TEXT_EXPL_XML

<p>65. DE Vos, de Leew, ende de Os.<lb/> Leewe in onderlinge groote Vriendschap geleefd heb-<lb/> bende, gebeurde dat een Os, daar omtrend koomende<lb/> weiden, seer luid bulkte; Sulks de Leew noit eenen Osse<lb/> gesien ofte het loejen der selven gehoord hebbende, sig<lb/> inbeelde, dat het een seer schrikkelik Dier was, ende<lb/> <pb n="embstma_add132_fac406"/> voortaan desweegen naaweliks uit sijnen hoole, immers<lb/> niet uit den Bosse, derfde gaan, om voor sig selven en-<lb/> de voor sijne Vrienden, als van ouds, sijnen ende haaren<lb/> kost te bejaagen.<lb/> Ende hoewel de Leew sijne vreese, soo merkte<lb/> des niet te min de Vos de reeden van dien, bood sig aan,<lb/> ende kreeg ook last, te verspieden wat een Beest het was, dat<lb/> soo eene vreeselijke stemme had, om sulks den Leewe<lb/> daar na te verwittigene. Waar naar deese Vos den Os ge-<lb/> vonden, ende vriendelik met hem gesprooken hebbende,<lb/> den Leewe van veele saaken bescheid bragt, naamelik,<lb/> dat het een seer wijs ende fastmoedig Dier was.<lb/> Het welk de Leew niet konnende gelooven, soo ging<lb/> de Vos, met des Leewen goedvinden, tot den Osse, be-<lb/> loofde ende swoer met hem eene onverbreekelike vriend-<lb/> schap te sullen onderhouden, ende versorgt, dat hy met<lb/> hem naar den Leewe ginge, op verseekeringe, dat hem<lb/> aldaar niet quaads soude weedervaaren: ende dat sy twee<lb/> de wijsheid ende loosheid by een vougende, altijds de gonst<lb/> des sterken Leews t'haaren voordele gebruiken souden kon-<lb/> nen: Waar op die Os derwaarts ging, ende de Leew als<lb/> dan soo veele wijsheid ende saftmoedigheid in den Osse<lb/> bevond, dat hy hem voortaan veel meer sijner secreeten<lb/> als den Vosse betrouwde;<lb/> Waar door de Vos soo nijdig op den Osse wierd, dat<lb/> hy voornam hem te verderven. Hy ging derhalven tot<lb/> den Leew ende seide: Ik soude u gaarna wat heimeliks,<lb/> ende dat van grooter gewigt is, seggen; maar verseekere<lb/> my, dat het u seer onaangenaam om hooren, ende mag-<lb/> schien ongeloofbaar sal weesen, ende sal het derhalven<lb/> beeter weesen dat ik swijge. Dog daar en teegen be-<lb/> denkende, dat daar uw leeven aan hangd, ende dat ik<lb/> <pb n="embstma_add132_fac407"/> soude sondigen teegen de Wetten der Republijke, ende<lb/> onser Vriendschappe, indien ik deese waarheid sweege,<lb/> soo weet ik niet wat my te doen staat.<lb/> Waar op de Leew seer ernsitg begeerende te weeten,<lb/> wat het was; soo seide eindelik de Vos, onder beloften<lb/> dat het niet gemeld soude werden: Een mijner getrow-<lb/> ste gesellen, wiens naam ik beloofd hebbe te swijgen,<lb/> heeft my seer omstandiglik verhaald, gehoord te hebben,<lb/> hoe de OS met een ander gras-eetend sterk Dier raad pleeg-<lb/> de, om u uit den Bosse te drijven ende te dooden. Nu heb<lb/> ik my ontlast, ende gy zijt veel wijser als k om te besluiten,<lb/> wat daar in te doen ofte te laten zy. Maar als het mijne<lb/> saak waare, soo soude ik hem seekerlik dooden, eer hy<lb/> het my deede: want of gy al schoon aan der waarheid<lb/> deeses soud moogen twijfelen, soo is nogtans seeker, dat<lb/> gy niet, dan met hem te dooden, die twijfelinge weg-<lb/> neemen kond.<lb/> De Leew, dit gehoord hebbende, seide: ik kan niet<lb/> goedvinden te dooden een Dier, dat my soo lief is ge-<lb/> weest, sonder al voorens te hooren, wat het te sijner ont-<lb/> schuldiginge seggen kan. Waar tegen de Vos, vreesende<lb/> dat sijn verraad dus ontdekt soude werden, seide; Hem te<lb/> hooren spreeken, sal voor u eene saak weesen vol van ge-<lb/> vaar: want indien hy in het minsten vermoed, dat sijn aan-<lb/> slag ontdekt is, soo sal hy u als dan seekerlik aanvallen ende<lb/> dooden, om sijn eigen leeven te behouden: ende kond gy<lb/> dat niet voorkoomen, dan met seer wel op uw hoede te<lb/> zijn, ende wel agt te neemen op zijn gebaar, naamelik of<lb/> hy met meer schroom als voor deesen u naarderd: of hy<lb/> ten weedersijden om siet: of hy sijne ooren schud: of hy<lb/> sijne staart ten beiden sijden slaat: want indien een van<lb/> allen geschied, soo is seeker, dat hy wat quaads in den<lb/> <pb n="embstma_add132_fac408"/> sinne heeft, ofte u dooden wil, ende dat het beeter is,<lb/> hem voor te koomen.<lb/> Deese raad behaagde den Leewe. Sulks de Vos wij-<lb/> ders sijnen dienst aanbood, ende by gevolge last kreeg,<lb/> om den Osse op te passen, te spreeken, ende tot den<lb/> Leewe te geleiden.<lb/> De Vos deese schoone geleegendheid gekreegen heb-<lb/> bende, om sonder eenig quaad vermoeden ten weeder-<lb/> sijden sijn quaad saad te saajen, ging met traanende oo-<lb/> gen, ende drouvelik, tot den Osse, beklaagde in het ge-<lb/> meen het ongeluk aller Dieren, die met den Leewe eeni-<lb/> ge gemeenschap hadden, alsoo sy voor alle trouwe dien-<lb/> sten meest eene drouve vergeldinge bequamen. Sulks de<lb/> Os, hier door ontsteld, hem vroeg, wat daar gaande<lb/> was, ende de Vos antwoorde: Tot quijtinge van mijn<lb/> gemoed, ende ter voldoeninge onser trouwe vriendschap-<lb/> pe, sal ik, met perikule mijnes leevens, op uwe voor-<lb/> gaande beloften van my niet te melden, u oopenbaaren,<lb/> met deese mijne ooren gehoord te hebben, dat de Leew,<lb/> meenende alleen by den Wolve te zijn, hem seide: De<lb/> Os is my nergens toe nut, ende heeft daar en boven te-<lb/> gen my wat quaads in den sinne, waarom ik hem by de<lb/> eerste schoone geleegendheid sal dooden, op dat ik my,<lb/> u, ende eenige andere Dieren, met sijnen vleesche mo-<lb/> ge spijsigen.<lb/> Waarop op de Os antwoorde: Ik heb den Leewe, gelijk<lb/> gy weet, altijds trouwelik gediend, sulks hy my met gee-<lb/> nen Regte kan dooden, maar indien hy my efter dooden<lb/> wil, soo kan ik hem seer beswaarelik ontgaan. Ik sal der-<lb/> halevn, als voor deesen, onbeschroomd tot hem treeden,<lb/> op hoope, dat hy mijne onschuld eerst hooren, ende dan<lb/> spaaren sal. Doe dat dog niet, mijn goede Vriend, sei-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac409"/> de de Vos, draag liever sorge voor uw leeven soo veel gy<lb/> kond; koome hem niet naa by; staa op uw verset; ende<lb/> indien gy als dan siet dat hy sig ten strijde bereid, u sterk<lb/> aansiet, sijne ooren opsteekt, ofte met sijnen staart tegen<lb/> der aarde klapt, ontvlugt dan ten besten gy kond.<lb/> Deese raad geviel den Osse seer wel, ende besloot, hy<lb/> des anderen daags met den Vosse tot den Leewe te gaan.<lb/> Onderwijle verhaalde de Vos, uit grooter vreugde, sijnen<lb/> getrouwen Broedere, die hem ontraaden had sulks te on-<lb/> derneemen, hoe verre hem sijne saaken wel gelukt' waa-<lb/> ren. Ende wilde God, dat hoewel sy heimelik ende fast<lb/> spraaken, nogtans een Luipaard, in het voor by gaan,<lb/> daar van ietwes hoorde.<lb/> Des anderen daags ging de Vos met den Osse naar den<lb/> Leewe, al waar de een van den anderen ofte des Vossen laste-<lb/> ringen, nietwes weetende, sy sig beiden drougen naar des<lb/> Vossen raade: sulks de Leew seekerlik geloofde, dat de Os<lb/> schuldig was, ende daarom als uit sig selven de sterkste<lb/> zijnde, hem aanstonds schielik besprong ende doode.<lb/> Weinige daagen daar naa bedagt te Leew, dat hy ee-<lb/> nen, die hy selfs altijds trow bevonden had, alleen op<lb/> het seggen des Vossen, had gedood tyranniger wijse, on-<lb/> gehoord ende onverweesen; waarom hy treurig werd, en-<lb/> de eenigsins den Vosse mistrouwende, naardere vriend-<lb/> schap met den Luipaarde maakte, die aan des Leewen<lb/> Moedere alsdan oopenbaarde, wat hy van des Vossen op-<lb/> sette, om den Os te doen vermoorden, gehoord had. En-<lb/> de die Moeder bragt sulks soo kraftig den Leewe aan, dat<lb/> de Vos daar op in boejen gelegt, ende de saak wijder on-<lb/> dersogt wierd; terwijle des Vossen Broeder hem aldaar een-<lb/> maal des nagts in der stilte besogt, ende in het breede ver-<lb/> haalde, hoe qualik hy gedaan had, sijnen raad te verag-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac410"/> ten, ende dat het nu te vreesen stond, dat het onnoosel<lb/> bloed des Ossen op sijnen koppe soude druipen. Ende al-<lb/> soo twee Dieren, naast aan den kerkere woonende, ook ver-<lb/> moeden dat de Os door den Vosse was verraaden geworden; <lb/> soo hadden sy de gevangenisse geduurig verspied, ende<lb/> deese reedenen des Vossen ende sijnes Broeders beluisterd,<lb/> sulks sy daar van ook getuigenissen gegeeven hebbende,<lb/> de Vos ook eindelik wettig verweesen, ende ter dood<lb/> gebragt wierd.<lb/> </p>

<p>Uitlegging der Woorden.<lb/> De Ouden hebben verstaan met den VOSSE, een loos<lb/> doortrapt Mensch, ofte Hooveling.<lb/> Met den LEEWE, een sterk onvoorsigtig Mens ofte<lb/> Koning.<lb/> Met den OSSE, een wijs ende deugdsaam Mensch, ofte<lb/> soodaanig Hooveling.<lb/> De geneegendheid om geen Slaaf maar Vry te zijn, den Men-<lb/> schen aangebooren weesende, a ende sy bevindende ofte sig<lb/> inbeeldende, b dat in alle land-standen een ofte meer Mensch ofte<lb/> Menschen, niet alleen voor sig selven vry is ofte zijn, maar dat<lb/> die ook oover andere Menschen gebieden, ende die doen dienen<lb/> naar hem of haar lust ofte lusten; ende dat sy mitsdien waarelik<lb/> alle die Onderdaanen te gelijk berooven van, ofte niet dan precario,<lb/> dat is tot weederseggens toe, laaten gebruiken, alle het gunt<lb/> den Menschen aangenaam is; ende dat die haar daar beneevens in<lb/> gedurige vreese stellen, van te moeten draagen alle het quaaden,<lb/> dat hem ofte haar lust, den Onderdaanen op te leggen; Soo volgd<lb/> <pb n="embstma_add132_fac411"/> hier uit, dat de Heerssugt ofte Begeerte, om oover andere Men-<lb/> schen te heerssen, de vierigste van alle onse Herts togten is. a<lb/> Ende oovermits Koningen ofte Vorsten die heerschappie, ofte dat <lb/> Vorstendom bekoomen hebbende, als dan sig het meesten plagten te<lb/> versadigen, of met den roeme van de paalen hares Gebieds wijder uit<lb/> te strekken, ofte met allesins hare Wellusten ofte met die beiden te vol-<lb/> gen; terwijle sy de geheele Regeering gemeenelik door en op den<lb/> eenen ofte den anderen haren Gonsteling ofte eersten Dienaare van Staa,<lb/> laten drijven, soodanig, dat warelik naar des gonstelings opgeeven,<lb/> alle Wetten aldaar ge-ofte ver-maakt, ende alle Officien ofte Beneficien<lb/> aldaar begeven als ook benoomen werden: Soo volgd ook daar uit,<lb/> dat de geneegentheid, om soodaanig een Gonsteling ten Hoove te<lb/> werden, by naast eeven soo brandende by den Menschen is, als<lb/> de Begeerte om Souverain-ofte Tyranniglik te heerssen.<lb/> Ende gelijk Koningen in haaren Rhijke geen eigen Wijf, Kinde-<lb/> ren, Vaader ofte Moeder, Suster ofte Broeder hebben, ofte die<lb/> anders aanmerken, dan als Onderdanen, die haar allesins ten dienste<lb/> moeten staan: ende die Koningen niet weeten wat Heiligheid,<lb/> Godvrugtigheid, ofte Trow te seggen zy;b Soo volgen die<lb/> eerste Dienaars van Staat, ende Gonstelingen alle die Koning-en-<lb/> de Vorstelike gebreeken soo wel naar, dat daar uit het Latins spreek-<lb/> woord is ontstaan, c Die God of Maagen min, en blijve niet ten Hoof.<lb/> Alsoo die eerste ende mindere Gonstelingen, gelijk meede alle die<lb/> sulks tragten te werden, om dien stand te behouden ofte te ver-<lb/> krijgen, soodanig met liegen ende bedriegen aan een hangen, dat<lb/> sy sig niet ontsien, ten dien einde geduurig door valse Eeden, en-<lb/> de sig selven te vervlouken, indien sy niet het een ofte het ander<lb/> doen ofte laaten, terwijle sy in het teegendeel van dien, selfs ha-<lb/> re naaste Maagen ende getrowste Vrienden tragten te verraaden,<lb/> te verderven, ofte op de slagt-banke te brengen.<lb/> Want oovermits sodanigen Menschen ofte Hovelingen ontbreekt<lb/> de Opperste Magt, om haar voorneemen oopentlik en door geweld onder<lb/> schijn van Regt te konnen uitvoeren, so vinden sy sig in soodanigen<lb/> stande geneegen de allerfijnste Hoofse konsten, daar onse FABUL<lb/> eigentlik van gewaagt, te gebruiken: Namentlik, niet alleen on-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac412"/> der schijn van Vriendschap te verraaden, maar selfs tussen twee<lb/> seer goede Vrienden, die sy, of beiden te gelijk, of wel een van<lb/> tween niet ooverweegen ofte oopentlik verderven konnen; eerst<lb/> seer groot mis-trouwen te veroorsaaken, ofte ten minsten sulks te<lb/> tragten: Ende indien haar sulks gelukt, die als dan teegen mal-<lb/> kanderen op te hitsen, ten einde de een den anderen verdorven of-<lb/> te gedoor, hebbende, de Ooverwinneer onderwijle ook soo ver-<lb/> swakt werde, dat sy loose Bedriegers hem als dan ook geweldiglik<lb/> aanraaden ende verderven konnen.<lb/> Of indien deese boos-aardige Menschen ende Hovelingen vermerken,<lb/> dat sy in soodaanigen stande zijn, dat haare geveinsde Vriendschap,<lb/> valsche Eeden, ende Vervloukingen, niet magtig genoug zijn om twee<lb/> Menschen ofte Staaten, die sy gaaren beiden verderven souden,<lb/> van een te scheiden, ofte tegen elkanderen op te hitsen, soo gebrui-<lb/> ken sy gemeenelik dit middel, dat sy veinsen het verschil, welk<lb/> sy met beiden hebben, in alle manieren minnelik by te willen leg-<lb/> gen, ende die beiden te gelijk niet konnende in slaape wiegen of-<lb/> te bedriegen; Soo versieren, Sweeren ende Vervlouken sy sig by<lb/> ydere der Partyen in het bysonder, die twist-saake by den andere<lb/> genougsaam ge-effend te hebben, en dat het voor den laatsten eene<lb/> groote dwaasheid soude wesen, alleen, zijnde tegen de magt des Ko-<lb/> ninges, des Vorsten, ofte des grootsten Hoovelings te willen streeven;<lb/> hoopende dat gelijk de Cardinaal van Lottringen oover honderd jaa-<lb/> ren van sijne onbeschaamde loogens in Vrankrijk plagte te seggen:<lb/> Indien sijne, ofte nu haar valse loogens maar vier en twintig uuren<lb/> seekerlik mogten ofte mogen geloofd werden, sy als dan middeler<lb/> wijle waarschijnelik ook haar oogwit bekoomen souden hebben;<lb/> Ende verseekeren de aller-grootste Gonstelingen des Hofs sig daar<lb/> en booven, dat gelijk een groot Heer, die door loogens sijn voor-<lb/> neemen uitgewrogt heeft, daar oover niet bestrafd maar gepree-<lb/> sen plagt te werden; sy desgelijks haar voorneemen uitwerkende,<lb/> als seer gawe Politiken te zijn, van alle gemeene Onderdaanen ge-<lb/> roemd ende geagt sullen werden.<lb/> Ende eeven op die selve wijle speelen die God-ende Eere-ver-<lb/> geetende Menschen, ofte mindere Hoovelingen ook met hare Looge-<lb/> nen, Eeden, ende Vervloukingen, wanneer sy eenige saak met<lb/> <pb n="embstma_add132_fac413"/> ende naar meerderheid deer stemmende Leeden eener Vergaaderinge, uit<lb/> weinige Stemmen bestaande, sullen moeten afhandelen, ende sy de<lb/> meerderheid van dien verkrijgen ofte bekuipen willende, by opregte<lb/> en onnosele Leeden, eer die saak in der Vergaderinge voorkomt, veinsen,<lb/> liegen, sweeren, en sig vervlouken, dese en die stemmen aan hare sijde<lb/> te hebben, welke sy warelik niet hebben; en daar beneeven siet men,<lb/> dat sy aan verscheidenen van dien, om de selven te winnen, gemeene-<lb/> lik beloven, eene ende deselve Officien ofte Beneficien, welke niet dan<lb/> aan eenen alleen besteed konnen werden; ende welke daar en bo-<lb/> ven in haare magt niet zijn, ofte welke sy waarelik gants niet<lb/> meenen op eenen der selven, welke sy dus schelmagtig tot haare<lb/> sijde tragten oover te trekken, te doen komen: hebbende warelik<lb/> haar oogwit bereikt, als sy soo een eerlik man ofte lid eener Vergaa-<lb/> deringe tot de eerste valse treede gebragt, ende daar doo by de an-<lb/> dere goede Leeden der Vergaaderinge stinkende gemaakt hebben.<lb/> Ende gave God, dat wy, leesende de beroemde opregt-ende<lb/> standvastigheid der oude Batavieren, geene reeden hadden om<lb/> schaamrood te werden, als wy sien hoe verre der selven naakoo-<lb/> melingen, het zy gemeene Ingeseetenen, het zy Regeerders der Lan-<lb/> den ende Steeden, van haare goede wijsen van leeven afgeweeken,<lb/> ende van die opregt-, rond- ende standvastigheid verbasterd, en-<lb/> de tot geveinstheid, ontrouwe, ende slaawhertigheid oovergegaan<lb/> zijnl hoewel niet t'eenemaal niet lange kan duuren, ende dat ook de kraft<lb/> der Waarheid ende Opregtigheid soo groot is, dat sy eindelik die<lb/> geveinsde Loogenaars ende Bedriegers soodaanig te ooverwinnen<lb/> plagt, dat sy daar naa niet meer geloofd werden, selfs als sy de<lb/> waarheid spreeken; behalven dat die boose Menschen niet min,<lb/> als de listige ende bedriegende Vos onser FABULE, veeltijds in<lb/> hare schelmstukken afterhaald, oovertuigd, ende daar oover gestraft<lb/> werdende, als dan bevinden waarhaftig te zijn, dat niet alleen de <lb/> opregte Menschen somtijds, maar ook die ondeugende beveinsde<lb/> Bedriegers, meest altijds een drouvig einde hebben: ende seekerlik<lb/> altijds met een seer beswaard gemoed ten graave needer daalen.<lb/> Ende bevinden sy derhalven ook waarhaftig te zijn, dat op der<lb/> aarde voor allen Menschen, ende allen Regenten, geene grootere en-<lb/> de beetere konst is, dan waarelik in alle sijn doen ende laaten sig<lb/> <pb n="embstma_add132_fac414"/> te draagen als een deugdsaam, eerlik, onbeveinst, ende opregt<lb/> Man, ofte Regent.<lb/> Alle welke onse Reedenkaavelingen wy seer ligtelik uit oude en-<lb/> de niewe Historien met seer veele Voorbeelden souden bevestigen,<lb/> indien wy geneegen waren, daar van een geheel Bouk te schrijven,<lb/> ende indien wy niet mer eenen genougsame reedenen hadden om<lb/> te vreesen, dat de Waarheid van dien teegen ons, eenen ondra-<lb/> gelijken haat veroorsaaken soude.<lb/> Sulks wy nu besluiten den eigendlijken sin deeser FABULE te<lb/> weesen, dat een Mensch ofte Hooveling, die aan beiden ofte eene<lb/> sijde wil mank gaan, gemeenelik tussen twee stoelen in den asse<lb/> valt, ende als een veragte schelm komt te sterven.<lb/> </p>

SEQ

67

PARENT

embstma_add132

HIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

URL_IMAGE

embstma_add132_pic405.jpg

TIPE

emblempictura

NEXT

embstma_add132_emblem066

IIHIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

CAPTION_EN

reserved for caption

SOURCE_FILE

embstma_add132.xml

MOTTO_NL_NORM

Ontrow slaat sijnen eigen Heer

LINK_FACSIMILE

embstma_add132_fac405

MOTTO_LA

<p>Pro regno velim Patriam Penates, Conjugem flammis dare<lb/> Imperia pretio quolibet constant bene. Senec. Theb.</p>

TYPE

emblem pictura

PREV

embstma_add132_emblem064

MOTTO_NL

<p>Ontrow slaat sijnen eigen Heer.</p>

ID

embstma_add132_emblem065

MOTTO_LA_NORM

Pro regno velim Patriam Penates, Conjugem flammis dare Imperia pretio quolibet constant bene