$ TEXT_EXPL_XML

61. De Krokodillen ende de Koningjens. DE Krokodillen ooverdenkende, dat sy tot het saajen ende maajen, gelijk meede tot alle Handwerken on- bequaam waarenn, ende dat sy daar en booven weegens haare groote lighaamen, seer veel voedsels noodig had- den, ende dat sy het vereiste voedsel uit ende in haar eigen selfs niet verschaffen konden; bemerkten daar en teegen, dat sy seer bequaam waaren om ten waatere en- de ten lande veel voedsels op andere leevendige schep- selen te bejaagen. Weshalven sy ook goed vonden, niet verre van der See, aan de aller-vermaardste Stroom des ouden Weerelds, naamelik de Nijl, sig te onthou- den; ten einde sy op de uit der See naar booven klim- mende, als ook op de van boven naar beneeden daalen- de Vissen, souden konnen aasen, ende daar beneevens sig ook met den Vleesse aller Land-dieren souden konnen voeden. Ende alsoo die Krokodillen ter opgemelder jagte seer naarstig op pasten, ende veele vangsten deedem, soo wierden sy mits dien aldaar seer oovervloedelik gevoed. Waar en tegen de kleine Koning jens weetende, dat sy de allerkleinsten onder alle de Voogelen waren, als ook oover- denkende, dat sy seer weinig voedsels nodig hadden, en dat de tongelose Krokodillen hare monden en tanen, van den Visse ofte den Vleesse, onder het kaauwen ende slikken, daar in ofte aan blijvende hangen, niet suiveren konden; ende dat sy nogtans daar van gaarne ontlast ende gesuiverd souden werden, soo verseekerden opgemeld kleine Ko- ning jens sig, dat sy alleen daar van genougsaam, ende dat meer is, ten nutte van beiden, gevoed souden kon nen werden. Weshalven sy klein, schraal, ende maa- ger zijnde, seer ligtelik daar naar toe vloogen, ende den Krokodillen beloofden, indien sy gegeeten hebbende, haare monden wilden oopenen, dat sy Koningjens als dan daar in vliegen, ende de selve monden als ook haa- re tanden ende keele, van den aanhangenden ofte daar in blijvenden Visse ofte Vleesse suiveren, ende daar meede te vreeden weesen souden, sonder eenig ander voedsel ofte loon te begeeren. Het welk de Krokodillen aannaamen, ende in gevolge van het beloofden, t' elkens als sy gegeeten hadden, haare monden oopenden: ge lijk meede de Koningiens niet versuimden, aldaar haar voedsel van het ooverschot der Krokodillen te souken, ende te vinden. Het welk ten nutte van beiden, eenen seekeren tijd geduurd hebbende, soo wierden die Koningjens door het nuttigen van dat niew ende seer aangenaam voedsel soo lekker ende gulsig, dat sy vermerkt hebende haar peu- teren in den monde, tanden ende keele, den Krokodil- len seer aangenaam te zijn, ende soo veel gemaks aan te brengen, dat sy daar door gemeenelik van den slaape bevangen wierden: Soo verlokte haare gulsigheid, ende insonderheid deese slaap der Krokodillen, de Koningjens soodaanig, dat sy gesaamentlik beslooten, in der selven slaape schielik het peuteren in den monde te laaten, om in der keele te kruipen, ende aldaar wijder niet alleen meer spijse te vinden, maar ook het aller-lekkerste beet- jen, naamentlik de leeven, te eeten. Het welk ook al- soo geschag. Maar terwijle die Koningjens sig dus met die leever meenden te versaadigen, besweeken de Kro- kodillen, slooten haare monden, ende stierven: Sulks die domme ende al te gulsige Koningjens, haare aller- meeste wellusten meenende te versaadigen; aldus ook door haare domme gulsigheid haar leeven eindigen.

;

Uitlegging der Woorden. Met KROKODILLEN werden hier verstaan, In- geseetenen eenes Lands ofte Steeden, die van buiten des Lands ofte van buiten der Steeden, soodaanige Winsten den Lande ofte den Steeden, daar sy woonen, inbrengen, dat sy daar van le- ven, ende andere meede Ingeseetenen ook van haar ooverschot konnen doen leeven. Met KONINGJENS werden verstaan, alle andere Ingeseetenen, die haaren dienste ofte haare Handwer- ken, ende lijfs ofte leevens behouften, ter consum- tie in dat Land ofte die Steede, verhuuren ofte ver- koopen, om van de Winsten die sy dar op haare meede Ingeseetenen doen, te leeven. Met den LEEVER, werden verstaan, de Winsten, welke den buiten-landsen Handelaaren, ende die haar behulpsaam ofte ten dienste in die qualiteit zijn, tot haar eigen onderhoud noodig zijn, of wel, die sy, het zy in die qualiteit ofte ook als Menschen, noodig heb- ben, om dien handel met profijt te drijven, ofte te konnen subsisteeren. Indien men sig konde verbeelden eene seer volkrijke Stad, ge- leegen in eene gants onvrugtbaare Landsdouve, aan Visseloose wa- teren, weins Ingeseetenen sig souden beesig houden met onder- ling te dienen ofte gediend te worden, als ook met, voor, ende aan malkanderen alle lijfs-ende leevens-behouften te verschaffen, te maaken ende te verkoopen; sonder dat ieman der selven van buien in die Steede eenige vrugten ote winste bragte: Soo soude die stad konnen werden vergeleeken by eenen Mensche, die daageliks voedsel no- dig hebbende, nogtans het selven buiten sijnen lighaame niet konnende vinden, ten raade soude werden, sijnen honger te stel- pen, met sig in armen ofte beenen eene Ader te oopenen, ende daar uit sijn eigen bloed te suigen. Ende soude die Mensch aan- stonds bevinden, dat sijn lighaam, met een voedsel uit sijne ei- gene Leeden getrokken, niet bestaan, maar quijnen ende vergaan soude; ten waare van buiten eenig bequaam voedsel in den ligha- me gebragt wierde. Ende oovermits alle de Ingeseetenen eener Stad te saamen, waarelik een Politik ofte Borgelik lighaam uit maaken, soo is het eeven dus ofte naar geraade, gesteld met die Steeden, welke uit haare eigenen Situatie den Ingeseetenen gants geene, ofte al te weinige Vrugten ende Leevens-middelen verschaffen kon- nen. Ende is dit de reeden, waarom men nooit eene diergelijke Stad vind, wiens weesen bestaat in dienstbaare Menschen, als Medicijns, Ad- vocaten, Procureurs, Brood-bakkers, Bier-brouwers, Kleedermaakers, Met- selaars, Timmerluiden, ETc. haare diensten, ende waaren, alleen aan de eigene Ingeseetenen van haare Stad doende ende verkoopende. Al- soo alle de selven, met dus op malkwanderen te aasen, ende geene winsten te doen, dan die haaren meede Ingeseetenen af gaan sou- den, aanstonds quijnen, ende seer haast verteerd weesen souden. Welk ons besluit niet kan werden geswakt, met aan te wijsen, dat in seer veele groote Steeden, van ouden tijden af, soodaani- ge dwingende Gilden zijn geweest, oovermits men die Steeden wel doorsoukende, bevinden sal, dat die Steeden, of door eene groote Hof-houdinge eenes Heeren, ofte door groote daar voor by loopende Stroomen, ende een versierd Stapel.Regt, gevoed werden door de Winst ende een voedsel, dat den Vreemdelingen af gaat. Dit Besluit derhalven aldus voor vast gesteld weesende, soo blijkt klaarelik, dat alle opgemelde Ambagts-luiden, ende andere Dienstbare Menschen, in soodanige Steeden dependeeren en gevoed werden, van hare meede Ingeseetenen, ofte van andere Menschen, die buiten der Steede vrugten ofte winsten vergaders ofte gedaan hebbende, genegen zijn, alle die winsten vergaderd ofte gedaan tot, en voor haar nooddrust, gemak ende vermaak aan anderen hare meede Ingeseetenen te besteeden. ENde soodaanige nutte Ingesee- tenen, die de andeen aldaar doen leeven, zijn Landbouwers, bin- nenlandse Vissers, Renteniers, die buiten des Lands haare Gelden op Wissel laaten loopen, ofte op Renten uit geeven aan haare meede Ingeseetenen, welke daar meede van buiten des Lands, winsten in den Lande weten te brengen. Gelijk meede insonderheid soo- danige seer nutte Ingeseetenen zijn, alle binnenlandse Manufacturiers, buiten-landse Handelaars, Vissers, Reeders in Scheepen, met allen die in den selven in die qualiteit ten dienste ofte behulpsaam zijn, met haar eenige koopwaaren te verkoopen, ofte haar anders sins ten dien- ste te weesen. Alle welke Ingeseetenen haar selven door haa- re buitenlandse winsten gevoed hebbende, alle die andere In- geseetenen ook van haar ooverschot in der eewigheid konnen voe- den. Dog in gevalle opgemelde dienstbaare Ingeseetenen, Ambagtslui- den, ende Verkoopers ter sleet binnen der Steede, niet tragten haa- re teering soodaanig aan te stellen, dat sy sig met soodaanig vry- willig ooverschot der buitenlandse winsten laaten genougen, maar leui ende gulsig werdende, van den Regeerden haarer Steeden versouken, dat sy van haaren Dienste, Ambagte ofte Slijtinge, een Gild gelieven te maaken, met uitsluitinge van alle anderen, dien Dienst, dat Ambagt ofte die Neeringe niet te moogen doen, dan op seekere voor haar soo voordeelige, als voor an- dere haare meede Ingeseetenen alsoo naadeelige Bepaalingen ende Voorwaarden: Soo zijn dit waarelik onse ESOPISE Ko- ningjens. ENde is gevalle, dat ook de Regenten soodaaniger onvrugtbaa- relik geleegene Steeden, soo onvoorsigtig zijn, het selven als dan toe te staan, soo zijn dit ook waarelik onse in slaape gevallene ESOPISE Krokodillen. Want als dan vergaaderen die Gildemeesters ofte Ooverluiden seer selden, dan met onder haar te beden- ken, eenige ordre, om door Monopolien meerdere winsten ten laste der gemeene Ingeseetenen, ende ter verkortinge van der andere meede-Ingeseetenen aangeboorene Vryheid van den Re- genten te versouken ende te bekoomen. Het welk allengs, ende met der tijd soo verre gaat, dat die nutte Ingeseetenen, welk buiten des Lands ofte der Steede handelen, ha- re leevens behouften niet konnen bekomen, dan met daar vooren van haare Winsten soo veele aan die Gilde-broederen op te schieten, dat sy niet genoug oover houden, om alle andere lasten der Re- publike te dragen ende aldaar te konnen subsisteeren, waarom sy als dan genoodsaakt werden, maar andere Landen ende Steeden, daar sy meer Vryheid genieten, ende min geschooren werden, te verloopen. Ende werden sy als dan gevolgd van alle die geenen, welke haar in die qualiteit ten dienste ofte behulpsaam zijn. Sulks ook als dan die seer ligt vervliegende Gilde-broeders en- de Werk-gesellen, welken den opgemelden nutten Ingeseetenen in die qualiteit, ofte voor soo veel sy Menschen waaren, ten dienste zijn geweest, dit gemeen verloop, oovermits haaren kleinen omslag ende weinige bagadje, seer gemakkelijk kon- nen volgen, ende ook volgen moeten. Ende alsoo konnen die Gilden ende Gilde-broeders geene doen bloejen, maaar wel den geheelen ondergang dier Steeden veroorsaaken, wanneer sy in de- sen slaaperige ofte versuimende Regenten ontmoeten. Sulks de eigendlijke sin deser FABULE is, dat de Regenten van behouftige Steeden, nooit behoorden te gedoogen, dat Gilde- broeders ende dienstbaare Menschen eener ende der selve neeringe, by een quamen, en Requesten instelden, ter verminderinge der Vryheid ha- rer meede Ingeseetenen, ofte ten laste der selven. Ende dat inson- derheid opgemelde Regenten sig seer sorgvuldiglik behoorden te wagten, eenige Wille-keuren te maken, waar by haare Ingesee- tenen, die van anderen leeven, in weeder-wille ende ten laste der meede Ingeseetenen, die haar ten werke stellen ofte doen leeven; haar voedsel ofte winsten bekoomen moogen ofte kon- nen. Om dat die nutte ende groote meede Ingeseetenen verloo- pende, noodsaakelik die kleinen, welke van de Winsten der anderen moeten leeven, ook verloopen moeten, ende aldus eene civile Dood veroorsaaken; soo voor haar selven als voor haar Wel- doeners, ende voor eene geheele Steede.

SEQ 63 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic373.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem062 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Het zijn sterke beenen die weelde draagen konnen LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac373 MOTTO_LA

Secundae res sapientum animos fatigant.

TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem060 MOTTO_NL

Het zijn sterke beenen die weelde draagen konnen.

ID embstma_add132_emblem061 MOTTO_LA_NORM Secundae res sapientum animos fatigant CHILDREN CHILDREN_SQRT 0