TEXT_EXPL_XML

<p>43. De Boeren, met haare Hoenderen, End-<lb/> Voogels, Duiven, ende Bijen.<lb/> EEnige Boeren, haare Akkers ende Vee met grooten ar-<lb/> beide naarstelik bouwende, ende haare Waateren be-<lb/> vissende, bevonden, dat sy des niet te min naaweliks aan<lb/> den sooberen kost geraaken konden; derhalven sy in haa-<lb/> re Vergaaderingen bedagten ende beslooten, voortaan<lb/> haare Landen ende Waateren alsoo wel als voor heen te<lb/> <pb n="embstma_add132_fac252"/> bebouwen ofte te bevissen, ende des niet te min Hoen-<lb/> deren, End-Voogels, Duiven ende Bijen, aan te lokken,<lb/> als ook die met aller rust ende Vryheid, in haare Landen<lb/> ende Waateren te laaten leeven, ende haar daar en boo-<lb/> van goede nesten ende korven te verschaffen, op dat sy<lb/> Boeren van tijden ten tijden daar uit de oovertollige Eyers<lb/> ende Jongen, als ook Was ende Honig souden mogen haa-<lb/> len, ende sig daar meede voeden, waar vooren sy niet<lb/> gearbeid hadden ofte arbeiden souden, het welk haar soo<lb/> wel gelukte, dat sy seederd dien tijd weegens de groote<lb/> meenigten van Hoenderen, End-Voogelen, Duiven, ende<lb/> Bijen, die sig aldaar ter needer setteden, seer weelig leef-<lb/> den. Maar deese Boeren gestorven zijnde, ende weelige<lb/> Kinderen, die nooit arremoede geproefd hadden, naalaa-<lb/> tende, soo naamen die geen' agt op de Voordeelen, die<lb/> deese Voogelen ende Bijen haar aanbragten, ende gevoel-<lb/> den daar en teegen, dat de Hoenderen geene Eyeren lei-<lb/> den sonder te kaakelen, dat de End-Voogels ende Duiven<lb/> haaren rust stoorden, met in den Morgenstonde te quaa-<lb/> ken ende te korren, ende dat de Bijen haar somtijds met<lb/> haaren angel staaken: Sulks deese weelige Kinderen in ha-<lb/> re Vergaaderinge beslooten, sig van die ongemakken te<lb/> ontslaan, met ongevoelig ofte allangs haar meer ofte rij-<lb/> kelijker als voor deesen, van Eyeren, Jongen, Honig ende<lb/> Was te berooven, ofte haare nesten ende korven om ver-<lb/> re te werpen, ofte die tot haar eigen gebruik te verande-<lb/> ren. Het welk de Voogels ende bijen bewoog te vliegen<lb/> mogten. Ende deese onbedagte Kinderen bevonden toen<lb/> ook, dat sy door het missen der Everen, Iongen, Honig<lb/> ende Was, sterkelijker als te vooren werken moesten, om<lb/> aan den sooberen kost te geraaken, derhalven sy de ver-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac253"/> vloogene Voogelen ende Bijen met groote beloften van bee-<lb/> ter onthaal aanlokten, om tot haare oude wooningen te<lb/> keeren, maar die antwoordeden: ,, Wy zijn hier wel,<lb/> ,,ende meenen hier te blijven, soo lange de Boeren ons<lb/> ,, soo soude geen onser, die het heugd, hoe ondankbaar-<lb/> ,,lik gy ons gehandeld hebt, ooit konnen goedvinden, tot<lb/> ,,u t koomen. Waarom die Kinderen seer bitterlik haa-<lb/> re dubbelde arremoede betreurden.<lb/> </p>

<p>Uitlegging der Woorden.<lb/> BOEREn, zijn Regenten van seer behouftige Lan-<lb/> den ende Steeden.<lb/> HOENDERS zijn Rentiers.<lb/> END-VOOGELS, zijn Buitenlandse Vissers ende Scheeps-<lb/> Vaarders.<lb/> Duiven ende BYEN, zijn Negotianten, ende verre<lb/> uitvliegende Handelaars in Manufacturen.<lb/> Dat de Menschen in groote ongemakken zijnde, door die<lb/> quellingen haar verstand scherpen, alle liften bedenken, en-<lb/> de haare arbeidsaam- ofte bequaam-heeden ten uitersten opwek-<lb/> ken, ende in het werk stellen, om sig daar uit te redden, weet<lb/> een yder, als ook niet onbekend is, dat Menschen die in gedu-<lb/> rige weelde ende voorspoede opgebragt zijn, daar door niet al-<lb/> leen Dom, Agteloos, ende laatdunkende van geest, maar ook leui ende<lb/> traag van lighaam, als meede wellustig ende quistig werdende, daar<lb/> door eindelik weeder in seer groote ongemakken ende bubbelde<lb/> arremoede plagten te vervallen.<lb/> <pb n="embstma_add132_fac254"/> Ende werd het selfden bevestigd door de daagelikse ervaarend-<lb/> heid, waar in wy sien, dat veele bysondere Menschen in groote<lb/> ongemakken ofte arremoede zijnde, met veel meer naarstigheid<lb/> ende spaarsaamheid als eenige slaaven, pleegen te wroeten, om die<lb/> behouftigheid ende arremoede te booven te koomen; ende dat<lb/> sy eindelik door die middelen veele goederen vergaaderd hebben-<lb/> de, soo domme, laatdunkende, wellustige, quistagtige ende leuje Kinderen<lb/> naalaaten, dat die weederom tot dien ongemakkelijken eersten<lb/> stande haarer Voor-Ouderen, ende tot grootere arremoede koomen<lb/> te vervallen. Gelijk het selfden meede bevestigd werd, met de<lb/> gesteltenissen der Landen ende Steeden, die uit der aard onvrugtbaar<lb/> zijn, ofte wiens Ingeseetenen door de Regenten met groote Vry-<lb/> heeden begaafd, ende met geene onse seer weinige lasten, dan alleen<lb/> uit der aard met ongelden seer belaaden zijn. Naamentlik, dat aldaar<lb/> gemeenelik soo veele Vreemdelingen door die groote Vryheeden wer-<lb/> den aangelokt te komen woonen, dat de gemeene Ingeseetenen<lb/> aldaar door groote naarstigheid, schranderheid ende spaarsaamheid, tegen<lb/> die ongemakken deeser On-vrugtbaare, ofte door de Natuure<lb/> met seer veel kosten te houdene Landen, soodaanig aandringen,<lb/> dat sy gemeenelik veel beeter, als vrugtbaare Landen ende<lb/> Steeden, ende der selver Ingeseetenen vaaren, als dat te sien is aan<lb/> Venetien, Genua, Holland, Etc. Ende daar en teegen blijkt, dat Lan-<lb/> den ende Steeden, die uit der vrugtbaar zijn, ende wiens In-<lb/> geseetenen door geene ofte weinige lasten belaaden werden, sig<lb/> seer weinig bekommeren met vlijtig te arbeiden, ofte met Vreem-<lb/> delingen in haaren Landen ende Steeden aan te lokken; Derhalven<lb/> de Landen aldaar weinig bebouw werdende, de Ingeseetenen in<lb/> het gemeen door geen naa-yver ofte andee noodsaakelikheid op-<lb/> gewekt zijnde, dommer, agteloser, quistagtiger ende trager werden, ende<lb/> daar door tot eenen foberder stand als de andere komen ende blij-<lb/> ven. Als wel eer te fron is geweest aan Pruissen, Deenemarken ende En-<lb/> geland, Etc. welke voor desen naar Wetten ende niet naar de spoo-<lb/> relose lusten eenes Heeren ofte Vorsten moetende geregeerd wer-<lb/> den, de gelukkigste Landen van geheel Europa waaren. Ende de<lb/> Ingeseetenen aldaar met seer weinig te arbeiden, in aller sorge-<lb/> loosheid, weelderig ende quistig plagten te leeven. Ende hoe-<lb/> wel onse voormelde Reedenkaaveling schijnd te slaan op een groot<lb/> <pb n="embstma_add132_fac255"/> deel deeser FABULE, soo moet nogtans als het voornaamsten,<lb/> hier werden bygevougd, dat het leeven aller Menschen bestaat<lb/> in ietwes te doen ofte te lijden, ende dat in alle het gunt wy doen<lb/> ofte lijden, ten deele door onse gebrekkelikheid, ten deele door<lb/> de onvolmaaktheid der saaken, die ons voorkoomen, altijds iet-<lb/> wes ontbreekt; Sulks wy in deese onvolmaakte weereld leeven<lb/> willende, onse gedagten niet moeten beesig houden met ietwes<lb/> op te souken, dat in sig selfs volmaakt is, maar wel met te ver-<lb/> volgen ende te betragten, het gunt, waar in voor ons meer goeds<lb/> als quaads te vinden is, ofte wel te vermijden ende van ons te<lb/> weeren het gunt waar in voor ons meer quaads als goeds gelee-<lb/> gen is. Ende oopenbaaren sig des weegen twee groote gebreeken<lb/> onder den Menschen, het eersten, dat sy veeltijds uit eenen afkee-<lb/> re van het quaade, dat aan goede saaken vast is, gants niet ver-<lb/> kiesen, ende soo doende, seer goede geleegendheeden, waar in sy<lb/> wat goeds souden hebben konnen verkrijgen, laaten voorby<lb/> gaan, het tweeden, dat sy veeltijds verkiesen het gunt, waar in<lb/> voor haar meer quaads als goeds, geleegen is; of wel dat sy ver-<lb/> mijden, ende van sig afweeren, het gunt, waar in voor haar meer<lb/> goeds als quaads te vinden soude weesen. Ende insonderheid be<lb/> vinden wy, dat Menschen in arremoede ende teegenspoede wee-<lb/> sende, veeltijds het noodsaakelijksten wel betragten, ende om dat<lb/> te bekoomen, gaarne andere mindere ongemakken op sig laaden,<lb/> ende dat daar en tegen Menschen, die in weelde ende voorspoed<lb/> leeven, veeltijds soo seer geneegen zijn, kleine tegenwoordige on-<lb/> gemakken van sig te weeren, dat sy daar door andere seer swaare<lb/> ongemakken op haare halsen haalen, die sy niet voorsien had-<lb/> den.<lb/> Gelijk wy sien, dat veele Menschen tot bequaam Jaaren ge-<lb/> koomen zijnde, de ongemakken des Houweliks soo swaar weegen,<lb/> dat sy geene tijdelijke keure gedaan hebbende, sig des naamaals<lb/> te vergeefs beklaagen.<lb/> Ende sien wy in desgelijks, dat Regenten van Landen ende Steeden,<lb/> die weinige Inwooneren hebben, ende dien volgende in arremoe-<lb/> de zijn, veeltijds wel konnen goedvinden, die Vreemdelingen aldaar<lb/> ter woone aan te lokken, ende met eenen gaarne te verdraagen,<lb/> die ongemakken, welke veele Vreemdelingen in groote Steeden veroor-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac256"/> saaken; ende dat daar en teegen Regenten, die de ongemakken<lb/> der weinig bevolkte Landen ende Steeden niet hebben geproefd,<lb/> sig weinig laaten geleegen weesen, om Vreemdelingen ter woone<lb/> aan te lokken, ofte die sy albereids hebben, sorgvuldiglik te be-<lb/> houden. Sulks sy veeltijds alle haare Inwooners, ende alle het gunt,<lb/> waar door die bestaan moeten, als ook insonderheid de Vreemde-<lb/> lingen sig aldaar ter woone needer setten willende, ofte geset heb-<lb/> bende, allangs soo seer beswaaren, dat sy genoodsaakt werden,<lb/> uit soo eenen Lande te blijven, ofte te vertrekken. Ende einde-<lb/> lik sien wy, dat die verloopene Ingeseetenen daar naa door de<lb/> Regenten, als sy haar misslag sien, aangelokt werdende, niet wee-<lb/> der bekoomen konnen werden,<lb/> Ende is derhalven de eigendlijke sin deeser FABULE, dat nog<lb/> bysondere Menschen in haren ommegang nog Regenten in hare regee-<lb/> ringe, een groot goed om een klein quaad, dat daar aan vast is, behoor-<lb/> den te laaten, ende dat sy uit meer quaden, die haar staan oover<lb/> te koomen, gewilliglik het minsten behoorden te kiesen.<lb/> </p>

SEQ

45

PARENT

embstma_add132

HIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

URL_IMAGE

embstma_add132_pic251.jpg

TIPE

emblempictura

NEXT

embstma_add132_emblem044

IIHIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

CAPTION_EN

reserved for caption

SOURCE_FILE

embstma_add132.xml

MOTTO_NL_NORM

Bemin uw Vriend met sijn' gebreeken, Want nieman leefd daar sonder streecken.

LINK_FACSIMILE

embstma_add132_fac251

MOTTO_LA

<p>Nihil ab omni parte Beatum.</p>

TYPE

emblem pictura

PREV

embstma_add132_emblem042

MOTTO_NL

<p>Bemin uw Vriend met sijn' gebreeken,<lb/> Want nieman leefd daar sonder streecken.</p>

ID

embstma_add132_emblem043

MOTTO_LA_NORM

Nihil ab omni parte Beatum