$ TEXT_EXPL_XML
46. De Haan ende de Vos.
Hoewel eene Klok-Hen hare Kiekens sorgvuldiglik ge-
waarschowd had, dat sy sig moesten wagten van der
bedriegeryen ende gewelde der Vossen, soo gebeurde des
niet te min daar naa, dat een der selven Kiekenen groot
geworden, ende een Haan zijnde, ten deele door klein-
ne inbeeldinge van sijne groote kraften, omtrend den
Vosse derfde koomen; ende van den selven gegreepen
weesende, aanstonds verscheurd ende gegeeten soude zijn
geworden, ten waare en schrikkelik ende schielik on-
weeder den Vos ontsteld, ende den Haan uit dien bloed-
dorstigen monde des selven verlost hadde. Waarom hy
met bedaarde sinnen ooverdenkende, hoe seer naaby hy
sijn kostelik dierbaar leeven verlooren had, ende dat hy't
niet meer dan eenemaal konde verliesen soo deede sulks
in sijne herssenen soo eenen grooten indruk, dat hy daar
naa selven verschrikt was, als hy by gevalle een Vosse-vel
op straate sag leggen, ende in aller yle daar van weg
vloog, sulks andere jongere Haanen hem daar oover be-
spotteden, ende hy antwoorde: Broeders, had gy, ge-
lijk als ik, onder de kluiven van eenen Vosse geweest, gy
soud niet alleen sijn Vel, maar ook sijne voetstappen, jaa
self de schaaduwe van dien vreesen.
Uitlegging der Woorden.
De Ouden hebben hier met een KLOK-HEN ver-
staan, vaader ende Moeder, ofte oude Lui-
den.
Met KIEKENS ende jongere HAANEn, Kinderen
ende jonge Luiden.
Met VOSSEN, BEdriegers ende Geweldenaars.
ken, door eene klaarheid van welbescheidene Reedenkaa-
velingen, ende daar op volgende goede Besluiten, omtrend
het gunt voor Waar ofte Vals, Heilsaam ofte schaadelik te houden
zy, soo seer innerlik oovertuigd ende gerust behoorden te zijn,
dat daar van geene de minste twijfeling by haar ooverbleeve:
Soo bevinden wy des niet te min, dat wy naaweliks van die
klaare wel onderscheidene Reeden afgesien hebben, of dat wy ons
laaten voorstaan, daar omtrend niet geheel oovertuigd, ende
gerust gesteld te zijn, dan naa dat onse eigene Ondervinding de
deugdsaamheid onser ofte anderer Menschen Reedenkaavelingen
bevestigd heeft.
De Menschelijke swakheid, om ons op onse eigene goede
Reedenkaavelinge te derven betrouwen, dan dus groot zijnde,
ende daar by koomende, dat wy van eenes anderen Men-
schen kloukheid in het oordeelen, ende ongeveinsde Liefde
t'onswaarts, niet so verseekerd konnen wesen, als wel onse eigene
gedagten ende Liefde ons seekerlik bewust zijn: Soo is 't geen
wonder, indien wy anderer Menschen Reedenkaavelingen ende
raad min als onse eigene betrouwen, ende die niet altijds naar die
innerlijke waardie van dien agten, ende den selven involgen,
ten zy de Ondervinding ons de Waarheid ende Nuttigheid van
dien ook geleerd ende bevestigs heeft.
Ende is dit de Reeden, dat jonge Luiden ten deele door haa-
re groote driften ende kraften, als ook door haar gebrek van
ondervindinge misleid werdende, de Onderwijsingen ende den
raad der Ouden veragten, sig in groote gevaaren steeken, ende
veelen van dien daar in sneevelen.* Ende is dit ook de ree-
den, waarom dat die geenen, welken het geluk hebben ge-
had, van uit groote gevaaren niet door haare eigene kraften,
maar door wonderlijke onverwagte voorvallen gereddet te
werden, ende onderwijlen ouder geworden te zijn; daar door
soo om-ende voor-sigtig weren, dat sy schijnen door eene
ken selfs, maar ook voor de minste schijn van dien te wagten,
ende van haare eigene schaaduwe vervaard te zijn: Sulks sy ge-
meenelik bespot plagten te werden van de jonge Luiden, welke in
soodaanige gevaaren nooit zijn geweest, ende die niet beden-
ken, dat het gunt ons noodig is, ende wy niet meer dan een-
maal verwaareloosende verliesen konnen, soo sorgvuldiglik moet
werden bewaard, dat alle het gunt de minste schijn soude kon-
nen hebben, om ons daar van te berooven, vermijd moet wer-
den ende dat men in soo eenen gevalle ook op de allerminste
schijn, alle het gunt waar in ons verderf soude konnen leggen,
altijds moet vermijden, volgens deesen Regul der Politiken,
dat men het gunt schaaden kan ende niet baaten, altijds moet laaten: om
in teegendeel altijds te doen, het gunt niet schaaden, maar wel baaten
kan.
Dit is de Wijsheid der Ouden, die al weederom te vergeefs
de Jongen onderrigten, ende welke nieuwe Aankoomelingen op den
Tooneele deeses Weerelds, men ook door onkonde ende ge-
brek van ondervindinge, geduuriglik den gevaareliken weg siet
inslaan. Ende siet men dese agteloosheid niet alleen in bysondere
Menschen, die hare eigene Saken wagen, maar eene nog veel grotere
in die geene, welke als Regenten de gemeene Saken van Landen ofte Stee-
den hebben te besorgen, want of sy schoon door hare agteloosheid
de Republike in het uiterste gevaar, van de gemeene Vryheid te ver-
liesen, gebragt hebben, ende dat sy die niet door haare wijs-
heid, maar alleen door Goodes onnaspeurelijke Genaade daar naa
magtig zijn te herstellen, soo siet men nogtans seer dikwils ge-
beuren, dat de minste schijn van Eigenbaat die eigenste Regenten al
weederom beweegen kan, om dien weg des gemeenen
verderfs in te slaan, met in plaatse van den geenen, daar de goe-
de God haar van verlost had, eenen anderen Dwingeland allangs
weederom oover sig ende de gemeene Ingeseetenen te stellen.
Waar van wy voor by gaande de oude veevuldige Griekse Re-
publiken, als ook die van Romen, alleen die van Florencen voor-
stellen sullen, alsoo die Regenten naa veelvuldige overwagte
der anderen eindelik Pieter de Medicus verdreeven hebbende,
ende hy in den Jaare 1496. die Stad met duisend, soo Ruiters
als Knegten meenende te oover-rompelen, soodaanig in sijnen
togte door eene ongemeene duistere nagt-reegen belet wierd,
dat hy te laat voor der Poorte koomende, daar buiten blij-
ven moest, ende de Regenten der Republike dus alleen door
de Goddelijke Voorsienigheid, voor dien Tyranne behoed zijnde, daar
naa door haare onderlinge twisten, soo weinige sorge drou-
gen oover het stellen der noodige ordren, om des selfs Naa-
saaten uit alle bewind der Republijke te keeren, dat sy alle
in den Jaare 1531. Voor Alexander de Medicis, als haaren Hertooge,
die wel eer Vrye Florentijnse halsen moesten buigen. Ende
gaave God, dat wy in onsen Vaaderlande, geene diergelijke on-
derneemingen onser Hoofden der Republike, ende naa de on-
verhoopte Goddelijke verlossinge van dien, geene dierge-
lijke agteloosheid der Regenten, ter behoudinge der gemee-
ne Vryheid, bespeurd, ofte misschien nog te verwagten had-
den.
Wat sullen wy dan seggen, dat de waare sin deeser FA-
BULE zy? Naamentlik, dat een Haan ofte Mensch, die een-
maal uit den gewelde sijner Vyanden, ende van der Dood,
by geluk verlost is, sig niet al te sorgvuldig voor den selven
Vyande wagten kan. Ende dat alle Regenten, die eenmaal uit
het perijkel van de gemeene Vryheid te verliesen, het welk ee-
ne Borgerlijke dood is, allen door de Goddelijke goedheid ge-
reddet zijn, ende die des niet te min geene sorge draagen,
om tot diergelijke quaalen niet weeder te vervallen, veel meer
als deese Haan te beschuldigen zijn, ende gewisselik sy, ofte
ten minsten haare kinderen, als veragte ende verdoemde Slaa-
ven, haar leeven in hertseer ende schande sullen moeten ein-
digen: wanneer sy met eenen, als het te laat sal weesen, be-
merken sullen; dat alle de oneindige Schatten, die sy soo suu-
relik arbeidende voor sig selven ende voor haare kinderen mee-
ende mitsdien alleen strekken sullen, om de boejen ende roeden,
waar meede sy gedwongen ende geplaagd sullen werden, en-
de de Beulen, die haar pijnigen sullen, te betaalen.
Quod saepe fieri non potest, fiat diu mors eligatur longa.
Senec. Oedip.
Die maar een oog heeft, bewaard het best.
ID embstma_add132_emblem046 MOTTO_LA_NORM Quod saepe fieri non potest, fiat diu mors eligatur longa CHILDREN CHILDREN_SQRT 0