$ TEXT_EXPL_XML

26. De Minnebroeders ende de Ambagtsman. EEnige Minnebroeders quamen by een Ambagtsman, en- de gaaven hem te kennen, dat sy andere Menschen ende insonderheid alle goede Catholiken, soo seer bemin- den, dat sy haar geheel leeven besteededen ten voor- deele der Leeken, ende gants niet ten voordeele van haar eigen selfs; sulks sy sig onderwijlen van den arbei- de om Weereldlijke Saaken, ende hunne behouftighee- den te verkrijgen, onthoudende; daar door haar Kloo- ster in grooten hongers-nood vervallen was, ende de billikheid vereiste, dat hy Ambagts-man van sijnen oo- vervloed haar eenige Aalmissen deede: waar op hy ant- woorde, niet te konnen gelooven, het gunt sy hem ge- segt hadden; naademaal de liefde van sig selfs plagt te beginnen, ende dat sy sterke Mannen waaren, die son- der Wijf ende Kinderen, maar den minsten arbeid doende, ligtelik aan den kost geraak konden; waar op deese Minne-broeders den Ambagts-manne voorstel- lik dat geene beesig was met Prediken, ende de goede Catholiken aan te maanen, ofte op te wekken, tot alle Christelike Deugden: Deese met seer geleerde Bouken teegen de Ketters ende alle de Vyanden van de Moe- der de Heilige Kerke te schrijven, die met bidden, ende andere met Biegte te hooren, ofte de Heilige Misse te doen, alles ten gemeenen dienste der Leeken, soo Leevenden als Dooden. Waar op de Ambagtsman antwoorde, dat hy alle die dingen, behalven de Misse, alleen deed, ende egter met arbeiden sijn Brood verdiende, niet al- leen voor sig selven, maar ook voor sijn Huisgesin', ende dat hy daar beneevens alle sijne Kinderen selve leerde, ondersogt ende wat meer daar toe vereist wierd. Weshalven hy den Monniken ten laste leide, dat sy onder pretext van andere Menschen meer als haar sel- ven te lieven, ende onder deksel van haaren alge- meenen Dienst waar te neemen, de Weereld onge- voelig plonderen, ende dat sy van die roof, onder den naam van Aalmissen, gemakkelijk, luy ende lek- ker leefden, sonder dat haare gepretendeerde Diensten der Weereld eenigsins te staade quaamen.

;

Uitlegging der Woorden. MINNE-BROEDERS, zijn alle Rooms-Ge- sinde Geestelijken. Een AMBAGTS-MAN, alle On-Geestelij- ken. DE Menschen zijn soodaanig geaard, dat sy haar eigen lee- ven, lighaam, eere, &c. meer lieven, dan dat van een ander beminnen ende besorgen. Ende hoewel eenige leeren, dat wy God, ende die Deugd selfs, niet hoog genoug, ofte te veel konnen agten ofte beminnen, ende dat wy die beiden daar en booven om haar eigen selfs ende sonder eenig insigt, van daar door eenig goed te sullen genieten, behoorden te dienen en- de te beminnen; Soo konnen wy nogtans wel het eersten, maar het tweeden niet vatten, dan in deesen sinne, dat wy, naar het getuigenisse van ons eigen gemoed, omtrend beiden of- te een van beiden, ons wel ofte quaalik gequeeten hebben- de, bevinden, dat wy door de geheugenisse van dien, in ons gemoed gerust ofte ongerust zijn, ende dat het derhalven on- se pligt is, onse eigen rust te souken, ende die onrust ofte knaaging des gewissens te vermijden, met ons daar omtrend wel te draagen. Ende aangaande alle andere Menschelijke Saaken, die wy oordeelen voor ons Leeven, Siele, Lighaame, ende Eere, dien- stig te zijn, die tragten wy niet alleen te eigenen, maar op dat sy by ons langduurig souden weesen, soo tragten wy die allesins te behouden, ende ten dien einde aan die saaken of- te dingen, soo veel goeds te doen, als in ons vermoogen is. Ende als deese uitwerkingen geschieden omtrend andere Menschen, soo werden dat naar geleegendheid van Saaken, genaamd werken der Liefde, Vriendschap, ofte Barmhertigheid, soo nogtans, dat deselve werken altijds haar opsigt ende begin be- hoorden te hebben op ende van ons selven, naamelik, met altijds indagtig te zijn, dat wy die goede Werken doende ofte laatende, waarelik onse pligt voldoen, ofte daar in naa-laatig zijn. Dus bewijsd men liefde aan sijn eigen wijf, om dat het ei- gen is, ende op hoope van weeder-liefde te sullen verkrijgen, ende ook aan de gemeene Kinderen, om dat sy eigen zijn, en- de op hoop, dat sy het dankbaarlik erkennen sullen, ende aan sijne Vrienden, op hoope van soo goed weer-om te sullen genieten: Ende eindelik aan mindere ellendige Menschen, uit ooverdenkinge der gemeene Menschelikheid, ende dat het ons, in den selven Stande, ofte in de selve ellende vervallen wee- sende, seer aangenaam weesen soude, door eenige weldaadige Menschen daar uit geholpen te werden. Sulks wanneer eenige Menschen op den Tooneele deeses Weerelds koomen, met dien schijn, als of sy haare Werken der liefde deeden, alleen ten voordeele van andere Menschen, en- de gants niet ten voordeele van haar eigen selfs, die onge- woonheid alleen haar verdagt, ende ons indagtig behoorde te maaken, dat op dien gronde, dat, indien bejaardag Men- schen niet voor haar selven sorgden, sy seekerlik verlooren souden gaan, ende dat daar en booven, wanneer sulks onder de gemeene Menschen naargevolgd wierd, gewisselik het ge- heele menschelik geslagt in de uiterste verwerringe soude ver- vallen: welk quaad niet, dan van ondeugende Menschen ver- oorsaakt ende verwagt kan werden, ende ook eene seekere saak is, dat volgens de Leere des H.Apostels, eens wel gegronde de Liefde altijds van sijn eigen selfs begind. Derhalven noodsaakelijk zijnde, dat de Menschen voor allen eerst sig selfs, ende daar na die van haaren Huise, ende alle de Inge- seetenen haares Vaaderlands, om dat sy daar van een deel zijn, lief moeten hebben, jaa dat sy ook de allervreemste Menschen onge- veinsdelik, gelijk sy sig selfs, ende die van haaren Huise beminnen, moeten lief hebben, naar geraade, dat yder van dien haar be- staat; Soo zijn die Menschen, welke soodaanig haare eigene vrienden zijn, dat sy met eenen Vrienden van alle de weereld blijven, die geene, welke God almagtig hier ofte hier naa, met sijnen Seegen kroonen sal. Want dit is Goodes Wil, ende by gevolge, de ordre der Natuure, door welke naar te koo- men ofte te schenden, de Menschen gerust ofte ongerust in haar gemoed te weesen, bevonden werden. Ende werd teegen deese ordre meest gesondigd door Men- schen, die soo Beestagtig zijn, dat sy meenende aan de gemeene menschelijke maatschappie niet verbonden te zijn, niemand dan sig selfs agten, ende by gevolge sig daar van af schei- dende, oopenbaarelik voor niemand als voor haar eigen selfs sorgen, ende ook niemand anders lief hebben. Welk, in- dien geene Koningen ofte Vorsten zijn, aanstonds meest alle Menschen versoeid werden, ende derhalven weinig gevolgs heb- ben. Maar daar zijn nog andere Menschen, die waarelik dee- sen daar in gelijk zijn, dat sy voor niemand als sig selven, sorgen, ende nogtans den Menschen tragten te doen gelooven, dat sy niet dan ter grootere gloorie Goodes, ende ter liefde van andere Menschen, alle haare sorge, vlijt ende tijd besteeden, ende dat sy voorbedagtelik, om het eeuwige te bekoomen, sig van alle ge- makken ende vermaaken deeser Weereld onthouden: ende hoe- wel wijse Menschen, uit haare werken, hoe seer sy die ook be- dekken, wel merken konnen, dat dit enkele geveinsdheid is, om onder dien Mantel, leui, lekker, in groot aansien ofte hoo- ge agtinge, ende gemakkelik ten laste der onnoosele Menschen, te leeven, ende met eenen van de selven seer ge-eerd ende ge- diend te werden; soo werden des niet te min meest alle een- voudige Menschen van deese Schijn-Heiligen bedroogen. Ende vermits deese Schijn-Heiligen altijds eenen grooten aan- hang van ondeugende ende een-voudige Menschen hebben, soo heeft men dat van alle oude tijden af sien pleegen van de Geesteliken, by de Heidenen, Jooden, Christenen, ende Maho- metanen, ende sal de Weereld nooit soo gelukkig zijn, van dit oolikste gespuis van Menschen ontslaagen te werden. Hoewel het de pligt is aller Menschen, ende insonderheid der Ongeestelij- ken, sig wel te wagten van die Schijn-Heiligen, ende sig ook des te meer te wagten, hoe sy meer schijnen teegen den ordre der Natuure ende goede Wetten van dien aan te gaan, op dat sy van die Schijn-Heiligen niet schandelik bedroogen werden. Gelijk in deeser FABULE de Minne-Broeders sig voor soodaanige heilige Menschen uitgeevende, van deesen Ambagts-man, ten naadeele van sig selfs ende die van sijnen Huise, geene Aalmis- sen verkrijgen konnen, maar de Ambagts-man alle sijn goed ten nutte van sig selfs ende sijn geheel Huisgesin blijfd behouden.

SEQ 28 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic153.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem027 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN A carpenter refuses to give alms to mendicant monks, advising them to earn their keep by labour SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Papen, monniken en bagijnen, zijn zo heilig niet als zij schijnen LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac153 MOTTO_LA

Aliud in titulo aliud in pixide.

TYPE emblem pictura IC 11P164 ; 11P315(MENDICANTS) ; 11Q22 ; 41A7112 ; 53DD1:46A2120 ; 57AA611:11Q0 ; 47B1611 ; 47B1611(+32) PREV embstma_add132_emblem025 MOTTO_NL

Papen, Monniken ende Bagijnen, Zijn soo heilig niet als sy schijnen.

ID embstma_add132_emblem026 MOTTO_LA_NORM Aliud in titulo aliud in pixide CHILDREN CHILDREN_SQRT 0