| TEXT_EXPL_XML |
<p>56. De Eesel sonder Herssenen ende Ooren.<lb/> EEn Eesel, die in het draagen van swaare lasten, sij-<lb/> nen Heere eenen langen tijd veele goede ende groo-<lb/> te diensten gedaan had, wierd een maal swaarder als ge-<lb/> meen belaaden, sulks hy aan eener Steene, die in sijnen<lb/> weege lag, soodanig stronkelde, dat hy onder sijnen laste<lb/> <pb n="embstma_add132_fac336"/> ter needer viel, ende sijn ondankbaare Heer toeloopen-<lb/> de, hem met veele stokslaagen deede rijsen, welke harde<lb/> slaagen door de groote smerte soo diepe indrukselen in<lb/> des Eesels herssenen maakten, dat hy seedert dien tijd om-<lb/> trend dien Steene nooit quam, sonder daar aan te geden-<lb/> ken, ende sig soo voorsigtig te draagen, dat hy niet meer<lb/> aan den selven Steene quam te stooten; maar veroorsaak-<lb/> ten daar en boven die harde stokslaagen, dat hy eindelik<lb/> van sijnen Heere scheidende, sig in eenen Woude begaf,<lb/> alwaar hy een geruimen tijd seer stillekens geleefd heb-<lb/> bende, het gebeurde, dat de Leew siek wierd, ende by-<lb/> een riep alle de voornaamste bloedgierige Dieren, op dat<lb/> die eenig genees-middel voor hem souden uitvinden: en-<lb/> de terwijle geen der opgemelde Dieren eenig genees-mid-<lb/> del wist, seide de Vos, dat de ooren ende herssenen eenes<lb/> Eesels, naar de regulen der Genees-konste bereid zijnde,<lb/> wonderlik goed waaren, om den Leewe sijne voorgaan-<lb/> de sterkte te doen verkrijgen. Waarom de Leew den<lb/> Vosse last gaf, den Eesel ten Hoove, ende in sijnen ge-<lb/> welde te lokken.<lb/> Sulks de Vos naar het Woud ging, ende den Eesele al-<lb/> dus aansprak: ,, Uwe groot sterkte, luidrustige vervaare-<lb/> ,,lijke Stem, groot geduld omtrend het draagen van al-<lb/> ,,lerlei ongemakken, ende uwe matigheid in spijse ende<lb/> ,,drank, als meede insonderheid uwe groote wijsheid,<lb/> ,,volgens welke gy die al te ondankbaare Menschen hebt<lb/> ,,verlaaten, om stillekens in dit Woud te leeven, heb-<lb/> ,,ben u by de wilde Dieren soo vermaard gemaakt, dat<lb/> ,,het lof van by de wilde Dieren soo vermaard gemaakt, dat<lb/> ,,het lof van dien is gekoomen ter ooren des Leews, Ko-<lb/> ,,ning aller vier-voetige Dieren, ende is die derhalven<lb/> ,,geneegen, u tot sijnen oppersten Diener van Staat te<lb/> <pb n="embstma_add132_fac337"/> ,,gebruiken. Ende vermits gy deese uwe groote deug-<lb/> ,,den niet moogt verbergen, maar die ten voordeele al-<lb/> ,,ler vier-voetige Dieren, waar van gy een zijt, gebrui-<lb/> ,,ken moet; Soo gaa gy, mijn goede vriend, met my,<lb/> ,,ik sal u seer trouwelik ten Hove leiden. De Eesel dee-<lb/> se schoone woorden geloovende, ging, ende wierd ge-<lb/> leid tot den leewe, die als toen sijne Pooten, om den<lb/> Eesel te grijpen, uitgestrekt hebbende, sig soo swak be-<lb/> vond, dat hy niet door slaan. ende hem tot sig trekken<lb/> konde. Sulks de Eesel ontspringende, weeder tot sijn<lb/> Woud keerdel terwijle de Leew uit vreese dat sijne on-<lb/> magt ende te gelijk sijne voorgenoomene wreedheid, al-<lb/> len onnooselen Dieren bekend souden worden, seer drou-<lb/> vig ende schaamrood zijnde, oover dat mislukken, sig<lb/> nogtans verseekerde, alle sijne behaalde schande, door<lb/> vermeerderinge van magt ofte sterkte, indien hem die<lb/> gebeurde, ende ook andersins niet te konnen doen ver-<lb/> dwijnen. Waarom hy ook den selfden Vos bad, ander-<lb/> maal den Eesel te gaan bekallen, ende ten Hoove te ge-<lb/> leiden,<lb/> Waar op hoewel de Vos antwoorde, gants teegen den<lb/> aard der Eeselen te weesen, twee maalen teegen den sel-<lb/> ven Steen te stooten, hy nogtans verhoopte, onder schijn<lb/> van Vriendschap, met diere Eeden bevestigd, deesen on-<lb/> nooselen te sullen konnen verleiden, naademaal men al-<lb/> soo, wel veel wijsere Dieren had konnen bedriegen; Sulks<lb/> hy dit Gesandschap ondernam, tot den Eesele ging, en-<lb/> de hem aldus toesprak: ,,Voorwaar uwe al te groote vree-<lb/> ,,se ende schigtigheid toond wel, dat gy gewoon zijt by<lb/> ,,ondankbaare Boeren, ofte in Wouden, maar niet ten<lb/> ,,Hoove onder de aller-beleefste ende heusse Dieren te<lb/> <pb n="embstma_add132_fac338"/> ,,leeven: Want onse Koning oover uwe komste soo ver-<lb/> ,,blijd is geweest, dat hy als by naast uit sig selven wee-<lb/> ,,sende, u op het aller-vriendelijkste ende met de meeste<lb/> ,,teekenen van liefde heeft willen om-armen, ende nog<lb/> ,,wil, sonder eenie gedagten te hebben, u in het min-<lb/> ,,sten te beschaadigen: Dit heeft hy my heiliglik geswoo-<lb/> ,,ren, ende sweer ik dit ook u van sijnent wegen; my daar<lb/> ,,en booven voor het naarkoomen deeses, ten Borge en-<lb/> ,,de Pande stellende: keer derhalven, mijn lieve, me<lb/> ,,my naar den Leewe. Door welke woorden de Eesel<lb/> bewoogen wierd, weeder tot den Leewe te gaan,die<lb/> hem als toen soo seeker nam, dat hy hem gegreepen,<lb/> ende gedood hebbende, den Vosse in een bysonder Ver-<lb/> trek oover gaf, om aldaar van de ooren ende herssenen het<lb/> bewust genees-middel te bereiden.<lb/> Maar de Vos ooverdenkende dat het beeter was, door<lb/> die soo ongemeen heilsaame middelen, sig selfs als een<lb/> ander te sterken, at dat kooksel selfs op, ende ging den<lb/> Leewe als een wonder verhaalen, dat hy in den Eesele<lb/> gants geene Herssenen, ende wel lange groove, maar gee-<lb/> ne opregt hoorende Ooren gevonden had. Het welk als<lb/> de Leew niet konde gelooven, de Vos efter betoonde<lb/> waarhaftig te zijn, met deese aanmerk-waardige woor-<lb/> den: ,, Voorwaar, indien deese Eesel, een regt Eesels<lb/> ,,gestel, daar herssenen ende bequame ooren aan waren,<lb/> ,,hadde gehd, om selfs te konnen bedenken, ofte van<lb/> ,,anderen te hooren, wat hem goed ofte quaad ware, hy<lb/> ,,soude nooit, teegen den aard van alle gemeene Eese-<lb/> ,,len, ten tweeden maale aan den selven steen gestooren,<lb/> ,,ende sig laaten beweegen hebben, weeder ten Hove te<lb/> ,,koomen, daar hy eenmaal den dooden-dans ontspron-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac339"/> ,,gen was. Ende oovermits hy nogtans alle het voormel-<lb/> ,,den gedaan heeft: soo is immers kennelik, dat hy in<lb/> ,,allen deelen geen opregte Eesel is geweest, maar dat<lb/> ,,hem seekerlik eenige voornaame deelen ofte innerlijke<lb/> ,,leeden, moeten hebben ontbrooken.<lb/> </p> <p>Uitlegging der Woorden.<lb/> Met den EESELE, die niet twee maalen oover<lb/> den selven Steen stoot, hebben de Ouder ver-<lb/> staan ende aangemerkt, een Mensch, voor soo vel<lb/> by lighamelik, ende sonder eene reedelike Siele, be-<lb/> gaafd is.<lb/> Met den EESELE, die ten tweeden maale sig laat<lb/> verleiden, Eenvoudige Menschen, die sig door loose<lb/> ende schrandere, te meermaalen laaten bedriegen ende<lb/> verleiden.<lb/> Met HERSSENEN begaafd te zijn, hebben de Ouden<lb/> hier verstaan, Menschen die bequaam zijn om uit haar<lb/> eigen selven te bedenken, alle het gunt haar noodig ofte<lb/> nut is.<lb/> Met OOREN begaafd te zijn, hebben sy verstaan, Men-<lb/> schen die bequaam zijn, om van anderen onderrigt en-<lb/> de geraaden te werden.<lb/> <pb n="embstma_add132_fac340"/> sonderheid met het dunsten van dien te drijven naar de Herssenen, ende<lb/> daar van daan in alle onse seenuwen ende spieren: of wel, indien<lb/> onse lighaamen daar en booven geene beweegingen hadden, dan<lb/> die uiterlik ontstaan van de voorwerpselen onser vijf sinnen, naar on-<lb/> se Herssenen, ende daar van daan naar ons hert, ende naar alle on-<lb/> se andere Leeden; Soo souden wy bevinden, dat saaken, die on-<lb/> se lighaamen seer gesmert ende beschaadigd hadden, ook midde-<lb/> ler wijle soo diepe indrukselen in onse herssenen souden hebben<lb/> gemaakt, dat diergelijke saaken daar naa ons voorkoomende, al-<lb/> tijds door ons geschowd ende vermijd souden werden: tot dat al-<lb/> langs, het sy door konst ofte geweld, eenig ander daar teegen strij-<lb/> dend indruksel, in onse Herssenen veroorsaakt wierde. Ende is<lb/> dit het gunt men in paarden ofte Honden noemd schigtig ende ongeleerd,<lb/> oft wel bereeden ende geleerd te zijn. Gelijk met op dien gronde<lb/> ook segt, dat een Eesel sig niet meer dan eene maal aan den self-<lb/> den steen plagt te stooren.<lb/> Ende oovermits de Menschen, boven opgemelde tuigen de lig-<lb/> hamelike beweegingen der Beesten, besitten eene reedelike Siel, die oordee-<lb/> len kan en ook in der daad oordeeld van alle, insonderheid schadelike<lb/> ende smertelike beweegingen, die op ende in onse lighamen ver-<lb/> oorsaakt werden, ende dat die Gedagten ofte Oordeelen te saamen,<lb/> ook wel seer diepe indrukselen in onse Herssenen maken, soo plee-<lb/> gen wy voortaan die ende diergelijke schaadelijke Saaken, sorg-<lb/> vuldig ende standvastig te vermijden. Sulks soodanige Menschen,<lb/> welke des niet jeegenstaande, sig in de selfde seer gewigtige saa-<lb/> ken twee maalen laaten verleiden, in deeser FABULE ten reg-<lb/> te Eesels sonder Herssenen ende sonder Ooren genaamd werden. En-<lb/> de is derhalven onnoodig, de sorgen der Menschen, die goede<lb/> Herssenen ende Ooren hebben, in deesen meer op te wekken.<lb/> Maar is voorwaar wel dubbeld bestraffens waardig, dat de smer-<lb/> ten ende schaaden, die wy andere Menschen sien, ofte hebben<lb/> sien lijden; ende die wy hooren ofte leesen, dat andere Menschen<lb/> lijden ofte geleeden hebben, ons niet opwekken, om soo diepe<lb/> indrukselen in onse Herssenen ende Geheugenisse te maaken, dat wy<lb/> de selve voordeelen uit die sagte spiegelen van anderer menschen<lb/> quaalen, als uit onse eigene drouve ervaarendheid konnen trek-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac341"/> ken. Waarom ook de Dwaasen nietwes leeren, dan met eigene<lb/> schaade ofte schande, ende dat het daar en teegen een seer wijs<lb/> Mensch te agten is, die door eenes anderen Mans gevaar sijne wijs-<lb/> heid vermeerderd heeft, gelijk met der waarheid daar ook by<lb/> gevougd werd, dat de Dwaasen altijds ende oover alle soo veele,<lb/> ende de Wijse soo weinige zijn, dat de Weereld door die weinigen<lb/> niet gebeeterd, maar in weeder-wille der selven, door de groo-<lb/> te meenigte der Dwaasen, altijds in den selven stande gehouden<lb/> werd.*<lb/> Het welk alsoo yder van ons daageliks in ons selven, ende ook<lb/> omtrend andere Menschen, in het bysonder bevind, geen bewijs<lb/> den ook by naast altijds by versaamde Menschen, dat is, in geheele<lb/> Volkeren, bevonden werd waarhaftig te weesen. Namentlik, hoe<lb/> re Keisers geplaagd, ende daar van ontslaagen geworden zijnde,<lb/> t'elkens door het eigen Interest der Boosen, ende der Dwaasen Ver-<lb/> geetelheid, weederom tot die schrikkelijke Eenhoofdige Regeeringe ver-<lb/> vallen. Ende om tot onse Landen te keeren. Hoe meenig maalen<lb/> hebben onse Graven van Holland, de gemeene Vryheid der Eedelen,<lb/> der alinge Gemeenten ende der Regenten onser Landen ende Steeden<lb/> vertreeden, ende eenige deugdsaamste ofte kloukmoedigste van<lb/> dien, daar en booven door den Hoove ende schijn van Justitie,<lb/> lijf ende goed doen verliesen, eer dat onse laatste Graaf in den Ja-<lb/> re 1581. 1618. 1650. 1672. gevaaren zijn, soude ten deele te lang<lb/> zijn om hier te verhaalen, ende moet ook ten deele door eene<lb/> plegtiglik afgekondigde Vergeetelheid, ongeroerd blijven. Sulks wy<lb/> dit sullen besluiten, met te seggen, dat het eigen Interest, ende<lb/> het groot getal der Dwaase Nakoomelingen, in het gemeen magtig<lb/> genoug is, om te maken, dat sy sig niet spiegelen aan de gruwe-<lb/> len, die hunnen onnooselen Voorsaaten zijn oover gekoomen, om<lb/> sig daar van te wagten.<lb/> <pb n="embstma_add132_fac342"/> Sulks de eigendlijke sin deeser FABULE is, ons op te wekken,<lb/> dat wy alle saaken, daar ons geleegen is, by ons selven wel te<lb/> ondersouken, ende daar oover met andere Menschen raad te plee-<lb/> gen, als ook onse goede besluiten daar omtrend gemaakt, seer diep in<lb/> onse geheugenisse te drukken behoorden, ofte dat wy ten minsten den<lb/> raad van andere Menschen omtrend die saken moeten hooren. Ofte<lb/> dat wy anders sins waarelik wel dubbeld, dat is den aller-plomp-<lb/> sten Ooren- ende Herssenloosen Eeselen gelijk zijn.<lb/> </p> |
| SEQ |
58 |
| PARENT |
embstma_add132 |
| HIM |
FABLES GUL MNE EMBLEMS ILL_BOOK |
| URL_IMAGE |
embstma_add132_pic335.jpg |
| TIPE |
emblempictura |
| NEXT |
embstma_add132_emblem057 |
| IIHIM |
FABLES GUL MNE EMBLEMS ILL_BOOK |
| CAPTION_EN |
reserved for caption |
| SOURCE_FILE |
embstma_add132.xml |
| MOTTO_NL_NORM |
Een wijs Man laat sig maar eenmaal bedriegen |
| LINK_FACSIMILE |
embstma_add132_fac335 |
| MOTTO_LA |
<p>Asinus ad lapidem non bis offendit eundem.</p> |
| TYPE |
emblem pictura |
| PREV |
embstma_add132_emblem055 |
| MOTTO_NL |
<p>Een wijs Man laat sig maar eenmaal bedriegen.</p> |
| ID |
embstma_add132_emblem056 |
| MOTTO_LA_NORM |
Asinus ad lapidem non bis offendit eundem |