$ TEXT_EXPL_XML

34. Eene kat, Draak, ende de Vyl. EEne Kat, door honger of door lekkernie, spijse souken- de, quam in seekeren Smids-winkel, ende vond aldaar ee- ne Vyl, die, op dat sy niet roesten soude, door den Smeede, met lekkere Olie besmeerd was, welke de Kat aanstonds begon te likken, ende ook seer soet bevond, sulks sy gedu- rende, ende ook naa het aflikken der Olie, in het likken voortgaande, haare Tong op de scharpe Vyle doorlikte, en- de in plaatse van Olie, haar eigen bloed ende tong, wel- ke sy eeven soet als de Olie geweest was, bevond, allangs door swolg, sonder dat te vermerken; tot dat sy eindelik door honger swak van lighame werdende, ende haare tong, om niew voedsel in te konnen slikken, missende, ellen- dig quam te sterven. Ende alsoo omtrend de selve tijden een Draak alle sijn leeven had besteed om Goud te sou- ken, sulks hy daar door het Gulde Vlies van Colchos, neevens de Goude Appelen der Hesperides, met veele an- dere verborgene Schatten, in sijn besit gekreegen had: soo wierd hy, weegens het bewaaren der selven, daar in, ende daar oover soo besorgd, dat hy de selve Schatten nooit verliet, maar met sijn eigen lijf bedekte, ende on- derwijle nog by daage, nog by nagte ruste, tot dat hy door den slaap-dranke ende de konsten van Medea, in slaa- pe gevallen zijnde, van alles beroogd, ende door dat ver- lies soo ontsteld wierd, dat hy om andere niewe Schatten te vinden her-ende derwaarts loopende, eindelik in des opgemelde Smids-winkel quam, ende die blinkende schoone Vyl voor eene groote schat aansiende, opslokken wilde, om deselve des te beeter ofte seekerder te bewaa- ren: in vougen hy op die Vyl alle sijne tanden brak, en- de daar en booven bespot wierd, dat hy had willen troost ende schatten vinden by eenen die niemanne goed te doen, maar alle het gunt hem voorquam, te bijten en- de te verteeren plagt.

;

Uitlegging der Woorden De Ouden hebben hier verstaan met eene KAT, een wellustig Mensch. Met een DRAAK, een seer gierig ende vrek Mensch Met een VYL, een Mensch die allen Menschen quaad, ende niemanne goed doen wil. Met de Tong ende het BLOED der KATTE, der Menschen eigen Leevens-middelen. DEwijl alle het gunt van Goode is geschaapen, eenig goed ge- bruik kan hebben, soo is ook alles in sig selven goed, ende ontstaat die benaaming van quaad te zijn, onder den Menschen, wanneer eenige Saaken van haar niet soodaanig werden gebruikt, als sy behoorden gebruikt te worden, ende qy by gevolge door eene alte groote liefde tot ons eigen selfs, alles schatten ende hoog ofte laag agten, naar het ons ten goeden ofte ten quaaden voor- komt. Sulks wy goed noemen ofte quaad, alle het gunt ons meer goeds ofte meer quaads aanbrengd, eeven of het buiten ons geen ander gebruik konde hebben. Ende daar en booven bestieren de Menschen in het gemeen haar verstand soo quaalik, dat sy van Menschen ende Saaken, die haar onbekend zijn, altijds grootere gedagten, als van bekende Menschen ofte Saaken hebben: gelijk op deese gronden geen Propheet in sij- nen eigen Lande ge-eerd werd, ende verandering van Lande, alleen een Eedelman maaken kan. Ende daar beneevens meenen de Menschen, alle het onbekende soodaanig te weesen, als het bekende deel van dien haar voorkomt: Gelijk op dien gronde de Menschen van ouds den Aard-boodem geen kloot, maar vlak te zijn, begrijpende, haare bekende Afteekeningen met eenige Bergen, Bossen, Woestijnen ofte See, sig oneindelik uitstrekten, ende derhalven plagten sy, in haare Kaarten, daar by te schrijven, hier buiten is niet als Bergen, Bosschaadjen, woestijnen ofte See, naar dat die laatste bekende benaaming, ende afpaaling was. Ende insonderheid sien wy, dat die dwaalingen door de Menschen niet werden vermijd omtrend Wellustige Saaken, want of die schoon den Menschen eindelik veel meer quaads als goeds toebrengen, soo veroorsaaken nogtans de eerste Soetighee- den van dien, by haar niet alleen die gemeene gedagten, dat die soetigheeden altijds sullen duuren, maar geeven die daar en boo- ben den Menschen soo diepe indrukselen, dat sy de onwaar- heid der opgemelde gedagten niet pleegen te vermerken, dan soo laat, dat sy door het genieten der selve Soetigheeden, alle verdorven ende onbeeterlik zijn gworden. Ja sien wy, dat de begeerten van Goederen ende Rijkdommen te verkrijgen, haaren oorsprong genoomen hebbende uit de gemeene menschelijke behouf- tigheid, de selve begeerten ook na het verkrijgen der Rijkdommen, den Menschen by blijven ende vermeerderd werden. Sulks sy in plaatse van het verkreegen behoorlik tot haare nood-drust, ge- mak, ende vermaak te besteeden, tot grootere Gierigheid ende Vrekheid vervallen, ende daar door geen min gebrek lijden, dan of sy alle Goederen, die sy verkreegen hebben, ende als eigen besitten, ontbeerden; terwijle sy met meer moeite, kommer ende sorge, om die Rijkdommen nog te vermeeren, ende die wel te bewaaren, belaaden werden, ende schandelik als dob- beld arme Menschen leeven, ende sterven. Cum furor haud dubius cum sit manifesta phrenesis Ut Locuples moriaris egenti vivere Fato. * Ende om eenigsins aan te wijsen, hoe bysondere Wellusten door soete beginselen de Menschen verleiden, soo konnen wy aan- merken, hoe blijdelik, schoon, cierlik ende net, Vrow Venus gemeenelik komt aantreeden, hoe sorgeloos, ongeveinsd, en- de vermaakelik Bacchus de Menschen aanlokt, hoe soet de on- ervaarene Menschen door de Twist-Goddin Bellona ende Erinnis werden aangehaald, om sig in eenige Krijgs-diensten te begee- ven, den oorlog te volgen, ofte eenige Processen aan te leggen ende te vervolgen. Maar seer weinige wijse Menschen bemer- ken, hoe drouvig, slordig, vuil ende leelik, Vrow Venus te schei- den plagt; hoe sinneloos, beestig arm ende schandelik, Bacchus gewoon is te eindigen; ende hoe slaaf-agtig, rookeloos, arm ende ellendiglik de Krijgs-luiden ende Pleiters, leeven ende ster- ven. Ja daat meer is, wy sien dat selfs in Vrye Republiken, Po- litiken, die onder de Menschen voor de wijsten vermaard zijn, doorgaans deese misslaagen doen, wanneer sy voor groote Soe- tigheeden opneemen, het uitvinden, stellen ende vermeerderen, als ook het begeeven der profitabile Amiten, ten laste van Stad ofte Staat; ende dat sy daar en booven haare publike als ook der Amtenaaren ende der selven Dienaaren Inkomsten vermeerderen, met de eigene Leevens-middelen, waar door de gemeene Ingeseete- nen van die Stad ofte Stat sig erneeren, ende haar voedsel sou- ken moeten, te beswaaren; ende dat sy onderwijlen niet bemerken, dat sy niet min als onse AEsopise Kat, haare eigene Tong door-gelikt ende verteerd hebben. Naamelik, sy vermerken niet, dat die Stad ofte Staat daar door laag gehouden, ende verminderd werd, dan wanneer sy Regenten selfs, ofte haare Beamten ende Dienaars, gemeene Ingeseetenen Leevens-middelen soodaanig verloopen zijn, dat sy niet hersteld konnende werden, die Stad ofte Staat in het geheel vergaat. Ende mitsdien alle die Regenten, Am- tenaars, ende Dienaars, als niet gewoon zijnde, voor den kost te sorgen, maar door de sorgen ende arbeiden der andere In- geseetenen te leeven, de aller-ellendigste Land-loopers wer- den. Dus sien wy daageliks, hoe roekeloos ende blijdelik veele Ko- ningen ende Vorsten, alleen om Lof te behaalen, ende oover den gantsen Aard-boodem alsoo vermaard te zijn, als sy van haare eige- ne Onderdaanen beroemd werden, teegen andere Staaten ende Lan- den, die sy meenen te verteeren, oorloogen aanvangen: ende hoe veele van dien soo harden teegenstand vinden, dat sy op haare Vyanden de Tanden breeken, ofte self verteerd wer- den. Wat belangd die gebreeken, van te gelijk gierig ende Vrek te te weesen, die zijn soo wel by de Oude als Niewe Digters, niet al- leen in haare Rijmen, maar ook in haare Klugten van de Geer-aar- den ende Waarenaaren, soo breed voorgedraagen ende bespot, dat onnoodig is hier van meer te seggen. Ende eindelik seggen wy, den eigendlijken sin deeser FA- BULE te weesen, dat wy seer schow te zijn, ende de gemeen- schap te vermijden behoorden, van alle Menschen ende Saaken, die in het gemeen meer schaade als baat den Menschen, die met den selven ommegaan, ofte de selven verkreegen hebben, die met brengen: Ende dat wy in het bysonder ons door de soete Begin- selen der Wellusten, niet behoorden te laaten verleiden, om on- gevoelig ons selven te beschaadigen, ende dat wy booven allen ons moeten wagten, onse eigene Leevens-middelen te verteeren, ofte aan te grijpen onse eigene Koningen ofte Vorsten, ende an- deren die magtiger als wy zijnde, ons souden konnen slaan en- de verteeren, met haare lange armen ende Struis-maagen.

SEQ 36 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic195.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem035 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM De Gierigheid, bedriegd de Wijsheid LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac195 MOTTO_LA

Cum majore certare furiosum.

TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem033 MOTTO_NL

De Gierigheid, bedriegd de Wijsheid.

ID embstma_add132_emblem034 MOTTO_LA_NORM Cum majore certare furiosum CHILDREN CHILDREN_SQRT 0