| TEXT_EXPL_XML |
<p>62. De Vos sonder Staart.<lb/> EEn Vos, die wel eer op seer geringe plankjens breede<lb/> waateren had oover gevaaren, mits sijne Staart als<lb/> een seil opsteekende, ende daar meede den wins bequa-<lb/> melik vangende: ende die daar beneevens in sijne hooge<lb/> ende wonderlijke onnaarspoorelijke sprongen, sig van sij-<lb/> ner Staarte bediende als van eenen Stiere, om sig te doen<lb/> needer vallen soo ende daar het hem geliefde, ja die daar<lb/> <pb n="embstma_add132_fac382"/> <lb/> en boven van de Vloojen, als sijne binnen-landse Vyanden,<lb/> geplaagd werdende, de selve all te gelijk konde dooden,<lb/> wanneeer het hem maar geliefde opgeheevener Staarte al<lb/> langsamer hand in den watere te gaan, ende te duiken, om<lb/> door dat middel de Vloojen, in den troppe der Staarte ge-<lb/> dreeven hebbende, als dan die Staart schielik onder den <lb/> waatere te haalen, ende all de Vlooijen te gelijk daar op<lb/> ende daar in te doen drijven ende verdrinken: ende ein-<lb/> delik een ende deselve Vos, welke selfs den Wolf, sijnen<lb/> grooten uitheemsen Vyand, in eenen oopenbaaren kam-<lb/> pe had ooverwonnen, alleen met die konsten, dat hy sij-<lb/> ne Staart bespit, in der stoffe gewenteld, ende als dan<lb/> in de oogen des Wolfs geslingerd hebbende, door die<lb/> scherp-bijtende slijke, hem eerst het gesigt benoomen,<lb/> ende daar na gedood had; Die Vos seggen wy, was door<lb/> alle deese klouke daaden seer vermaard ende ge-eerd ge-<lb/> worden.<lb/> Dit alle sniet jeegenstaande, wierd die Vos eindelik in<lb/> eener strikke gevangen, sonder daar uit te konnen gera-<lb/> ken, dan alvoorens eenen slag van den Boere, die de vangst<lb/> sijner Strikke quam besigtigen, te verwagten; welke Boer<lb/> als dan meenende den Vosse het hoofd te klieven, door<lb/> des selfs spartelen miste, ende hem den Staart af hiew.<lb/> Welke Vos dus ontsprongen zijnde, in sijner eenig-<lb/> heid sijn verlies betreurde, ende ooverdagt, dat hy, die<lb/> voor deese van andere Vossen seer ge-eerd ende geagt<lb/> was geweest, nu, dus mismaakt zijnde, ende sig als voor<lb/> heen van sijne Vyanden niet konnende redden, wel haast<lb/> van de andere Vossen, sijne oude Vrienden, sig versmaad<lb/> soude sien, in vougen dat de dood hem wenschelijker dan<lb/> het leeven soude wesen: ende dat hy ook daar en boven<lb/> van sijne vyanden wel haast gedood soude werden. Sulks<lb/> <pb n="embstma_add132_fac383"/> <lb/> hy eenen tijd land getwijfeld hebbende, of hem soude lu-<lb/> sten soodaanig langer te leeven ofte niet, eindelik eenen<lb/> moed grep, door hoope* dat hy veele gesellen in sijnen<lb/> ongelukke soude konnen bekoomen, ende daar door sijn<lb/> verlies, indien hy sijne saak wel aan leide, draagelijker <lb/> maaken soude.<lb/> De Vos ging derhalven in der vergaderinge der Vossen,<lb/> alwaar hy in volgender wijse sprak: ,,Mannen Broeders,<lb/> ,,ik hebbe oover alnge gedagt, op de ongemakken, die<lb/> ,,onse lange ende swaare Staart ons aandoed: ende<lb/> ,,weegens onse onderlinge Maagschap vind ik my ver-<lb/> ,,pligt, alle de selven u nu voor te draagen. Want voor<lb/> ,,eerst is seeker, dat onse Wijskens haar waater niet loo-<lb/> ,,sen konnen, sonder de selve te bepissen; ende dat sy<lb/> ,,als dan den Staart door haare swaarte ende langte<lb/> ,,over slijk, stoffe ofte sand sleepende, ende veel van<lb/> ,,dat daar aan blijvende hangen, haaren lighaame eene<lb/> ,,seer afsienelijke vuiligheid, als ook eene ondraagelijke<lb/> ,,swaarte veroorsaakt, ende haar door alleen dik<lb/> ,, doed vallen in de handen onser vyanden. Alle deese<lb/> ,,ongemakken zijn wy Mannen ook in tijden van Ree-<lb/> ,,gen onderworpen. Ende daar boven gebeurd veel-<lb/> ,,tijds, dat wy met onsen geheelen lijve de Strikken, Vosse-<lb/> ,,vallen, ende laagen der Laageren ontgaan zijnde, ofte onse<lb/> ,,in hoolen geborgen hebbende, onse Staart in den Strik-<lb/> ,,ken ende Vallen gekneld blijfd; gelijk my allerklouksten<lb/> ,,Vosse selfs onlangs gebeurd is: ofte het gebeurd nog meer,<lb/> ,,dat wy by den Menschen door onse Staarte ontdekt,<lb/> ,,ende daar by opgehaald werden. Sulks waarelik onse<lb/> ,,Staart ons nergens toe schijnd te dienen, dan om van<lb/> ,,ons schandelijke Vloer-vaagers te maaken. Weshalven<lb/> <pb n="embstma_add132_fac384"/> <lb/> ,,ik besluit, u seer ernstig te raaden, dat gy in aller haast<lb/> ,,u ook de Staart doed af kappen.<lb/> De meeste eenvoudige Vossen in der haaste niet weeten-<lb/> de, wat daar in te doen ofte laaten soude weesen, en<lb/> de schijnende als by ooverrompelinge ende de meeste<lb/> stemmen, sig allen de Staart te sullen laaten afkappen:<lb/> Soo stond een der kloukmoedigsten op, ende sprak als<lb/> volgd: ,,Mannen Broeders, ons werd hier voorgesteld<lb/> ,,ende aangeraaden eene Saak, welke, indien wy eenmaal<lb/> ,,gedaan sullen hebben, ons in der eewigheid beletten sal,<lb/> ,,ooit weeder in den selven stande, daar wy nu in zijn, te<lb/> ,,keeren; weshalven het in allen gevalle eene groote ende<lb/> ,,aller noodigste wijsheid is, daar in niet te treeden, dan<lb/> ,,rijpelik te konnen ooverweegen. My aangaande, weet<lb/> ,,ik van nu af aan, ende behoord ook nu u allen indag-<lb/> ,,tig te zijn, in hoe veele geleegendheeden onse Staart<lb/> ,,ons dienstig is geweest, ende hoe meenigmaalen sy ons<lb/> ,,uit doods benauwdeeden verlost heeft. Ende meen ik,<lb/> ,,dat selfs deese Vos sig schaamen soude, ons dit aan te<lb/> ,,raaden, ten waare hy albereids sijne Staart quijt zijn-<lb/> ,,de, ook met onse schaade ende schande de sijne hoop-<lb/> ,,te te verminderen. Door welke reedenen, aller een-<lb/> voudiger Vossen oogen soodaanig wierden geoopend, dat<lb/> sy deesen Vos niet alleen om sijner staarteloosheid ver-<lb/> smaadeden, maar hem ook als eenen valsen schandelijken<lb/> Schelm ende Verraader, eewiglik uit haare Vergaderinge<lb/> banden: ende hy derhalven als een woest Balling, afson-<lb/> derlik van alle Vossen, moetende leeven, in dubbelde<lb/> schane; arremoede ende spijt, seer haast dat seer ellen-<lb/> dig leeven eindigde.<lb/> </p> <p>Uitlegging der Woorden<lb/> Met VOSSEN hebben de Ouden verstaan, Men-<lb/> schen die met een goed menschelik verstand be-<lb/> gaafd zijn.<lb/> Met de STAART, hebben sy verstaan de bysondere en-<lb/> de ook algemeene Vryheid.<lb/> MEn segt gemeenelik, dat de Menschen de Dood, der Arremoe-<lb/> de, ende de Schande, soo seer vreesen, dat sy, om die te ont-<lb/> gaan, ofte haar Leeven te verlangen, als ook haare Goederen ende<lb/> Eere te vermeerderen, veeltijds van alle deugden soo verre afdwaa-<lb/> len, dat sy sig niet ontsien, om het eene te ontgaan, ende het<lb/> andere te bekoomen, God Almagtig te versaaken, haar eigen soet<lb/> Vaaderland te verraaden, ende haare lieve Kinderen, Ouderen, Broede-<lb/> ren ende Sufteren, van haare goederen te berooven, ende alle die<lb/> haar ander sins seer lieve Menschen alsoo in verdriet te brengen:<lb/> op dat selfs een soo groot verdriet ontgaan souden mogen, welk<lb/> sy sig verbeelden in arme ofte eerloos te leeven, of wel in het sterven<lb/> geleegen te zijn. Dog of wel de Dood hier door ons voor aangesteld,<lb/> ende by anderen de vreeselikste onder alle vreeselike saaken genaamd <lb/> werd; a Soo leeren ons nogtans de Gedenkschriften, welke ons de<lb/> geschiedenissen ende den aard der Menschen voordragen, dat de<lb/> Dood veel min als de Schande, wierd gevreesd van de Atheniense Vrou-<lb/> wen, wanneer die van der onstervelikheid der Sielen, door den<lb/> Philosoof Plato ooverreed zijnd; om die te genieten, sig in groo-<lb/> ter meenigte blijdelik doodeden: en dat de Republik geenen raad<lb/> konde vinden, om sulks in het toekomende te beletten, dan met<lb/> af te kondigen: ,, Dat men alle de lijken der geenen, die sig sel-<lb/> ,,ven souden dooden, naakt uitgeschud op der markt, t' haarer<lb/> ,,schande, ten toone soude stellen. Gelijk meede de Historien<lb/> ons leeren, b dat de Duitsen van ouds, wegens eenige flaawhertig-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac386"/> heid ende ontrow in den strijde beweesen, voor Schelmen uit alle<lb/> gemeene Vergaaderingen gebannen, ofte ook de Ooverspeelige Wij-<lb/> ven door haare Mannen daar van oovertuigd, ende smaadelik als<lb/> eereloosen uit den huise gedreeven zijnde, veeltijds om die Schande <lb/> te ontgaan; sig voorbedagtelik, ende met hulpe haarer Ouderen<lb/> ofte naaste Maagen, verhingen.<lb/> Ende bevinden wy ook daageliks, dat de Arremoede ons niet<lb/> swaat om draagen soude weesen, indien de selve niet altijds den<lb/> Armen by alle Menschen, jaa selfs by die geenen, daar van sy, in<lb/> weelde zijnde, seer plagten gepreesen ende hoog geagt te zijn,<lb/> die schande aanbragt, dat sy voor veragtelijke ende belaggelijke<lb/> Menschen gehouden werden.a Ende indien niet daar en teegen <lb/> alle die veel goeds besitten, gemeenelik daar om alleen van de mee-<lb/> ste Menschen plagten ge-eerd ende gepreesen te werden.b Het<lb/> is dan waarelik de vrees van de schande, ende een verkeerde begeerte<lb/> van ge-eerd te werden, die gemeenelik oorsaak der opgemelde<lb/> groote Schelmstukken is.<lb/> Dog het is tijd, naarder aan den sinne onser FABULE, te ko-<lb/> men. Een yder weet dat eener, die sig vrywillig een Slaaf maakt<lb/> van eenen anderen Mensche, daar hy een Vry-man konde blijven;<lb/> het veragtelikste ende het schandelikste schelmstuk bedrijfd, dat een<lb/> Mensch ooit op sig selven uit voeren kan. Ende daarom siet men<lb/> ook veeltijds, dati die sig bewust zijn, soodaanig vuil stuk begaan<lb/> te hebben, anderen ook aanraaden desgelijks te doen ; op dat sy,<lb/> door dat middel haare schande met de meenigte hunner meede-ge-<lb/> sellen, eenigsins souden minderen.<lb/> Dus gaat het ook in Vrye Landen ende Steede, daar een Mensch in<lb/> soo grooten aansien is geraakt, dat de mindere Ingeseetenen ende Ma-<lb/> gistraats-persoonen die verkeerdelik Eer-ofte Heers-sugtige, ende wa-<lb/> relik de aller schandelikste slaaffe Menschen zijn, vermoeden den<lb/> Hoogst gesteegen met hulpe van eenige weinige anderen, Heer ofte<lb/> Tyran oover alle de Ingeseetenen der selve Landen ende Steeden te kon-<lb/> nen maken, want sy gemeenelik als dan gelijk boos-aardige Slaven,<lb/> sig ten dien einde ten Hove aangegeven, ende daar door ook hare Vry-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac387"/> heid verlooren hebbende, niet rusten met soo een groot schelmstul<lb/> alleen gedaan te hebben; maar ook daar en boven geduurig an-<lb/> dere Menschen, welke sy ter uitvoeringe haares schelmstuks van<lb/> nooden hebben, aanraaden sig meede ten Hove te begeeven, om<lb/> aldaar de selve schelmstukken, die sy begonnen hebben, te helpen<lb/> uitwerken ende volvoeren, ten dien einde haar seer smaakelik <lb/> voorstellende alle de voordeelen die sy aldaar souden konnen ge-<lb/> nieten, ende in het geheel verswijgende, alle de sorgen, ongemak-<lb/> ken, ende ellenden, welke die Menschen seekerlik onderworpen zijn,<lb/> die sig Slaven van eenen Heere gemaakt hebben, ende welke dien<lb/> volgende van dien tijde aan nietwes uit eigener beweeginge mo-<lb/> gen doen ofte derven seggen, maar altijds naar eenes anderen voor-<lb/> pijpen dansen ende singen moeten. Ende insonderheid verbergen<lb/> deese slaafse ende Land-verraadende Menschen voor den geenen die<lb/> sy voorneemens zijn ten Hove te trekken, de groote smert die haar<lb/> oover den hoofde hangd, indien sy sig dus Staarteloos gemaakt heb-<lb/> bende, anderen niet konnen beweegen om sig ook de Staart te<lb/> laaten afhouwen.<lb/> Dit hebben wy in de voorleedene eewe gesien aan den Regenten<lb/> der afvallige Neederlandse Provintien, welke sig onder de Heerschap-<lb/> pie des Konings van Hispanien, ofte om beeter te seggen, onder<lb/> deses Erf-Hertog-ofte Erf-Gravelike Bedieninge begeeven hebbende;<lb/> gedurig den vryen Vereenigden aanradeden, insgelijks te doen; seer<lb/> breed voorstellende alle de groote Vryheeden, die sy genooten, en-<lb/> de de groote Lasten, die de Vereenigden alleen om den schijn van ee-<lb/> ne meerdere Vryheid te genieten, moesten draagen: maar in het <lb/> geheel verswijgende het swaare juk des Pausdoms, ende hoe groo-<lb/> te Slaavernie ofte ellendige stand het is, te woonen in eenen Lan-<lb/> de, daar het wel-ofte quaalik0vaaren, jaa Leeven ofte Dood al-<lb/> ler Ingeseetenen eenes Lands, hangd van de gonsten ofte afgond-<lb/> sten eenes eenigen Mensche.<lb/> Eindelik hebben wy ook in de voorafgaande ofte onse Eewe gesien<lb/> ofte gehoord, dat eenige slaafse Ingeseetenen van Koningrijken, Her-<lb/> togdommen, Landen, ofte Steeden, die wel eer vry geweest zijn, om<lb/> naar den eis der Republike, Dienaren van Staat te mogen kiesen ofte<lb/> niet; sig daar na hebben laten beweegen, om eenemaal ende voor<lb/> alleen, soodanige Erf dienaren te kiesen, ende mitsdien voor soo vee-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac388"/> le hare ende der geheele Republike Vryheid te verminderen. Ende<lb/> hebben wy vervolgens gesien, dat de selve slaaffe Menschen daar na<lb/> ook seer hebben gewoeld ende gewroet, om de vrye Regenten ende<lb/> Ingeseetenen van andere Republiken, Steeden ende Landen, te kon-<lb/> nen bekallen, dat sy meede soodanige Erf-dienaren koosen: maar dat<lb/> die altijds geandwoord hebben; Gy hebt de Vryheid gehad, om<lb/> naar den eis uwer Republike Dienaren van Staat te kiesen ofte niet,<lb/> ende in allen gevallen eenen kiesen willende, den bequaamsten te<lb/> kiesen, nu zijt gy die Vryheid quijt, ende moet u laaten bedienen<lb/> van onbequaamen ofte ook quaad-willigen, soo als sy gebooren sullen<lb/> worden. Deese uwe schande soud gy gaarne met onse schaade min-<lb/> deren, waarom gy ook beantwoord werd, gelijk de wijste Vos in de<lb/> ESOPISE FABULEN onsleerd, namelijk: ,, Wy sien waar het<lb/> ,,u schort; ende wat gy voorneemens zijt. Gy hebt uwen Staart<lb/> ,,niet wel bewaard, maar laaten afknappen, ende raaded gy der-<lb/> ,,halven, dat wy het ook doen, om u gelijk te zijn. Wy daar<lb/> ,,en teegen bevinden ons met onser Staarte soo wel, dat wy die<lb/> ,,standvastiglik denken te behouden.<lb/> Ende dus meenen wy den eigendliken sinne deeser FABULE<lb/> soo genougsaam te hebben verklaard, dat het gevolg, ende meer<lb/> van dien te seggen, grooten aanstoot geeven soude konnen, in ge-<lb/> valle Quaadwillige Leesers het selven teegen de goede wille des Au-<lb/> theurs, op seekere onse geschiedenissen souden willen toepassen.<lb/> </p> |
| SEQ |
64 |
| PARENT |
embstma_add132 |
| HIM |
FABLES GUL MNE EMBLEMS ILL_BOOK |
| URL_IMAGE |
embstma_add132_pic381.jpg |
| TIPE |
emblempictura |
| NEXT |
embstma_add132_emblem063 |
| IIHIM |
FABLES GUL MNE EMBLEMS ILL_BOOK |
| CAPTION_EN |
reserved for caption |
| SOURCE_FILE |
embstma_add132.xml |
| MOTTO_NL_NORM |
Dat men maar eenemaal doen kan, moet men niet haast, maar wel doen. |
| LINK_FACSIMILE |
embstma_add132_fac381 |
| MOTTO_LA |
<p>Nemo ad id sero venit, unde nunquam cum<lb/> semel venit, potuit reverti. Senec. in Herc. Fur.</p> |
| TYPE |
emblem pictura |
| PREV |
embstma_add132_emblem061 |
| MOTTO_NL |
<p>Dat men maar eenemaal doen kan, moet men<lb/> niet haast, maar wel doen.</p> |
| ID |
embstma_add132_emblem062 |
| MOTTO_LA_NORM |
Nemo ad id sero venit, unde nunquam cum semel venit, potuit reverti |