TEXT_EXPL_XML

<p>67. De Hond, Wolf, Schaap, ende Teef<lb/> met Iongen.<lb/> EEn Hond, die in sijnen neste voor eener Koestalle lag,<lb/> om die te bewaaren, sig in den slaape beloopen sien-<lb/> de van eenen Wolve, die hem aanstonds wilde verscheu-<lb/> ren, seide hem: ,,SIe hoe dor ende maager ik door eene<lb/> ,,voorgaande seer swaare siekte geworden ben, sulks gy<lb/> ,,nu aan my seer weinige spijse hebben kond. Daar en<lb/> ,, teegen ben ik eeven seer gesond geworen, ende is mij-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac424"/> ,, nes Heeren Soons Bruiloft aanstaande, op welke ik oo-<lb/> ,,vervloedige spijse, ende daar door ook mijne voorgaande<lb/> ,,lijvigheid, bekomen sal konnen; Spaar derhalven my nu<lb/> ,,ten uwen ende mijnen voordeele, tot dat die Bruiloft<lb/> ,,gehouden zy, als wanneer ik door die oovervloed van<lb/> ,,spijse dikker ende vetter geworden zijnde, gy aan my,<lb/> ,,veel meer als nu, te kluiven sult vinden. Ende ik be-<lb/> ,,loof met dieren Eede van nu af aan onweeder-roupelik,<lb/> ,,my als dan gewillig aan u oover te sullen geeven.<lb/> De gierige Wolf sulks geloovende, ging door, ende<lb/> quam niet weeder, dan naa dat de Bruilofts-dagen voor<lb/> by waren gegaan, als wanneer hy den selven Hond ge-<lb/> rustelik in der Koestalle op den hooi-soldere siende slaa-<lb/> pen, hem van beneeden toeriep, dat hy, volgens sijn<lb/> gegeeven woord, tot hem had af te koomen. Maar de<lb/> Hond hem bespottende, antwoorde: ,, Du domme beest,<lb/> ,,vergenouge dy met den raade, die ik dy nu geef, na-<lb/> ,,melik, indien du ooit my ofte eenen anderen Hond vin-<lb/> ,,dest slaapende buiten der Stalle, dat du geene andere<lb/> ,,Bruilofte dan die verwagtest. Waar meede de Wolf<lb/> met honger, ende treurig, heenen ging.<lb/> Daar na gebeurde, dat die selve Hond van eenen Schaa-<lb/> pe vordere drie Mudden Koorens, welke hy versierde<lb/> dat het Schaap hem schuldig was; ende alsoo het Schaap<lb/> die schuld ontkende, betrok hy dat in Regte voor der<lb/> Schaapen daageliksen Regteren, namelik voor den Beere,<lb/> Wouwe ende Havikke: Alwaar hy door valse getuigen en-<lb/> de gierigheid der Regteren, yder derselven sijn aandeel<lb/> des beuits? van den Honde bedongen hebbende, ende sul-<lb/> lende bekoomen; hy een Vonnis te sijnen voordeele be-<lb/> quam, ende het onschuldige Schaap, ter voldoeninge van<lb/> dien Vonnisse, gedwongen wierd, om het geld, ten in-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac425"/> koope van dat Kooren, te bekoomen, sig voor den teg-<lb/> ten scheertijd sijne Wolle te laten afscheeren, ende door<lb/> het verkoopen van dien, het daar toe noodige geld te<lb/> konnen opschieten.<lb/> Deese Hond dus door schoone beloften ende niet te<lb/> geeven, het geweld eenes dommen ende sterkeren beeste<lb/> als hy was, afgekeerd, ende een swakker onnooseler Dier,<lb/> door schijn van Regten, warelik van sijne Wolle beroofd,<lb/> hebbende; wierd daar naa door eener swangere Teeve<lb/> van sijner maagschappe, die geen nest had, seer ootmoe-<lb/> dig versogt, dat hy haar sijn nest wilde leenen, ten ein-<lb/> de sy daar in haare Jongen mogte werpen. De Hond dit<lb/> toegestaan, ende de Teef hare Jongen allangs op; sulks<lb/> onderwijlen dien Honde sijne ongemakken beginnende<lb/> te verveelen, hy der Teeve die vertoonde, ende met ee-<lb/> nen begeerde, dat sy 't geleende nest voor hem ontleedig-<lb/> de: Waar op de Teef hem seer voor de genootene vriend-<lb/> schap bedankt hebbende, ende beloovende daar vooren,<lb/> soo lange sy leefde, hem dankbaar te sullen weesen, hem<lb/> wijder op alle Broederschap versogt, dat hy sijne aan haar<lb/> beweesene goedheid nu niet wilde veranderen in die<lb/> wreedheid, van haar uit den neste te drijven, eer haare<lb/> Jongen oover weegen konden gaan, om haaren kost te<lb/> souken. Welke billikheid ende beweegelik reedenen wee-<lb/> derom op dien Honde soo te sullen afwagten. Dog die <lb/> tijd daar naa gekoomen zijnde, ende hy eerst seer ern-<lb/> stig, als ook eindelik met dreigementen, van haar daar<lb/> uit te sullen drijven, sijn nest begeerende; Soo antwoor-<lb/> de die Teef, te gelijk oprijsende met haare vijf sterk-<lb/> gewordene Jongen: Gy behoufd niet te dreigen, maar bijt<lb/> <pb n="embstma_add132_fac426"/> toe, ende ondervind, wie onser de sterkste zy, want nie-<lb/> man dan die, sal seekerlik het nest behouden. Sulks die<lb/> Hond niet dervende die Teeve ende te gelijk haare vijf<lb/> sterke Jongen aanvatten, sijn eigen nest met drougheidR<lb/> verlaaten, ende voor altijds daar buiten gaan swerven<lb/> moest.<lb/> </p>

<p>Uitlegging der Woorden.<lb/> Met eem HOND, hebben de Ouden verstaan, een<lb/> Mensch van gemeen verstand, ende trow aan snijnen<lb/> Heere, dog onbeschaamd, gulsig, gierig ende on-<lb/> dankbaar.<lb/> Met een WOLF, een dom, gierig, ende wreed Mensch.<lb/> Met een SCHAAP, een onnoosel wel gegoed Mensch.<lb/> ALsoo in deeser voorgaande FABULE werden voorgedraagen<lb/> drie middelen, door welke boosaardige Menschen andere on-<lb/> noosele Menschen, ofte ook sy elkanderen van haare goederen<lb/> tragten ende ook pleegen te berooven; naamelik, oopenbaar Ge-<lb/> weld ofte Bedrog, schijn van Regt, ende ontleenen, met gedagten van<lb/> het geleende niet weeder te geeven ofte in te ruimen; Soo sul-<lb/> len wy hier, oover yder van dien, in volgender wijse spreeken.<lb/> Hoewel men, volgens Billikheid, ende alle bekende Naturelike, Bor-<lb/> gerlike ende Geestelike Wetten, geweld met geweld afkeeren, ende<lb/> kennelik bedroogen zijnde, sig in sijn geheel doen stellen mag;<lb/> Soo werd nogtans by eenige Godsleerenden van al te naawen Gewee-<lb/> ten beweerd: Dat eene afgedwongene met Eede bevestigde Belof-<lb/> te, volgens den Regul van ons gemoed, a voldaan ende naargekoo-<lb/> men behoorde te werden: ende sullen wy derhalven die saak wat<lb/> breeder voordraagen; Naamelik, indien deselve afgedwongene<lb/> Beloften ende Eeden, van, ende bysondere gemeene Menschen<lb/> gedaan zijn: Dat de Roomse Borgelike Wetten, de selven niet al-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac427"/> leen ontkraftigen, maar dat ook de Geestelike Regten ons leeren:<lb/> ,,Dat de nyoodsaakelikheid, van ongeoorloofde Saaken, betaame-<lb/> ,,like maakt. Dat het beeter is in quade Saaken geen Trow en-<lb/> ,,de Eed, als Woord te houden. Dat de woorden van eenen Men-<lb/> ,,sche, hoedaanig die ook zijn, nooit moogen strekken ter ver-<lb/> ,,minderinge der Kerke. Ende dat men in soodaanige gevallen<lb/> ,,mein-eedig zijnde,, alleen den Almagtigen God vertoornd, ende<lb/> ,,sijne Siele besoedeld, daar men met die schadelike beloften ende<lb/> ,,eeden naar te komen, Goodes gebooden seer hoovaardiglik versmaad,<lb/> ,,sijnen eeven naasten veeltijds met eene goddeloose wreedheid be-<lb/> ,,schaadigd, ende sijne eigene Siele altijds seer wreedelik vermoord:<lb/> ,,Ende dat het eene dubbele dwaasheid soude wesen, sijn woord<lb/> ,,naar te koomen ten behouven van eenen, die in soo eenen ge-<lb/> ,,valle seekerlik sijn gegeeven woord ende eed niet naar koomen<lb/> ,,soude willen ofte moogen.<lb/> Ende indien dit aldus wel ende regt is, ten opsigte der beloften<lb/> ende eeden, die ieman voor sig selfs ende oover sijne eigene saaken<lb/> doed, soo is het selven nog veel meer waarhaftig ten opsigte van<lb/> Voogden, die sig teegen haaren pligt soodaanig ten verderve hun-<lb/> ner onnoosele Weesen souden hebben verbonden. Ende insonder-<lb/> heid is het selfden allermeest waarhaftig, ten opsigte van Regenten<lb/> ofte Voogden oover Landen ende Steeden; oovermits alle de selven,<lb/> niet alleen volgens de naturelike billikheid hare eigene Onderdanen, ten<lb/> voordeele van andere Vremden niet verderven mogen, schoon sy sig<lb/> daar toe met beloften ende eeden hadden verbonden: maar ook, om<lb/> dat sy daar en boven ten aanvange haarer Regeeringe, met beloften<lb/> ende eeden verpligt zijn, ten voordeele hunner Onderdaanen te<lb/> regeeren, ende der selven verderf af te weeren.<lb/> Sulks dit de eerste belofte ende eed zijnde, welke sy als Regenten<lb/> ende Voogden hebben gedaan, het ook sig selven leerd, dat indien<lb/> sy daar naa door dwang ofte onkonde eenigen eed ofte verbondl strek-<lb/> kende ten verderve hunner Onderdaanen ofte gemeene Ingesee-<lb/> tenen, met eenigen anderen vremden Regenten ofte Staaten aangegaan<lb/> hebben, sy opgemeld verbond niet houden, ende dien laateren snoo-<lb/> den eed, strijdende teegen haaren eerste seer loffeliken eed, niet naar<lb/> te koomen behoorden.<lb/> <pb n="embstma_add132_fac428"/> Maar men bevind leider! ook, dat veele Menschen, door de<lb/> billikheid ofte wet der Nature, als ook door de gonsten der borgerlike<lb/> ende geestelike Regten, sig van, ende uit het geweld ofte bedrog van<lb/> andere Menschen wel redden, ende eevenwel daar na niet beden-<lb/> ken, hoe groote Schelmstukken sy souden begaan, indien sy<lb/> selfs geweld ofte bedrog omtrend andere onnoosele Menschen quaa-<lb/> men te gebruiken; maar dat sy allangs verder gaan om ook door schijn<lb/> van Regten, andere onnoosele gegoede Menschen van haare goe-<lb/> deren te berooven, met den selven Processen aan te doen, ende te<lb/> betrekken voor Regteren, door wiens gonsten ofte omkoopingen,<lb/> gevougd by valse Getuigen, sy seekerlik Vonnissen ten haaren<lb/> voordeele weeten te bekoomen, ende die onschuldigen, niet min<lb/> als onse ESOPISE Hond, het onschuldige Schaap, van sijne Wolle<lb/> te ontblooten.<lb/> Ende daar en teegen sien wy ook veeltijds, dat die selfde boos-<lb/> aardiglik inhaalende Menschen, eeven of de Goddelijke Wraak<lb/> haar vervolgde, * ende verblinde, sig selven veeltijds door ande-<lb/> rer Menschen, die haar gelijken ofte nog booser zijn, smeekende<lb/> woorden, soodaanig laaten verleiden; dat sy aan den selven haar<lb/> leeven ofte meer quaad koomen te lijden, dan sy voormaals anderen <lb/> onnooselen hebben aangedaan: Ende dat sy eeven als onse ESO-<lb/> PISE Hond haar eigen nest uit meede-doogen aan eener volle Tee-<lb/> ve hebbende geleend, voor altijds daar uit gehouden werden. By<lb/> naast eeven gelijk de Borgers van Straalsont in den Jaare 1629. hare<lb/> Stad aan den Sweeden ingeruimd hebbende, deselve seedert dien<lb/> tijd, tot heeden toe, daar in hebben moeten gedoogen.<lb/> Ende meenen wy den eigendlijken sin onser FABULE in het<lb/> voorgaande soo wel te hebben verklaard, dat onnoodig zy, naar<lb/> onse wijse, op den einde deeses daar van meer te seggen.<lb/> </p>

SEQ

69

PARENT

embstma_add132

HIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

URL_IMAGE

embstma_add132_pic422.jpg

TIPE

emblempictura

NEXT

embstma_add132_emblem068

IIHIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

CAPTION_EN

reserved for caption

SOURCE_FILE

embstma_add132.xml

MOTTO_NL_NORM

Wees niet al te regtvaardig. Want, Maat houd staat

LINK_FACSIMILE

embstma_add132_fac423

MOTTO_LA

<p>Quod male juratur pejus praestatur.</p>

TYPE

emblem pictura

PREV

embstma_add132_emblem066

MOTTO_NL

<p>Wees niet al te regtvaardig.<lb/> Want, Maat houd staat.</p>

ID

embstma_add132_emblem067

MOTTO_LA_NORM

Quod male juratur pejus praestatur