TEXT_EXPL_XML

<p>32. De Schaapen, Herder ende de Wagt-Honden.<lb/> EEnige voorsigtige Schaapen, aangemerkt hebbende de<lb/> wijsheid ende bequaamheid der Menschen, om haar<lb/> voor de Wolven te beschermen, ende haar midderler wij-<lb/> le ordentelik, van eenen afgeweiden Velde, naar een an-<lb/> der graasiger te drijven; koosen eenen aansienelijken Man<lb/> tot haaren Herder, op voorwaarden, dat hy voor sijnen<lb/> arbeid den Wol, die by tijden van haar afviel, tot sijner<lb/> Kleedinge gebruiken, ende dat hy ook haar oovertollig<lb/> Melk drinken soude moogen, Ende de Schaapen dus lan-<lb/> gen tijd gehoed zijnde, saagen sy eindelik, dat haar Her-<lb/> der, hoe besorgd ende weldaadig hy ook omtrend haar<lb/> <pb n="embstma_add132_fac184"/> mogt schijnen te weesen, hy nogtans haar, onder voorgee-<lb/> ven, dat de Wol haar in den Soomere al te seer soude verwar-<lb/> men, soo kaal schoor, dat sy des Soomers niet min koude<lb/> als in de Wintere leeden, hoewel hy dat waarelik deede,<lb/> niet om dat hy daar meede der Schaapen wel-vaaren sogt,<lb/> maar in teegendeel, schoor hy haar uit gierigheid, om<lb/> haare Wol ten diersten te verkoopen. Ende bevonden<lb/> die Schaapen daar beneevens, dat hy dat selfden ook dee-<lb/> de met haar alle hunne Melk, die de natuur hun tot on-<lb/> derhoudinge van haare jonge Lammeren hadde geschon-<lb/> ken, af te tappen; onder voorgeeven, dat de Lammeren<lb/> haar daar van oover-aasen souden, ten waare sy haast leer-<lb/> den gras eeten. Ende dat die Herder daar en booven voor-<lb/> wendende, dat haar weinige grasige Velden haar niet alle<lb/> souden konnen voeden, indien sy al te veel vermeenigvul-<lb/> digden; het derhalven nodig was voor haar, op dat sy<lb/> niet alle stierven, by tijden eenige Schaapen te dooden,<lb/> sulks hy ook waarelik naar sijnen honger ofte sijne lusten<lb/> sig spijsde met haar vlees, hoewel alles onder voorwend-<lb/> sel, dat het geschiede ten haaren voordeele, ende met<lb/> eenen grooten yvere, om des te beeter haar teegen de<lb/> Wolven te konnen ende te sullen beschermen. Het welk<lb/> aldus door de Schaapen aangemerkt zijnde, ende de Her-<lb/> sijne aflijvigheid, hen te begeeven onder de beschermin-<lb/> ge der Wagt-Honden, die uit der aard geene Schaapen<lb/> doodeden, ende by Voorwaarden, alles sins met haaren<lb/> aarde oover een koomende, geene andere beloonine be-<lb/> geerden, als van haare Melk, ofte van de Schaapen, die<lb/> door siekte ofte ouderdom haare eigene dood quaamen te<lb/> sterven, gevoed te werden: naademaal sy van haare eige-<lb/> ne kleedingen genoug waaren versorgd, ende dat het met<lb/> <pb n="embstma_add132_fac185"/> haaren aard niet oover een quam; Leevendige Schaapen<lb/> te dooden, om die te eeten: gelijk het meede eene seer<lb/> goede saak waas, dat haar grootste Vyand, naamelik de<lb/> Wolf, ook den Honden vyandig, ende dien volgende een<lb/> gemeenen Vyand was; onder welke oppassinge der Wagt-<lb/> Honden, sy haar eenen langen tijd seer wel bevonden, en-<lb/> de nog langer wel bevonden souden hebben, indien op-<lb/> gemelde Wagt-Honden, onder den Lak dat sy Dol waaren,<lb/> door uitsinnige Schaapen, niet gedood waaren geworden.<lb/> </p>

<p>Uitlegging der Woorden.<lb/> SCHAAPEN, zijn onnoosele Menschen, ofte gemeene<lb/> Onderdaanen.<lb/> WOLVEN zijn Vyanden ofte Tyrannen.<lb/> HERDERS zijn Menschen, die voorgeeven, andere te sul-<lb/> len helpen, ende onder dien schijn niet dan haar eigen voor-<lb/> deel souken, of wel wettige Koningen ende Vorsten.<lb/> WAGT-HONDEN, zijn soodaanige Menschen, die in<lb/> den ondergange van haaren Vriende, haar eigen verderf<lb/> souden vinden, ende daarom hem seer trowelik raaden.<lb/> Of wel het zijn opperste Dienaars, ofte Magistraaten ee-<lb/> ner Vrye Republike, die seer wel gegoed zijn, ende seer<lb/> weinig ofte niets van andere Ingeseetenen tot haare Huis-<lb/> houdinge behouven.<lb/> Wanneer de Menscehn zijn in eenen seer gerustigen Stande,<lb/> ende by gevolge tijd ende geleegendheid genoug hebben,<lb/> om alle voorvallende Saaken rijpelik te ooverweegen, eer sy be-<lb/> sluiten wat gedaan ofte gelaaten behoorde te werden: Soo leeren<lb/> sy nogtans selfs in dien aller-gewensten Menscheliken stande, en-<lb/> de by haare bedaarde sinnen weesende, niet soo seer wat haat nut<lb/> ofte schaadelik sal weesen, door eenige voorgaande eigenen Reeden-<lb/> kaavelinge ofte anderer Onderwijsinge, als wel door eigene bevindinge,<lb/> onde door het gunt sy aan anderen haars gelijken sien gebeuren.<lb/> <pb n="embstma_add132_fac186"/> Ende wanneer de Menschen door swaare ongemakken gedrukt<lb/> werden, ofte in soo eenen Stande koomen, dat sy vreesen alle haar<lb/> goed, ofte haar lijf ende leeven te sullen verliesen, soo werden haa-<lb/> re sinnen geduurig opgewekt, om te bedenken de grootheid der<lb/> ongemakken, die sy voelen; ende zijn sy alsdan geduurig beesig<lb/> met de Saaken die sy vreesen haar te sullen ooverkoomen, nog vree-<lb/> selijker als sy waarelik zijn, sig selven voor te stellen; Sulks sy sig<lb/> in die stande nooit tijds genoug geeven, om met bedaarde sinnen,<lb/> ofte met wijse ende goede vrienden, welke sonder die ongemakken<lb/> ende buiten noode zijn, wel te ooverleggen ende te besluiten, wat<lb/> in soodaanigen stande der saaken, best gedaan ofte gelaaten waare:<lb/> maar aanstonds, op de minste schijn van te konnen ofte te sullen,<lb/> tot eenen beeteren stande, dan waar sy alsdan in zijn, geraaken;<lb/> soo besluiten sy altijds tot de eerste in der hand vallende verande-<lb/> ringen, ende behaagen die veranderingen haar ook gemeenelik<lb/> niet langer, dan tot dat sy met der daad bevinden, wel van quaad<lb/> veranderd, maar weinig ofte niet verbeeterd, jaa door de onge-<lb/> woonheid van de nieuwe ongemakken ende lasten te draagen, als<lb/> ook door veele andere oorsaaken, merkelik verargerd te zijn.<lb/> Sulks indien sy daar naa door eenige gevallen deeses Weerelds,<lb/> ofte om beeter te seggen, door Goodes genaade, onnooselik ende<lb/> sonder geweld, van dat haar swaarelik drukkend quaad werden<lb/> verloft, sy alsdan met seer bedaarde sinnen, de saaken rijper ende<lb/> beeter plagten te ooverleggen, ende te besluiten, niet te gebrui-<lb/> ken twijgelagtige middelen, ende Hulpers, die wel goed souden<lb/> konnen, doen maar magschien liever quaad doen sullen willen.<lb/> Naamentlik, sy vermijden alsdan seer wijselik t'haarer hulpe te ge-<lb/> bruiken soodaanige Menschen, die in het wel-ofte quaalik-vaaren van<lb/> haaren Vriend, niet haar eigen wel-ofte quaaliik-vaaren, maar haar eigen quaa-<lb/> lik- ofte wel-vaaren, gewisselik vinden sullen, ofte immers konnen, om<lb/> in plaatse van dien te gebruiken, soodaanige Raaders ende Hel-<lb/> pers, die neevens haaren Vriend staan ofte vallen sullen moeten.<lb/> Ende is dit selfs by de aller eenvoudigste Menschen, wanneer sy<lb/> haare eigene bysondere Saaken handelen, soodaanig de gemeene<lb/> loop; dat daar uit is ontstaan het Spreekwoord, dat een Eezel sig niet<lb/> meer dan eens stoot aan den selfden steene. Maar vermits geene Saaken<lb/> soo seer als eigene niet worden aangetrokken, ende dat daar en<lb/> <pb n="embstma_add132_fac187"/> booven de ongemakken der Regeeringe op veele schouderen ge-<lb/> draagen, ende de voordeelen, op veelen verdeeld werdende, klein<lb/> zijn voor eenen ydere der Ingeseetenen in het bysonder, ende<lb/> dat eindelik, door de stervelikheid der Menschen, de oude Ko-<lb/> ningen soo wel als Onderdaanen, geduurig sterven, ende niewe ofte<lb/> jonge aangebooren werden, die alle onweetende ter wereld komen,<lb/> ende de ongemakken der Ouden nog niet veroorsaakt ofte gelee-<lb/> den hebben: Soo siet men in deesen die al te groot onvoorsigtig-<lb/> heid gemeenlik pleegen, dat wanneer God de Heer haar sulks van<lb/> eenen Dwingelande ofte quaaden Koninge heeft verlost, dat sy de Saa-<lb/> ken wijselik ooverleggende, haar selven eens ende voor allen van<lb/> die ongemakken ontslaan, ende eene beetere forme van Regeeringe op-<lb/> stellen souden konnen, sy nogtans in plaatse van dien, niet dan ver-<lb/> anderingen van Menschen maaken; waar door de Onderdaanen wel<lb/> van Tyrannen veranderen, maar van de Tyrannie, die de Onderdaanen<lb/> gedrukt heeft, ende drukt, niet verlost werden. Sulks verbeete-<lb/> ren ofte weg-neemen der Ongemakken van der Regeeringe, met<lb/> die te brengen tot eene beetere forme, eigentlik is het werk der al-<lb/> derwijste ende aller deugdsaame Menschen. Gelijk in teegendeel het<lb/> verargeren der forme van Regeeringe, ende het invoeren der ge-<lb/> breeken van dien, in het grootste Schelmstuk dat Menschen op der<lb/> weereld, ofte in haar leeven, souden konnen doen.<lb/> Ende hoewel ter verklaaringe ofte bevestiginge deeses, soo uit<lb/> de oude als niewe Gedenk-schriften, van beiden souden konnen wer-<lb/> den bygebragt seer veele Exempelen, om aan te wijsen, dat selfs<lb/> veele der allerbeste Koningen, op dat sy met haare Hoovelingen in alle<lb/> ooverdaaden souden konnen leven, niet tegenstaande haare gedaane<lb/> Beloften ende afgelegde Eeden, de Rijkdommen hunner Onderdaa-<lb/> nen, onder schijn van Boeten ofte Verbeurt-maakingen, weegens ee-<lb/> nige opgeraapte Misdaaden, tot sig trekken: ende ten besten gaan-<lb/> de, haare Onderdaanen door veelderlei Schattingen ende Lasten kaal<lb/> scheeren, onder seer schoone dekmantels, jaa onder den schijn<lb/> van seer goede Medicijns te weesen, ende dat sy tijdelik, volgens<lb/> de Regulen der konste, de Anderen hunner Onderdaanen mocten<lb/> ende weeten te oopenen, naamelik met moedwillige oorloogen<lb/> te onderneemen, om door beide die midddelen de weelde ende<lb/> de vermeenigvuldiginge haarerr Onderdaanen te beletten; ende dat<lb/> <pb n="embstma_add132_fac188"/> dien volgende alle de geringste verstanden der Menschen, uit alle<lb/> die meenigvuldige ende geduurige voorvallen, wel vastelik be-<lb/> hoorden te besluiten, dat wanneer de goede God, door sijne ge-<lb/> naade, de Onderdaanen van eenen Dwingen-lande ofte Koninge sulks<lb/> heeft verlost, dat sy eene beetere forme van Rergeeringe souden konnen<lb/> opregten; het een seer schandelik versuim is, het selven niet te<lb/> doen: efter soo sullen wy geene andere Exempelen voor de oo-<lb/> gen stellen, als die van de Vereenigde Neederlanden, ende dat in soo-<lb/> daaniger wijse, dat wy ons eigen oordeel daar van niet oopenbaa-<lb/> ren, maar den Leesere selfs laaten oordeelen sullen, of de Ingesee-<lb/> tenen in plaatse van Graaven, Stadhouders ende Kapiteinen Generaal,<lb/> eerst verkooren, ofte van tijden ten tijden oover haar verkreegen<lb/> hebbende, ende daar naa, sonder de selven door gemeene Opwag-<lb/> ters geregeerd zijnde geweest, als meede eindelik weederom<lb/> Stadhouders ende Kapiteinen Genaeraal verkiesende, haare forme van<lb/> Regeeringe verbeeterd ofer verargerd hebben, ende of sy dien vol-<lb/> gende onder de Voorsigtige ofte Onvoorsigtigen, Gelukkigen of-<lb/> te Ongelukkigen, behoorden te werden gereekend: Want de<lb/> leeser, soo wel als wy, de gedagten vry hebbende, daar meede niet<lb/> kan sondigen, gelijk wel in teegendeel gedaan soude konnen wer-<lb/> den, door den geenen, die sig aan-maatigen soude, sijn oordeel<lb/> in deesen door gedrukte Bouken, voor ofte teegen, allen Ingesee-<lb/> tenen deeser Landen bekend te maaken; alsoo sulks souden strij-<lb/> den teegen de pligt eenes goeden Borgers, die van Goode wel eene<lb/> goede ende beetere Regeeringe, als waar onder hy leefd, vermag te bid-<lb/> den ende te wenschen, maar efter met de selve Regeeringe, soodaa-<lb/> nig als sy is, sig gerust ende te vreeden houden moet, sonder die sei-<lb/> telik te willen veranderen. Macrob.Saturn.lib.2.c.2. C.Tacit.Hist.4.<lb/> Maar wy sullen dit besluiten, met in het gemeen te seggen, dat<lb/> deese FABUL den Menschen leerd, dat wanneer sy sig in groote<lb/> ongemakken bevinden, ende arger vreesen, sy, om daar uit te geraa-<lb/> ken, niet haastig moeten resolveeren, te gebruiken middelen die niet<lb/> alleen baaten, maar ook schaaden konnen. Ende insonderheid dat sy<lb/> sig moeten wagten, in haare ongemakken ter hulpe te roupen sooda-<lb/> nige Menschen, welke naa de beweesene hulpe, door eene onderdruk-<lb/> kinge der geholpenen hare eigene grootheid ende magt souden kon-<lb/> nen opbouwen, om die wel eer Vrye Luiden tot haare Slaaven, ende<lb/> sig daar oover Tyrannen ofte Souvergine Heeren te maaken.<lb/> </p>

SEQ

34

PARENT

embstma_add132

HIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

URL_IMAGE

embstma_add132_pic183.jpg

TIPE

emblempictura

NEXT

embstma_add132_emblem033

IIHIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

CAPTION_EN

reserved for caption

SOURCE_FILE

embstma_add132.xml

MOTTO_NL_NORM

Harde Slaagen leeren

LINK_FACSIMILE

embstma_add132_fac183

MOTTO_LA

<p>Piscator ictus sapit.</p>

TYPE

emblem pictura

PREV

embstma_add132_emblem031

MOTTO_NL

<p>Harde Slaagen leeren.</p>

ID

embstma_add132_emblem032

MOTTO_LA_NORM

Piscator ictus sapit