$ TEXT_EXPL_XML

68. De Vos, de Raaf, ende de Duif. EEn Vos sig op der aarde uitgestrekt hebbende, eeven of hy dood waare geweest, op dat hy door dat mid- del eenige onnoosele Voogelen bedriegen, naarder tot sig aanlokken, ende die als dan schielik bespringende, ter versaadiginge sijnes hongers verslinden soude konnen: Soo wierd door een daar omtrend vliegende Raaf des Vossen aadem-togt, ende dien volgende des selfs lift ende bedriegerie, om de Vogelen te betrappen, haast bemerkt. Sulks hy aanstonds alle andere Voogelen ging waarschou- wen, dat sy sig van dien dood schijnenden Vosse sorgvul- diglik hadden te wagten, indien sy door hem niet wil- den verslonden zijn. Waarom de Vos, gemerkt hebbende dat sijne lifte on- dekt was, genoodzaakt wierd hongerig heenen te gaan, ende door die arremoede weederom deese lift bedagt, na- melik, sijn nest te gaan maken, ende sijn verblijf te hou- den in den hoole eenes Booms, op welke eene onnoose- le Duif haar nest had, ende haare Jongen voede. Het welk hy gedaan hebbende, der Duive toeriep, dat sy hem somtijds een Ei, ende somtijds een jonge Duif uit den neste had toe te werpen, of dat hy andersins den Boome opklimmen, haar ende haare Jongeren dooden, als ook, indien sy't ontquaame, haare Eyeren rooven, ende het nest verbreeken soude. Sulks die onnoosele Duif, mee- nende uit twee quaaden het besten te kiesen, den Vosse, op sijn begeeren, nu een Ei ende dan een Iong uit den neste toewierp. Het welk dese Duif dus eenen tijd met grooter smer- ten gedaan hebbende, ende de Vos t'elkens weeder koo- mende, om Eyeren ofte Jongen te begeeren; soo klaag- de sy eindelik aan den Rave die op haaren Boome quam vliegen, het groot verdriet welk sy had, met suurelik den kost voor sig ende haare lieve Jongen gesogt hebbende, ten laatsten die ten spijse van soo eenen Booswigte te moe- ten op-offeren. Waar op de Raaf, die in deesen niet soo vrees-agtig als de Duif was, haar raade, dat sy den Vosse, wanneer hy haar weederom dreigde; haar ende alle haare jongen, te sullen verslinden, indien sy niet een van dien hem toe- wierpe, rond uit te antwoorden: ,,Indien gy vliegen ,,ofte den Boome opklimmen kondet, gy soud met geen ,,eenen Eije ofte eenen mijner Jongen t'elkens te vreeden ,,zijn geweest: maar gy soud al oover langen tijd, volgens ,,uwen roof-ende bloed-gierigen aard, my ende mijne ,,Jongen verslonden hebben. De Vos, naar sijne voor- gaande wijse weeder een Ei ofte een Iong begeerende, ende der Duive bedreigende, dat sy alle haare Jongen anders sins daadelik soude dooden: Soo antwoorde sy gelijk de Raaf haar te antwoorden geleerd had. De Vos dit hoorende, ende sig verseekerende, dat de Duif die wijsheid ende kennisse uit haar selver niet had, ondersogt die saak soo wel, dat hy te weeten quam, dat de Raaf in deesen der Duive Raadsman was geweest: weshalven hy voornam, sig daar oover aan den Rave te wreeken, die hem nu ten tweeden maale had belet, sijne proje te bejaagen, ende te verkrijgen. De Vos spoedigde sig dan naar den Rave, wanneer hy hem sag sitten op ee- nen hoogen dorren Boom, als ook hem seer prees, ende des selfs geluk verhefte boven dat van alle andere Dieren, die niet, gelijk hy, in der lugt vliegen, ende daar be- neevens op der aarde soo staatiog gaan konden. Ende dat het hem eene groote vreugd weesen soude, indien hy des Raven heerliken gang op der aarde mogte aanschouwen, ende daar uit sig verseekeren, dat hy ook waarelik soo eem heilige ende waarseggemde Vogel, was, als waar voo- ren de Menschen hem hielden te zijn. De Raaf, door deese schoone lof-tuitende woorden op der aarde needer gedaald zijnde, ende daar al draai-naar- sende heen ende weeder trotselik gegaan hebbende; Soo seide de Vos, ten hoogsten verwonderd te zijn, hoe de Raaf het op der aarde konde stellen, als de wind sijne pluimen oover de oogen waajende, hem het gesigt be- lettende, ende wel voornaamelik, als de wind van afteren, van vooren, ende van alle sijden aanblies. Seer wel, seide de Raaf, weet ik my als dan te voorsien, want als dan berg ik mijn hoofd onder mijne linker vleugel. Ende de Vos daar op uitroepende, eene soo wonderlike saak te zijn, sijn hoofd onder eene sijner vleugelen te kon- nen dekken, dat hy sulks niet konde gelooven, ten wa- re hy't saage: Soo sloeg de Raaf sijn hoofd onder sijn linker vleugel, ende hiel dat aldaar soo langen tijd be- dekt, dat de Vos hem onderwijle greep ende doode, om hem tot sijne spijse te gebruiken, roepende luid keels: ,,Soo moeten sy vaaren, die eenen anderen goeden raad ,,geeven, ende sig selven niet sorgvuldiglik weeten te ,,wagten van de soete woorden haarer vyanden.

;

Uitlegging der Woorden. Met den VOSSE, hebben de Ouden verstaan, een listig roofgierig Mensch. Met den RAVE, een Mensch van gemeen verstand, die van hem in der hand vallende geleegendheeden, ofte roof, leefd. Met der DUIVE, een seer onnoosel Mensch, ende die des niet te min bequaam is, om goeden raad te volgen. ALs de Menschen onderling in eenige saaken van aard ofte eeni- ge geneegendheeden verscheelen, ende in andere met malkande- ren wel oover een koomen; soo zijn sy gemeenelik weegens die saaken, waar in sy gemeenelik van malkanderen verscheelen, on- derling niet soo wel bekend, als in het gunt, waar in sy met mal- kanderem eenigsins oover een komen. Ende segt men in soo ee- nen gevalle, dat alla harten gesusters zijn. Sulks gemeenelik de een den andere in dat stuk niet ligtelik misleiden ofte bedriegen kan; om dat een yder volgens ons Spreekwoord weet, dat men om van gee- nen Boere bedroogen te werden, altijds eenen Boer meede brengen moet. Gelijk wy ook in onser FABULE sien, dat de aller-doortrap- ste listige Vos den dommen Raaf, alleen om dat sy beiden van Ro- ve leeven, in dat stuk niet bedriegen kan: maar dat die Raaf des selfs konsten te sijner schaade ende schande, aan alle andere Voo- gelen oopenbaar maakt. Dog het voornaamste oogwit deeser FA- BULE is niet soo seer dit, als wel een groot gebrek der Men- schen aan te wijsen: Naamentlik, dat veele aan anderen ter tij- den ende plaatsen, daar het hoordl seer goeden raad, ende aan sig selven niet, geeven konnen, ofte versuimen te geeven. En- de derhalven soo staat ons de oorsaak van dien te ondersouken, ende hier voor te draagen in volgender wijse. Het is eenen ydere bekend, dat als ons saaken voorkoomen van soo eenen grooten gewigte, dat van die te vermijden ofte te ver- krijgen, ons verderf ofte behoud hangd, wy die niet konnen aan- merken, ofte wel ooverleggen, wat die saaken in sig selven zijn, ofte ons aanbrengen sullen, ende nog min, wat daar omtrend ge- daan ofte gelaaten behoorde te werden; dan met eenen in ons te veroorsaaken seer groote passien ofte de herts-togten van Schrik ende Vreese, Toorn ende Haat, ofte wel van groote Hoope, Blijdschap ende Liefde. Ende die driften soo in onsen Bloede ende Geesten, als in ons Hert ende Herssenen veroorsaakt weesende, soo in ons, geduurende die onse innerlike beroerte, niet wel moogelik, dat wy onse gedag- ten van die seer vreeselike ofte seer behaagelike voorwerpselen af- wenden, om met een bedaard gemoed te ondersouken, wat dat waarelik in het eene ende het andere Vreeselik ofte niet Vreese- lik, Behaagelik ofte niet Behaagelik zy. Ende nog veel min kon- nen wy als dan bedenken, de waare ende beste middelen, om het vreeseliken te ontgaan, ofte het behaageliken te bekoomen; om dat die passien ons als dan soodaanig bevangen, dat wy niet wel dan op het gunt dat ons, als seer Vreeselik ofte als seer Behaagelik voorkomt, konnen gedenken. Maaar geheel anders zijn wy gesteld, wanneer wy onse gedagten laten gaan oover anderer Menschen saaken: want alsoo die ons ge- meenelik niet van soo na-by als wy ons selven raaken, sulks dat daar uit in ons geene al te groote Schrik ofte Toorn, Blijdschap ofte Liefde, veroorsaakt kan werden: Soo siet men ook, dat van die minst be- roerde ende meest bedaarde Menschen, gemeenelik de allerbeste raad afdaald. Ende dien volgende, soo behoorden wy voor ee- ne seer vaste Maxime te houden, dat wy in alle saaken, daar ons seer veel aan geleegen ism altijds raad pleegen met soodaanige on- se Vrienden, die wy van langer hand gekend, ende in alle gelee- gendheeden trow te zijn, bevonden hebben. Onder welke swaare Saaken, waar in de meeste Menschen sig door hare passien leelik plagten te vergrijpen, zijn de naarvolgende: ,,Wanneer haar door haars gelijken ofte meerder, Hoon ende Smaad- ,,heid aangedaan werd: Wanneer haar meerder ten kennelijken on- ,,regte, haar een gedeelte haarer Goederen ontneemen wil, ofte ont- ,,noomen heeft; of ende hoe sy sig daar tegen behoorden te stel- ,,len: ofte wel dat kleinder quaad geduldig te draagen, om nog ,,een grooter te ontgaan: als ook, of sy sig ten Hoove ofte ten Oor- ,,looge behoorden te begeeven, dan niet. Of, ende met wien ,,men behoorde te tragten, sig in den Houweliken Staate te begee- ,,ven ofte niet. Of ieman, die den Roomsen Godsdienst toegedaan ,,is, sig Geestelik behoorde te maaken ofte niet , Etc?. Want oo- vermits wy die Saaken, weegens haar oovergroot gewigt ende aangeleegendheid, niet konnen te regt bedenken sonder onse herts-togten gaande te maken; Soo zijn geene Menschen bequaam, om oover die haare Saken soo suiver ende wel te oordeelen als een trow Vriend; welken eenen, alle Menschen ten dien einde behoor- den voor af uit te kiesen. Ende dat sulks onder de gemeene Menschen waarhaftig is, sien wy dageliks aan onse Regts-geleerden ofte Advocaten, als ook aan den Doctoren in der Medicine; naamelik, dat selfs de aller-ervaarensten van dien, in alle haare eigene swaare saaken, ofte sieken, gemee- nelik liever de voorspraak ofte voorsorge van anderen, jaa selfs van min geoeffende Advocaaten ofte Medicijn-meesteren gebruiken willen, dan hare eigene Saak te bepleiten, ofte haare eigene Siekte te besorgen ende te cureeren. Ende om te toonen, dat die Herts-togten het oordeel der Regen- ten, soo van Kerke als van Staat, ook alsoo bedwelmen ofte vervoe- ren; Soo sullen wy van ydere van dien een staalken, in de Veree- nigde Neederlanden voorgevallen, den Leesere indagtig maken; Na- mentlik, het is eenen ydere bekend, dat onser alle wijsgierige Men- schen, het zy Grieken, Romeinen ofte Barbaaren, Heidenen, Jooden, Chri- stenen ofte Mahometaanen, die van tijden ten tijden haare kennisse tragten ofte getragt hebben te vermeerderen, tweederlei wijsen van Reedenkaavelingen ten allen tijden in swange gegaan hebben, ende ook in der eewigheid in swange gaan sullen. De eene beginnen- de door de ondersoukinge ende uitvindinge der Oorsaaken, om al- soo needer te daalen tot de Effecten, ofte uitwerkingen der selven: De andere, beginnende door de ondersoukinge ende ooverdenkin- ge der Effecten ofte Schepselen, om van daar op te klimmen tot en- de alsoo uit te vinden de Oorsaaken van dien. Ende meenen wy hier uit ook klaarelik te volgen, dat alle Menschen, die eenige klaare ende bescheidene kennisse van een God- delik weesen hebben, ende die daar beneevens gewoon zijn ge- weest, de eerste wijse van Reedenkaavelinge te gebruiken, ofte nog zijn, ofte sullen werden; ook seer klaar ende bescheidendlik sullen begrijpen; dat God Almagtig noodwendig in sijne wille soo vry is, dat geene andere soo groote Vryheid by eenige Schepselen kan werden bedagt te zijn; ende dat de selve Goddelike Wil de eenige Oorsaak van het weesen ende alle werken sijner Schepselen zijnde, door geen der selven in het uitwerken sijner Wille ooit is geweest, ofte kan werden bepaald. Sulks deese Menschen ten allen tijden de Goddelike Pradestinatie, ende de Fataliteit van alle Saa- ken, ten opsigte der Menschen, geloofd, geleerd, ende gedree- ven hebben, ende ook altijds drijven sullen. Ende uit krafte van opgemelde gronden, meenen wy ook, dat weederom aan de andere sijde, alle de geenen, welke de andere wijse van Reedenkaavelingen gewoon zijn geweest te gebruiken, ofte nog zijn, ofte sullen werden; altijds gelooven, leeren, en- de drijven sullen, dat onse wil, niet alleen ten opsigte van ons ei- gen selfs, vry is; maar ook ten opsigte der voor ons onbegrijpe- lijke Goddelike bestieringe oover de selve. Jaa dat meer is, de selve Menschen sullen altijds sig derven beroupen op ons eigen gewee- ten, ende ons vraagen of wy niet innerlik in ons selven bevinden, onse wil uit eigener aard soodanig vry te zijn, dat in onse gedag- ten geene grootere vryheid van willen ofte niet te willen, kan vallen; ende dat eene bepaalde ofte bedwongene wil warelik geene wil sou- de weesen, Gelijk de Heidenen, soo Grieken als Romeinen, ten dee- sen opsigte hebben geroemd, in deeser Vryheid haaren Goden niet te moeten wijken, maar haar daar in gelijk te zijn. Ende alsoo hier by nog komt, dat onse Heilige Schriften in veele Plaatsen opgemelde Goddelijke Pradestinatie ende Fataliteit seer kla- relik leeren; ende dat daar en teegen nog veel meer Schriftuur- plaatsen zijn, welke soodaanig van de vryheid der menschelike wille spreeken, eeven als of daar geene Goddelike Pradestinatie ofte Fa- taliteit ware: Soo sal selfs onder de Christenen het verschillend oor- deel daar omtrend, door de Heilige Schriften niet werden ge-eindigd, maar altijds zijn, ende nooit weg genoomen konnen werden. Sulks de Menschen deser twee verscheidene gevoelen van allen tijden in der wereld onder de aller-wijsgierigste Menschen geweest zijnde, en sullende gevonden werden; ende yder van dien des niet te min sig aan der Goddelike Regeeringe onderwerpende, en daar op betrouwen- de; soodaanig dat hy sijn geheel Leeven ende sijnen Godsdienst naar de reeden ende billikheid, als ook naar de Goddelike ordonnatien, waarelik tragt in te stellen; Soo behoorden alle bedaarde Men- schen, ende insonderheid alle de On-Roomsen ofte Gereformeerde Christenen, welke roemen alleen door eene goede Reeden-kaave- linge ofte krafte der waarheid, sonder eenige dwang ofte mensche- like Authoriteit, in het stuk van den Godsdienst geleid te werden; ende die daar en boven in dese Landen niet dan door Eendragt kon- nen bestaan tegen de Paus-ende Frans-ofte Spaans-gesinden, ende die daar en booven altijds geneegen zijn geweest ende nog behoorden te zijn, om met die van de Augsburgse Confessie Christelike Broederschap te houden, ende ook aan anderen geraaden hadden, die te hou- den; Soo hadden alle die On-Roomsen seggen wy, daar naa ook seer wel behoorden te konnen sien, dat de Staaten deeser Landen te meermaalen seer wijs-ende voorsigtiglik hadden ge-ende ver- booden, niet jeegenstaande die verschillen omtrend opgemelde Goddelike Predestinatie, ende de Vryheid der Menschelike willen, de Chri- stelike Broederschap te onderhouden, ende oover die verschillen geene Broederschap ofte goede Eendragt in Kerke ofte Staat te breken. Ende des niet te min soo hebben daar naa eenige Stooke-branden, ende insonderheid Twee de grootsten der selven, die door Scheurin- gen meerdere grootheid sogten; soo veele op de Herts togten ende Passien ofte gemoederen der gemeene Ingeseetenen ende der Regenten deeser Landen vermoogen, dat de sterkste party de swak- ste als dwaalende verbande, de Leeraaren der selven af ende uit den Lande settende, ende de Regeering ofte Regenten van onse Landen ende Steeden, naar hun welgeevallen, af ende aansettende. Het welk, hoe onreedelik ende hoe schaadelik het voor onse lan- den ende Steeden als ook Kerke geweest zy, als toen oovermits de beroerde gemoederen niet konde werden gesien, gelijk wy het selven, nu van afteren, ende als het te laat is, met bedaarde sinnen seer wel begrijpen konnen. Ende eeven soodaanig is gegaan met onse Saaken van Staate ende Oorlooge. Want hoewel de Paus-ofte Spaans-gesinden onsen Voor-Ouderen in de voorleedene eeuwe oovervloedige reedenen hadden gegeeven, om met lijve ende siele sig teegen der selver inquisitie, Bloedraade, ende Tyrannie te stellen; soo hadden nogtans die ooreloogen niet langer behooren te duuren, dan tot dat wy binnen de Vereenigde Neederlanden tot soodaanige verseekerheid wa- ren gekoomen, dat wy Vreede met Hispanien gemaakt hebbende, onse verkreegene Vryheid konden behouden. Ende hebben ook niet ontbrooken bedaarde Menschen, soo binnen als buiten des Lands, die ons geraaden hebben tijdelik Vreede met Hispanien te maken, uit die insigten, dat wy die pure- lik op den Koophandele ende Seevaart, ende dien volgende door Vry- heid ende Vreede bestaan moeten, ons niet behoorden te onderwin- den de Magten van Europa eevenwigtig te houden; alsoo dit eigend- lik was het werk der twee allergrootste Monarschen, Koningen van Hispanien ende Vrankrijk. Ende dat Hispanien soo haast daar toe niet onbequaam ofte onvermoogen soude weesen, of dat wy de selve ende vry meerdere ongemakken van Vrankrijk, dan van Hispanien te vreesen souden hebben. Maar onse herts-togt ofte haat teegen de Spanjaarden, of wel de heerssugt van eenigen anderen, was soo groot, dat wy haar t' eene- maale, ende tot ons eigen nadeel, uit de Spaanse Neederlanden heb- ben willen verdrijven. Sulks de selven onderwijlen teegen Vrank- rijk onmagtig, ende wy met oneindelike Schulden belaaden zijn- de gewordenl niet eer als nu hebben begreepen, hoe noodsake- lik het zy, dat de geenen die door Liefde ofte Haat, Vreese ofte Toorn bevangen ofte beroerd zijn, gebruiken ende volgen den raad van Vrienden, wiens gemoederen bedaard zijn: Ende inson- derheid hoe noodsaakelik het is, dat de geenen, welke bedaard zijnde, anderen hebben konnen goeden raad geeven, seer wel indagtig behoorden te zijn, door haare passien soodaanig sig niet te laaten vervoeren, dat anderen haar konnen verraaden, in ee- nige andere geleegendheeden, als waar uit sy haare Vrienden ge- reddet hebben: Eeven gelijk onse Raaf de Voogelen ende de Duif seer wel bewaard teegen ende reddet van den Vosse, maar des niet te min sig selven van den Vosse laat verleiden. Ende meenen wy dit den eigentliken sin onser FABULE te weesen.

SEQ 70 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic429.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem069 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Altijds zijn de beste Stierlieden aan Lande LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac429 MOTTO_LA

Cum bene valemus aegris recte consulimus.

TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem067 MOTTO_NL

Altijds zijn de beste Stierlieden aan Lande.

ID embstma_add132_emblem068 MOTTO_LA_NORM Cum bene valemus aegris recte consulimus CHILDREN CHILDREN_SQRT 0