$ TEXT_EXPL_XML

41. De Man ende een Arend. EEr de Menschen met Bus-kruid uit bussen, loode koo- gelen, ofte haagel te schieten, hadden gedagt; soo konden sy de andere Dieren niet schieten dan met Bou- ten, Flitsen ende Schigten, ende die konden daar toe niet bequaam zijn, ten waare aan den onschaadelijken einde van dien Arends-veederen konstiglik ingevougd wierden: weshalven een Man, koomende by eenen A- rende, seide pijlen van noode te hebbem, om ten gemee- nen nutte, alsoo sy beide vlees-eetende Schepselen waa- ren, wildbraad te konnen schieten. Ende versogt die Man derhalven, dat hy eenige veederen tot pijlen uit sij- ne vleugels geliefde te plukken, ende hem die van sijner rotse toe te werpen, op voorgaande gedaane beloften, dat het te schieten ende te vangen ofte geschooten ende gevangen Wild, tot gemeenen dienste soude zijn: Het welk de Arend meende eene seer schoone geleegendheid te zijn, om sonder arbeidsaam vliegen, sijnen kost te be- jaagen, ofte wel vliegen willende, oovervloed ende keure van spijse te bekoomen. Sulks hy den Manne het begeerden ligtelik toestond, ende hem eenige sijner vee- deren toewierp. Maar de Man daar naa den Arend soo ernstig siende loeren, om op eenen Haaze te vallen, dat hy geene sorge droeg, om sig selfs wel te behoeden, dagt, dat hy den Arend doodende, sig van eenen moejelijken Schuld-eissere ende Meede-Laagere verlossen soude, ende dat hy daar en booven des Arends Vlees eeten soude kon- nen, weshalven hy hem seer haastig den Bout in den lij- ve deef, aan wiens einde de gewonde Arend sijn Vee- deren siende; seide eene dobbeld bittere dood te sterven, om dat hy met ende door sijne eigene Veederen gedood wierd.

;

Uitlegging der Woorden. De Ouden hebben verstaan met den Man, een roo- vend doortrapt ofte schrander Mensch. De Man ende een Arend. Met den AREND, een seer roofgierig mensch, meer op sijne kraften als konsten steunende. Wanneer de Menschen eene seer groote begeerte hebben, om ietwes te verkrijgen, soo speelen haare gedagten geduurig- lik op de volmaaktheeden van dat Voorwerp, ende op alle de see- kerste Middelen, om dat seekerlik te verkrijgen: sonder met ee- nen behoorelik te ooverleggen de onvolmaaktheeden end ge- breeken des selfden, ende of sy door het verkrijgen ende aan- wenden van die middelen, in plaatse van gelukkiger te werden, onderwijlen niet selfs seer beleedigd ofte gedood souden konnen werden. Ende hoewel dit is eene gemeene menschelijke swakheid, sulks die sig soo wel omtrend goede als quaade Voorwerpen ende Mid- delen oopenbaad: Soo siet men die swakheid nogtans omtrend de Quaade Menschen ende haare begeerelikheeden, allermeest in swange gaan, ende bemerkt men ook, dat die daar en booven gepleegd werd met dat onderscheid, naamentlik, dat wanneer goede Menschen oover eene goede saake ende een goed voornee- men, in ongemakken koomen te vervallen, sy met haare trouwe Vrienden raadpleegen derven, om sig daar uit te redden, ende in allen gevalle sig troosten met die goede gedagten, deselve on- gemakken van den Menschen niet te hebben verdiend, ende dat daar en booven de goede God haare korte smerte in eeuwig-duu- rende vreugde ende genougen sal veranderen. Ende dat daar een teegen de Quaade Menschen sig door haar eigen schuld, oover quaade saaken ende voorneemen, in eenen seer bedroufden stan- de van saaken siende, sy haare Schelmstukken ofte quaade onderneemin- gen, aan geene eerlijke Menschen derven bekennen, ende raad vraagen, om uit die ongemakken geholpen te werden, maar voor eerst geplaagd werden, met de geheugenisse ende oover- denkinge van alle haare Schelmstukken, waar door sy die plaa- gen op haare halsen hebben gehaald, ende daar naa nog met te ooverdenken ende te gevoelen de swaarte ende smerten der tee- genwoordige plaagen, ende eindelik met die vreeselijke gedag- ten, dat sy met hare Schelmstukken, Goodes eewigduurende oor- deelen ende straffen, welke sig oover alle werkers der ongereg- tigheeden oopenbaaren sullen, te verwagten hebben. Dus dien wy, dat Menschen, die sig gewennen te liegen ende te bedriegen, niet genoug aanmerken, dat sy, soo doende, die groote gaave Gods, als is sijne gedagten ende wille aan andere Men- schen te konnen oopenbaaren, schandiglik voor ende in haar selven vernietigen; Sulks sy daar naa in ongemakken vervallen- de, ende andere Menschen aanroepende, die haar daar uit hel- pen souden konnen, niet werden geloofd, wanneer sy in ernst ende ter goeder trouwe de Waarheid spreeken; ende dat sy der- halven door haare eigene schuld ongelukkelik in haare quaalen blijven steeken. Dus dien wy, dat Menschen, die sig aan de Begeerlikheeden des sterken Dranks oovergeeven, niet genoeg aanmerken, hoe groot eene saak het zy, door wel gestelde sinnen, ende een goed vernuft, sijn eigen lighaam ende gedagten, ten behoude sijns selfs ende sijner vrienden, te konnen gebruiken; ende dat door het misbruiken des Dranks, de Menschen haare sinnen en- de oordeel sulks koomen te verliesen; dat sy haar eigen lighaam op veele naar soo wel niet als domme Beesten konnen bewaaren, ende dat sy daar en booven sig onbequaam maaken, om eenige den Menschen betaamende werken voor te neemen ofte uit te voeren, ende dat sy eindelik door dat middel haar leeven seer kort ofte ook smertelik maaken sullen. Dus sien wy, dat de begeerlikheid van seekere Weedergaade te verkrijen, der Menschen gedagten soodaanige opwekt, om al- le de volmaaktheeden ende deugden van het beminde voorwerp sig te verbeelden, dat sy selfs op geene onvolmaaktheeden of- te gebreeken gedenken konnen: ende wanneer die van haare Maagen, Vrienden ende Raaden voorgedraagen werden, sy die niet aanneemen ofte gelooven willende, eindelik ongeluk- kige Huwelijken aangaan, waar in sy beswaard worden met die gedagten, dat sy die quaalen op sig selfs gehaald heb- ben. Dus sien wy, dat Menschen, die sig aan de onbehoorelijke lusten van Byslapen overgeven, niet genoug bedenken, dat sy het een als het ander vinden sullen, ende dat die korte Vreugden aanstonds in een Beroup veranderen, ende sy allangs daar door haare eere, goe- deren, rust, gesondheid ende leeven verliesen sullen. Dus sien wy, dat Menschen die uit groote begeerlijkhee- den, om anderer Menschen goederen te verkrijgen, te saamen spannen, om met gewelde ofte bedrog die te berooven ende te plonderen, niet bemerken, dat sy door ontrow, oover het dei- len van dien, on-eens worden, als ook malkanderen plonde- ren ende dooden sullen, ende insonderheid, dat die beroofd ofte gedood sal werden, welke den anderen soo sterk gemaakt heeft, dat hy niet alleen haare gemeene Vyanden, daar het op gemunt was, maar ook sijnen weldoender dooden, ende sig daar meede vn alle dankbaarheid en verschuldiginge verlossen kan. Dus sien wy, dat Koningen, Vorsten, ende Republiken, door groote begeerlijkheeden, om anderer Landen te ooverwinnen, veeltijds ten dien einde met eenen Derden aanspannen ende wel vermerken, wat goeds hy Derde door sijne, ende de kraften, die sy hem verschaffen, ten gemeenen nutte uitwerken soude konnen: maar dat sy niet bedenken, dat hy Derde dus sterk geworden zijnde, niet alleen de gemeene Vyanden afweeren, ende ooverwinnen, maar ook sijne Weldoeners dwingen ende tot sijne Slaaven maaken soude konnen. Sulks alle opgemelde Begeerelijke Menschen sig in dien el- lendigen stande bevindende, seer smertelik ooverdenken, dat sy om andere menschen te beschadigen, van Goode vierige koo- len op haaren eigen kop gebeeden ende verkreegen hebben, ende dat sy mitsdien door eigen toedoen, die qualen op hare eigene halsen gehaald hebbende, door enkele spijt allangs uit- teeren, ende eindelik eene dubbeld bittere dood sterven, even gelijk de Arends onser FABULE. Sulks de eigendlijke sin deeser FABULE is, dat gemee- ne Menschen ofte ook Kooningen ende Vorsten op haar selven be- staan konnende, niet behoorden te gelijken deesen al te roos- gierigen Arende; ende in gevolge van dien, op hope van meer- der roof te sullen verkrijgen, aan te spannen met eenen Der- den, die sy soo sterk makken, dat hy het gemeen oogmerk door die hulpe niet alleen verkrijgen, maar ook, te sijnre meerdere grootheid, den Weldoener beschaadigen soude kon- nen, ende dat die Weldoener alsdan van dien Derden beschaadigd ofte vertreeden werdende, eene dubbelde straffe voeld, van die plaage op sijnen halfe gehaald te hebben.

SEQ 43 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic239.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem042 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Sie voor dich, trow is weinig LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac239 MOTTO_LA

Vivitur exiguo melius si noveris uti.

TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem040 MOTTO_NL

Sie voor dich, trow is weinig

ID embstma_add132_emblem041 MOTTO_LA_NORM Vivitur exiguo melius si noveris uti CHILDREN CHILDREN_SQRT 0