$ TEXT_EXPL_XML
59.De Vos ende de Haan.
DE Vos hongerig, ende van meeninge weesende, sij-
nen buik met den Hane te versaadigen, ging stille-
kens naar hem toe, ende siende dat hy schielik op eenen
hoogen Boome vloog, soo meende hy des niet te min,
dat hy soo onvoorsigtig soude weesen, van sig door eene,
ten dien einde: ,, Blijf dog staan, ofte koom vry af tot
,,my, want daar is van hooger hand Vreede onder ende
,,voor alle Dieren verkondigd. Maar de Haan antwoor-
de daar op; Ik hebbe nog van geene Vreede onder den
Dieren gehoord, ende daar en booven bedenk ik in my
selven, dat het gunt gy my segt, waarhaftig zy ofte niet,
het in beiden gevallen voor my het seekersten is te blij-
ven in dien stande, waar in gy my nog beschadigen, nog
dooden kond.
De Vos dit gehoord hebbende, ende vermerkende, dat
hy als toen ter versaadiginge sijnes hongers, nietwes uit-
regten soude konnen, ging sijns weegs, met die hoope,
dat het hem beeter gelukken soude, indien hy niet soo
seer op eenes anderen mans gebrek, van kennisse ofte voor-
sigtigheid, als op sijne eigene sterkte ende wonderbaarlik
snelle sprongen betrouwende, den Hane laagen leide, en-
de besprong, wanneer hy daar minst op dagt. Sulks
de Vos, om dit werkstellig te maaken, den Haan soo vlij-
tig ende geduurig beloerde, dat hy hem eindelik op het
onvoorsiensten besprong, ende by der keele weg droug;
dog sullende hem dooden, soo wierd hy door eene schie-
like ende schrikkelke Bliksem-Donder-Wind-ende Ree-
genbui, die onverwagt uit den Heemele ter aarde viel, soo
ontsteld, ende ook soo ter needer geslagen, dat hy sijnen
mond oopende, de Haan ontsnapte ende wijders op eenen
Boome vloog.
Waarom de loose ende schrandere Vos, vreesende van
honger te sullen sterven, indien hy deesen Haan niet wee-
der bemagtigde, alle sijne sinne inspande, om eenige middel
ten dien einde uit te vinden. Ende alle sijne konsten wel
ende in het bysonder de Haanen, soo trots ende laatdunken-
de waren, dat wanneer alle gemeene Loogenen ofte Bedrog
ende Geweld ontschooten was, sy nogtans ligtelik souden
konnen werden bedroogen ende ooverweldigd, indien
men haar ongemeen seer hare deugden, boven der waar-
heid, verhefte; ende haare ondeugden, als of het waare-
lik deugden waren, prees. Gelijk de Vos daar beneevens
sig verseekerde, den Haan in deesen te sullen misleiden,
indien hy hem alle het opgemelden wist te doen ende te
seggen, onder den schijn van eene oude vertroude vriend-
schap.
Weshalven hy kort daar aan weederom naar dien sel-
ven Haane ging, ende hem dus toesprak: ,, Uwen Va-
,,der hebbe ik in mijner jongheid gekend, ende oover-
,,mits sijne oovergroote deugden, soo heb ik voorwaar,
,,terwijle ik met hem in gemeenschap leefde, veel goeds
,,van hem genooten. Sulks ik nu in mijnen ouderdom
,,verstaande, dat hy eenen eenigen seer beroemden Soon
,,had naagelaaten, die hem in alles geleek, te vergeefs u
,,hebbe getragt te spreeken; om dat sy, sonder my te
,,willen hooren, aanstonds ontvloogt. Ende u onlangs
,,naarder soo vervoerd, dat ik my niet konder weederhou-
,,den, haastelik toe te springen, om, uit schuldiger dank-
,,baarheid, uw heilig hoogd te kussen: maar vermerkende,
,,dat hy dit ten quaadste duide, soo heb ik aanstonds u
,,los gelaaten; ende uit de selve groote geneegendheid
,,soo koom ik nu weeder tot u, om met u eene vertrou-
,,de vriendschap te maaken, ende alsoo uwe oovergroo-
,,te Wijsheid ende Deugden te vereenigen met mijne
,,uwen Vadere hebbe ten nutte van beiden onderhouden,
,,te vernieuwen met u; die niet alleen alle andere Vooge-
,,len, maar selfs uwen seer loffelijken Vader verre oover=
,,trefd.
,,Want wie onder alle Voogelen heeft soo luide soet-
,,singende stem als gy? Wie heeft soo schoone veederen
,,als gy? Wie is soo wel de goede ende quaade tijden
,,voorseggen als gy? Wie kan soo wel by dage als by nagte
,,de stonden afmeeten, ende de Menschen ten arbeide op-
,,wekken als gy? Ende boven dit alles zijt gy soo Koning-
,,lik dapper in het treeden der Hennen, dat gy, sonder
,,eenig onderscheid tussen moeder ende kinderen te maken,
,,naaweliks met twaalf van dien u versaadigen kond, en-
,,de trekken de Menschen boven opgemelde voordeelen,
,,ook door uwe groote vrugtbaarheid uit de eyeren ende
,,kiekens, die gy soo oovervloediglik teeld, seer groote
,,profijten.
,,Sulks ik eindelik aanmerkende, dat de Natuur uw
,,hoofd alleen, ende geener anderer Dieren kop, heeft
vercierd met eene dubbelde, te weeten Koninglike ende
,,Priesterlike Kroone, ik my ook ten hoogsten verwonder
,,oover die groote dommigheid der andere Dieren, dat
,,sy tot heeden toe uwe waardigheid niet hebben erkend:
,,gon derhalven my, die met meer kennisse begaafd ben,
,,als die sy hebben, naarder tot my te koomen, op dat
,,ik u mooge bewijsen, de Eere ende het Ontsag, dat ik
,,u schuldig ben, niet alleen met uw Magtig ende Heilig
,,Hoofd te kussen, maar ook met aan den Soone te be-
,,looven ende te bewijsen, de selve onderdaanigheid en-
,de beweesen.
De Haan dit alles ooverblijdelik gehoord hebbende, en
door eene so lof-tuitende schoone Reeden bedroogen ende
bewoogen zijnde, vloog haastig tot den Vosse, die hem als
toen gewis greep, ende sig met sijn vlees versadigde; mee-
nigwerven onderwijlen dat schijnwijs Hoofd bespottende,
ende seggende: Wie heeft ooit dommer Dier, om niet
te seggen Propheet, gesien, als deesen Haan, die twee-
malen mijne laagen ontgaan zijnde, sig voor de derde niet
gewagt, nogte die voorsien heeft.
Uitlegging der Woorden.
Met VOSSEN, hebben de Ouden verstaan, loose
Bedriegers.
Met HAANEN, Menschen met gemeene kennisse ende
voorsigtigheid begaafd.
WAnneer de Saaken, die ons meede ofte teegen souden kon-
nen gaan, ons uit ons eigen selven soodaanig voorkoomen
ofte door andere Menschen voorgedraagen werden, dat sy in ons
geene herts-togten van Liefde ofte Haat, Blijdschap, ofte Toorn, tot,
teegen ofte oover de selven verwekken; Soo oordeelen wy in het
gemeen van die Saaken, wanneer sy duister zijn, gants niet; ofte
wanneer sy klaar zijn, voor ofte teegen, sonder ons selven daar in
te bedriegen; ofte, gelijk wy gemeenelik seggen, te laten door eenen
andere bedriegen: Ende houden wy het ook daar vooren, dat Men-
schen, die in soo eenen stande niet voorsigtig genoug zijn, om
sig van den quade te wagten, den gemeenen slag van Menschen
hier uit veeltiijds ontstaat, dat boose Menschen, die andere minder
vermoogende, weegens haar gemeen menschelik verstand, ende
genougsaame kennisse, niet hebben konnen misleiden; den sel-
ven lagen leggen, om haar schielik te oovervallen ende te oover-
weldigen. Welk beiden, indien haar ondoenelik is ofte mislukt, en
sy des niet te min haar quaad voorneemen tragten te gbereiken, soo is
selfs voor den aller-schrandersten onder die Boosen nietwes te bedenken,
dan hoe sy in den geenen, die sy door bedrog meenen te ooverwel-
digen, sullen veroorsaaken de herts-togten van Liefde ofte Haat, Blijd-
schap, Droufheid ofte Toorn.
Ende om in desen den sinne onser FABULE naarder te komen,
soo seggen wy, dat onse eigen-selfs liefde, wanneer wy van ons ei-
gen selven oordeelen, ons in het gemeen soo seer verleid, dat
wy meenen wel de halft wijser, deugdsaamer ende rijker &c. te
weesen, dan wy wurelik ende in der daad zijn: Sulks die schran-
dere ende boose Menschen, op deesen gronde bouwende ende
voort gaande, met ons verre booven der waarheid te prijsen, ons
allangs inneemen met die voor-oordeelen, dat sy wel tot ons genee-
gen zijn: waar door sy als dan de geleegendheid bekoomen, om
ke meest in ons heerst, om alsoo ons ende alle Menschen, die
niet dan met eene gemeene voorsigtigheid begaaft zijn, seekerlik
te konnen verleiden.
Ende oovermits de Menschen in het gemeen seer Eer-oft Heers-
sugtig, ende ook seer Geldgierig zijn: Soo is het ook de konst der
schranderste Bedriegeren, te veinsen, seer tot iemanne geneegen te
zijn, ende hem door gedurige loftuiteryen van ongemeen schoon,
wijs, magtig, heilig, rijk, Etc. te zijn, ofte hem soo eenen te sul-
len maaken, des selven verstand ende oordeel soodaanig te be-
dwelmen, dat hy die loogenen ter sijner groot-maakinge strek-
kende, al te ligtelik geloofd, ende de waarheid onser Spreek-
woorden bevestigd: naamentlik, Geen arger Venijn, Dan Vriend te
schijnen ende Vyand te zijn Eigene Deugden besien wy met een Vegroot-
eenes anderen Menschen met een Verkleen-glas. Die wil liegen ende altijds ge-
loofd zijn, moet seggen, dat eene leelike Jong-Vrow mooi is. Soo lang daar
righeid bedriegd altijds sijne wijsheid. Elk meend sijn uil te zijn een
valk. Etc.
Ende leeren ons daar en booven het selven niet alleen de Histo-
rien aller Volkeren, maar ook onse geduurige Ondervinding,
Wanneer men den Heidensen Keiseren ende Koningen wijs maak-
te, dat in haar meer als in eenige haarer Onderdaanen, ietwes God-
deliks was, ende sy sig met Tempelen, Altaren, Offerhanden en-
de Gebeeden deeden eeren, ende dat nog heeden op den selven
gronde de Naavolgers der selfden, Heilige Majesteiten ende Gesalfden
des Heeren genaamd werden. Jaa dat meer is, de drouve ondervin-
ding leed ons, dat niet alleen van ouds de blinde Heidenen sooda-
nig hebben konnen werden misleid; maar dat nog heeden de
Christenen, die als seer klaar siende Menschen, roemen God Almag-
tig niet dan reedelijker wijse teldienen, des niet te min soodaanig
in haren verstande ende oordeele verblind werden, dat men haar kan
doen gelooven, dat van tijden ter tijden, Een seeker Mensch van Gode
soo begaafd is, dat hy van Godsdienstige ofte Kerkelike Saken ietwes
plegtilik seggende, daar omtrend niet dwalen kan. Gelijk de selve
ervaarendheid ons mede leerd, dat hier nog eenige Menschen zijn, die
van eene Goddedlike Sendinge roemen, ende voorgeeven, als Godes Priesters,
offerhanden voor Leevenden ende Dooden alleen te mogen doen.
Als ook ons niet onbekend kan zijn, dat selfs onder den geenen,
die opgemelde Roomse dwaalinen verwerpen, eenige van dien
derven vooreeven, door een Goddelik Beroup, Godes Gesanten ge-
worden te zijn, om alleen ende met uitsluitinge van andere ge-
meene Menschen, des selfs Geheimenissen ende Wille te mogen ver-
klaaren, ende de Afvalligen van haare Leere, den Satan te mogen
oovergeeven.
Ende eindelik soo bevinden wy ook, dat hier nog eenige Men-
schen zijn, die sig inbeelden bysonderlik ende op seekere tijden van
den Heiligen Goddeliken Geeste aangeblasen, onderregt, ende ge-
dreeven te werden. Alle welke Saaken wy meenen haaren oor-
sprong te hebben, uit de alte groote eigen-selfs Liefde, die de Men-
schen in het gemeen sig toedragen, als ook uit de Swakheeden der
gemeene Menschen, die van alle haar onbekende Saaken seer groo-
eenige schrandere bose Menschen de selve swakheeden nog verder
opwekke, om die onbedagten ende onnooselen te gebruiken ende
te doen dienen tot hare eigene Grootheid, Voedsel ende Vermaak.
Sulks de eigendlike sin deeser FABULE is, dat de Menschen
aangevogten werdende door het Bedrog ende Geweld van anderen, in
het geemen sig selven wel redden, ende door anderen geredded
konnen werden; maar niet als sy door haare al te groote eigen selfs
Liefde, sig selfs bedriegen, ofte sig door anderer Lostuitereyen, on-
der schijn van Vriendschap, laaten verleiden, om den weg haares
verderfs driftig inne te gaan, ende su ons leeren, dat ons verderf
waarelik meest altijds uit ons eigen selven ontstaat.
Non e fiero nemico chi no sa far l'amico.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem058 MOTTO_NLDe goede God bewaare ons voor de Kussen
des haters. Prov. cap. 27