$ TEXT_EXPL_XML
63. De Vissers ende het beroerd Water.
Seekere oude Vissers in een keer klaar ende beslooten
Water haare Netten uitgespreid hebbende, ende daar
in uitneemend veele seer jong kleine Vissen, ende niet
meer groote als haare noodrust vereiste, beslooten, en-
sy de weinige groote tot haare spijse, ende lieten alle de
kleine Vissen, op datse grooter werden souden, vry swem-
men: Sulks deese oude Vissers op de selve wijse van tijde
ten tijde haare neering doende, veele groote Vissen vin-
gen, ende sig daar by seer wel bevonden.
Waar naa eenige jonge Vissers haare netten des gelijks
uitwerpende, eeven diergelijke vangst deeden, ende al-
soo sy geene teering na neering stellen, maar ook lekker
ende ooverdadig eeten wilden, soo greppen sy beide groo-
ten ende kleinen: waarom een der selve kleine Vissen die
Visschers aldus aansprak: ,,Mannen, gy hebt albereids tot
,,uwes arbeids loon soo veele groote Vissen gevangen, dat
,,gy ende uw huisgesin daar meede genougsaam gevoed
,,kan werden, ende is aan een van die groote meer spijse
,,als aan duisend onser die ook eeven soo groot staan te
,,werden, indien gy ons hier laat leven, tot dat gy ende
,,wy ouder zijn gewordenl; als wanneer gy ons altijds in
,,dit uw beslooten waater sult konnen vangen. Laat dog
,,uwe dwaasheid soo groot niet zijn, dat sy in uwe Ou-
,,derdom duisend groote Vissen sult moeten missen in
,,plaatse van eenen, die wy nu naweliks opweegen.
Maar niet jeegenstaande deese goede reedenen, ver-
slonden ende vernielden deese jonge Visters allangs de groo-
te ende ook alle de kleine Vissen. Sulks die selve Vissers
daar na weederom groote netten uitgeworpen, ende son-
der ietwes te vangen, den gantsen nagt gearbeid hebben-
de, treurig met haar Toorsligt huiswaarts voeren, als
wanneer eenige Toninen, zijnde seer groote Vissen dog
van geene goede smaak, waanende dit ligt de Son te wee-
sen, wiens ligt sy seer beminnen, in haare Schuit spron-
sers sig soo seer verblijden, dat sy seiden onnodig te zijn,
sig oovr den kost seer te bekommeren.
Gelijk sy eenigen tijd daar na weederom het Net uit-
geworpen hebbende, ende dat naar sig trekkende, be-
vonden dat het uitneemend swaar om trekken was, sulks
sy door de hoope, dat daar in seer veele groote Vissen sou-
den weesen, sig daar oover seer verblijden, dog einde-
lik het Net aangehaald, ende daar in niet dan eene seer
swaare steen gevonden hebbende, die vreugd schielik in
droufheid veranderde.
Weshalven terwijle sy malkanderen seer bedrukt aan-
saagen, een der selven, die niet de wijste ende beste,
maar de ooverdaadigste, behouftigste, ende welspreeken-
ste Visser was, de anderen aldus aansprak: ,,Voor dee-
,,sen hebben wy met kleinen arbeide, ja al soet singende,
,,die meenigvuldige Kleene Vissen in onse Netten gekree-
,,gen, ende die alle vernield. Daar naa zijn by geluk,
,,sonder eenig ons toedoen, eenige Toninen in onse Schuit
,,gesprongen SUlks nu geene ooverig zijn, dan andere
,,groote Vissen, die sig door geene soete stemme ofte eenig
,,dwaal-ligt laaten vangen, alsoo sy door ervaarendheid
,,in de klaarheid des Waters onse Netten hebben leeren
,,kennen, ende soo haast sy die vermerken, soo vlieden sy
,,wy die met onse eigene handen grijpen, dooden, ende
,,alsoo weederom tot onse voorgaande weelde geraaken
,,sullen.
Deese raad beviel deesen Jongen behouftigen Visseren
soo wel, dat sy dien aanstonds in het werk stelden, ende
soo veele groote Vissen vongen ende dooden, dat sy daar
meede eenen geruimen tijd in alle ooverdaad ende vreug-
de leefden, ende daar naa niet dan te laat bemerkten,
dat het Water door haare Beroerten in het geheel Visse-
loos geworden was, sulks sy daa naa aldaar geene Vissen
meer konnende vangen, van Vissers Landloopers wier-
den, ende van arremoede in vreemde Landen stierven.
Uitlegging der Woorden.
Met VISSERS hebben de Ouden hier verstaan,
Leeraars ofte Herssugtige Menschen.
TONINEN, zijn aansienelike domme Ingeseetenen, die
weinige Goederen hebben.
Groote VISSEN, zijn de meest gegoede ende wijste In-
geseetenen, die door geen bedrog, maar alleen door op-
roer ende geweld, ooverheerd ende gevangen konnen
werden.
ALe gegoede Menschen, die aan eene wijse van leeven gewoon
zijn, in welke sy, door rust ende vreede, haaren stand ende
goederen best konnen behouden, zijn ook gemeenelik vreedsaam,
eenen anderen raakt, willende verkrijgen, het selven, door ande-
re Menschen klaarelik te ooverreeden, tragten te bekoomen,
ende onderwijlen ook seer afkeerig zijn, van ten dien einde ofte
ter verbeeteringe van haaren stande, bedrog, ofte geweld te willen
gebruiken, alsoo sy selfs geen bedrog ofte geweld van andere
Menschen lijden souden willen. Daar enteegen bevinden wy, dat
ongegoede Menschen, die soodaanige wijse van leeven hebben
aangevangen, in welke sy niet konnne blijven, dan door andere
Menschen van haare goederen ofte amten te berooven, ende de
selven ten dien einde te verleiden, ende te verraaden, ofte te
ooverrompelen, ende te dwingen: alsoo afkeerig zijn van alle oo-
penhartig, ende goede reedenkaavelinge als sy wel in teegen-
deel geneegen zijn, om door duistere ende opgepronkte woor-
den ofte teekenen, het goed oordeel ofte verstand der Menschen
te bedwelmen, ende die daar na ook te leeren, te raaden ofte te
gebieden, alle het gunt ter grootmakinge der opgemelde behouf-
tige Menschen, ende Leeraren, ote Gebiederen strekken kan.
Dit in het gemeen van alles Menschen gesegt hebbende, soo
vinden wy goed den sinne onser FABULE naarder te koomen,
met den Leesere indagtig te maken, dan onse eerste Heilige Leeraars,
in onse Heilige Schriften werden genaamd Vissers der Menschen, ende
de Leer des Euangeliums, een Visnet, dat ten voordeele der geenen,
die daar meede bevangen werden, uitgeworpen is. Als meede aan te
merken is, dat dese goede Vissers hebben geleerd ende onderweesen,
eenen reedeliken Christeliken Godsdienst, die vremd van alle dwang
is; ende dat daar en teegen alle die dwang gebruiken, zijn Jaagers,
Geweldenaars, ofte soodaanige boose Vissers onser FABULE, die
alle het gunt sy bejaagen ofte Vissen, verslinden.a
Dit to eenen vasten gronde gesteld weesende, behoorden de
Leesers wijderds aan te merken, dat de Heilige Apostelen ende hare eer-
ste Navolgers, in aller eenvoudigheid ende klaarheid hebbende ge-
leerd, dat de god Abrahams, die Heemel ende Aarde geschaapen
had, was de eenige waarhaftige God, ende ook verkondigd heb-
bende, dat Jesus Christus was de waare Messias ende Saaligmaaker,
de seer veele, dog meest seer geringe Menschen hebben bekeerd,
genietende onderwijlen by de meest Gegoeden de sobere kost voor
haaren arbeid.
Gelijk meede wel aan te merken is, dat door deese klare ver-
kondiginge des Evangeliums, alle die versierde Godsdiensten,
Oraculen ende Mirakulen der Heidense Romeinen ende Grieken vernie-
tigd, verstomd ende after gebleeven zijn.a
Dog is, God beeter het, niet te min aan te merken, dat naa
deese eenvoudige Christen Leeraars, gevolgd zijn andere Leeraars, die
met haare niewe spitsvindige Leere niet soo seer de Saaligheid haa-
rer Leerlingen, als wel hare Eere, van met een doordringend klouk
verstand begaaf te zijn, ende insonderheid ook haare eigene tijde-
lijke grootheid, beoogd hebben. Ende dat sy daar en booven,
om dit oogwit te bereiken, de reeden ende het verstand der Men-
schen, soo veel in haar was, hebben verduisterd met seer veele
wonderen ende geheimnissen b in te voeren, ende dat allangs op
deese wijse, naamentlik met soo van Goode Almagtig ende onse
Ziele te spreeken, te leeren ende te onderwijsen; als of soo wel
God als onse Zielen geen Geest maar Lighamen waren, ende ook som-
tijds weederom naar de waarheid van dien. Ende desgelijks som-
tijds van beesten, als of sy een menschelik verstand ende Ziele hadden,
ende somtijds ook van de Menschen, gelijk of in haar nietwes dan
beestelik was. Sulks haare eenvoudige Leerlingen uit soodaanige te-
gen een strijdende leere nietwes van Goodes, der Zielen, en-
de der Menschen weesen hebben konnen begrijpen.
Ende kan wijders eenen ydere bekend zijn, dat opgemelde on-
trouwe Christen Leeraars, op dese duistere gronden hebben gebowd
haar Rijk der Duisternissen, waar in sy hebben konnen doen geloven
alle hare versierde Miraculen, verschijningen van Engelen, DUivelen, Hei-
lige Zielen uit den Heemele, ende klagende Zielen uit den Vageviere.
Sulks die wel eer eenvoudige reedelike, Heilige, ende klare ver-
kondiging des Evangeliums, by haar allangs is veranderd gewor-
den in Heidense Konsten ofte verborgendheden, by haar Mysteria ge-
dommelik alle geloofd wilden hebben. a
Christenen, hebben weeten te misbruiken, om voor haar uit te
werken die veelvudige, onder armoeds schijn weelderige Monni-
ken ende Nonnen, rijke Abten, magtige Biskoppen, trotse Cardinalen,
ende een soo schrikkelik Hoofd oover alle de selven, dat het uit sijne
gemaakte Duisternisse donderde ende blixemende, by naast alle
Menschen heeft verbaasd en doen buigen, behalven de allerwijste,
welke sig van tijden ten tijden daar teegen kloukmoediglik ge
steld hebben, b ende om welke van tijden ten tijden ook te be-
vangen, door die Roomse Geesteliken geduurige beroerten onder de
Onderdaanen, ende oorloogen tegen den wettigen OOver-Heer ver-
oorsaakt zijn geworden, waar door ook eindelik by naast alle die
Menschen aan deese duistere Leeraren onderworpen zijn gewor-
den, ende sy Leeraars dus waarelik Vissers van Menschen zijn ge-
worden, niet om die als volgens de Leere der Heilige Apostelen, be-
hoorde vry naar Lighame ende Siele, maar om daar van volgens de
Leere der Tyrannen, waarelik naar Siele ende Lighame haar slaven te
maken. Sulks dit eigendlik zijn de Vissers onser FABULE, die
het Waater beroeren ende alle Vissen verslinden.
En sien wy de waarheid onser FABULE ook gedurig in an-
dere Menschen, wiens Ouders spaarsaam uit haare eigene Inkom-
sten geleefd hebben, wanneer die Kinderen des niet te min
door Pragt, Ooverdaad, ofte Lekkernie, rijp ende groen vertee-
ren, ende onderwijlen by gevalle ende geluk eenige ervenisse of-
te goed tot onderstand bekoomende, eeven gelijk de Vissers onser
FABULE hare Toninen vangen, daar na nog in hare quistagtige huis-
houdinge voortgaanl; SUlks sy sig eindelik daar door genoodsaakt
vinden, niet min als deese boos-aardige jonge Vissers het Water, en-
de als nieuwe Nimrods ende geweldige Jaagers, de Republik, waar
in sy woonen, te beroeren, om, door dat middel, het Wild dat sy
bejaagen, namentlik de kraft der Regeeringe, ende die profijtelijkste
Amten van dien, te bekomen ende te verkopen, ofte onstentenisse
van dien, den Brand die sy in der Republike hebben aangesteeken, ge-
ondergang, dat is met beider ondergang ende verderf tragten uit
te blussen ende te eindigen.
Sulks de sin deeser FABULE is, dat alle Menschen, ende by-
sonderlik de Heerssugtigen, het zy Kerkelike Leeraars, het zy Politi-
ke Regeerders, met een weinig behoorden te vreeden te zijn, of-
te dat sy anders sins door haare ooverdaad ende door die Heerssugt,
beiden sig selven als ook de Kerken ende Republiken verderven.
In discordiis pessimo cuique plurima vix pax
et quies bonis artibus indigent. Tacit.
Daar Rust is ende Vree,
Heeft God altijds sijn Stee,
Daar Twist regeerd en Nijt
Is men Gods Seegen quijt