| TEXT_EXPL_XML |
<p>52. De Wolven, als ook de Schapen ende Verkens,<lb/> met haare Wagt-honden.<lb/> NA dat de Wolven eenen tijd lang oorlog teegen de<lb/> Schapen gevoerd, ende gesien hadden, dat de Scha-<lb/> pen van haare Wagt-honden soo wel beschermd wierden,<lb/> dat sy met oopenbaarelik teegen haar te oorloogen, geen<lb/> voordeel oover haar krijgen konden: Soo sonden sy haa-<lb/> re Gesanten uit, om den Schapen aan te leggen, dat sy<lb/> waarelik niet haare Vyanden, maar seer geneegen waa-<lb/> ren, als reedelijke Dieren, in ruste ende vreede op haar<lb/> <pb n="embstma_add132_fac308"/> eigen goed te leven, ende ook haar dus, als een yder op het<lb/> sijnen, in vreede te laten leven. Ende vougden de Wolven<lb/> daar by, dat het selven belet wierd door der Schapen Wagt-<lb/> honden, wiens gebaf ende gedurig grijnsen ofte tergen, voor<lb/> haar onlijdelik was. Ook seiden de wolven, dat het oorlog<lb/> ten beiden sijden schadelik ofte seer lastig was, ende inson-<lb/> derheid voor den Schaapen, die haare Wagt-honden moe-<lb/> sten voedenl sulks indien sy eenige Wagt-honden en afdan-<lb/> ken, ende de anderen soo verre af versenden wilden, dat<lb/> de Wolven in haar Bos het gebaf der Honden niet souden<lb/> konnen hooren, aanstonds alle het gunt ten weeder-sij-<lb/> den was gedaan ende geleeden, ook ten weeder-sijden<lb/> vergeeven ende vergeeten soude werden, ende de Vreede<lb/> geslooten soude weesenl met voorwaarden, dat de Wol-<lb/> ven gerustelik in de Bossen, ene de Schaapen in de daar-<lb/> aanpaalende gras-rijke oopene Velden, haar voedsel sou-<lb/> den vermoogen te souken.<lb/> Welke aangeboodene Vreede de Schaapen aan-naamen;<lb/> ende in gevolge van dien, veele van haare wWagt-honden<lb/> afdankten, ende de ooverige wel soo verre naar andere<lb/> Grensen versonden, dat de Wolven haar aanstootelik ge-<lb/> baf ende grijnsen, nogte hooren nogte sien konden,<lb/> maar efter bleeven de Honden so-na-by, dat de Schaapen,<lb/> indien de WWOlven ontrow waaren, met eene storm-klok,<lb/> die in seckere Boom hing, te luiden, haare snel loopen-<lb/> de wagt-honden ten hulpe roupen souden konnen.<lb/> Ende als eenigen tijd daar naa de wolven eene schoo-<lb/> ne geleegendheid sagen, om de Schaapen te konnen oo-<lb/> vervallen, ende dat de wolven ook ten dien einde uit den<lb/> Bosse den Schaapen naaderden, ende sy haare storm-klok<lb/> souden luiden, soo bevonden sy, dat de kram der klok-<lb/> ke, waar aan de kleepel plagt te hangen, met der tijd.<lb/> <pb n="embstma_add132_fac309"/> vergaan, ende dat die kleepel in haar afweesen daar uit<lb/> gevallen, was; Sulks sy uit die Velden, met groot verlies,<lb/> ende after laatende veele Lammeren, vlooden naar de<lb/> wagt-honden, die als dan den wolven soo dapper aanvie-<lb/> len, dat sy ook genoodsaakt wierden, met after-laatinge<lb/> van eenigen haaren beuit, bossewaarts te keeren.<lb/> Weshalven die Wolven, siende dat haar aanslag ten<lb/> deele mislukt was, op een niew Gesanten uitsonden, dat de<lb/> Vreede. weegens seeker mis-verstand, door eenige bal-<lb/> daadige Wolven, ten onregte aan haare sijde, hoewel<lb/> niet door gemeen goed-vinden, was gebroken geworden.<lb/> Ende dat sy nu ook willende toonen, hoe seer sy genee-<lb/> gen waren, eene verseekerde eewige Vreede met den Scha-<lb/> pen te maken, bereid waren, ter verseekeringe van dien,<lb/> haar tot Gijselaars oover te geeven, hare aller-liefste Kin-<lb/> deren, naamelik eenige jonge wolven, mits de Schaapen<lb/> daar en teegen haar nietwes ten Gijsele souden behouven<lb/> oover te leeveren dan hare in vreede onnutte wagt-honden.<lb/> Het welk als eene eewig-duurende Vreede, ten beiden<lb/> sijden aangenoomen, met diere Eeden bevestigd, ende<lb/> ten weeder-sijden volbragt zijnde; soo wierden die jonge<lb/> wolven Gijselaars, allengs soo oud, dat sy seer luid be-<lb/> stonden te huilen over hare gevangenisse. Het welk de oude<lb/> wolven hoorende, voorwendeden, dat tegen het heilig Regt,<lb/> de Schaapen hare Gijselaars beleedigen, ende de Vreede<lb/> misdien door den Schaapen gebroken was, sulks sy als toen<lb/> scheenen te yveren, niet alleen voor haare lieve Kinderen,<lb/> maar ook voor het heilig Regt der Vreede, ende den Gysela-<lb/> ren van dien, met op die weereloose Schaapen, welke nu<lb/> van haare wagt-honden ontbloot waren, aan te vallen, en-<lb/> de sig naar haren lust, met dat soet Schaapen-vlees te ver-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac310"/> saadigen, sonder eenigen teegenstand te vinden, ende<lb/> met onderwijlen by den onkondigen eene groote eere te<lb/> behaalen.<lb/> </p> <p>Uitlegging der Woorden.<lb/> WOLVEN, zijn Menschen die door geweld ofte bedrog<lb/> haar voedsel ofte grootsheid souken; namentlik,<lb/> Hovelingen ofte Krijgsluiden, ende Tyrannen.<lb/> SCHAAPEN, zijn weereloose onkondige ende onbedree-<lb/> vene Menschen, ende insonderheid geringe Borgers en-<lb/> de Boeren, waar op alle Tyrannen aasen, ende van<lb/> welke te plonderen, te scheeren, ofte te schatten, sy<lb/> in alle ontugt ende ooverdaad leven.<lb/> WAGT-HONDEN, zijn wijse ende wel gegoede Ma-<lb/> gistraats-persoonen eener Republike, welke Republike<lb/> qualik-ende wel-varen haar alsoo vele ende meer Scha-<lb/> de ofte Baat aanbrengd, als den gemeenen onnooselenn<lb/> Ingeseetenen.<lb/> Wanneer eenige Menschen, in sig selven aangesien weesende,<lb/> soo swak zijn, dat sy haare weederstreevers ofte na-by geleegene<lb/> Vyanden niet konnen afweeren, dan ten zy alvoorens eenige goede<lb/> voorsorge gedraagen, ofte ordre gesteld zy, dat sy in tijden van<lb/> noode teegen die Magtigen, door anderen werden bygesprongen<lb/> ende geholpen; Soo konnen die Swakken by het eerste versuim<lb/> ofte onstentenisse van hulpe, seer ligt oovervallen ende beschaa-<lb/> digd werden. Ende derhalven soo is soodaanigen Swakken no-<lb/> dig die magtiger weederstreevers ofte Vyanden te vermijden, ende hoe<lb/> verder hoe beeter, van haar te wijken, ofte altijds seer wel op ha-<lb/> re hoede te zijn.<lb/> Dog alsoo de aard der Menschen, ende de gevallen deeser we-<lb/> rel niet toelaaten, altijds evenwel besorgd ofte op sijne hoede te<lb/> <pb n="embstma_add132_fac311"/> zijn: ende dat ook daar en booven de Magtigen soodaanig konnen<lb/> ge-aard ofte besteld zijn, dat sy op die Swakken aasen moeten,<lb/> om dat sy, sonder aar van haar voedsel te trekken, seekerlik<lb/> souden vergaan; So moeten ook die Swakken sig verseekeren, dat die<lb/> Magtigen als dan geen gebrek lijen, maar wel die Swakken vertee-<lb/> ren sullen, wanneer ende soo haast als sy die konnen bemagtigen.<lb/> Weshalven die Swakken sig van geene Sterkere, ende insonderheid<lb/> van geene harer Weeder-streeveren ofte Vyanden behoorden te laten be-<lb/> kallen ende beweegen, om sig ter bescherminge tegen hare Vyan-<lb/> den, ongereeder te maken, ofte hare noige hulpers verre van der<lb/> hand te senden, om dat sy alsdan daar door alleen den magtigen schie-<lb/> lik ende gants onverwagt op haare halsen trekken souden.<lb/> Het welk waarhafig zijnde, so blijkt des te meer, dat de Swakken<lb/> noit, ende om gene reedenen ter wereldd, hare Wapenen ofte Hulpers be-<lb/> hoorden oover te geven in de handen der opgemelde Magtigen, ten zy<lb/> die Swakken dus hare kraften verminderd hebbende, aanstonds van<lb/> die Magtigen, welke in het gemeen met de Reeden spotten, en met hare<lb/> Eeden speelen, ooverweldigd willen zijn.<lb/> De waarheid van het welken wy eenigsins konnen leren, uit de da-<lb/> gelikse ervarenheid, wanneer gebeurd dat Swakke met Magtiger han-<lb/> delen oover-een komen, en dat ten wedersijden ietwes bedongen<lb/> werd: Namentlik en insonderheid, wanneer bedongen werd, dat de<lb/> Swakken eerst ietwes doen ofte geeven sullen; Want of<lb/> schoon de Swakken het bedongen voldaan hebben, en daar na van den<lb/> magtiger ook het beloofden vorderen, so bevind men nogtans gemee-<lb/> nelik, dat die Magtigen als dan eenigen uitvlugt ofte schoonen schijn be-<lb/> denken ende voorwenden, waarom sy het selven, dat sy beloofd heb-<lb/> ben ofte gants niet; ofte niet ten vollen willen doen ofte geeven,<lb/> weetende dat het den swakken ongeraden sal weesen, den magtiger<lb/> door den gemeenen Regter daar toe te willen dwingen. Sulks hoe de<lb/> magtigen, eer het Verdrag aangegaan is, meer schoone beloften doen,<lb/> om de swakken tot soodaanige onderhandelingen te beweegen, hoe<lb/> die swakkere sig daar van des te sorgvuldiglijker moeten wagten.<lb/> Dit aldus onder de gemeene Ingeseetenen eenes Lands voor vast<lb/> gesteld zijnde, soo moeten wy daar benevens seggen, dat Menschen,<lb/> by wie de Opperste Magt is, ende, die derhalven niet konnen werden<lb/> <pb n="embstma_add132_fac312"/> bedwongen, door de gemeene Onderdaanen, om teegen haren dank<lb/> ietwes te laaten ofte te doen, gemeenelik nog door schaamte nog<lb/> door schande pleegen afgeschrikt te werden, van te doen ofte te<lb/> laaten alle het gunt haar wel gevald ofte mishaagd, sonder sig aan<lb/> eenige gedane beloften ofte eeden te vebinden. Sulks de mag-<lb/> tigsten van dien gewoon zijn, de swakkeren, wanneer die in goede<lb/> stande van tegenweere sig gesteld hebben, voorbedagtelik met seer<lb/> schoone Beloften ende diere Eeden te misleiden, ten einde, dat die<lb/> daar op betrouwende, ende sig ten teegenweere onbequamer ofte<lb/> magtelooser gemaakt hebbende; sy daar na des te gemakkelijker over-<lb/> vallen, ende des te seekerder door haar ooverweldigd souden konnen<lb/> worden. Weshalven onder, die Opperste Magten geene Vreede ofte<lb/> eenige Verbonden gemaakt konnen worden, dan mits yder van dien<lb/> sijne kraften behoudende, de Swaktste onderwijlen sig soo veele<lb/> doenelik, van den Magtigen afscheide, ende gescheiden blijve.<lb/> Gelijk wy hier in deeser FABULE sien, dat de in sig selven<lb/> weereloose Schaapen in plaatse van de sterke ende scherp-getane<lb/> Wolven, haare Vyanden, te vermijden, ende nietwes gemeen mt<lb/> haar te willen hebben, op haar begeeren de nodige Wagthonden ver-<lb/> re van haar doen gaan, ende onderwijlen geene goede sorge dragen,<lb/> dat sy op 't luiden der Klokke, door de Wagt-honden, tegen die aan-<lb/> vallende Wolven, tijdelik bygesprongen konnen worden. Ende sien<lb/> wy daar benevens, dat die onnosele Schapen des niet te min, ten twee-<lb/> den male nietbedenken, dat sy hare Wagt-honden ten Gijsele oover-<lb/> geevende, sig magteloos maaken, ende dat daar en teegen de oude<lb/> Wolven, haare Jongen oovergeeevende ten Gijsele, eeven soo magtig<lb/> als sy te vooren waren, blijven, Ende dat deswegen alleen het gehuil<lb/> der jonge Wolven, den Ouden een genougsaam eerlik deksel is, om on-<lb/> der dien schijn de weereloose Schaapen te oovervallen, ende tot ha-<lb/> re spijse te gebruiken.<lb/> Sulks de eigendlijke sin deser FABULE is, dat de swakken nooit<lb/> de magtigen behoorden te vertrouwen. Ende dat insonderheid ge-<lb/> ringe Vrye Republiken alle gemeenschap met Koningen ende Vorsten be-<lb/> hoorden te vermijden.<lb/> </p> |
| SEQ |
54 |
| PARENT |
embstma_add132 |
| HIM |
FABLES GUL MNE EMBLEMS ILL_BOOK |
| URL_IMAGE |
embstma_add132_pic307.jpg |
| TIPE |
emblempictura |
| NEXT |
embstma_add132_emblem053 |
| IIHIM |
FABLES GUL MNE EMBLEMS ILL_BOOK |
| CAPTION_EN |
reserved for caption |
| SOURCE_FILE |
embstma_add132.xml |
| MOTTO_NL_NORM |
Borger en Boer, Is Heeren Voer |
| LINK_FACSIMILE |
embstma_add132_fac307 |
| MOTTO_LA |
<p>Pabula Tyrannorum plebs et rustici.</p> |
| TYPE |
emblem pictura |
| PREV |
embstma_add132_emblem051 |
| MOTTO_NL |
<p>Borger en Boer,<lb/> Is Heeren Voer</p> |
| ID |
embstma_add132_emblem052 |
| MOTTO_LA_NORM |
Pabula Tyrannorum plebs et rustici |