$ TEXT_EXPL_XML

42. De voorsigtige Slang, ende andere haar vyandige Dieren. Seekere voorsigtige Slang aangemerkt hebbende, dat, indien sy uit vermaak, ofte om de lekkere kost te sou- ken, breed uitweiden wilde, sy alsdan gewisselik veele moeiten soude hebben, om alle de onderweege voorkoo- mende saaken naar haaren sinne te schikken; ende dat hier daar en booven seer veele andere Dieren waren, die op het selfden aasden, daar sy Slang sig selven gaarne meede voeden soude: ende eindelik aangemerkt hebbende, dat sy ook veele Vyanden had, die magtig waaren haar niet alleen te beschaadigen, maar ook te dooden, ende tot haare spijse te gebruiken; So koor sy, om dit alles voor te komen, omtrend een graasig veld, daar sy haar behoor- lik voedsel vinden konde, in eenen ontoegankeliken Hole eener Rotse, haare vaste wooning; daar sy in der stillig- heid haar met allen die van haaren Huisgesinne onder- houden, ende tegen allen aanvallen beschermen konde, en waar sy ook waarelik seer langen tijd sig onderhiel, ende beschermde; om dat sy aldaar nog van agteren, nogte ter sijden, van haare Vyanden konde werden besprongen; ende dat sy voor uit hare ooren ende oogen gedurig wakker hield, om alle onheil te konnen afkeeren, ende de quade Dieren, die haar al te naa by-quamen, met haar Slangen- vergif te konnen dooden: Waarom ook andere Dieren, dat hare Vyanden waren, sienden, dat sy die voorsigtige Slang niet sonder eigen gevaar konden te naar komen, op- hielden van middelen te bedenken ende in den werke te stellen, ten haren naadeele, also sy met groote reden hun genougeden, met te konnen vermijden so een Dier, dat sy niet, dan met selfs schaade te lijden, souden konnen in dat Hol aanranden. Sulks die Slang aldaar voortaan gerustelik leevende, ende van naaby haaren kost souken- de, tijds genoug ten oover had, om all ehet geweld der andere Dieren onder malkanderen, ende de onderlinge smerte, daar uit ontstaande, wel te ooverdenken; ende sig mitsdien seer gelukkig te agten, dat sy daar van be- vrijd zijnde, in der stilte allangs oud worden, ende ein- delik in het byzijn van Wijf ende Kinderen, gerustelik haar leeven eindigen soude.

;

Uitlegging der Woorden. Een Voorsigtige SLANG, is een seer wijs ende omsigtig Mensch, ofte seer voorsigtige Regenten eener Vrye Republike. Een On-toegankelik Hol, is een yders eigen Huis; ofte wel eene sterke onwinbaare Stad. Andere Vyandige Dieren, zijn de gemeene Menschen, die sonder eenige vaste regulen van leeven te hebben, on- der malkanderen woelen: of wel Koningen, Vorsten, Hoovelingen, Krijgsluiden, &c. De saaken ende gevallen deeses weerelds oneindelik zijnde ende sy alle meestendeel booven ofte buiten ons vermoogen weesende, soodaanig dat wy die niet naar onsen sinne verschikken konnen: ende daar en teegen ons bekend zijnde, dat een yder sijne gedagten ende wille, soodaanig in sijn vermoogen heeft, dat geene magt deeses weerelds, hoe groot die ook zy, hem kan be- letten sijne wille te vougen, om ten besten te genieten, ofte te willen draagen, alle de voor-ende teegen-spoeden, die hem oo- verkomne, ende welken die Goddelijke Voorsienigheid hem toegvougd, ofte opgelegt heeft: Soo is het dien volgende de pligt eenes Men- schen, in alle den loope sijns leevens, omtrend alle, het zy in voor- het zy in teegen-spoede hem voorkomende saaken, de al- lergrootste wijs-ende voorsigtidheid wel te gebruikeen alle gaven, die de goede God hem gegeeven heeft: ende is het insonderheid sijne pligt, meer te arbeiden op dat eenig ding, namentlik sij- ne eigene Siele ende Wille, seekerlik ende ten besten des doe- nelik, de behaagelikheeden der saaken deeses weerelds geniete. Gelijk het aan de andere sijde de pligt eenes Menschen is, sig te schikken, om kloukkelik ende standvastig te willen draagen, een quaad dat hy niet heeft konnen afweeren, ende dat eindelijk door hem moet ende sal gedraagen werden: Sulks het sig selven leerd, dat het alle sins meer geraaden is te arbeiden op een ding alleen, dat ons soo naaby ende in ons vermoogen is, dan gte willen arbei- den omtrend oneindelik veele taaken, met een geduurig woelen, en- de met meest in der weere te zijn, om te verkrijgen verre afge- leegene saaken, of wel om alle andere ons voorkoomende saaken, te willen schikken ende tragten te stieren naar onse bysondere ge- neegendheid, ende nogtans voor het meestendeel, ja by naast al- tijds, in onse hope bedroogen te werden, sonder ons voorneemen te konnen uitwerken. Dit dan zijnde de eerste ende grootste Wijsheid, omtrend alle wee- reldse saaken; soo is onses eragtens de tweede, dat naademaal een Mensch in deese weereld niet kan leeven in eenen stande, die volkoomentlik goed ende sonder gebrek zy, ende dat de voorspoe- den ofte goede saaken, hem soo veele vreugd niet, als wel de quaade saaken ende teegenspoeden hem veel grooter verdriet aan- brengen; hy ten minsten moet tragten te leeven in eenen stande, waar in by so verre hem geene groote vreugd ontmoet, hem niet veel quaads ende verdriets gebeuren sal. Dat niet kan verkreegen wer- den dan van eenen Mensche, die vastelik beslooten heeft, alleen voor sijn selven, ende niet dan voor de geene die God ende de Na- tuure ofte Reeden hem aanbevoolen heeft te sorgen, de weereld sij- nen gang te laaten gaan, ende vermits sy onbeeterlik is, die te laa- ten gelijk men die gevonden heeft. Want men is soo eenen stande weinige saaken nodig hebbende, ende het weinige dat men heeft, wel gebruikende, met weinig rijk ende eenigsins Goode geljk werd, ende, als een stil vergeeten Borger, op sijn eigen haard, ende naar sijnen sinne leeven kan: sonder door de nijd ende dwersdrij- vingen van anderen, in sijn voorneemen gestut, ende daar oover bedroufd te werden. Om welken gerustigen stand te verkrijgen, wy sien, dat seer veele Griekse en Roomsche Helden, langen tijd de hoogste Amten hunner Republike, het zy in oorloge, het zy in vreede, loffelik bediend hebbende, des net te min haaren rust eindelk gesogt en- de gevonden hebben, niet te boeren, ende haar eigen landeken te bebouwen. * Daar in teegendeel de geenen, de sig aan de be- geerlikheeden deeses weerelds, naamentlik des vlees, der oogen, ende der grootsheid des leevens oovergeeven, om door Wellusten, Geld- gierigheid ende Heerssugt, sig te versaadigen, groot gewoel te maa- ken, ende oover andere haars gelijken te konnen beerssen, nooit versaadigd werdende, ofte een einde van haare begeerlikheeden siende; geduurig soo haast sy het eene verkreegen hebben, naar het andere tragten, ende ook geduurig in het uitwerken van haar voorneemen, haare teegenstreevers vinden. Sulks sy in geduurige oorloogen, strijden, buyen ende stormen geleefd hebbende, el- lendglik haar leeven eindigen, sonder ooit eene geruste vreedsaa- me seekere haaven te beseilen, ende in der stilte aldaar soo wel haar eigen voorgaande gevaarelik gewoel, als dat van anderen Men- schen, met bedaarde sinnen te ooverdenken, om sig alsoo ten uit- gange uit di rampsaalige leeven, ende ten geluksaaligen toekoo- menden te bereiden. Ende gelijk men dit aldus siet in enkelde Mensche, soo siet men ook in geheele Familien, dat die geslagten langer in stande ende aansiene blijven, welke meer haar eigen rust ende stilte, als eene geduurige vermeerdernge van geld, magt, ende staat souken. En- de insonderheid siet men het selven geheele Steeden ofte Republiken. Naamentlik, dat die men het haren te vreeden zijn, ende geene meerdere grootsheid ofte magt oover andere Landen, Steeden ende Volkeren te oeffenen begeeren, maar onderwijlen haare Stad ofte Steeden wel versterken, om sig met eene welgewaapende Borgerie, daar in wel geslooten te houden, sonder sig te bemoejen met an- dere Staaten, Koningen ofte Vorsten, verbonden te maaken, om die geenen, welken sy allermeest vreesen, eeven magtig te houden, of- te die teegen malkanderen op te hitsen, veel langer in weesen blij- ven. Derhalven wy besluiten, dat opgemelde Landen ende Steeden, welke alles sins de Vreede souken, ende ook geene anderen dan die selven, seer langen tijd in ruste ende vreede, sonder Schattigen, leeven ende bloejen konnen. Daar in teegendeel Koningen ende vorsten, die geduurig haaren lof ende vermaak souken in meer te begeeren, ook in geduurige onrusten leeven, ende malkanderen niet min als haare Onderdaanen, door oorloogen ellendig maken. Gelijk dat blijken kan aan de Italiaanse ende Switserse Republiken, die gedurig in haar Hol blijven, sonder sig met andere Republiken ofte Koningrijken te bemoejen, ende derhalven in seer groote rute lee- ven; daar in teegendeel de Koningen van Vrankrijk ende Hispanien, als ook de Turkse ende Duitse Keisers, mitsgaders andere Koningen ende Versten in geduurige onrusten leeven, ende nu de eene, dan de an- dere in geduurige oorlooge ende vreese is, van door eenen sijnen magtigen Naabuure, uit sijne Landen verdreeven, ende van sijnen Staate ontset te werden. Ende op hoe gladden yse de hoogste Die- naars van Staat in Republiken, daar een Vorst groot gesag heeft, ofte insonderheid onder Koningen staan, is onnoodig aan te wijfsen; alsoo daar van geheele Bouken geschreeven zijn, ende de geheugenisse van dien insonderheid oover de twee-aller-besten die wy ooit gehad hebben, in deese Landen soo smertelik ende vers is, dat ondien- stig soude weesen, daar van hier omstandige verhaalen te maaken. Waarom wy onse Reedenkaavelinge ook aldus besluiten: Een ander sy te Hoof ten glibbrig top gesteegen, My baagd in stilt en rust te leeven aller weegen. In 't weeten wat ik ben, eer't leeven my verlaat. Die sig nooit, maar een aar kend, sterfd in drouver staat. Sulks de eigendlijke sin deeser FABULE is, aan te wijsen, dat Menschen, die naar een stil verseekerd gerust leeven tragten, met haar vergenougen te souken in haar eigen selfs, sonder de goede- ren, ofte staat van anderen te begeeren, ende daar door haare rust te stooren, de allerwijste ende gelukkigste Menschen zijn, om dat sy veel, meer als die andere Menschen, haar goed oogwit bekoo- men, ende sig daar in vervrooliken, tot dat sy eindelik dit ellen- dig onvolmaakt, teegen een eewig-duurend geluksaalig leeven verwisselen. * Stet quicunque volet, Potens Aulae culmine Lubrico: Me dulcis saturet quies. Obscuro positus loco Leni per fruar otio. Nullis nota Quiritibus AEtas per tacitum fluat. Sic cum transierint mei Nullo cum strepitu dies, plebeius moriar senen. Ill mors gravis incubat. Qui notus nimis omnibus Ignotus moritur sibi. Seneca in Thyste-act.

SEQ 44 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic245.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem043 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Een vergeeten Borger is best LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac245 MOTTO_LA

Nusquam tutu fides.

TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem041 MOTTO_NL

Een vergeeten Borger is best.

ID embstma_add132_emblem042 MOTTO_LA_NORM Nusquam tutu fides CHILDREN CHILDREN_SQRT 0