132 |
| HIM |
FABLES GUL MNE EMBLEMS ILL_BOOK |
| URL_IMAGE |
embstma_add132_pic141.jpg |
| TIPE |
emblempictura |
| NEXT |
embstma_add132_emblem025 |
| IIHIM |
FABLES GUL MNE EMBLEMS ILL_BOOK |
| CAPTION_EN |
A cat who pretends to do penance for killing mice, lures other mice from their hiding place |
| SOURCE_FILE |
embstma_add132.xml |
| MOTTO_NL_NORM |
Al te fijn is maar schijn |
| LINK_FACSIMILE |
embstma_add132_fac141 |
| MOTTO_LA |
<p>Sancta Laverna da mihi sanctum piumque videri</p> |
| TYPE |
emblem pictura |
| IC |
11P3154 11Q22 34B12(+9451) 34B121 42F32(BROOM) 43C11(+43) 47I2271 57AA611:57AA611 85(THE PENITENT CAT) 86(AL TE FIJN IS MAAR SCHIJN) 86(SANCTA LAVERNA DA MIHI SANCTUM PIUMQUE VIDERI) |
| PREV |
embstma_add132_emblem023 |
| MOTTO_NL |
<p>Al te fijn,<lb/> Is maar schijn.</p> |
| ID |
embstma_add132_emblem024 |
| MOTTO_LA_NORM |
Sancta Laverna da mihi sanctum piumque videri |