TEXT_EXPL_XML

<p>45. De Eezel ende de Hoovenier<lb/> DE Eezel sig verhuurd hebbende, voor seekeren tijde<lb/> eenen Gardeniere te dienen, ende derhalven hem<lb/> moetende behulpsaam zijn, bevond, dat hy des ugtens<lb/> vroug naar den Gaarden gaan, ende des avonds laat met<lb/> Moes-kruiden geladen, daageliks weedekeerende, swaa-<lb/> ren arbeid voor eenen andere doen moest, ende onder-<lb/> wijlen naaweliks tijd had, sijnen buik, met kruiden, al-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac264"/> daar wassende, te versaden; also hy nietwes van den Hove-<lb/> niere bedongen had, ende genoot, dan de soobere kost, en-<lb/> de dat die Hovenier hem middeler wijle getrouwelik voor<lb/> den Wolven soude beschermen; derhalven wierd de Ee-<lb/> zel daar oover misnougd, ende bad Iupiter, dat hy aan<lb/> eenen eigen Heere verkost mogte werden, hoopende dat<lb/> soo een Heer dan gedenken soude, dat de Eezel hem ei-<lb/> gen was, ende dat hy by gevolge beter als een Huurling,<lb/> voor hem sorge dragen soude, om hem niet te oooverladen,<lb/> ende tijdelik sijn voedsel te verschaffen: Maar sulks hem<lb/> door Iuptier toegestaan wesende, ende hy verkost werden-<lb/> de aan eenen Tiggel-bakkere, so deed die hem als een ver-<lb/> vloukte, die sig vrywillig ten Slaave had laaten verkopen,<lb/> aldaar Leem ofte Tegelen dragen, op eenen dorren gron-<lb/> de, daar gras nogte loover groeide, om dat onderwijlen te<lb/> konnen eeten; ende bevond hy, dat des niet te min die<lb/> Tiggel-bakker sijne eigene neeringe, ende de profijten<lb/> van dien soo seer verwaarloosde, dat hy naaweliks<lb/> sijnen buiken met distelen, welken ende geen gras uit<lb/> dien dorren gronde groeiden, ende met strooi vullen kon-<lb/> de; Sulks hy weeder den selven God om eenen anderen<lb/> Heer bad, ende sijn gebed verhoord zijnde, verkost wierd<lb/> aan eenen Leertrouwere, alwaar hy daageliks sag, dat sijn<lb/> Heer aansienelijker Beesten als de Eezel was, deed doo-<lb/> den ende villen, alleen om haar quijt te weesen, ofte om<lb/> der selven huid te bekomen. SUlks hy met sugten deese<lb/> woorden uitede: ag my ongelukkige, die my naar mij-<lb/> nes eersten Meesters geleegendheid niet hebbe willen vou-<lb/> gen! Ag my ellendige! die ooit een eigen Heer begeerd<lb/> hebbe! Ag my dubbeld oover ellendige, die eindelik een<lb/> Heer hebbe gekreegen, die om sijn eigen profijt, dageliks<lb/> <pb n="embstma_add132_fac265"/> onnoosele Dieren dood, ende die ook gewisselik, na ik<lb/> my in sijnen dienste afgearbeid sal hebben, my dooden<lb/> ende mijnen Huid touwen sal.<lb/> </p>

<p>Uitlegging der Woorden.<lb/> De Ouden hebben hier verstaan met den EESELE,<lb/> eene onkondige arbeidsaame Gemeente eener on-<lb/> volmaakte Republike.<lb/> Met den eerste Heer ofte Meester, een gehuurd ofte<lb/> beloond Hoofd der Republike, dat nog de naam van<lb/> Heer oover de Ingeseetenen van dien te zijn, niet draagt;<lb/> ende efter oover deselve soo veel vermag, dat sy hem door<lb/> haaren arbeid ooverdaadig voeden moeten.<lb/> De tweede Heer is een, die sig waarelik Heer oover<lb/> die Republike gemaakt heeft; ende derhalven in aller<lb/> reedelikheid ende naar voorgaande Wetten ende oude<lb/> Gewoonten gebiedende, gehoorsaamd werd; terwijlen<lb/> hy sig gants niet bekommerd met te sorgen, waar van<lb/> die arbeidsaame Gemeente leeven sal, maar eeven-<lb/> wel haar gebiedender wijse, tot alle het gunt hem lust,<lb/> niet slaaf-agtig kan doen dienen.<lb/> Met de derde Heer hebben de Ouden verstaan een<lb/> Gebooren Heer, die in alle Wellusten opgevoed is,<lb/> ende nietwes bedenkt, dan hoe hy de aansienelikste In-<lb/> geseetenen dooden, ofte verdrijven, ende van haare Goed-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac266"/> deren door confiscatien ofte boeten berooven, als ook<lb/> de gemeene Ingeseetenen doen arbeiden ende kaal pluk-<lb/> ken sal; Sulks sy, om haar arm leven te behouden, al-<lb/> les moeten doen ende lijden, wat dien Tyranne lust te<lb/> ge-orfte ver-bieden.<lb/> Waar op de volgende Reeden kan werden gepast.<lb/> ALle Menschen weegen hunne teegenwoordige ongemakken<lb/> soo swaar, dat sy wenschen ende met seer grooten ernst alles<lb/> sins tragten daar in verligt ofte in 't geheel daar van verlost te<lb/> werden: Dog met een groot onderscheid tusschen wijsen ende Dwa-<lb/> sen Menschen. Want Wijsen, weeten dat men van quaad wel tot<lb/> arger vervallen kan, ende souken, niet soo seer veranderinge van<lb/> Regenten onde gemakken, als beeteringe omtrend de ordre der<lb/> Regeeringe, ofte de geheele wegneeminge van het ongemak in der<lb/> eewigheid. Ende indien sy, naar ijp ooverleg, geene beeterin-<lb/> ge konnen beoogen, oordeelen sy raadsaamer te zijn, een quaad<lb/> daar men aan gewoon is, geduldig te draagen, als een nieuw ee-<lb/> ven groot, ofte grooter, op sijnen halse te haalen. De Dwaasen<lb/> daar en teegen in ongemakken zijnde, pleegen geenen raad met<lb/> Wijsen, maar op de allerminste schijn van door veranderinge eeni-<lb/> ge beeteringe te sullen erlangen, soo verkiesen sy dol-driftig de<lb/> eerste voor der hand koomende veranderinge, het zy van Men-<lb/> schen, Regenten ofte Saaken: al is het dat uit die schoon-schijnende<lb/> veranderinge haar seekerlik veel grooter quaad, als sy geleeden<lb/> hebben, ooverkoomen sal. Waarvan ons deese FABUL de<lb/> klaare waarheid vertoond. Naamentlik, wanneer de arbeidsaame<lb/> ende Staat-s onkonidge Ingeseetenen eener qualik bestelde Vrye Re-<lb/> publik aldaar een Huurling ofte gehuurd Hoofd hebben, ende be-<lb/> vinden, dat hy in plaatse van de gemeene Ingeseeten, volgens sij-<lb/> ne pligt ende diere Eeden, ter uitvoeringe van hare Saken, Hand-<lb/> vesten, Gewoonten, ende Wetten ofte Resolutien, behulpsaam<lb/> te zijn, ende indien het doenelik is, haar van hare laten te ver-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac267"/> ligten; haar in teegendeel alles sins soo omtrend saaken der Re-<lb/> geeringe, als andere gemeene, belet ende beswaard, soo denken<lb/> die onkondige Ingeseetenen niet, wy konnen hem niet loosen son-<lb/> der een grooter quaad te veroorsaken, ende moeten geduld heb-<lb/> ben, tot dat de huur ge-eigend zy; met hoope, dat als dan de<lb/> wijsere Regenten ofte Ingeseetenen eenige beetere ordre, ten wel-<lb/> vaaren des gemeenen Lands uitgevonden sullen hebben: maar<lb/> aanstonds komt in haare gedagten, dart een Eigenaar beeter voor<lb/> sijn eigen goed, als een Huurling voor t gehuurde sorgd. Dat de<lb/> Ouders haare eige Kinderen beeter ende meer besorgen als wel haar<lb/> aanbesteede How-Kinderen. Derhalven sy als dan dol-driftig roepen<lb/> ende bidden, dat die Huurling of wel een ander, haar eigen Heer wer-<lb/> de. Het welk, indien sy verkrijgen, soo bevinden sy ook seer<lb/> haast dat een Eigenaar meend sijn eigen goed naar sijnen lust te<lb/> moogen gebruiken, breeken ende maaken. Ende bevinden sy<lb/> alsdan eerst, het groot onderscheid hier is, tussen eenen Vaa-<lb/> der ende eene Heere te hebben. Dat een Vaader arbeid ende sorgd<lb/> om sijne Kinderen te voeden, ende voor de selve Schatten te verga-<lb/> deren, maar dat een Heer door sijner Slaven arbeid ende sorge oo-<lb/> verdaadig plagt te leeven, ende naa sijne dood sijne Schatten niet<lb/> aan sijne Slaven, waar van sy gekoomen zijn, maar aan sijne eige-<lb/> ne Erven doed koomen. In het korten gesegt, sy bevinden,<lb/> dat die tweede Heer als nu meenende, immers voorgeevende, een<lb/> meerder Regt ten laste der Ingeseetenen bekomen te hebben, alles<lb/> sins sijne eigene lusten tragt te versaaden, ende dat hy ten dien<lb/> einde aller Ingeseetenen Vry-ende Geregtigheeden vermag te ver-<lb/> nietigen, ende ook derselven Goederen niet alleen alles sins naar<lb/> sijn gelieven te ge-ende te mis-bruiken, ofte besteeden, maar<lb/> dat hy ook vermag, haar tot sijne Slaven te gebriiken. Waarom<lb/> die onnoosele Ingeseetenen van die ongemakken der Regeeringe<lb/> weeder verlost willende zijn, ende door haare Staats onkonde niet<lb/> weetende, dat die gebreeken natuurelik aan die Koninglijke ende<lb/> Vorstelijke Magt verknogt zijn, meenen dat die ontstaan uit de quaad-<lb/> aardigheid van die Heer; waarom sy al weder bidden ende roepen<lb/> om eenen anderen Heer, als sig latende voorstaan, dat die beeter als<lb/> de voorgaande, wesen sal; maar dien derden Heer gekregen hebben-<lb/> de, bevinden sy, dat die, Heer, sig spiegelende aan de voorgaande<lb/> <pb n="embstma_add132_fac268"/> veranderingen van Heeren, sig in der Regeeringe bevestigs, met<lb/> onder het een ofte het ander deksel alle Ingeseetenen, die in amten,<lb/> kennisse, deugden ofte rijkdommen uitsteeken, ende die vermoed wer-<lb/> den naar de voorgaande Vrye Regeeringe te haaken, te doen dooden,<lb/> ofte uit der Regeeringe eerst, ende daar naa haar uit den Lande te<lb/> verdrijven, ende die alsdan ook eindelik van haare goederen te<lb/> berooven; om door dat middel alle geheugenisse der Vrye Regee-<lb/> ringe, by haare Onderdaanen uit te blussen, ende daar naa de on-<lb/> noosele arbeidsaame Ingeseetenen, naar sijn gelieven, door Schat=<lb/> tingen ende Belastingen soo magteloos te makken, dat sy in der<lb/> eeuwigheid niet alleen haare dierbaare Vryheid quijt sullen weesen,<lb/> maar daar en booven dat sy dien Heere ook slaafagtig dienen sullen<lb/> moeten. Ende is onnodig, deese FABULE met drouvige Exempelen<lb/> te bevestigen, alsoo wy, de smerte van dien gevoeld hebbende,<lb/> ook groote reeden hebben, om God almagtig yverig te bidden,<lb/> dat hy ons, dat is allen Regenten, geeve die kloukmoedigheid,<lb/> welke vereist werd, om sig te willen ende te konnen wagten,<lb/> van als botte Eezels te vallen onder het geweld eenes Leertrouwers.<lb/> </p>

SEQ

47

PARENT

embstma_add132

HIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

URL_IMAGE

embstma_add132_pic263.jpg

TIPE

emblempictura

NEXT

embstma_add132_emblem046

IIHIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

CAPTION_EN

reserved for caption

SOURCE_FILE

embstma_add132.xml

MOTTO_NL_NORM

Die blijft, die beklijft

LINK_FACSIMILE

embstma_add132_fac263

MOTTO_LA

<p>Substine &amp; abstine.</p>

TYPE

emblem pictura

PREV

embstma_add132_emblem044

MOTTO_NL

<p>Die blijft, die beklijft.</p>

ID

embstma_add132_emblem045

MOTTO_LA_NORM

Substine &amp; abstine