$ TEXT_EXPL_XML

58. De Hooge ende Laage Boomen. DE Son sijne straalen schietende op, ende sijne warm- te mitsdien meede deelende aan, seekere vrugtbare Klingen ende Dellingen, die, ter bequamer tijden, door soete dawen ende reegenen uit den hoogen Heemele nee- derdaalende, bevogtigd wierdenl had aldaar sonder ee- nige andere voorgaande saaden, veelerei Boomen ende Heisteren uit der aarde doen spruiten; welke niet jeegen- staande veele daar op volgende koude Winters, scherpe ofte selle Storm-winden ende Haagel-buyen, allangs voor- spoediglik opwiessenl alsoo sy, in haare teederheid, daar vooren weeken ofte boogen, ende dat sy ook onderwij- len door de vettigheid des aardrijks, waar in sy geplant waren, weelig ende digte by een op-groejende, yder van dien sijn deel van dat geweld schuttende ofte draagende, de kraft van dien soodaanig verbrooken wierd, dat het selven haar niet konde beletten te bereiken de palen van haaren naturelijken wasdom. Maar zijnde opgemelde Boomen aldus geraakt in dien gelukkigen stande, voor deesen van allen gesaamentlik, ende van eenen ydere in het bysonder, soo seer gewenst; naamelik, dat de Hoogste Boomen, den Laageren Boomen ende Heisteren af hielden veele quade Winden, alsoo sy de selve op haare hoogste toppen braaken ofte schutteden; ende dat daar en teegen die Laage Boomen ook met haare hoogste takken niet alleen de stammen, maar ook de laagste takken der Hoogste Boomen bereikten ende beschutteden. Gelijk sy Boomen gesaamentlik meede gewenst ende be- reikt hadden dien stand, dat de Heisters de stammen der Laage Boomen soo wel dekten, dat de kraften der koude gebrooken wierden: Soo gebeurde des niet te min, eerst dat de Hoogste Griekse ende Italiaanse Kupressen, daar naa de stijve onversettelijke Duitse Eiken, ende eindelik de Schotse Linden, jaa selfs ook de niet diep gewortelde Vlaamse Abeelen, siende op hare eigene groote Hoogheid, sig lieten dunken, dat de andere Mindere Boomen ende Heisters haar voedsel verminderden; ende dat, indien sy selfs daar na meer voedsels, dat de mindere Boomen haar nu ontrokken, quamen te genieten, sy als dan nog veel hooger haare hoofden opsteeken, ende ook haare takken nog veel breeder uitspreiden souden konnen. Weshalven die Hooge Boomen nog meer hoogste bekoo- men willende, bevaalen alle die mindere Boomen, geene uitgesonderd, sonder eenige genade, uit te roeden. Waar teegen de Vygen-ende Olijf-als ook de Appel-ende Pee- ren-Boomen, neevens de andere Mindere Boomen, Wijn- stokken ende Heisters, seer ootmoedig vertoondenL,, Dat ,,sy uit den selven aardrijke, door gonsten des Heemels, ,,neeens malkanderen gesprooten, ende in die gemeene ,,naturelike Vryheid opgegroeid waren; dt sy ook nieman- ,,ne met haare Wortelen, Takken ofte Vrugten, eenige ,,de minste schaade deeden, maar dat sy in teegendeele ,,de Hoogere Boomen veelsins voor quade gevallen beschut- ,,teden, ende daar en boven God ende de Menschen, daar ,,hunner aller heil van koomen moeste, verheugden ofte ,,voededen. Ende versogten sy derhalven aldaar, gelijk ,,voor deesen, te oogen groejen ende bloejen. Maar alles was te vergeefs. Dese hooge Boomen greepen de Nee- derigten aan, ende roeiden de selven uit met groter vreug- de, tot dat sy selfs dus Kaal ende bloot staande, by volgen- de koude Winter-tijden, ende scherpe felle Storm-winden, soo in hare stammen als takken, dervougen wierden aan- gestraft ende getroffen, dat sy meest alle verdorden, ofte om verre waaiden, ofte dat ten minsten by naa alle haa- re takken gebrooken wierden. Meer Uitlegging der Woorden is hier onnodig, dan dat met de Hooge Vrugteloose ofte onvrugtbare BOOMEN, Heers- sugtige, Geld-gierige Menschen verstaan worden; ende dat met de Laage vrugtbare BOOMEN, de sorgvuldige ende arbeidsame Ingeseetenen der Landen ende Steeden gemeend zijn. Oovermits alle Menschen met eeven weinige kennisse, deugd ende magt gebbooren werden, ende dat de ongelijkheid ofte uitsteekendheid van magt, die sig daar naa onder den Menschen oopenbaard, seer selden haar oorsprong heeft, ofte gegrond is, van ofte op eene uitsteekende kennisse, ofte deugd, hoewel sulks naar reeden ende billikheid behoorde te zijn; maar dat in teegendeel dit onderscheid meest ontstaat uit den gelukke ofte ongelukke der geenen, van wien men geteeld ende gebooren is; ofte wel uit eenige andere gevallen, waar in onse kennisse ofte deugd sijn deel niet heeft: Soo volgd hier op ook gemeenelik, dat de Swakste Menschen, die ee- nige kennisse einde deugd, maar gants geene magt oover andere Men- schen hebben, altijds begeeren, dat de Magtigsten sig naar Reeden en- de Billikheid draagen: Ende soo volged ook in teegendeel, dat de Magtigsten sig in het gemeen bewust zijnde, dat sy de andere Men- schen nog in kennisse, nogte in deugd, maar wel in magt oovertref- fen, veeltijds de Reeden ende Billikheid soo seer versmaaden, dat sy daar naar niet luisteren, maar teegen haaren minderen enkel ge- weld gebruiken willen. Ende of wel onse Heer ende Saaligmaaker Jesus Christus selfs, als ook sijne Leerlingen, ons oovervloediglik geleerd, als ook met hare wijse van leeven ende sterven bevestigd hebben, deese waarheid, namelik:,,Dat de Menschen, sonder opsigt van Heer ofte Onder- ,,daan te zijn, aangemerkt weesende, malkanderen niet behoor- ,,den te dwingen, om ietwes uiterlik te doen ofte te laaten, maar ,,wel daar toe te ooverreeden, ende met goede exempelen van leven daar ,,toe te beweegen, ten einde het selven vrywillig ende van gantser ,,herte, ten weedersijden geschiede: Soo sien wy nogtans, dat de magtige Roomse Keisers ende haare Groote Onderdaanen, naar die goe- de Reeden ende Billikheid der swakke Menschen ende Leeraaren, soo weinig hebben willen luisteren, dat sy binnen de eerste drie honderd Jaaren, die ootmoedige ende deugdsaame Christenen, oo- ver het geheele Roomse Rijk, neegen maalen, van tijden ten tij- den te reekenen, seer wreedelik vervolgd, ende, voor soo veele in haar was, alle uitgeroeid, ofte gedwongen hebben, om vol- gens de gebooden der Heidense Priesteren, uiterlik ofte ook geveins- delik, de Afgooden te dienen, ende haar leeven aan te stellen. Ende leesen wy des niet te min, dat dese in hare neederigheid soo reedelike ende deugdsame Christenen, alleen uit krafte der waarheid de selve met een goed leven, ende met alles te lijden ende te ver- dragen, bevestigende,ongeloovelik vele Heidenen en Joden warelik tot den Christen geloove bekeerd hebbende, sonder eenig geweld daar omtrend te gebruiken, naweliks door den Eersten Christen Keiser Constatinus boven den anders gesinden gewassen waren; of sy ge- nougden sig niet met die Billikheid van uit krafte der Politike Wetten, meer als de Heidenen ende Jooden begonstigd te werden, maar tee- gen alle goede Reedenen, ende teegen de voorgaande Leere der op- regte Christenen, soo bewoogen sy den Tweeden Christen Keiser, den Heidenen haare Tempelen te ontneemen, als ook haar de oeffening van den Heidensen Godsdienst op straffe des doods te verbieden. Ende kort daar aan gebooden die Roomse Christen Keisers met oo- ver allen afgekondigde Wetten, aan alle hare Gouverneuren ende Be- amten, ook de Leeraren ofte Priesters der Heidenen, uit den gant- sen Roomsen Rijke te verdrijven, mitsgaders alle der selven Bou- ken, die voor den Heidensen, ofte teegen der Christen godsdienste geschreeven waaren, te verbranden.* De Hoosse Christen Biskoppen, die der Keiseren ooren besaaten, door het Hoofs leeven dus van den regten weege des waaren Chri- stendoms, bestaande in geweld te lijden, ende niet te doen van ende aan andere Menschen, maar te ooverdreeden die men bekee- ren wilde, afgedwaald zijnde; soo keerden sy ook, daar na als die Heidense ende Joodse weeder-spreekers ontbraaken, teegen alle andere Christelike Leeraren ende der selven Vergaaderingen, bestaanden veeltijds uit yveriger ende beetere Christenen, als die Hoofs-gesin- den waren, hoewel die met haar in der Leere niet allesins oover een quamen. Ende deeden deese Hoosse Biskoppen, teegen alle andere Leeraren, die van haar in Leere ofte leeven verschilden, ende dien volgende haar des weegen scheenen te bestraffen, om de selven onder eenen schoonen schijn te konnen vervolgen, verdrijven of- te dooden; foor de gonsten der Keiseren van tijden den tijden by een roepen, om oover die sweevende verschillen te oordeelen, Concilien, bestaan sullende uit soodaanige Biskoppen ende Leeden, die seekerlik de minst-vermoogende, aldaar als Scheurmakers ofte Ketters

SEQ 60 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic351.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem059 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Ootmoedig waaren de gedagten, Als 't onder 't kruis lag sonder kragten: Maar naawliks heeft het kragt gekreegen, Of 't toond sijn' kragten wel ter deegen. LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac351 MOTTO_LA

Debiliores semper quod aequum est postulant, sed fortioris illud parvi faciunt. Aristot.

TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem057 MOTTO_NL

Ootmoedig waaren de gedagten, Als 't onder 't kruis lag sonder kragten: Maar naawliks heeft het kragt gekreegen, Of 't toond sijn' kragten wel ter deegen.

ID embstma_add132_emblem058 MOTTO_LA_NORM Debiliores semper quod aequum est postulant, sed fortioris illud parvi faciunt CHILDREN CHILDREN_SQRT 0