$ TEXT_EXPL_XML
71. De Vos ende de Leew.
EEn Vos seer veel hebbende gehoord van der schrikke-
likheid eenes Leews, eer hy den selven ooit gesien
had; Soo gebeurde, dat hy hem onverwagt van verre
koomende te sien, soodanig verschrikte, dat hy by naast
van schrik soude hebben gestorven, ten waare hy aan-
stonds, geduurende die ontsteltenisse, gevlugt ende sig
koomende, soo bestrafte hy sig selven, dus haastig gevlugt
te zijn, dat hy niet had konnen opmerken of de Leew
warelik soo een vervaarelik Beest was, als waar vooren hy
uitgekreeten wierd. Ende nam hy vooren, den Leew te
sien koomende, niet te vlugten voor dat hy hem ter dee-
gen had aanschowd: Gelijk kort daar naa gebeurde, dat
de Vos, hoewel met eenige ontsteltenisse, den Leew sien-
de aankoomen, bleef staan; ende hem besigtigd hebben-
de, oordeele, dat hy op veele naar soo schrikkelik niet
was, als hy sig had ingebeeld hem te zijn. Ende de Vos
naa eenige daagen den Leew ten derden maale siende,
wierd soo stout, dat hy den Leewe derfde aanspreeken,
ende van hem antwoord verwagten.
Dit alles geschied zijnde, soo verseekerde sig de Vos,
dat de Leew wel veel sterker als hy, maar ook van veele
mindere kennisse was; ende dat hy met sijne oovertreffen-
de kennisse ende schranderheid des Leewen sterkte wel
soude konnen opweegen. Weshalven hy sig ook oor-
deele bequaam te zijn, om met den Leewe eenige naar-
dere kennisse te maaken: Gelijk hy daar naa den Leewe
ten vierden maale ontmoetende, hem groetende ende al-
dus aansprak:,, Heer Leew, ik hebbe verstaand, dat de
,,allergrootste Beesten, als Ossen, Paarden, Eeselen, Ver-
,,Kens, Schaapen, Geiten Etc, soo schow voor u zijn, dat
,,sy seer swaarelik door u beloopen ende bejaagd konnen
,,werden, sulks uwe oovertreffende kraften seer weinig
,,ten staade koomen: ende daar beneevens weet ik, dat
,,aan ydere van dien meer spijse is, als wy beiden sou-
,,den konnen nuttigen, ende dat sy ook sterker zijn, als
,,dat ik die tot mijn voedsel soude konnen dooden.
,,nige list teegen den selven werde gebruikt; ende heb ik
,,eene saak bedagt, die voor ons beiden seer nut soude
,,weesen, ende die ik u nu oopenbaaren sal: Naamelik,
,,indien gy my geliefd te belooven, dat het afval van
,,ydere der selven Beesten, voor my door u oovergelaa-
,,ten sal werden; Soo verbind ik my, opgemelde groo-
,,te Beesten geduurig te verspieden; ende, indien het my
,,moogelik is, die tot u te verleiden, ofte ten minsten u
,,t'elkens aan te wijsen, waar sy sig onthouden. Dit geviel
den Leewe seer wel, sulks dit verbond onderling geslooten
wierd; in gevolge van het welken van tijden ten tijden, vee-
le soodanige Dieren door den Leewe t'elkens den afval voor den
Vosse. Sulks sy beiden van die oovervloedige spijse seer wee-
lig wierden: Ende op dat onderwijlen de Vos van den Lee-
we niet beschaadigd soude werden, soo gebruikte hy gedu-
rig die omsigtigheid, dat hy den Leewe nooit soo naa-by
quam, dat hy hem met eene sprong soude hebben kon-
nen oovervallen.
Dog eindelik wierd de Leew oud ende siekelik, wes-
halven hy sijne spijse op die wijse niet meer konde bejaa-
gen ofte den Vosse spijse geeven: Sulks de Leew voortaan
in sijnen hoole bleef, ende onderwijlen van daage ten daa-
ge, als een Koning der Dieren weesende, nu dit, ende
dan weederom een ander Beest deede ontbieden, om hem
in sijnen hoole te koomen besouken ende troosten: ende
deede hy door sijnen Boode daar by vougen; dat mits
sijne bekende swakheid daar in voor hen gants geen ge-
vaar soude weesen. In gevolge van het welken veele on-
noosele Beesten, daar op vertrouwende, ende in des Lee-
slonden wierden: als wanneer ten laatsten de Leew den
Vosse ook deede ontbieden, met aansegginge, dat sijn
seer vermaakelik geselschap den Leewe soo aangenaam
weesen soude, dat hy daar door waarschijnelik sijne voor-
rige gesondheid soude bekoomen. Waar op de Vos naar
den Leewe ging, maar naar sijne wijse niet naar by hem
quam: sulks de Leew uit sijnen hoole hem siende, hem
ook versogt naarder te koomen; daar by vougende, dat
hy, nu oud ende siek zijnde, hem immers niet soude
konnen beschadigen, al mogte hy dat willen, als neen. Ende
dat hy derhalven niet behoorde soo schow als voor deesen
te weesen. Waar op de Vos antwoorde: Terwijle gy
jong ende gesond waard, heb ik altijds u die eerbiedig-
heid beweesen, dat ik altijds geschroomd heb, digt by
u te koomen; Ende meen ik verpligt te zijn, u in uwen
Ouderdomme ende Siekte nog meer te eeren ende te ont-
sien: Te meer, dewijle ik sie, dat veeler Beesten spoo-
ren naar uw hol leiden, ende geene daar uit koomen.
Weshalven ik u van verre gesondheid ende sterkte, ten
onser beiden welvaaren, toegewenst hebbende, weeder-
om mijnes weegs gaa.
Uitlegging der Woorden.
De VOS, is in deeser FABULE ĂȘen gemeen verstan-
dig, dog swak Mensch; ofte een voorsigtig Hove-
ling, die van geringer afkomst is,
kleine kennisse: of wel een Koning ofte Vorst.
WAnneer eenige Saken, daar wy selfs geen kennisse van heb-
ben, in onse gedagten werden gebragt door een gemeen ge-
rust, ofte door eeniger Menschen seggen, soo behoorden wy daar
van niet te oordeelen, of sy waarelik soodaanig als sy ons voorge-
draagen werden, zijn, ofte niet: maar wel ons oordeel op te
schorten, tot dat wy selfs daar van genougsaame kennisse verkree-
gen hebben. Alsoo wy des niet te min daar van oordeelende,
werden gesegt met een Voor-oordeel ingenoomen te zijn, ende wy
daar en booven bevinden, dat wy door die Voor-oordeelen altijds
soodaanig werden vervoerd, dat wy ons die selve Saken als dan
veel schrikkeliker, ofte, naa het voorvald, ook veel begeereli-
ker ende aangenaamer ofte treffeliker te zijn, ende ook voor ons
te sullen weesen, verbeeldenl dan wy die naar ingenoomene
kennisse waarelik bevinden te zijn.
Het welk de Ouden ons eigendlik met deeser volgende FABULE
hebben willen leeren. Eenige Mannen op den See-strande wan-
delende, saagen verre in der See ietwes swarts, ende oordeelen
gesaamentlik, dat het een Schip was; ende het selven naarder aan-
gedreeven zijnde, soo meenden sy alle, dat het een wrak van een
Schip was, waar in magschien nog eenige kostelike Koopman-
schappen souden weesen. Dog het selven nog naarder besiende,
soo seiden sy, dat het niet dan een Balk was. Ende eindelik aan
strande gedreeven zijnde, soo bevonden sy, dat het niet dan ee-
nige tot alles onnutte by een gedreevene dorte Wijnranken waa-
ren. Sulks hier uit de Latijnse Spreekwoorden zijn gesprooten:
Minuit praesentia famam. Omne ignotum pro Magnifice.?
Het geroep is altijds grooter als de daad. Alles wat onbekend
is, siet men voor wat treffelijks aan. Als ook deese Duitsen,
Geen Propheet is in sijnen eigene lande ge-eerd. Verandering van
Land kan een Eedelman maaken.
Ende veld men des te eer soodaanige quaade oordeelen oover
deel dat Menschen, ende bysonderlik de ondeugenste van dien, hare
onvolmaaktheeden ende gebreeken, soo veel haar doenelik is, ver-
bergen, ende daar en teegen veinsen, veele ende ook die vol-
maaktheeden ende deugden, te besitten, waar van sy t'eenma-
le vremd zijn. Jaa selfs die Menschen, welke schijnen met eeni-
ge meerdere als gemeene kennisse te oordeelen van andere Men-
schen, oordeelen bysonderlik seer verkeedelik van de Grootsen
deeses weerelds, wanneer de selven in het bysonder haar onbe-
kend zijn: verbeeldende sig gemeenelik die Menschen, ende
spreekende ook al dan van die selven niet gelijk sy waarelik en-
de in der daad zijn, maar wel soo als sy naar Reeden ende Billikheid,
om soo eene Heerschappie waardiglik te oeffenen, behoorden te wesen.
Sulks als ieman in hare gedagten brengd Roomse Pausen, Cardina-
len, Biskoppen, Abten, Priesters, en vermaarde Leeraars der Kerke: ofte wel
Keisers, Koningen, Vorsten, Raadsheeren, Borgemeesters, Scheepenen, Etc. sy, ge-
durende der selven leven, van de selven niet oordeelen, naar sy in der
waarheid bevonden werden te zijn: maar wel, of sy soodanige wa-
ren, als sy op het aller volmaaksten behoorden te weesen. Ende
duuren die dwaalende oordeelen by die onverstandigen Menschen
gemeenelik soo lange sy leeven. Maar by den vernustigen Men-
schen, duuren die voor-oordeelen gemeenelik niet langer, dan
tot dat sy met den selven hoog geagten Menschen eenige gemeene
ommegang, ofte andere geleegendheid, om de selven beter te lee-
ren kennen, gekreegen hebben.
Als wanneer sy van tijden ten tijden bevinden, dat het ook
Menschen zijn, dien wel met eenige kennisse ende deugden be-
gaafd, maar ook in veelen, jaa ook omtrend de meeste Saaken,
onweetende ende ondeugende zijn. Ende insonderheid bevin-
den sy, dat de geenen, welke op deese wereld als de aller-groot-
ste, ende dien volgende ook de uitsteekenste, weegens kennisse
ende alle deugden vermaard werden, in teegendeel warelik meest
werden bevonden gants onkondigen, ende insonderheid seer on-
deugende Menschen te zijn.a Eeven gelijk onse ESOPISE Vos
seer groote gedagten van den Koninge der Dieren, den Leewe,
gang met den selven, bevind, dat hy niet dan een seer gering
verstand ende weinige deugden had.
Dit dan zijnde de gemeene loop des Weerelds ende aller Men-
schelijke Saaken, sonder dat in ons vermoogen zy, die te resor-
meeren ofte te beeteren; Soo is het voorwaar een stuk van wijsheid,
ons daar naa soo wel te vougen, dat ons daar uit de meeste
voor-ende de minste naa-deelen aankoomen. Het welken hier
in meest bestaat, dat wy ons niet al te gemeensaam maaken met
Menschen, die seer veel van onse verscheelen. Ende is dit inson-
derheid waar te neemen by den geenen, die geneegen zijn, sig
by Koningen ende Vorsten ten Hove te erneeren. Eeven gelijk men
het vier soo naar-by mag koomen, dat men daar van verwarmd;
maar niet soo naar, dat men daar van gebrand werde. Ende ge-
lijk de Vos onser FABULE sig wel soo naar aan den Leewe houd,
dat hy een gedeelte sijner prooje genieten kand, maar niet soo
naar, dat hy van des Leewen klaauwen bereikt kan werden.
Dog werd der oude Hoovelingen voorsigtigheid allermeest ver-
eist, wanneer haare Koningen ofte Vorsten oud ofte siekelik ge-
worden zijn, ende sy by gevolge haaren Hoovelingen niet veel
goeds meer, maar veel quaads konnen doen. Sulks sy Hoove-
lingen ten Hoove in haare Bedieningen willende blijven, see-
kerlik door de jonge Hoovelingen der jonge aankoomende Konin-
gen ende Vorsten, staan verschooven, ofte nog veel haarder ge-
handeld te werden. Want in soo eenen gevalle meenen wy het
aller-wijste ende dienstigste te weesen, sig uit den gewoele der
menschelijke Saaken te begeeven, ofte sig tijdelik van sijne be-
dieningen te ontslaan, het Hof te verlaaten, ende in sijnen ou-
derdomme stillekens voor sijn eigen selven te gaan leeven. Ee-
ven gelijk onse ESOPISE Vos, wanneer de Leew oud ende sie-
kelik, ende ook seer bejaard geworden is, sig seer voorsig-
tiglik uit des Leewen Hoole houd, ende op sig selven stillekens
gaat leeven.
Eindelik seggen wy dat de eigendlike Leer deeser onser FA-
BULEN is, ons aan te wijsen, dat de Menschen sig gemeenelik
bedriegen, wanneer sy schielik ende sonder voorgaande ondersouk,
bekende Saaken oordeelen: Ende leerd onse FABULE ons
ook in het bysonder, dat de Menschen sig seer groovelik
plagten te bedriegen, wanneer sy naar het gemeen gerust van
der Koningen ende Vorsten groote kennissen ende deugden een oor-
deel vellen. Ende dat sy de selven kennende, sig sorgvuldig
behoorden te wagten, met haar seer gemeensaam te leeven, en-
de omme te gaan.
Cum Principibus ut cum igne.
TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem070 MOTTO_NLEen oud Hoveling,
Een oud Schoveling.