$ TEXT_EXPL_XML

31. De Leew ende eenige verslindende Beesten. DE Leew met advijs van alle verslindende Beesten, een gebod hebbende doen afkundigen, dat alle Hoorn- Beesten voor Sonnen ondergang, de seer grasrijke ende aangenaame Bosschaadje moesten ruimen, ende sonder des selver believen, nooit daar in weeder te koomen had- den, op lijf-straffe; Soo gebeurde het, dat een Koe, bui- ten de Bosschaadje sig begeeven hebbende, haar sag ge- volgd van eenen Paarde, als ook van eenen Haase, wel- ke sy aldus aansprak:,, Broeders, wat beweegd u, neevens ,,my het Bos te verlaaten, daar deese Wet u geensins aan- ,,gaat? Waar op het Paard seekere Wen ofte Uitwas aan sijnen Hoofde toonde, ende daar by vougde, dat die ee- nige gelijkheid met eene Hoorn die nog stond uit te koo- men, hebbende, hem ligtelik voor een seer sterk, ende voor den Leewe vreeselik Hoorn-beest soude doen aansien. De eenvoudige Koe deese Reeden niet voor genougsaam aanneemende, seide: Het oogmerk van deese Wet is, soo- daanige ordre te stellen, dat de Leew door het middel van de Hoorn-beesten niet soude konnen gestooten werden, ende die Buil ofte Wen maakt u selven nog onbequaamer tot stooten, dat of gy die niet en had. Ende als de Haas seide, dat hy uit den Bosse vlugte, uit vreese, dat de Leew sijne lange ooren voor Hoorens soude neemen, seide de Koe insgelijks, dat die ooren niemanne konden beschaa- digen, maar dat een Haas daar by des te ligter konde ge- greepen werden; soo antwoordeden sy beiden uit eenen monde: 't Is alles waar 't geen gy segt, maar wy hebben veele Landen doorreist, ende daarom kennen wy mis- schien beeter als gy de listige voorneemens der Leewen ende Verslindende Beesten, die wy vermoeden daar heenen te strekken, om onder eenige eerlijke voorwendinge, al- ler gras-eetende Dieren vlees te bekoomen, ende soo doen- de, evenwel de naam van regtvaardig te zijn, te konnen behouden. Ende schoon genoomen des Leewen voornee- men omtrend het afkondigen deeser Wet, soodaanig niet waare, soo is het ons genoug, dat gewisselik de eerste Hongers-nood ons in het gevaar van door den Leewe of- te door de verslindende Dieren gegeeten te werden, bren- gen soude; ende dat wy derhalven oover-vloedige reede- nen hebben, ons te verseekeren, dat wy seer wel doen, met die onseekerheid by de verslindende Dieren niet te willen leeven, maar dat wy neevens u, verre van haar be- hoorden te wijken, sal geen wijs Dier ontkennen.

;

Uitlegging der Woorden. De Ouden hebben verstaan met den LEEW, een Koning die door Wetten regeerd, ofte naar Wetten te Regee- ren, verpligt is. Met Verslindende BEESTEN, Hoovelingen ende Krijgs- luiden. Met Gras-eetende DIEREN, menschen die van haare ei- gen Inkoomen leeven. Met een PAARD, een vernuftig arbeidsaam mensch. Met een HAAS, een ervaaren beleesen mensch, die nie- mand beschaadigd. Met Gasrijke BOSSCHAADJEN, seer aangenaame Hui- sen ende Landen der gemeene Ingeseetenen. Heeren, die sonder Wetten regeerden, ende derhalven haare Ondderdaanen naar hun gelieven straften ende beloonden, wier- den by de Ouden geagt te zijn Barbaren, dat is, de allergrootste Tyrannen ende der selven Onderdaanen de aller-ongelukigste Slaaven, waar van wy de Exempelen sien in Turkyen, Persien, Moscovien, Etc. daar in die andersins soo seer geseegende Landen, alle kennisse, alle deugd, alle rijkdom der Ingeseetenen belet ofte uitgeblust, ende geroofd, als ook verteerd werd, door die boose regeeringe. Heeren die naar hun gelieven voor haare Onderdaanen Wetten maakten ende braaken, ende uitvoerden ofte belettenden uitgevoerd te werden, wierden van de Ouden, Tyrannen, ende haare Onderdaa- nen Slaaven, genoemd; om dat aldaar geene Wetten dan ten voor- deele des Tyrans ofte sijner Raaden gemaakt, ende de Onderdaa- nen Slaaven, genoemd; om dat aldaar geene Wetten dan ten voor- deele des Tyrans ofte sijner Raaden gemaakt, ende de Onderdaanen onder schijn van wetten niet naar reeden ende billikheid, maar ten voordeele des Heeren ende sijner Hoovelingen eerst gemaakt ende daar naa nog meer uitgelegt wierden, ende sy derhalven op der Wet- ten eigendlijken sinne niet mogten sig verlaaten ende vertrouwen. Heeren die geene magt hadden, eenige Wetten te maaken ofte te breeken, maar die gesteld waaren, om deselve te doen execu- teeren, ende die ook leeven moesten naar soodaanige Wetten als een Raad, ofte eene vergaadering van veele andere daar toe be- vougde Menschen, goed gevonden hadden te maaken, wierden van ouds by den Grieken ende Latinen, *Koningen genaamd. Ende oordeelden de selven, dat onder de eerste slag van Heeren, geene verstandige Menschen konden, ende onder de tweede slag geene behoorden te willen leeven ende woonen, zijnde alleen de derde slag van Heeren draagelik. Alsoo de Wetten aldaar niet naar voorvalle ende naar den Lust van eenen Mensche gemaakt, uitgelegd ende gebrooken, maar vooraf voorbedagtelik ten voordeele der geenen die daar aan gehoorsaamen moesten, gemaakt, ende de Regters, om daar naar te oordeelen, als ook die Heeren om de executie te doen, verpligt ende genoodsaakt plagten te werden. Sulks die gemeene Ingeseetenen naar die Wetten schuldig geoordeeld werdende, haar lijf ende goed verbeurd te hebben, het selven niet den Regteren nogte dien Heere, maar hun eigen selfs moesten wijten, dat sy sig aan die straffe ofte schaade te moeten lijden, door haare eigene misdaaden, schuldig gemaakt hadden. Ende de Deugdsaame Ingeseetenen aan de andere sijde, naar de Wetten geleefd hebbende, sig ook allesins ver- seekeren konden, vry gesprooken, ende voor allen quaade beschermd te sullen werden. Weshalven ook in soodaanige Republiken, die met bepaalde Hoofden voorsien waaren, de Ondeugden eenigsins uitge- bluft, ende de Konsten, Weetenschappen, Rijkdommen, Etc. der gemeene Ingeseetenen ook eenigsins aangefokt wierden. Daar in teegendeel deese FABUL ons afbeeld eenen Heer die, steunende niet op de reeden ende billikheid, maar op sijne Hoovelingen ende krijgsluiden, soodaanige Wetten maakt ende breekt, als ook de- selve uitlegt ende doet uitleggen, ende executeerd naar sijn eigen gelie- ven; ende ons derhalven leerd, dat de vernuftige arbeidsaame, gelijk meede in kennisse ende deugden uitsteekende Menschen, door de liefde tot haare Huisen ende Landen niet behoorden te werden weederhouden, van te vlieden uit ende van soondaanige Regeeringe, daar men waarelik naar den sinne der Wetten leevende, sijn leeven, eere, ende goederen, niet langer behouden kan, dan als het eenen Mensche, ofte die van sijnen Aanhange geliefd. Ende deselve FABUL ons ook leerd, dat verstandige Menschen, hun voormaals Vry ende daar naa ooverheerd Vaaderland verlaatende, sig nooit behoorden ter needer te setten, dan in Republiken, daar men, naar Wetten lee- vende, gerust mag zijn.

SEQ 33 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic179.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem032 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN A lion, a leopard and a wolf creating laws that are difficult to obey for animals with horns or hooves SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Wijs my de Man, ik wijs u het Regt LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac179 MOTTO_LA

Ubi Dominus odit fit nocens, non quaeritur.

TYPE emblem pictura IC 25F23(LION) ; 44B531 ; 59CC2 PREV embstma_add132_emblem030 MOTTO_NL

Wijs my de Man, ik wijs u het Regt.

ID embstma_add132_emblem031 MOTTO_LA_NORM Ubi Dominus odit fit nocens, non quaeritur CHILDREN CHILDREN_SQRT 0