$ TEXT_EXPL_XML

55. De Schaapen ende Verkens, met haare Wagt-honden. Seekere Schaapen ende Verkens, hebbende eenen en- de den selven Herder, die haar met aard-ofte staan- worpen, als ook met sweep-ende stok-slaagen by een te houden, te verweiden, ende door die middeler onder- wijle tegen de Wolven te beschermen plagt: Soo gebeurde haar, dat die Herder schielik quam te sterven. Sulks de allerwijste Schaapen aanstonds in der gemeene Vergaade- ringe voordroegen, dat sy alle indagtig waaren de onge- makken ende quaalen, die sy geduurende de sorge ende opsigt haares ooverleeden Herders onderworpen waaren geweest; ende dat alsoo die des niet te min een seer goed Herder was geweest, sy derhalven met seer goede reeden mogten besluiten, dat selfs de aller-beste Herders haare Melk daageliks aftrappen, by geleegendheid hare wol af- scheeren, ende, om haar noodig voedsel te vinden, som- tijds eenige Schaapen, ende veeltijds de andersins vrugte- loose Verkens, dooden souden: ende vougden die wijse Schaapen daar by, dat het derhalven raadsaamer was, ter gemeener bescherminge tegen de Wolven, te gebrui- ken seekere klouke Wagt-honden; die nog Schaapen nog- te Verkens, tot haare spijse te dooden plagten; ende die geener schaapen wolle tot haare kleedinge nodig hadden, maar allleen Melk voor hare spijse en drank van den Scha- pen bedingen souden: terwijle sy Schaapen ende Verkens van slijk-ende aard-ofte steen-worpen, als ook van sweep- ende stok-slaagen vry weesen, ende niet dan met baffen geregeerd werden souden. Welke voorslag allen Schapen ende ook den Swijnen wel gevallende, en die Wagt-honden die opsigt oover den Scha- pen en Swijnen aan-neemdende, als ook voor der selven heil wel sorgende; Soo nam die Kudde in alle weelde toe, ende insonderheid vermeenigvuldigen de Schapen; alsoo die sig naar alle goede ordren der Wagt-honden draagende, geen der selven van den Wolven gegeeten wierd. Maar de Verkens, siende dat de Honden nog staf nog sweep had- den, wentelden sig veeltijds in den slijke, ende weide- den wijds ende sijds, niet jeegenstaande het baffen der Honden, ende haare vermaaningen, dat sy soo doende, haar niet teegen de Wolven souden konnen bescher- men. Deese trouwe Wagt-honden sig dus veragt siende van die geenen, welk weinig ofte gants niet tor haar onder- houd verschafteden, leiden de saak oover met de niet min gehoorsaame als veel contribueerende Schaapen, ende wierd van alle de selven goed gevonden, dat de honden haare opgedraagene Magt souden ouffenenm met de onge- hoorsaame Verkens te bewdingen, ende met aan den klei- nene de straffe te beginnen. Sulks de wagt-honden daar naa eenige Biggen siende verre af weiden, den selven gebooden, by der Kudde sig te vervougen; waar op die Biggen antwoordeden, dat sy nog eenige Aard-aakers uit- graaven ende eeten wilden, eer sy sig van daar naar der geheele Kudde begeeven souden. De Honden deese onbeschaamde ongehoorsaamheid der kleinen ooverdenkenden, oordeelden, dat sy behoudens Eere ende Eed, in deesen gevalle niet konden stille staan; weshalven sy wijders gesegt hebbende, dat sy haar, by gebreeke van aanstonds voort te gaan, daar toe souden dwingen: Soo waaren die Biggen wel soo stour, haar toe te snaauwen: ,,Gy siet dat de groote Verkens dageliks veel ,,wijder van der Kudde af gaan weiden, om arger te ,,doen als wy kleine Biggen, sulks indien gy oover onse ,,kleinigheeden uwen moed op ons wild koelen, ende ,de Grooten onbedwongen laaten, gy doen sult als de ,,wreede Havikken, die de schaadelijke Arenden ende ,,Wolven voor by te vliegen, om de onnoosele Dui- ',ven te oovervallen ende te verslinden, gewoon ,,zijn. Welke woorden voor den Wagt-honden onlijdelik wee- sende, soo greep yder van dien een Bigge by den ooren, te gelijk niet min kreeten, dan of men haar de keele had af gesteeken. Ende alsoo eenige verborgene Slagtirs, om haar oogwit te bereiken, sig altijds, dog bedektelik omtrend die Kudde gehouden hadden, soo wilden die nu niet ver- suimen, dit vier van ongehoorsaamheid aan te blaasen, om het selven tot een volkoomen oproer te doen uit- bersten: in gevolge van het welke sy aanstonds de groo- te Verkens beliepen, ende soodaanig wisten op te hit- sen, dat sy al knorrende naar die Wagt-honden draafden, ende met haare schrikkelijke Verkens-tanden, sonder naar eenige reedenen, die de Honden van haar doen gaaven, te willen hooren, haar aanstonds verscheur- den, onder dien Lak, dat het Verraaders waaren. Weshalven opgemelde Slagters uitgewrogt hebbende het gunt sy voor hadden, naamentlik die Kudde ont- steld, sonder Herder, ende sonder Wagt-honden te sien, sig selven in het geheel daar van Meesters maakten; en- de voortaan de grootste ende vetste Schaapen ende Ver- kens, niet alleen tot haar noodig voedsel gebruikten, maar ook haar vlees ende vagt ten meesten prijse verkof- ten, om met die Penningen, daar van koomende, in alle ooverdaad, weelde ende wellusten te leeven. Sulks die Slagters voortaan geene Schaapen ende Verkens, dan alleen ten Slagtbanke, voededen ende aansokten.

;

Met SCHAAPEN, hebben de Ouden verstaan, gegoede Ingeseetenen, door wiens Schattingen Landen ende Steeden beschermd werden. Met VERKENS, arme wreevelige, ende arbeidende Ingeseetenen. Met Verborgene SLAGTERS, aansienelijke behouftige Ingeseetenen, die door Oproeren te verwekken, in der Regeeringe van Landen ofte Steeden tragten te geraaken. De andere Woorden deeser FABULE vereissen geene uit- legginge. MEnschen, die van gegoede Ouderen gebooren zijn, werden gemeenelik soodaanig opgebragt, dat sy door onderwijsin- ge, leefden van goede Bouken, bereisen van vreemde Landen, ende ommegaan met veelerei slag van Menschen, niet alleen kennisse krijgen van die Saaken, waar door den kost gewonnen werd, maar ook van den loope des Weerelds, ende van der Re- geeringe, in het bysonder der Landen en Steeden, daar sy gebooren zijn, ofte Woonen, Namentlik sy leeren, voor soo veel de Menschen aangaat, hoe haare Meerdere, haare Gelijken, ende haare Minderen gesind ende ge-aard zijn. Ende bevinden opgemelde gegoede Menschen, dat de Meerdere haar ter bescherminge van Landen ende Steeden, lasten opleggen, schatten ende scheeren, als ook, dat sy aan haars gelijken veeltijds ietwes van het haren moeten toegeven, indien sy in ruste willen leven, ende met geene Dingtalen gequollen zijn. Ende bevinden eindelik de gegoede Menschen, dat de arme Min- deren, de gegoede Magteloosen, in wiens dienst sy gebruikt werden, ofte met welken sy ietwes anders gemeens hebben, geduurig bedriegen, ende verkorten derven; om dat van haar by Pleidojen nietwes te halen is. Ende bevinden die ook eindelik, dat alles gaat volgens het spreekwoord: Six cincq geefd niet, Dues as heeft niet, Quatre trois moet geven, om Six cincq ende Deus as te doen leven. Dit aldus gesteld zijnde in de aller-vreedsaamste tijden, soo hebben daar en boven in tijden van oorloge, ende insonderheid van opstand ofte oproer der geringe Ingeseetenen, teegen den Re- geerderen van Landen ofte Steeden, de gegoede magtelose Inge- seetenen nietwes anders te verwagten, dan dat sy de ballen sul- len moeten betaalen, daar de anderen meede sullen speelen, ofte speelen, ende gespeeld hebben. Namentlik, dat sy door ende geduurende die twisten ofte oorlogen, seer geschat ende geschooren, ofte geplonderd, ende inhet geheel van hare goe- deren beroofd sullen werden. Ende vermits opgemelde gegoede Ingeseetenen deese quaalen voorsien, ende vreesen; soo vougen sy sig gemeenelik met groo- te Reedenen seer gaarne naar de geleegendheid der saaken, en- de der Regeeringe, welke ten hunnen tijde in weesen is, wenschende rust ende vreede in haare daagen te moogen ge- nieten, ende schrikkende booven allen, voor den Opstand, ende Oproer den Ongegoeden, tegen der Regeeringe, ofte teegen den Re- geederen hunnes Vaderlands, ende der Landen ofte Steeden, waar in sy woonen. De Ongegoeden daar en teegen, zijn meest tweederlei, naa- mentlik of van ongegoede ouderen geboren, of wel selfs door een ontugtig leeven tot arremoede geraakt. Waar van de eersten ge- meenelik dienstbare Menschen zijn, ende geene kennisse ter wereld hebben, dan van een Ambagt om den kost te winnen, zijnde voorts van een seer ontugtig leeven, dom, laat-dunkende, on- gestaadig, ende soo dol driftiig in alle het gunt sy voorneemen, dat sy, geduurende die drift, naar geene Raad ofte Reedenen wil- len ofte konnen luisteren. Ende oovermits sy, selfs buiten dien drift zijnde, weeten dat rijke Menschen haar in Regten be- trekkende, goed naar quaad geld werpen souden, ende dat de Schouten, meer geld-als bloed gierig zijnde, van haar niet trek- ken konnen: Soo zijn sy gemeenelik seer gereed ende stout, om die gegoede Magteloosen te verongelijken, oft haar eenig straf- baar geweld aan te doen. Gelijk opgemelde ongegoede Ingeseete- nen seer ligtelik bemerken, dat sy door ooreloogen ende Oproe- ren teegen der Regeeringe, geene Goederen verliesen, maar hare bequaamheid om te dienen, Konst, Ambagt ende Handen, seer ligtelik in andere Landen, om aldaar ook naar hare oude wijse te leven, oo- verbrengen konnen, ende dat sy daar en boven, geduurende het Op- roer, in eenen seer grooten getaale straffeloos ende onbekend, sou- den weesen: Ende derhalven soo zijn de selven ook altijds gereed ende geneegen tot die Oproeren. Sulks, wanneer daar nog by komen eenige sware voorvallen der Re- publike, de andere aansienlike dog ongegoede Ingeseetenen: nament- kik alle Spil-penningen, die door een ooverdadig, vuil ende ontugtig leven in schulden steeken, ofte tot die arremoede geraakt zijn, als dan niet plagten te versuimen, die andere domme Menschen onder der hand tot Opstand teegen de wettige Regenten aan te hitsen, en- de indien de selve Oproermakers de ooverhand behouden, de Re- geerders te dooden ofte te verwerpen, om sig in der selven plaat- sen te drinken, ende door dat middel sig niet alleen van de wel- verdiende Straffen te bevrijden, maar ook hare verdorvende Huis- saaken ten laste der gegoede Ingeseetenen te herstellen. De waarheid van het welken, voor soo veele het den gemee- nen menschelijken ommegang raakt; door onse daagelikse ervaa- rendheid werd bevestigd; ende voor soo veele het de gemeene Regeeringe ofte Oproeren daar teegen, aangaat, is onnoodig, daar van eenige exempelen by te brengen, alsoo de Historien aller Lan- den ende Steeden daar meede vervuld zijn. Dog indien de Lee- sers des niet te min eenige begeeren, soo behouven sy maar te ge- denken, door wien ende hoe in den Jaare 1672. ende 1673. bin- nen de Vereenigde Neederlanden, die Oproeren teegen de wettge Re- genten van dien aangesteeken, uitgevoerd, ende ge-eindigd zijn. Ende alle het selven wel ooverdagt hebbende, soo sullen sy groo- te reedenen vinden, om sig te verwonderen, hoe de Regenten eeniger Steeden aldaar seedert die tijden, ende als nu nog kon- nen goed vinden, tot Schutteren haarer Steeden aan te neemen, gants ongegoeden ende onbesoldigde Ingeseetenen, nademaal die aldus gelijk de oude Verkens onser FABULE, tanden in hare monden gekreegen hebbende, ofte uit sig selfs, ofte uit aanhitsingen eeniger heers- sugtige ende door ontugt ofte quaad leeven behouftig geworde- ne Ingeseetenen, altijds tot plonderinge der gegoede Ingeseetenen, ende tot Oproeren teegen de wettige Regenten te veroorsaaken mag- tig, ende ook geneegen sullen weesen. wat nu wijders de eigendlijke sin deeser FABULE, ende de leering van dien zy, konnen de aandagtige ligtelik bemer- ken, ende is derhalven onnodig hier gesegt.

SEQ 57 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic327.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem056 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Die op goed' Ouders is verbolgen, Moet haast den Beul of 't Kalfs-vel volgen LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac327 MOTTO_LA

Alterius non sit, qui suus esse potest. Persequitur Deus piacula in parentes.

TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem054 MOTTO_NL

Die op goed' Ouders is verbolgen, Moet haast den Beul of 't Kalfs-vel volgen.

ID embstma_add132_emblem055 MOTTO_LA_NORM Alterius non sit, qui suus esse potest. Persequitur Deus piacula in parentes CHILDREN CHILDREN_SQRT 0