$ TEXT_EXPL_XML
51.De Eezel met een Leewen-huid.
ALs de Reusen, Iupiter souden bestormen, quam on-
der anderen sijnen helperen Silenus rijden op eenen
Eezel, welke Eezel door den aanvalle van die ongemeen
groote Menschen, wiens gelijken hy voor deesen nooit had
gesien, vervaerd werdende, op sijn alder-luidst bestond
te ruggelen ofte te krijten: Sulks de Reusen nooit soo ee-
ne stemme gehoord hebbende, sig inbeeldeden, dat ee-
nig seer schrikkelik Gedrogt haar soude aangrijpen; waar-
om sy ook schielik de vlugt naamen.
Gelijk meede daar naa Bacchus de Indianen beooreloo-
ook van Silenus op den selven Eezele rijdende, geholpen
wierd. Als wanneer de selve Eezel in den strijde weeder-
om schrikkende van die grouwelijke Elefanten, ten hoog-
sten kreet; Sulks als daar by quam het gehuil der opge-
melde dolle Wijven, in de eene hand met Slanen, ende
in de andere met groene Wijn-ranken bevlogte Spietsen,
slingerende; de Indianen nooit diergelijk gehoord ofte
gesien hebbende, aanstonds de vlugt naamen, ende in
die vlugt gedood, ofte gevangen wierden,
Weshalven Iupiter ende Bacchus, als ook Silenus, even
of die EEzel die van twee strijden gewonnen had, den selven
van aller dienstbaarheid vry maakten, en hem daar en boven
vereerden met eenen Leewen-huid, waar door hy sig des
te meer inbeelde, dat die ooveriwnningen waarelik
door sijne deugd verkreegen waaren; ende dienen van
alle Menschen ende Beesten, die hem voormaals gekend,
veragt ende gedwongen hadden.
Dog als de Eezel ten selven einde sig met den Leewen-
huid in der vougen hadde bekleed, dat hy meende sijne
lange uitsteekende Ooren voor Hoornen, ende hy selfs der-
halven voor schrikkelijker als een Leeuw te sullen werden
aangesien; Soo liep hy her-ende derwaarts, naar sijne
voorgaande wijse krijtende, om opgeroerde Menschen en-
de Beesten te vervaaren; gelijk waarelik alle Kinderen, en-
de de aller-onweeenste Beesten, in den eersten voor hem
schrikten, ende vlugteden, tot dat de Vos sijne stemme
gehoord hebbende, haar waarschouwde, dat het de ou-
de Eezel onder nieuwe kleederen was. Sulks alle die on-
noosele Menschen ende Beesten stille stonden, ende saa-
gen, dat de Moolenaar den Eezel al te voeren van sijne
ne lange Eezels-Ooren kende, toetrad, hem den Leewen-
huid ontnam, ende daar na hem met stok-slagen dwong,
Sakken te draagen, ende alle diensten, jaa ook meer als
van ouds te doen, sonder dat opgemelde Gooden sig des
belgden; ten deele, om dat sy sig oover des Eezelf al te
groote dommigheid schaamden, naamentlik, dat hy had
gespronkt ende geroemd met het gunt hy aller meest moest
verbergen. Ende ten deele, om dat hy haar in Ontsag
ende Eere gelijk had willen zijn.
Uitlegging der Woorden.
Uitlegging der Woorden.
Met JUPITER, BACCHUS ende SILENUS, heb-
ben de Ouden verstaan, Koningen ende Vorsten.
Met den EEZEL, een dom dienstbaar mensch, die door
sijn geluk laat-dunkend werd; ofte een soodaanig mensch,
die door eenige voorvallen ende niet door sijne verdiensten,
een aansienelik Amt bekoomen heeft.
Met den LEEWEN-HUID bekleed te zijn, hebben de
Ouden willen beduiden, in eenige hooge Bedieninge te
weesen, ofte eenig Amt te bekleeden.
Men heeft van alle oude tijden af seer veele Dwaase ende On-
deugende Menschen sien klimmen tot, ende blijven in soo
groote hoogheid van Eere, Goed, ende Magt: ende daar en teegen
heeft men soo veele Wijse ende Deugdsaame Menschen sien needer
gesmeeten, onder het geweld der Dwaasen, ofte haar geduurig
sien worstelen teegen alle Smaad, Onderdrukkinge, ende Arremoede,
die de ondeugende Menschen haar veroorsaken; dat eenige Men-
schen daar door bewoogen zijn geworden te twijfelen:,, of ook
,,de menschelijke Saaken naar eenige Wijsheid bestierd wierden,
,,dan of alles by gevalle en sonder eenige Wijsheid veroorsaakt wierd.
Want gelijk de Eerste Koningen ende Vorsten haares geslagts, die
hoogheid niet door eene Vrywillige Keure ende de meeste Stemmen
len pleegen te bekomen; alsoo werden de Afkoomelingen deeser eer-
ste Koningen ende Vorsten hares geslagts, sonder eenig haar toe-
doen, ende by gevalle, tot ofte in die hoogheid gebooren. Ende
het zy de selven ofte haare voornaamste Hoovelingen de Amten der
Regeeringe aan den meest daar vooren betaalende verkoopen ofte
niet, soo siet men in beide gevallen, dat onder de Een-Hoofdi-
ge ofte Monarchale Regeeringe, die Amten meest van de ondeugenste
Menschen verkreegen werden; nademaal een verstandig Deugd-
saam Menschm die voorneemens is, uit het bedienen van eenig
Amt niet meer eigen voordeels te trekken, dan met den gemeenen
nutte der Onderdaanen ofte des Lands bestaan kan; daar vooren so
veele niet sal willen geeven, als een ander die het selven Amt
ten geenen anderen einde begeerd, dan om daar uit soo veel ei-
gen proftijts als hem doenelik sal weesen, te trekken; son-
der eenigsins het gemeen nut der Onderdaanen in agte te neemen.
ende naademaal Koningen ofte Vorsten, die geene Amten ver-
koopen ofte laaten verkoopen, meest alle de selven uitdeelen,
sonder op eenige verdiensten te sien, alleen op het aanraaden van
haaren allerliefsten Hooveling, ofte naar haare eigene Lusten ende ver-
maaken, die sy scheppen,, uit het aanbrengen van een bevallig
,,Vrow-Mensch, ofte eenige goede tijdinge, uit een aardig vleyen,
,, uit een geestig woord op sijnen tijde gesprooken, uit eene ver-
maakelijke kluft, Etc. Immers naademaal opgemelde Koningen ende
Vorsten, in volgende de Staat-kondige regulen der Een-hoofdige
Regeeringe, die Amten aan geringen ende des onwaardigen, als die
daar door des te meer aan haar verpligt werden, liever begeeven,
dan aan die van Grooten Huise, welke door haare geboorte ofte ver-
diensten des meenen waardig, ende den begiftere des min verpligt
te zijn; Soo klaagen de aller Deugdsaamste Onderdaanen, ende
Hoovelingen altijds ten hoogsten oover die ondraagelijke quaa-
len, van sig voor by gegaan, ende de ondeugensten als ook on-
bequaamsten, boven haar verheeven te sien. Ende sien wy dit
hier selfs aan den Gooden, Jupiter, Bacchus, ende Silenus, wan-
neer sy den Eezel sonder eenige sijne verdiensten, jaa oovermits
sijne flaauwhertige onbequaamheden, met eenen Leewen huide
vereeren.
schen des geluks waardig zijn ofte niet, soo sal niet ondienstig
zijn, hier met korte woorden voor te draagen, wat gedagten
ende oordeelen sy middeler wijle van, ende oover sig selven be-
hoorden te hebben ende te vellen. Ende in het bysonder sullen wy
seggen, wat Mensch sig in deesen gevalle hoog otfte laag vermag
te schatten. Want hoewel alle Menschen in sig selfs aangemerkt
weesende, van eene ende deselve waardie zijn, wanneer sy gem-
booren werden; soo maaken des niet te min daar naar haare
toe-ende-teegen-vallen, neevens veele andere omstandigheeden, onder
de selven een seer groot onderscheid. Ende is het by naast de hoog-
ste Wijsheid, sig selven, met alle omstandigheeden bekleed zijnde,
wel te kennen.
Om waar toe te koomen, wy altijds moeten indagtig zijn, dat
wy ons selven beeter, als andere Menschen ons kennen; b
ende dat wy derhalven meer ons eigen oordeel oover ons eigen sel-
ven, dan anderen Menschen seggen van ons, behoorden te geloo-
ven: Ende daar beneevens behoorden wy ook indagtig te zijn,
dat onse innerlijke waarde ofte onwaarde, meest bestaat in onse stand-
vaste Wille, om Goed ofte Quaad, soo aan ons eigen selfs, als aan ande-
re Menschen te doen. Ende sullen wy dit beiden wel indagtig zijn-
de, veel meer reeden vinden, om een laag, als om een hoog gevoe-
len van ons eigen selfs te hebben, ende in gevolge van dien, sullen
wy tragten, als ware Philosophen ofte goede Christenen, te leeven.
Maar de Staatkondige Menschen meenen, dat sy in deesen haare
pligt voldoen, wanneer sy by sig selven wel ondersouken ende uit-
vinden, wat magt sy eigendlik hebbende om sig selfs, ende andere
Menschen, die booven, beneeden, ofte beneeden, haar zijn, het zy
met, het zy tegen allen Regt en Reeden, te konnen baten ofte schaden.
Namentlik sy ondersouken,, of sy klouk van oordeel zijn, veel weeten,
,,veel gehoord ende gesien, eene groote geheugenisse, een welgemaakt,
,,schoon, gesond, en sterk lighaam hebben, of sy veele Heerlikheeden ofte
,,Goederen als eigen besitten, of wel door gonste van Koningen en Vorsten,
,,die Amten bekleeden, sonder dat die Staatkondigen gewoon zijn, de
goede Wille ofte Deugd der Menschen, ten voordeele der gemeene Onder-
daanen strekkende, eenigsins in agtinge te neemen, om dat die Konin-
voor soo veele die ten voordeele van hun eigen selfs strekken. Sulks
yder hunner Onderdaanen, ende insonderheid yder Amtenaar, wel moet
opmerken, wat goeds hy eenen andere, als ook sijnen Heere doen,
ende wat quaads hy beiden afweeren kan.
Want indien de selve Onderdanen ofte Amternaars bevinden wei-
nige naturelijke gaven, ende veele swakheeden te hebben, sulks hare
agting alleen op een geluk, ofte op de gonst eenes Heeren steund; so
is in gevallen nodig, dat sy sig beleefd ofte neederig, in dien sy
eenig Amt bekleeden, daar in dragen; ende dat sy seer weinig spree-
ken; als meede dat sy met Menschen, die haar wel eer gekend heb-
ben, nooit ommegaan, ende sig wagten van eenige gemeenschap met
den selven te maaken, in hoedaanige geleegenheeden het selven
ook soude moogen weesen.
Ende oovermits de geene, die sonder eenige haare verdiensten, tot
groote Eere, veele Goederen ende hoge Amten geraakt zijn; door hare
kleine kennisse, gevougd by die hoogheid ende vleyerie, ende eigen-liefde,
blind ende bovaardig werden: Soo vervallen sy gemeenelik soo verre
van opgemelde goede Gronden, om te konnen in die agtinge blijven,
dat sy allangs hare eigene gebreeken voor groote Deugden aansien, ende
daar meede derven pronken, selfs by den genen, die haar allerbest,
en eer sy tot die Agtinge ofte Hoogheid gesteegen waren, gekend heb-
ben ofte kennen, en sy ook oover sulks door de selven by alle andere,
die haar voormaals niet gekend hebben, bekend gemaakt werden,
met alle haare gebreeken; waar door die Amtenaars ofte Hovelingen ge-
meenelik haare Amten, ofte ten minsten alle haare agtinge verlie-
sen, ende dubbeld ellendig werden.
Dese FABUL leerd ons derhalven, dat het geluk den Menschen
geene Wijsheid ofte Deugd, maar gemeenelik eene seer groote Laat-
dunkenheid aanbrengd, ende dat sy by gevolge soo eenen groo-
ten haat op sig laaden, dat sy geheel ter needer gesmeeten werden,
sonder daar naa nooit weeder te konnen oprijsen, ende met daar en
teegen van alle Menschen bespot zijnde, in schande ende versma-
delijke arremoede, haar leeven te moeten eindigen.
Inscitia semper arrogans
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem050 MOTTO_NLDie onweetend is, werd vermeeten.
ID embstma_add132_emblem051 MOTTO_LA_NORM Inscitia semper arrogans CHILDREN CHILDREN_SQRT 0