$ TEXT_EXPL_XML
50. Eene Revier ende haare Fonteinen.
SEekere groote ende diepe Revier door eene seer lange
streeke Lands, door bergen ende daalen loopende,
onderwijlen alle Velden bevogtigende, ende daar door
seer Vis-rijk zijnde, als meede eindelik haare Waateren
in der See loosende, wierd by gevolge door seer veele van
booven neederwaarts daalende, ende van beneeden naar
booven klimmende, vol gelaadene Schaapen bevaaren:
van Gewassen, Vrugten, Berg-ende Hand-werken, door
die Reviere versenden, ende ook alle haare behouften van
Spijse, Drank , Kleedinge, wooninge, ende alles wat
tot haar gemak ofte vermaak strekte, uit der See ontfan-
gen konnenden; Soo wierd die Revier daar door soo seer
laatdunkende, dat sy scheen niet te weeten, waar haar
meeste Waater van daan quam, maar in teegendeel te
gelooven, dat haare grootheid in 't geheel ofte ten mee-
stendeele uit de Heemelse Voorvallen van Reegen ende
Sneeuw ontstaan was, ende voortaan onstaan soude; wes-
halven die groote Waater-stroom hare Fonteinen beschul-
digde, uit kleinmoedigheid verborgen te blijven tussen de
Sneew, Bergen, ende kaale Rotsen, als ook uit groote
leuiheid traag te loopen, ende geene Vrugten ofte vissen
voort te brengen, nogte eenige Scheepen, ten nutte der
Menschen, te konnen draagen.
Ende oovermits de Fonteinen op deeser beschuldiginge
antwoordeden, dat alle grootheid, vermaardheid, ende
nuttigheid der Reviere moeste toegeschreeven werden aan
haar, om dat meest alle haar Water daar van daan quam:
Soo wierd het selven van der Reviere ontkend, sulks by bei-
den haar verschil stelden ten uitsprake der Menschen, al-
soo die eigendlik de vrugten der Fonteinen ende der Re-
viere genooten hadden, ende als nog genooten. Deese
Menschen het oordeel oover dat verschil ofte die twist aan-
genoomen hebbende, waaren te leui om oover Bergen
ende Daalen te gaan souken, waar die Fonteinen stonden,
ende wel te ooverweegen ende te sien, waar alle die Waa-
teren oorsprongelik van daan quamen, ende hoe noodig
die ten haaren welstande waaren; maar veeltijds Reegen
ende Sneew hebbende sien uit den Heemele vallen, als
der Reviere vergaapende, weesen aanstonds het vonnis
dat de Menschen alle haare nuttigheid uit der Reviere,
ende gants geene uit der Fonteinen trokken. Het welk
der Fonteinen soo seer speet, dat sy, om te toonen hoe
onregtvaardig dat der onkundigen Menschen Vonnis was,
alle hare Wateren inhielden, en daar door de Velden dee-
den dorren, de Revier onbevaarbaar maakten, ende sulks
deeden verdroogen, dat de Vissen daar in stierven, en-
de die domme Menschen, welke van den Waateren ofte
den gebruike van dien moetende leven, des niet te min de
Revier geroemd, en de Fonteinen veragt hadden, genood-
saakt wierden, te souken andere Revieren, ende Menschen
daar omtrend woonende, die de Fonteinen van dien soo
wel eerden ende besorgden, dat sy geduurig ende oover-
vloedig veel Waaters uitwierpen, ende mitsdien alle In-
wooners der aanleggende Landen, in weelde deeden lee-
ven.
Uitlegging der Woorden deeser FABULE,
is by naast onnodig; dan te seggen, dat
Met FONTEINEN werden verstaan de geduurige
ende seekere Middelen van subsitentie der by-
sondere Familien, Steeden ende Landen.
Met REEGEN ende SNEEW, werden verstaan eenige
onseekere Voorvallen, die niet voorsien, nogte met eeni-
ge sorge eewig-duurende gemaakt konnen werden, ende
die wel waargenoomen werdende, de grootheid der Fa-
milien, Steeden ende Landen helpen vermeerderen.
die Middelen van subsistentie in weelde bloejende.
Door MENSCHEN, die de Fonteinen veragten, Regen-
ten, die soo onweetende zijn, dat de gemeene Middelen
van hare subsistentie voor soodanigen niet erkennen, en-
de derhalven de selven veeltijds goed vinden te beswaa-
ren, ten behouwe van andere onvrugbaare ofte trek-
kende Ingeseetenen, Gilde-Broederen, Officianten, Etc.
Om dat de regte oorsprong, ofte de eerste beginselen veeler groo-
te Natuurelijke, ende ook Menschelijke Saaken, onbekend ende
duister zijn, ofte bekende weesende, soo gering schijnen, dat sy
des weegen veragt werden: Soo heeft men van ouds gesegt, dat
de waarheid aller Saaken in eenen diepen Putte verborgen was, of wel, dat
men deselve niet dan uit eenen diepen Putte sien konde. Gelijk wy nog
heeden bevinden, dat de eerste oorsprong der Fonteinen, als ook
van Ebbe ende Vloed der See, van Donder, Blixem, Winden, Reegen, Haa-
gel ende Sneew, van der beweeginge des Seil-steemds, jaa van den
geduurigen ommeloope des Bloeds in onsen lighaame, onbekend,
ofte duister, ofte ondekts weesende by den Menschen, soo ge-
ring is, dat de selve niet alleen veragt werd, maar dat men daar
en booven de geenen, die getragt hebben de waarhaftige oor-
saaken van dien aan te wijsen, ende die daar en booven ten min-
sten de begrijpelijke ende waarschijnelijke eerste ende naaste oor-
saaken van dien aangeweesen hebben, in onse tijden des weegen
heeft getragt ende als nog tragt, by den gemeenen Volke van
Atheisterie, dat is, van Goddeloosheid, ende veragtinge aller so wel in-
nerlijker bysondere, als uiterlijker publijke Godsdiensten verdagt te
maaken ofte te beschuldigen. Daar in teegendeel Menschen,
die haare onweetenheid omtrend de ordre der oorsaaken ende daar
uit ontstaande Werken, welke de Al-wijse ende Al-magtige God,
onder sijne Schepselen gesteld heeft, ende in der eeuwigheid on-
middels alles aan Goodes Magt ofte Seegen toe te schrijven, wa-
relk het aller-kragtigste Bewijs van Goodes al-om teegenwoordig
Weesen, soo veel in haar is, verduisteren ofte vernietigen. Ende
om van deese kennisse der Natuurelike, tot Menschelijke Saaken oover
te treeden, soo sien wy, dat veele groote ende sterke Jongelingen,
niet willende gedenken, dat sy in des Moeders lighaame tusschen
pis ende drek geformeerd zijn, ende daar naa gebooren weesen-
de, in haare vuiligheeden souden hebben moeten vergaan, ten
waare sy door haarer Ouderen voorsorge gereinigd ende gevoed
waaren gewordenL: wy des niet te min ook daageliks sien konnen,
dat veele jonge Luiden naawelijks haare groote ende sterkte be-
koomen, sonder haare oude ende swakke Ouders ondankbaarelijk
te veragten, ende daar door haaren eigen ondergang ofte verderf,
ter bedrouvinge haarer Ouderen te verhaaften. Ook sien wy,
hoe weinige Koningen ende Vorsten wel ooverdenken, dat sy geene
meerdere Natuurelike Magt, dan de minste haarer Onderdaanen heb-
ben, ende dat sy geen Regt, ende mitsdien geene civile oft magt
der Regeeringe besitten, dan die haar van hare eigene Onderdaanen
opgedragen is, ende dat sy die magt niet langer, dan het den gesa-
mentlijken Onderdanen geliefd, konnen behouden.* Ende in ge-
volge van dien, sien wy des niet te min dageliks, hoe die Koningen
ende Vorsten haare eigene Onderdaanen klein agten, drukken, pluk-
ken, dooden, ende vertreeden: Sulks daar uit ontstaan oproeren,
ende binnen-ofte buiten-landse oorloogen, met so kleine liefde der
opgemelde Onderdaanen voor haare Koningen ende Vorsten als
ook soo flaauwe afkeeringe van uitheems geweld, dat die Lan-
den ende Steeden geduurig van den eenen Tyranne onder den an-
deren vervallen, ten sy die Ingeseetenen soo gelukkig zijn, dat
sy ter eeuwiger schande, ende ten verderve haarer Koningen ende
Vorsten, eene Vrye Republikse Regeeringe opregten konnen.
Quicunque multis viris unus prae est,
Hoe debet his quibus pre est.
Proesse debet neutiquam diutius,
Hi quam volunt quibus pre est.
Quid impotentes Principes superbiunt?
Quod imperant precario.
Verba eminentissimi Viri Thome Mori.
der Weereld, onbekend, duister, ofte soo gering zijn in de oo-
gen der Regenten van dien, dat sy die oorsaaken van haar weesen
ende grootheid, in het geheel schijnen te veragten. Ende om ter
aanwijsinge van Voorbeelden, ten deesen einde dienende, niet verre
te loopen, wie sal ons leeren de eerste beginselen van neeringen,
oewooningen ende aangroejen der groote Hollandse Steeden,
Dordregt, Haarlem, Delf, Leiden, Amsterdam, Gouda, Rotterdam, Etc.
waar van Leiden de oudste van dien, geen ses honderd Jaaren oud
is. Ende welke Stad, als ook der selven Hand-vesten ofte Leeraaren,
sal ofte sullen ons niet met eenen aanwijsen eene seer geringe door-
togt van eene Stroom, Vliet ofte Sijl, als ook eenen Dam ofte Sluis,
neevens eene kleine binnen-landse Visserie ende Landbow, eerstmaals
veroorsaakt hebbende eene by-een-wooninge van weinige arme
Menschen, die door arbeid- ende spaarsaamheid onder eene Vrye
Volks-Regeeringe, eerst de Manusfacturiers, daar naa de buiten-landse
Vissers, ende eindelik de koop-ende oover Seesen Handelaars, nevens
den Schipvaart ende Reeders in Scheepen veroorsaakt hebbende, waa-
relik de oorsaak onder grootste Steeden zijn, en wie siet niet, dat nu
der selver afkomelingen eene eedele afkomst roemen, om alle die oor-
saken van der grootheid en weelde der Steeden ende der bysondere
Huisen ten uitersten te mogen veragten, ende indien die veragting
blijft duuren, soo is seeker, dat die onse groote Steeden ende Huisen
seer haast wederom, in Dorpen en Hutten veranderd sullen worden.
Dus sien wy, dat de meeste rijkdom van Borgerlijke Familien
in Holland, sijnen oorsprong heeft van Weevers ofte Reeders in mani-
facturen, van buiten-landse Vissers, Seilen maakers, lijn-Slaagers, Reeders
in Scheepen, Winkel-houders, factoors, jaa self van maakelaars, wan-
neer by den selven geweest ofte gebruikt zijn, naarstig en suinigheid,
geringe Huisen, weinige Dienst-boden, geene Hof-steeden. Koetsen
ofte Paarden, geene dan seer onkostelijke ofte duursaame Kleedin-
gen, ende dat sy alle genuttigd hebben geringge onkostelijke Spij-
se, als gespeekeld ofte gerookt Ossen-vlees, Konijnen, Abber-
daan, Stok-vis, See-ende Revier-vis, Grutten, Erreweeten,
Boonen, Stok-vis, See-ende Revier-vis, Grutten, Erreweeten,
Boonen; gelijk wy meede behoorden aan te merken, dat onse
voor Ouders in deese Landen gebruikt hebben tot drank, inlands
Bier, Melk ofte Wei, Meede, Waater, Etc. alles binnen onse
beetere het) ook, dat meest alle de Afkoomelingen, ja selfs, veele
eigene Kinderen van dien, soodanigen oorsprong ofte afkomst ont-
kennen, ende dat sy sig daar van schamen; ende die middelen, wel-
ke haar groot gemaakt hebben, niet alleen veragten, maar dat nog
veel erger is, dat sy n gene andere beesigheeden, als zijn, binnen-
ofte buiten-landsen Koophandele, Praktijk van Studien in de Medicijnen
ofte Regten oeffenen willen: maar dat sy in teegendeel groots, leui,
ende quistig zijnde, seer groote ende kostelijke Huisen bewoo-
nen, veele Dienstbooden ende Paarden voeden, Hof-steeden en-
de Koetsen houden, volgens der Francoisen wijse, telkens haare
kostelike kleedinge verwerpen, om andere naar die nieuwe Snee-
e te maken, niet, an versse kost, Vlees of Vis, klein Gebent,
Wilbraad ende Confituren schadden, geene dan uitheemse, ofte
ten minsten op de uitheemse wijse toegemaakte spijse eeten, en-
de geene dan uitheemse kostelike dranken drinken willen.
Sulks alle die Kokken, Pastei-ende Banket-bakkers, Confitu-
riers, ende die in onse Landen onnutte Wijn-verkoopers te sleet,
ende alle die veelvuldige andere Konstenaars, werden gevoed door
ende van onse schaadelijke pragt ende weelde. Het welk de aller-
voorsigtigsten der opgemelden rijk gewordene Ingeseetenen vermer-
kende, ende dat door continuatie van soodaanige wijse van Iee-
ven, hare arremoede ofte die van hare kinderen, aanstaande sou-
de weesen; andere middelen van subsistentie tragten te bekoomen,
naamelik aan Regeerende Familien te Houweliken, ofte ook sonder het
selven, in Regeeringe van Land ofte Stad gebruikt te werden, en-
de onder der hand door aantellen van Penningen, eenige profita-
bile Amten te kopen ende te bedienen. Het welk voor eerst bui-
ten haar vermoogen is, om sulks seekerlik te bekoomen, ende in
alleen gevalle van de gontse der Regenten hangd. Ende daar en bo-
ven soo is ook het getal der geenen, die naar der Regeeringe ende
profitabile Amten daar van hangende, staan ofte die te bekoomen
tragten, seer groot, ende verkrijgen gemeenelik geene dan de
meest-vermoogende behouftigen dar haar oogwit. Sulks die Regenten
ofte Amtenaars als dan weegens haare behouftigheeden, alle ande-
re gemeene Ingeseetenen, welke door haare beesigheeden, de
Landen ende Steeden nog doen subsisteeren ofte bloejen, soo
gants niet laaten geleegen weesen, maar in teegendeel de selven
alles sins schijnen te veragten.
Waarom hier naa niet anders schijnd te sullen volgen, dan dat
die Fonteinen allangs min, ende eindelik geen waater meer geeven,
ende onse groote, trotse Revieren van Rijn, Maase, Amstel, ende
Ye, als onnut verdroogen, sullen; dat is, voor ende door onsen
gemeenen Ingeseetenen niet meer bevaaren ende behandeld sullen
werden.
Ende meenen wy derhalven den eigendlijken sin deeser FABU-
LE te weesen, dat alle Menschen, die den waaren oorsprong van
haare eigene grootheid ontkennen, ende sig daar van schaamen,
verdorven ende vernietigd sullen werden, alsoo, volgens ons oud
spreekwoord, ieman die sig sijner Neeringe schaamd, nooit sal ofte kan
bedyden.
Ad principia recurrendum.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem049 MOTTO_NLMinst geagt, meest verlooren.
ID embstma_add132_emblem050 MOTTO_LA_NORM Ad principia recurrendum CHILDREN CHILDREN_SQRT 0