$ TEXT_EXPL_XML

25. De Waater-ende Land-Voogels. SEekere Bewooners van eenen Lande, aan See ende vee- le versse Waateren geleegen, konden haare Wout-Voo- gels, mitsgaaders der selven Bosschaadjen ende Nesten, teegen de gemeene Vyanden, soo der Bewoonderen als der Wout-Voogelen, niet beschermen, ten waare sy onderwij- len gevoel wierden met der selven Eyeren. Ende alsoo de selve Bewooners ook bevonden, dat die Eyeren by quaa- de Jaaren door de wout-Voogelen alleen niet genougsaam verschaft konden werden, om haar te voeden ende by het leeven te behouden, soo noodigden sy alle Waater- Voogelen, om daar ook te koomen nestelen, met aanbie- dinge, dat sy niet meer Eyeren dan de andere Wout- Voogelen, ter gemeener bescherminge souden verschaffen, ende dat sy middeler wijle ook alle Vry-ende Gerechtighee- den der Oude wout-Voogelen souden genieten. SUlks de waa- ter-Voogelen, door deese goede aanbiedinge ende schoone geleegendheid des Lands, ende veeler Meeren, om sig daar te erneeren, aangelokt zijnde, sig in grooter meenigte aldaar ter needer stelden, ende sig seer wel, sooten Waatere als ten Lande erneerden. Sulks deese waater-Voogels booven den wout-Voogelen, die sig alleen ten Lande geoeffend had- den, ende voorts met binnen-landse Neeringen geneer- den, in weelde toenaamen; ende van tijden ten tijden meer ende meer wooningen ende nesten in de gemeene Bossehaadje bequaamen. Ende hoewel niet alleen de oude Bewooners, maar ook selfs de oude wout-Voogels, seederd dier tijde beeter ende met draagelijker Lasten teegen den gemeenen Vyanden beschermd waaren geworden, ende sig gemakkelijker erneerd hadden; soo wierden nogtans de Kinderen der opgemelde wout-Voogelen oover der waa- ter-Voogelen weelde seer misnougd, eeven of die tot haa- re verminderinge strekte, sulks deese wout-Voogels ook de Jonge Bewooners deeser Landen opwekten, om allangs de Vry-ende Geregtigheeden der oude ende ook der nie- weliks aankoomen sullende waater-Voogelen te minderen, ende het ook van de jonge Bewooneren ligtelik verkree- gen Jaa dat meer is, die Nieuwe ofte Jonge Bewooners wierden soo eigen-baarsugtig, dat sy sig niet ontsaagen, oopentlik Wille-keuren ten haaren eigen voordeele, ende ten nadeele aller soo wout-als waater-Voogelen te maa= ken. Waardoor voortaan weinige niewe waater-Voogels aldaar quaamen nostelen, ende veele Ouden naar andere Landen, om sig daar te erneeren, vertrokken, ende de geene die aldaar bleeven tot soo een klein getal quaamen, dat sy gesaamentlik met den Land-Voogelen het noodige t'haarer bescherminge, niet verschaffen konnende, van haare Vyanden ooverwonnen, ende soo wel de aldaar ge- bleevene Waater-Voogels, Nieuwelingen, neevens de Be- wooners deeses Lands, gelijk meede de oude Wout-Voogels, gevangen, verstrooid ende vernietigd wierden.

;

Uitlegging der Woorden. De BEWOONERS, zijn de Regenten, als ook der selven Dienaars, ende Krijgs-knegten, die alle uit de gemeene belastingen leeven. De WOUT-VOOGELS, zijn Ingeseetenen die door den Landbouw ofte binnen-landse Neeringen leeven. De WAATER-VOOGELS, zijn die sig op See ofte met buiten-landsen Handel geneeren, het welk meest Vreemdelingen ofte daar van afkomstigen zijn. EYEREN, zijn de gemeene Lasten, die door allen ge- draagen moeten werden. DE Menschen scheppen in het gemeen en geduurig ende groot misnougen uit de vermeerderinge van magt ende eere der geenen die sy meenen sulke magt ende eere niet waardig te zijn; ende is dit misnougen des te grooter, als het ontstaat uit de ver- meerderinge der geenen die voormaals haar minder ofte gelijk ge- weest, ende haar nu booven het hoofd gewassen zijn. Ende soo lange dat misnougen werd gevoed, door die gedagten, dat de Benijde tot die vermeerderinge van Magt ende Eere, door quaade middelen gekoomen is; ende dat hy die meerdere goederen, magt ende eere waarschijnelik ook sal misbruiken, ten nadeele der Gee- meene Ingeseetenen, als ook van ons eigen selfs, ofte van den Staat; ende dat de misnougde daar beneevens niet tragt dan met wettige middelen, soodaaniger Menschen vermeerdering te beletten ofte te verminderen: Soo dunkt ons, dat in die Nijd niet veel te bereis- pen is. Ende zijn dit die ongelukkig nijdige Menschen niet, wel- ke door een geduurig onbehoorlik misnougen. ende door mid- delen te bedenken, om andere Menschen. die beeter als sy vaaren, te beschaadigen; sig selven quellen, een deeluw-verwig aansigt krij- gen, ende allangs van spijt uitteeren. Maar in teegendeel zijn zit soodaanige menschen, welke door de ooverdenkingen van haare regtvaardige reeden van Nijd, ende van haar loffelik voorneemen, sig met hun goed gemoed troosten konnen, ook selfs, wanneer hun voorneemen is mislukt. Daar aan de andere zijde Menschen die misnougd werden, om dat andere die haar in goederen, magt en- de eere, minder ofte gelijk zijn geweest. ende die door behoorelij- ke middelen haar meerder werden, sonder aan andere Menschen ee- nige regtvaardige reeden te geeven om te vreesen, dat sy die meer- der goederen, magt ende eere, misbruik sullen ten naadeele van eenen andere, dat misnougen ende die Nijd niet op neemen, dan uit eene verkeerde eigen selfs liefe, ende quaade Eergierigheid, die ons by veranderinge van onse vergelijkenisse, verkeerdelik, ende teegen der Waarheid doen gelooven, soo veel te rugge gegaan te weesen, als anderen ons voor by gegaan zijn. Ende oovermits dat misnougen ofte die quaade Nijd den Menschen geene rust geefd, ofte toe laat, gelijk wel andere Passien, die alleen by vlaagen ooverkoomen, maar dat die boose Nijd haar geduurig by is. ende beesig houd om middelen te bedenken, waardoor sy des Benijden Goederen, Magt ende Eere, minderen souden moo- gnn; ende dat dit daar en booven alle onlustige ofte haatelijke ge- dagten zijn, die men wil verbergen, om dat sy uitgewrogt wer- dende, waarelik geen goed aan iemanne, maar quaad veroorsaa- ken, ende dat ook soo wel aan den Benijden als aan den Nijdiger selve; Soo siet men ook veeltijds, dat die Nijdigers van alle die geduurige quellingen, een bleek, lood-verwig weesen bekoomen, ende uit- teeren: gelijk dat hier vooren eenigsins aangeroerd is. Ende gelijk men dit gebrek vind in enkele Menschen, soo werden ook geheele geslagten ende Volkeren gevonden, die meer geneegen zijn anderer onnooseler Menschen opgang te beletten ofte te stooren, ook met haare eigene schaade, dan met ende door de selve midde- len, waar door andere sig gemeerderd ofte verheeven hebben; sig selven ook te verheffen, ende daar beneevens anderen loffelik voort te helpen. Waar van daan ook komt, dat selfs in Landen, daar de onde Inboorlingen niet konnen bestaan sonder geduurige toevloejin- ge der Vreemdelingen sig aldaar ter woone needer settende, deese oude Inboorelingen nogtans der niewe aankoomende Vreemdelingen voorspoed benijden, ende met der selven oover dwars te drijven, denm opgang der selven tragten te beletten. Gelijjk meede daar van daan komt, dat de Inboorelingen, jaar selfs Niewelingen, die eenig voordeel omtrend eenigen dienst der Republike, by gonsten, oft eenig Gild verkreegen hebben, ofte welke eeniger Geoctrojeerde Compagnien, alle andere Ingeseetenen van eenigen handele uitsluitende, deelhaftig zijn, ende daar van het Bewind hebben, van tijden ten tijden by die Regenten van de selve Landen ende Steeden aanhouden met te vertoo- nen ende te versouken, dat de Vry-ende Geregtigheeden der on-geoctro- jeerden moogen werden geminderd: hoewel het selven verkreegen zijnde, niet alleen de ooverkomst der nieuwe Vreemdelingen, daar door meer belet, maar ook de geheele Republik daar door allangs vernie- tigd staat te werden; alsoo gemeenelik de schaadelikheeden van dien door de geringe schaade van ydere Dwingende Octroje ofte Wille-keure in het bysonder, niet aangemerkt werden, dan na de saaken soo- daanigen swaai hebben genoomen, dat die groote beweeging niet te stutten is, ende die saaken swaarelik, ofte niet te helpen zijnde, de geheele Stad ofte Republik, door de Schaadelikheid aller opge- melde geoctrojeerde Compagnien ende Keuren gesaamentlik, mits- gaaders door de lang-duurigheid van dien, eeven gelijk een Berg allangs uitgehold ende onderdraaven zijnde, daar ook eindelik storten moet, ende wanneer die begind te storten door geene Menschelijke konsten ofte kraften, van ende voor sijnen valle te behoeden ende te stutten is. Ende gaave God, dat de goede Regenten in Holland, welke sonder geduurige vermeerderinge, ende toevloejinge van Koophandel ende van Vreemden, het zy uit Braband, Vlaanderen, Duitsland, Deene- marken, Noorweegen, Sweeden, Hispanien, Engeland ende Vrankrijk, Etc. niet kan bestaan; sig door een verkeerd begreepen eigen Inter-esse, ofte door eene verkeerde begeerlijkheid ende Nijd der Oude Inboore- lingen, oover het welvaarden der geenen, die uit deselve Volkeren tot ons oovergekoomen zijn; sig niet lieten verleiden om Wetten ende Keuren te maaken, waar meede die ofte andere Volkeren mo- gen werden belet herwaarts koomende, sig allesins neevens onse oude Ingeseetenen te erneeren, ende waar door by gevolge, de Ingeseetenen in het gemeen onmagtig werdende, alleen die ge- woonelijke Lasten te draagen, de Republik eindelik vervallen sal moeten onder de Heerschappie van eenen Buiten ofte Binnen-landsen Heere, die allen voormaals wettigen Regenten deeser Landen ende Stee- den, haare magt, aansien ende profijten ontrekken, allen den Inboo- relingen soo wel als den niewen Aankoomelingen, alle Wel-vaaren be- letten, ende alsoo eindelik alle die voormaals gesaamentlik bloe- jende Ingeseetenen verstroojen ende vernietigen sal. 'Oover sulks is de eigendlijke sin deeser FABULE, dat de Re- genten geene Keuren ofte Placcaten ten haaren eigen Voordeele, en- de ten naadeele der gemeene Ingeseetenen behoorden te maaken, ende dat daar beneevens de gemeene Menschen niet behoorden Nijdig te zijn op haare meede-Ingeseetenen, ende dat des niet je- genstaande de oude Inboorelingen eenes Lands ofte eener Steede al- tijds nijdig zijnde oover het welvaaren der niewe Aankoomelingen, de Regenten sig, derhalven door de selven niet behoorden te laaten verleiden, om onder deksel van eenige Octroi een Borger-Regt ofte Gild te begonstigen, Placcaten ofte Keuren te maaken, die niet in het ge- meen voordeelig, maar alleen seekeren Ouden Ingeseetenen Voor- ende den gemeenen als ook den Niewen Ingeseetenen, dat is allen die hier eene Vaste Woon-plaats hebben, ende buiten Poort- ofte Borger-Regt ende Gilden hier leeven willen, Naa-deelig zijn.

SEQ 27 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic147.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem026 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN The young of the indigenous walker and runner birds, jealous of the success of the immigrant water-birds, weaken the commonwealth SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM De armoede die zoekt list, daar de rijkdom niet op gist. LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac147 MOTTO_LA

Quis psittacum docuit suum chaire Magistra fames.

TYPE emblem pictura IC 25F36 ; 25F38 ; 44C13 ; 46C223 ; 46C24 ; 54FF13 ; 57AA76 PREV embstma_add132_emblem024 MOTTO_NL

D'Arremoede die soekt List, Daar de Rijkdom niet op gist.

ID embstma_add132_emblem025 MOTTO_LA_NORM Quis psittacum docuit suum chaire Magistra fames CHILDREN CHILDREN_SQRT 0