TEXT_EXPL_XML

<p>27. Het Eekhoorn, Armelijn, ende andere Dieren.<lb/> DE Eekhooren ende Armelijn ontmoetteden malkan-<lb/> der, ende weetende dat sy beiden niet alleen van den<lb/> Menschen in het gemeen seer geagt waaren, maar dat ook<lb/> selfs de Koningen ende Vorsten haare meeste pragt toonden,<lb/> wanneer sy sig met haare seer schoone ende safte vellekens<lb/> kleededen, begonnen sig seer te verhoovaardigen, ende<lb/> in gevolge van dien, naamen deese Pronkers voor, alle<lb/> andere leelike arme ende on-eedele Dieren te versmaaden;<lb/> waar op een Padde haar in 't gemoet langs der aarde kroop,<lb/> die sy te saamen scheldeden voor een seer leelik, ja soo vuil<lb/> Dier, dat sy daarom niet waardig was, onder haare oogen<lb/> <pb n="embstma_add132_fac160"/> te koomen, ende oover die misdaad, naamelik dat sy des<lb/> niet te min sulks hadde derven doen, swaarelik gestraft be-<lb/> hoorde te werden. Deese Padde beriep haar op haren Maa-<lb/> ker, seggende, dat het, sonder eenige haare schuld, hem be-<lb/> liefd had, haar soo leelijk ende neederig te maaken. Ende<lb/> dat sy Eekhoorn ende Armelyn daar en teegen, sonder eeni-<lb/> ge haare verdiensten, door Goodes goedheid soo schoon,<lb/> rijk ende eedel geschaapen zijnde, desweegen behoorden<lb/> God te danken voor die forme, welke by den Menschen<lb/> soo behaagelik was, ende dat sy mitsdien haar ongemoeid<lb/> behoorden te laaten gaan. Waarover deese hoovaardige<lb/> Diertjens soo toornig ende wreed wierden, dat sy der Pad-<lb/> den beide de oogen uit den hoofde krabden, ende haar lie-<lb/> ten ziel-toogen. Daar naa saagen sy een Uil, die sijn nest<lb/> in eener Boome had, sulks sy den selven met gelijke scheld-<lb/> naamen aan boord koomende, sijn nest ende eyeren braa-<lb/> ken ende weg wierpen, schoon de Uil sig op gelijker wijse<lb/> ende saftmoedige Uil weg vloog, vougde hy daar nog by<lb/> dese wijse waarschouwinge ende voorsegging: ,, Wagt u<lb/> ,, van diergelijken meer te doen, of een ander sal wreeken<lb/> ,,het versoejelik geweld, dat gy my gedaan hebt. Alle het<lb/> welke dese twee hoovaardige Dieren soo seer veragteden, dat<lb/> sy daar naa eenen Sim ofte Aap siende: hem verweeten, dat<lb/> hy geene steert had, ende een yder agter in liet kijken, 't welk<lb/> sy seer versoeiden ende voor schandelijk leelik uitmaakten;<lb/> maar deese dat smaalen ende schelden niet veelen willen-<lb/> de, sprong die twee hoovaardige op het ljf, doode haar,<lb/> ende bespottende daar meede haare kragteloose grootsheid.<lb/> </p>

<p>Uitlegging der Woorden.<lb/> De Ouden hebben verstaan met EEKHOORENKENS ende AR-<lb/> MYNKENS ofte WEESELKENS, hoovaardige Menschen.<lb/> <pb n="embstma_add132_fac161"/> Met PADDEN, neederige arme Menschen.<lb/> Met UILEN, wijse Menschen..<lb/> Met APEN, Hoovelingen.<lb/> Als wy ondersouken, waarom de Menschen malkanderen in-<lb/> nerlik behoorden te agten ofte te veragten, te looven ofte te<lb/> lasteren; Soo bevinden wy, dat het selven niet behoorde te geschie-<lb/> den, dan om het geene waarelik in den Menschen is, ende van des sel<lb/> ver goede ofte quade wille hangd, also dat willen ofte niet willen alleen<lb/> in ons vermogen schijnd te wesen; ende dat alle andere uitwerkingen<lb/> ende saaken zijn boven ons vermogen, ende een noodsaakelik gevolg<lb/> der Natuure, ofte dat sy buiten ons van onseekere oorsaken hangen:<lb/> behalven dat die dingen ofte saaken, welken door de Menschen, soo<lb/> wel ten Goeden als den Quaaden, konnende werden ge ende mis-<lb/> bruikt, nu goed ofte dan weederom quaad souden moeten werden<lb/> genoemd, naar het geval dat meede bragt; het welk ongerijmd sou-<lb/> de weesen, ende ons leerd, dat alle die saaken waarelik middelbaar,<lb/> dat is, nog goed quaad zijn. Naamentlik soodaanig is jong, gesond,<lb/> mooi, ende sterk te weesen, van een oud bekend geslagt gebooren te<lb/> zijn, veele goederen te besitten, veele te weeten, van andere Menschen<lb/> seer hoog geagt te werden, ende in het korte gesegt, van een groot ver-<lb/> moogen te zijn, om Goed ofte Quaad te konnen doen. Als ook het te-<lb/> gendeel van dien, middelbaare Saaken, dat is in sig selfs ten opsigte van<lb/> schuld ofte onschuld, Lof ofte Laster, *seederwijse gesprooken, nog *moraliter.<lb/> goed nogte quaad, genaamd konnen werden.<lb/> Ende efter bevinden wy, of de onkunde, ofte de verkeerdheid<lb/> der Menschen, soo groot te zijn, dat sy in het gemeen, deese mid-<lb/> delbaare saaken, naar 't haar voorkomt, seer hoog agten ende verag-<lb/> ten, jaa selfs die verre booven opgemelde Deugden ofte Ondeugden, al-<lb/> leen uit onse goede ofte quaade wille spruitende, stellen.<lb/> Ende insonderheid bevinden wy, dat dese dwaalingen ende missla-<lb/> gen begaan werden, als eenige Menschen over haar eigen selfs een oor-<lb/> deel vellen, hoeveel sy naar goede reeden ende billikheid behoor-<lb/> den sig te schatten, waardig ofte niet waardig te zijn; ende van ande-<lb/> re Menschen geagt ofte veragt behoorden te werden. Waarelik in<lb/> kleinen getale zijn die eedelmoedige Menschen, welke ooverlegd heb-<lb/> bende, dat sy alleen om haare goede ofte quaade wille geagt ofte ver-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac162"/> agt behoorden te werden, ook met eenen weeten, dat het selven te<lb/> willen ofte niet te willen, allen anderen Menschen eeven naast kan<lb/> zijn, ende dat sy derhalven geene reeden hebben, om sig seer ligte-<lb/> lik booven ofte beneeden andere Menschen te verheffen ofte te ver-<lb/> neederen. Gelijk meede waarhaftig is, dat deese eedelmoedige Men-<lb/> schen weeten, dat sy nog door het goed ofte quaad-doen der anderen<lb/> aan andere Menschen, in sig selven nogte beschaadigd nogte gebee-<lb/> terd werden, ende dat sy daarom over der selver goed doen aan ande-<lb/> re Menschen niet nijdig, ende oover het quaad doen der selven veel eer<lb/> meede-doogende zijn, als daar oover toornig, ende geneegen werden,<lb/> deselven te beschaadigen, ofte van de selven quaalik te spreeken.<lb/> Maar daar en teegn vind men veele andere Menschen, welke ont-<lb/> bloot zijnde van waare Deugd ende Wijsheid, sig in gevolge van dien<lb/> niet schatten; ende dat sy in teegendeel sig begaafd vindende met<lb/> schoonheid van lighaam, veele Goederen ende Eedeldom, uit eene ydele<lb/> Hovaardie sig heffen booven die geene, welke soo niet begaafd en-<lb/> de waarelik ten opsigte van haare goede Wille, beeter als sy zijn; waar<lb/> by nog komt, dat die ondeugende Menschen, weetende dat alle het<lb/> gunt by besitten, van soodanigen aard is, dat sy van den onkondigen<lb/> Menschen, welke altijds in den grootsten getaale zijn, meer ofte min<lb/> geagt sullen werden, naar dat meer ofte min Menschen die selve gaa-<lb/> ven in laagere ofte hoogere graade beistten, soo zijn sy in allen ma-<lb/> nieren seer nijdig op die geenen, die haar naast koomen ofte schijnen<lb/> te booven te sullen gaan. Gelijk sy meede gewoon zijn, om sig boo-<lb/> ven anderen des te meer te doen uitsteeken, leelike, arme ende on-eede-<lb/> le Menschen te veragten ende aan te rasnen. Ende terijle sy aldus<lb/> de Armen vertreeden, ende de wijse Menschen deese Hovaardige Gek-<lb/> ken wijken, werden sy des te baldaadiger, ende voortgaande in haa-<lb/> re quade wijse van leeven, ontmoeten sy daarom eindelik Menschen,<lb/> die haar in laatdunkentheid gelijken, ende in sterkste des lighaams te<lb/> booven gaande, die veragtinge ende dat smaalen niet lijden willen-<lb/> de, de Hoovaardigen aangrijpen ende ter needer leggen. Ons lee-<lb/> rende den eigendlijken sin deeser FABULE te weesen, dat de Hoo-<lb/> vaardigen, de Armen ende Wijse Menschen, wanneer sy haar niet ont-<lb/> wijken, vertreeden, ende dat de Hoovaardigen selfs daar naa, door<lb/> anderen haars gelijken, ter needer geveld werden.<lb/> </p>

SEQ

29

PARENT

embstma_add132

HIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

URL_IMAGE

embstma_add132_pic159.jpg

TIPE

emblempictura

NEXT

embstma_add132_emblem028

IIHIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

CAPTION_EN

Ermine and squirrel mocking a toad and owl because of their lack of beauty

SOURCE_FILE

embstma_add132.xml

MOTTO_NL_NORM

De mug vliegt eindelijk in de kaars

LINK_FACSIMILE

embstma_add132_fac159

MOTTO_LA

<p>Luxuriant animi rebus plerumque secundis.</p>

TYPE

emblem pictura

IC

25F22(+514)

25F23(ERMINE)

25F26(SQUIRREL)

25F34

25F51(TOAD)

25H114

51D4

51DD4

57AA645

PREV

embstma_add132_emblem026

MOTTO_NL

<p>De Mug vliegd eindelik in de Kaarsse.</p>

ID

embstma_add132_emblem027

MOTTO_LA_NORM

Luxuriant animi rebus plerumque secundis