| TEXT_EXPL_XML |
<p>53. De Slang, Oogen, Ooren ende Staart.<lb/> De Slangen met haare eigene Oogen ende Ooren, van<lb/> verre ende na-by siende ende hoorende, als ook sou-<lb/> kende ende vermijdende, alles wat den geheele lighaa-<lb/> me voor-ofte-naa-deelig was; hadden eenen seer langen<lb/> tijd haar geheele lighaam soo wijslik bestierd, dat het da-<lb/> geliks in kraften ende weelde toeneemende, alle de leeden<lb/> <pb n="embstma_add132_fac313"/> De Slang, Oogen, Ooren en Staart.<lb/> dier Slange een sonderling genougen daar in hadden be-<lb/> hooren te scheppen. Des niet te min gebeurde, dat de<lb/> Gat-blaas, de Mild, de Teel-leeden, de Maag, ende de<lb/> schoone dog leedige Darmen, te saamen spandenl om ge-<lb/> lijkelik den Staart tot opstand teegen de Oogen ende Oo-<lb/> ren te verwekken, seggende, dat sy sig vougden by den<lb/> Staart, ende dat derhalven den Staart door deesen nie-<lb/> wen aanwasse verre het grootste gedeelte des geheelen lig-<lb/> haams uitmaakte; Ende dat de geringe Oogen ende Oo-<lb/> ren dus langen tijd het geheel lighaam bestierd hebben-<lb/> de, de Staart volgens de natuurelijke Billikheid ende ge-<lb/> lijkheid, die onder alle de leeden eenes lighaams, ten<lb/> grooten wel-vaaren gedyen soude, ook nu haare beurt,<lb/> om het geheele lighaam te bestieren, behoorde te hebben.<lb/> Waar teegen te Oogen ende Ooren niet alleen sig stel-<lb/> den, maar ook het Hert, Leever ende Lond, uit eige-<lb/> ner beweegeninge de Tong deeden seggen, dat onder alle de<lb/> leeden hares lighaams, soodanige ingebeelde gelijkheid niet<lb/> te vinden was, ende dat die niet dan ten verderve des ge-<lb/> heelen lighaams, betragt konde werden: om dat sy ken-<lb/> nelik de aller eedelste deelen des geheelen lighaams, ende<lb/> met haar niet te vergelijken waren; alsoo sy alle de kraft,<lb/> beweeging ende leeven, aan den geheelen lighaame toe-<lb/> bragten, ende dat sy des niet te min wel begeerden van<lb/> de Oogen ende ooren, maar niet van die sinneloose oover-<lb/> daadige ende wellustige Leeden, bestierd te werden.<lb/> Dit alles ongeagt sleepte de Staart aanstonds met ge-<lb/> welde het Hoofd ende het geheel lighaam, regt naar een<lb/> by geleegen Eiken-Bos, alsoo daar oovervloedig voedsel<lb/> was, dog bestond de staart het selven seer reukelooselik,<lb/> sonder daar toe eenige bequaame weegen ofte graasige<lb/> Velden bereid ofte gesogt te hebben; naamelik sy sleepte<lb/> <pb n="embstma_add132_fac315"/> alle die Leeden over berg en dal, scherpe steenen, distelen en<lb/> doornen, sulks den Hoofde het gebruik van het gesigt en ge-<lb/> hoor benoomen wierd, ende het Hart, Leever ende Long<lb/> weederom de Tong deeden roupen, Houd stille, houd stille,<lb/> want gy verderft het geheel lighaam; Laat dog de oogen<lb/> ende Ooren ons allen, gelijk voor deesen, bestieren. Dog<lb/> in plaatse van te hooren, wilde de Staart liever hare groote<lb/> kraften toonen, met eenen anderen steilen Berg snel op<lb/> te konnen klimmen, in spijt ende eerder als een aanren-<lb/> nend Ruiter haar soude konnen beloopen ende dooden.<lb/> Maar dese oneenigheid, ende by gevolge domme kraf-<lb/> teloosheid, veroorsaakte soo eenen tragen voortgang der<lb/> Slange-staart, dat de Ruiter haar beliep, ende met sijnen<lb/> swaarde het oppersten deel der Slange van het beneeden-<lb/> sten scheidende, het geheele lighaam doode, ende die<lb/> gedoode Leeden te sijnen eigen nutte, ofte om sijne lu-<lb/> sten te voldoen, gebruikte.<lb/> </p> <p>Uitlegging der Woorden.<lb/> De Ouden hebben verstaan met de geheele SLANG,<lb/> een Huis-gesin, ofte een Republik in goede ordre<lb/> zijnde.<lb/> Met OOGEN ende OOREN, Man ende WijsL: ofte<lb/> de Aristokratike Regeerders eener Republike.<lb/> Met Gal-BLAAS, MILD, TEEL-LEEDEN, MAAG,<lb/> ende schoone leedige DARMEN, weederspanninge,<lb/> toornige, wellustige, gulsige, ende ydele Kinderen, van<lb/> een Huis-gesin: ofte nijdige, heers-sugtige, misnougde,<lb/> <pb n="embstma_add132_fac316"/> geile, slampampende, aansienelike dog innerlik kaale In-<lb/> geseetenen eener Republike.<lb/> Met HART, LEEVER ende LONG, gehoorsaame en-<lb/> de deugdsaame Kinderen in een Huisgesin: ofte de ver-<lb/> standigste, deugdsaamste, welvaarenste, ende meest ge-<lb/> goede Ingeseetenen eener Republike.<lb/> Met STAART, Dienstbooden van een Huisgesin: ofte<lb/> de aller geringste, onweetenste, ondeugenste, ende meest<lb/> behouftige Inwooners, die op de Beetere Ingeseetenen<lb/> Baarer Republike aasen.<lb/> Met aanrennende RUITERS, die de Slang dooden ende<lb/> gebruiken, Menschen die uit de twisten van anderen<lb/> leeven, ende aldus bekoomen het gunt waarom getwist<lb/> word, als Advocaten, Procureurs, &c. of wel<lb/> een Krijgs-Ooverste, die door de Scheuringen der<lb/> Republike, ofte met de kleine Leeden tegen de groo-<lb/> ten op te hitsen, sig Heer van dien maakt, ende het<lb/> geheel lighaam verteerd.<lb/> Wanneer Menschen gebooden ofte Wetten ontfangen van ande-<lb/> ren, die een gemeen interest met haar hebben ende die sy<lb/> meenen wijser als de gemeene Menschen te zijn, so laten sy sig ligte-<lb/> lik van de selven leiden, bestieren, oover-reeden ofte regeeren: Maar als<lb/> daar en teegen Menschen gebooden ofte wetten ontfangsten van eenen<lb/> Mensche, die aan sijne geboden ofte wetten niet onderworpen<lb/> is, en welke dien volgens een geheel ander Interest heeft, als die aan de<lb/> geboden ende wetten onderworpen zijn; soo krijgen deselve On-<lb/> derdaanen billik die gedagten, dat met die gebooden ende wet-<lb/> ten wel seekerlik het voordeel des gebieders ende wetgevers altijds,<lb/> maar ook veeltijds het nadeel der Onderdaanen, die aan opgemelde<lb/> <pb n="embstma_add132_fac317"/> gebooden ofte wetten moeten gehoorsamen, beoogd werd. Sulks<lb/> soodanig een Hoofd, die Onderdanen gemeenelik niet oover-reed,<lb/> leid, bestierd, ofte regeerd, maar tyranniseerd ende dwingd, om uit<lb/> vreese van een meerder quaad, dat haar soude ooverkomen, te doen<lb/> ofte te laaen, het gunt sy sonder opgemeld ge-ofte ver-bod,<lb/> niet doen ofte laaten souden willen.<lb/> Even dus is het by-naast gesteld, wanneer in eenen Vryen Staate,<lb/> onkondige ofte dwaase Menschen, hoewel een ende het selven Interest<lb/> met anderen hebbende, sig onderwinden aan allen, ende by ge-<lb/> volge ook aan sig selven gebooden ende wetten in het ge-<lb/> meen, ende ook aan haar in het bysonder, schadelik zijn, sy aan<lb/> die geboden ende wetten niet gehoorsamen, dan uit dwang ende vree-<lb/> se van een meerder quaad, dat haar soude mogen ooverkoomen.<lb/> Ende oovermits de Reeden segt, dat de wijse ofte deugdsaame Men-<lb/> schen, niet van den Onkundigen ofte Ondeugenden oover-reed, geleid<lb/> ofte bestierd konnende werden, nog min van de selven getyranni-<lb/> seerd ofte gedwongen behoorden te zijn: Soo werd daar door de grond<lb/> van eene scheuringe in der Regeeringe geleg, door welke die Regee-<lb/> ring in het geheel ten gronde gaat, ende ons spreekwoord be-<lb/> waarheid, *dat, Geen dwang, duurt lang.<lb/> Dus sien wy daageliks dat Huisgesinnen, daar Man ende Wijf de<lb/> wijse zijnde, ende een Interest met haare kinderen hebbende, den<lb/> selven, als ook den Dienstbooden gebieden, ende daar sy eerbiedig-<lb/> lik gehoorsaamd werden; in het gemeen voorspoedig zijn, ende<lb/> van den meede Ingeseetenen des Lands ofte der Steede hoog ge-<lb/> agt werden. Gelijk wy meede daageliks sien, dat als Man ende<lb/> Wijf on-eenig werden, ofte dat de Kinderen teegen haare Ouderen<lb/> opstaan, dat als dan binnens huis alles soodanig verwerd is, dat de<lb/> ondeugensten des geheelen Huisgesins, als dan gemeenelik van<lb/> de minst deugende Dienstbooden, ofte van andere ondeugende Men-<lb/> schen, buiten den Huise woonende, ook opgewekt werd, om aan<lb/> den allerbesten het allerquaadsten te doen, namentlik, om door<lb/> Lasteren en Pleiten Man ende Wijf van een, ofte Kinderen van hare<lb/> Ouderen te scheiden, sonder dat het selven door Wijse ende Deugd-<lb/> saamen tusschen-spreekende Vrienden kan werden belet. Waar<lb/> <pb n="embstma_add132_fac318"/> door die Dienstboden onderwijlen den Boedel schaden, om sig te ver-<lb/> rijken, de gemeene sken des Huisgesins verwareloosd, en de Partyen<lb/> ten wedersijden door Advocaten, Procureurs, en Notarissen, Etc. als aanren-<lb/> nende Ruiters, daar onse FABUL van gewaagd, geplukt ofte geplon-<lb/> dert worden, soodaanig dat meest alle die Huisgesinnen tot arre-<lb/> moede vervallen, ende by haare Meede-Ingeseetenen altijds seer<lb/> klein geagt werden, ofte dat sy in het geheel vergaan.<lb/> Dus sien wy dageliks, dat meest alle Koningrijken en Vorstdommen, also<lb/> daar niet meer dan een Hoofd met sijnen aanhange, alle de andere In-<lb/> geseetenen dwings tot gehoorsaamheid aan alle het gunt hem lust<lb/> te gebieden; gedurig vol binnen-landse twisten zijn, ofte dat opge-<lb/> melde Koningen ende Vorsten, geduurig buitenlandse oorelogen voeren;<lb/> Sulks die Ingeseetenen aldaar gewisselik, alle magteloos, misnougd<lb/> ofte arm zijnde ofte werdende, die Koningen ofte Vorsten ook veeltijds<lb/> in gevaar zijn, haar Hoogheid en alles dat sy daar benevens besitten, ofte<lb/> haar eigen is, door hare Onderdanen ofte door hare Vyanden, te verliesen.<lb/> Dus sien wy daagliks, dat Republiken, daar de Wijsten ende Be-<lb/> quaamsten Regeeren, ende daar de onkondige ofte geringste Ingeseete-<lb/> nen sig van de selven laten leiden, seer langen tijd in Vreede ende all<lb/> Voorspoeden, ten welstande aller, en insonderheid der WIjse en Deugd-<lb/> saame Ingeseetenen duuren. Ende sien wy ook, dat in teegendeel<lb/> die Republiken, alwaar de onkondige ende geringe Ingeseetenen by sor-<lb/> me van Ambagten ofte Gilden, by-een koomen, om wetten voor de<lb/> geheele Stad ofte Republik, ende mitsdien ook voor seer veele wij-<lb/> sere ende deugdsaame Ingeseetenen te maken, ofte om uit den<lb/> haare eenige Magistraaten, ter uitvoeringe der Wetten te kiesen,<lb/> doorgaans aan den wijsten ende besten Ingeseetenen seer groot mis-<lb/> nougen geeven, ende daar door twisten ende scheuringen veroorsaa-<lb/> ken, welke aan uitheemse ofte inheemse Vorsten, Krijgs-Ooversten, ofte<lb/> anderen Bevelhebberen, goede geleegendheid verschaffen, om alle de<lb/> Regalia ofte Vry-en Geregtigheeden der Repunlike sig aan te matigen, en-<lb/> de eindelik selfs die Republik te oovervallen, ofte te vernietigen,<lb/> ende soo wel oover de wijse als oover de dwaase, groote ende klei-<lb/> ne Ingeseetenen te heersen, ende eindelik die alle onder eene sware<lb/> slavernie te doen buigen.<lb/> Welke onse Reedenkaavelinge, wy niet dan met eene oude Historie<lb/> ende eene bygevougde FABULE bevestigen sullen. Als kort na<lb/> <pb n="embstma_add132_fac319"/> dat de Koning uit der Steede Romen geweerd, en die Republik in volko-<lb/> mene Vryheid gesteld was, so bevonden veele geringere Borgers door<lb/> hare quade huishoudinge, sig met vele Schulden en gelden op Interessen<lb/> genomen, beladen; en geen middel hebbende, om door eene deugde-<lb/> like betalinge, sig daar van te ontlasten, als ook by gevolge vree-<lb/> sende, dat sy by gebreke van dien, naar inhoude der wetten, Slaven<lb/> hunner Schuld-eisseren gemaakt souden werden: Soo begeerden<lb/> sy, dat de Borgemeesters ende de Raad der Republike, haar door eene<lb/> niewe te maken en gemeene Wet, van alle hare Schulden bevrijden sou-<lb/> den. Ende alsoo de Borgemeesters ende Raaden de meeste en rijkste<lb/> Schuld-eissers wesende, niet wilden soo eene onbillike wet ten na-<lb/> deele van haar eigen selven maken; So liepen alle die geringe Bor-<lb/> gers uit der Steede, ende setteden sig neder op den Heiligen Berge,<lb/> 3000 treeden van Roomen geleegen, al waar sy sig beschansten, om<lb/> niet van den rijken Borgeren oovervallen te werden. Gelijk aan<lb/> de andere sijde, de rijke Borgers te Roomen ook vreesden, dat sy<lb/> van den uitgeweekenen, ende te gelijk van den geringsten, die nog in<lb/> der Steede gebleeven waaren, oovervallen ende gedwongen sou-<lb/> den werden te lijden alle het gunt die souden gelieven te doen.<lb/> Weshalven de Borgemeesters ende de Raad van Roomen goed vonden,<lb/> Menenius Agrippa derwaarts te senden, om die geringe Borgers te<lb/> beweegen, weder tot Romen te keeren. Welke Agrippa van geringe<lb/> afkomst, ende daarom den geringen des te aangenaamer zijnde, in<lb/> hare beschansinge beleefdelik ontfangen wierd, alwaar hy en ge-<lb/> ringen volke ten opgemelden einde, deese Fabule rawelik voor-<lb/> droug.<lb/> ,,Ten tijden, als de Leeden des menscheliken lighaams nog soo<lb/> ,,wel als nu niet oover-een quamen, om een Mensch uit te maken,<lb/> ,,maar dat yder Lid sijn eigen Voorneemen, Raad ende Taal had: so<lb/> ,,wierden sy alle misnougd oover den Buik, seggende, dat sy alle<lb/> ,,voor den Buike sorgen, en voor hem met groten arbeide de nodige<lb/> ,,spijse souken moesten, terwijle hy in het midden sijn rust hiel ofte<lb/> ,,alle wellusten genoot. Ende beslooten sy onderling, dien leu-<lb/> ,,jen Buik niet langer te voeden: Sulks de Hand voortaan geene<lb/> ,,spijse in den Monde steeken, nog de Mond die ontfangsten, nog de<lb/> ,,Tanden die kauwen wilden, op dat sy door dat middel den weelde-<lb/> ,,rigen Buik betemmen souden. Maar voelende en siende, dat sy hier<lb/> <pb n="embstma_add132_fac320"/> ,, door niet min als de Buik, ten uitersten maager wierden en-<lb/> ,,de uit-teerden; Soo seiden die Leeden onderling, nu besef-<lb/> ,,fen wy, dat yder lid des menschelijken lighaams, sijn eigen<lb/> ,,dienst moet waarneemen, om het geheel te behouden, ende<lb/> ,,dat wy den Buik niet meer voeden, als de Buik ons doed,<lb/> ,,met de Spijse te verteeren ende in goed Bloed te verande-<lb/> ,,ren, als ook met dat bloed allen Leeden toe te senden.<lb/> Dus, seide haar Agrippa, sal het met u gaan, ende met ons,<lb/> ten zy gy haast weeder keerd. Gy sorg-vuldige ende arbeid-<lb/> saame Gemeente benyd de rust, ende veragt de beesigheeden<lb/> der Raads-heeren en Rijke Borgeren, daar gy door bestaan en uw<lb/> voedsel van trekken moet. Ende was alleen het verhaal deeser Fabule<lb/> soo kraftig in de gemoederen der geringe Borgeren, dat sy aan-<lb/> stonds naar Romen keerden, alwaar sy onder een verdrougen,<lb/> dat de geringe Borgers voortaan a haare Voorstanders kiesen<lb/> souden, om haar teegen de onderdrukkingen der Borgemee-<lb/> steren ende des Raads te moogen beschermen.b<lb/> Wat nu eigendlik de sin onser FABULE zy, meenen wy<lb/> onnodig te zijn, dat alhier eigendlik klaarder uit te drukken,<lb/> alsoo het selven genougsaam, met de Uitlegginge der Woorden in<lb/> der FABULE begreepen, voor aan is geschied.<lb/> aTribimos Plebis.<lb/> b.Tit.Liv.Lib.2.<lb/> </p> |
| SEQ |
55 |
| PARENT |
embstma_add132 |
| HIM |
FABLES GUL MNE EMBLEMS ILL_BOOK |
| URL_IMAGE |
embstma_add132_pic313.jpg |
| TIPE |
emblempictura |
| NEXT |
embstma_add132_emblem054 |
| IIHIM |
FABLES GUL MNE EMBLEMS ILL_BOOK |
| CAPTION_EN |
reserved for caption |
| SOURCE_FILE |
embstma_add132.xml |
| MOTTO_NL_NORM |
Daar Paap of Hoofling raad, En Krijgsknegt sied en braad, Of 't Wijf heeft 't Regiment, Neemd 't selden een goed ent. |
| LINK_FACSIMILE |
embstma_add132_fac313 |
| MOTTO_LA |
<p>Consule queis aetas longa magistra fuit.</p> |
| TYPE |
emblem pictura |
| PREV |
embstma_add132_emblem052 |
| MOTTO_NL |
<p>Daar Paap of Hoofling raad,<lb/> En Krijgsknegt sied en braad,<lb/> Of 't Wijf heeft 't Regiment,<lb/> Neemd 't selden een goed ent.</p> |
| ID |
embstma_add132_emblem053 |
| MOTTO_LA_NORM |
Consule queis aetas longa magistra fuit |