$ TEXT_EXPL_XML

72.De Gevangene Vos ende de Haan. EEn hongerige Vos meenende eenen Haane te beloo- pen, sag dat hy uit vreese, van hem op eenen Boo- me vloog, ende de Vos des niet te min geneegen weesen- de den selven te eeten, seide hem, dat daar vreede on- der alle leevendige Dieren afgekondigd was; ende dat hy derhalven veilig ter aarden needer daalen, ende neevens hem sijnen kost te souken vermogt. Waar op de Haan, vermoedende sulks door den Vosse gesegt te weesen, om hem te bedriegen, ende vervolgens te verslinden, seer rekhalsde, als van verre ietwes siende, om daar door des te meer des Vossen voorneemen te ontdekken. De Vos, dat rek-halsen siende, vroug wat ende waar naar hy dus ernstig sag. Ik sie, seide de Haan, twee honden seer snel herwaarts loopen: Ende de Vos daar op; Soo is het tijd, dat ik my berge. Hoe, antwoorde de Haan, kond gy my aanraaden te betrouwen op eene vreede die voor ende onder allen Dieren afgekondigd is, ende daar gy u selven niet op betrouwen wild? Het is waar, seide de Vos, dat de vreede afgekondigd is, maar ik weet niet, of de honden van die afgekondiginge sullen hebben gehoord; ende nog veel min, of sy sig daar naar sullen willen dra- gen. In allen gevalle is het best, dat ik gaa, ende alsoo seekerlik mijn vel bewaare Vaar wel, Egter gebeurde daar na, dat die selve Vos desen Haan soo wel beloerde, dat hy hem schielik ooverviel, ende weg droug; terwijle de Boer, als Eigenaar van den Haane, met een knuppel voorsien weesende, den Vos naa-liep, ende uitschold voor een Roover, die sijne Hoenderen diefagtig stal; ende dat de Haan den Vosse seide; Hoort gy niet, hoe gy in uwe Eere geraakt werd? waarom swijgt gy stille sonder u te verdeedigen, gelijk eenen eedelmoe- digen Beeste toekomt? Waar door die Vos soo tot spree- ken aangeprikkeld wierd, dat hy beginnende den Boere te antwoordenl ,,Dat liegt gy als een schelm; want een ,,Haan die in mijn geweld komt, is my niet min eigen, als ,,die gy met geweld in uw kot houd en hebt; sulks terwijle de vos sijnen mond oopende; de Haan hem ontvloog, seg- gende: ,,Dus heb ik onnoosele ten tweeden male my voor ,,ofte uit den muile deses losen Vossen bewaard en geredded. Eindelik gebeurde, dat die selve Vos verscheide Hoen- deren van eenen Boere soo nu ende dan hebbende ge- roofd, ende weeder koomende om eenige te rooven, in eener strikke, door den Boere daar toe gelegt ende ge- spannen, gevangen wierd; in het by zijn van niemanne dan van den selven Haane. Sulks de Vos in deser benawd- heid des doods zijnde, vergat, dat hy eenmaal den Bok, uit enkele roof-gierigheid, ende ook eenmaal den Wolf, om sig van sijnen Vyande te ontlasten, beiden in der strikke gevangen zijnde, aan eenen Boere, alvoorens van hem een deel des beuits bedingende, hadde verklikt. Ende derhalven in deesen ellendigen stande den Haan tot sig riep, ende seide hem:,,Broeder, heb deerenisse ,,met mijn ongeluk, ende ik sal u in der eewigheid dank- ,,baar zijn. Wat kan dog mijne dood, ende een hand ,,volbloeds, u helpen, die geen vlees eet ofte bloed drinkt. ,,Ik bid van u nu geene andere ofte meer genaade, dan ,,dat gy eene stond mijn ongeval voor den Boere verswijgd, ,,alsoo ik middeler wijle kansse sie, om den strik aan stuk- ,,ken te bijten, ende mijn selven alsoo te verlossen. De Haan, vreesende dat misschien de Beer niet vaardig by der hand zijnde, ende de Vos middeler wijle kloukelikst knaagende, den strik breeken ende sig verlossen mogte, seide hem:,, Broeder, ik neem uwe beloften aan; en- ,,de beloof ik u ook, dat ik my sal onthouden, dit aan den ,,Boere te boodschappen; verhaast u niet, maar neem ,,alles seeker: ende geloof dat ik meer reeden hebbe, u, ,,als den Boere te lieven, alsoo die seekerlik mijnen Hen- ,,nen ende Kickenen geen voedsel geefd, dan om haare ,,Jongen ende Eyeren te bekoomen, ende om eindelik ,,my soo wel als de anderen gemest hebbende, seekerlik ,,te dooden: Sulks by den Menschen voor ong geen an- ,,der eind te verwagten is, dan eene violente ende on- ,,onverwagte dood; daar ik met u in onminne leevende, ,,efter mijn leeven hebbe konnen behouden, ende des te ,,meer daar van verseekerd ben, nu gy my uwe vrien- ,,schap beloofd hebt. De Vos, door ende in deese sijne benaawdheid ligt-geloovig zijnde, vertrowde op dit seg- gen, beet flaawelik omtrend ende op den Strik, terwij- le de Haan den Boere haastig boodschapte, dat de Vos ge- vangen was, Ende als die met eene Knodse in sijner hand gewaapend zijnde, haastig aan quam, om den Vos te dooden, seide de Vos, dat siende: ,, Ag my ellendige ,,al te ligt-geloovende, die my hebbe ingebeeld, dat een ,,Haan my trow soude weesen, daar ik mijn leeven soo ,,veele van sijne Hennen ende Kiekenen hebbe Gedood.

;

Uitlegging der Woorden. De Ouden hebben hier met den VOSSE verstaan, een schrander Mensch, die van listige greepen ende streeken meend te leeven, Met den HAANE, een Mensch van gemeen verstand, kennisse ende oordeel. DAt de Menschen op driederlei wijsen tragten haar oogwit te be- reiken, is eenen ydere bekend. Namelik, door eene ooverwee- gende kraft, ? anders gesegt geweld, eenige Menschen te dwingen; of wel door andere Menschen te bedriegen en te verraden; of eindelik met goed te doen ofte wel te ooverreeden, en soodanig wel te raden, dat hoe- wel die raad ten onsen voordeele strekt, de selve des niet te min ook waarelik gedye ten voordeele des geraaden. Ende meenen wy het selven ook eenigsins in het voorgaande te hebben aange- roerd. Belangende het eersten, is nu aan te merken, dat ieman die sijne sterkte ofte magt wel meet, ende daar op bowd, gemeene- lik sijn oogwit bekomt, maar ook het verkreegene niet behoud, dan soo langs als die sijne ooverweegende magt duurd: ende dat het selven gemeenelik niet seer lang duurd, is om dat aan de andere sijde alle Menschen van regts weegen meenen onderling gelijk te zijn, ende dat sy derhalven met seer groote reeden geduuri tee- gen dien dwange aandringen, tot dat sy die dwingende Menschen ooverrompelen, ende haar ook die magt om dat quaad weeder te konnen doen, benoomen hebben. Daar in teegendeel Menschen, die met anderen soodaanig han- delen, dat sy die met goede reeden oovertuigen ende haar doen be- grijpen, dat de raad, die sy geeven aan beiden, ofte ten minsten aen den geraaden nut ende dienstig is, veeltijds haar oogwit be- reiken, ende ook altijds te bereiken, ende 't verkreegene te be- houden, behoorden: dewijl de geneegendheid om sijn eigen In- terest te bejaagen, ofte te willen bejaagen, ende dat verkreegen hebbende te behouden, aan den Menschen eigen is, ende dien- volgende in der eewigheid duuren kan, ofte sal. Ende wat het derden aangaat, naamentlik sijn oogwit te willen bereiken door liegen, bedriegen, ende verraaden; is kennelik, dat het selven niet staat te gelukkenm dat ten zy die Verraader ofte Be- drieger voor vast steld, dat hy soo schrander ende klouk, ende de Geraade soo grof ende onvoorsigtig sal weesen, dat hy het bedrog niet sal vermerken. Ende oovermits de Menschen in het gemeen een al te groot gevoelen van hare eigene kennisse ende bequaam- heeden hebben; ende daar en teegen eene al te kleine van andere Menschen, daar sy sig als dan by vergelijken; Soo siet men ook veeltijds gebeuren, dat die Bedriegers ende Verraaders haar oogwit niet bereiken, ende in steede van dien selfs bedroogen ofte ver- raaden werden. Gelijk wy hier sien, dat de Vos den Haane oover- vallen hebbende, hem eenen seer korten tijd in sijner muile weg droug: Ende dat het hem ontschietende, den Haan met der ver- kondiginge des Vreedes te bedriegen, hy in teegendeel met de twee andere gevallen selfs van den onnooselen Haane bedroogen ende verraaden wierd. Ende gelijk wy meenen, dat dit wel een deel der Ieere? onser FABULE is; Soo meenen wy ook het voornaamste oogwit dee- ser onser FABULEN te zijn, te leeren, dat die Menschen, wel- ke groote herts-togten onderworpen zijn, gedurende de selve seer ligtelik bedroogen ende verraaden konnen werden. Het welk wy ook eenigsins voor deesen aangeweesen hebben: Sulks nu alleen in het bysonder aangemerkt behoorde te werden, dat wanneer ons eene Vrees des doods, ofte onses geheelen verderfs bevangd, wy voor dien tijde daar van sodanig beseeten werden, dat by-na alle onse ge- heugenis van voorleedene saken, en ons goed oordeel, ons schijnd te begeeven. Gelijk wy hier sien, dat die ooverschrandere en wijse Vos, schielik ende buiten sijne verwagtinge, in eener strikke gevangen zijnde, niet bedenkt, dat sijn leven den Haane wel schaden, maar niet baaten kan, als ook, dat hy veele sijner Hennen ende Kie- kenen gedood had, ende daar en booven deesen eigensten Haan in sijner muile hebbende gegreepen, weg te voeren ende te dooden getragt had; het welk hy nogtans wel had behooren indagtig te weesen, om sig daar naar te konnen dragen: maar sien wy dat hy alleen om die soobere reeden, dat de Haan kooren ende geen vlees at, vertrowde in deeser benaawdheid weesende, dat die Haan hem uit die angsten des doods soude laaten ontspringen. Ende op dat wy ons moogen verseekeren, dat meest alle Men- schen, in den stande des Vossen zijnde, diergelijke ofte nog groot- tere dwaasheeden plagten te begaan, soo sullen wy het volgende hier by vougen. Het is bekend, a dat, volgens goede oude gewoon- ten, alle de goederen der verstorvene Duitsen vervielen op haare naaste Maagen, sonder dat aldaar eenige de minste Testamenten, Co- dicillen, ofte Donatien mortis cansa, anders gesegt Uitterste Willen, of- te maakingen, bekend waren; tot dat sy, Christenen geworden zijn- de, in steede van daar door in hare Siele oover haren toekomenden stande geruster te werden gemaakt, dan sy in het Heidendom waren geweest, en met meer vreugde een eewig salig leven te gemoet te sien; nademaal sy volgens het eenig waarhaftig geloof nu in desen te betrouwen behoorden op Godes oneindelike wijsheid, goedheid en magt, gelijk meede insonderheid op sijne heilige, desen aangaande geoo- penbaarde Beloften: Soo zijn sy in teegendeel, door de geld-ende eer-gierigheid der Papen ende Monniken, soo verre van dien spoo- re afgeleid, dat sy seederd dien tijd by naast, geduurende haar geheel leeven, schijnen bevangen geweest te zijn met de angsten des doods, ende der eewige verdoemenisse; ofte ten minsten met de verwagtinge der onuitspreekelike smerten des Vaageviers. Als wan- neer die selve Paapen ende Monniken haar ook hebben doen geloven, dat het de allerbeste Aalemissen waren, niet als sy den warelik behouf- tigen Menschen van hare goederen ietwes mede deelen, maar wel als sy haare tijdelike goederen in haar leven ofte wel na hare dood, op de Roomse wijse, door Testamenten ofte Maakingen, deeden koomen ende vervallen aan Kerken ofte Kloosteren: jaa ook, dat nog meer is, wanneer sy haare Landen, Regten, ende Goederen, door giften onder den leevenden, mits daar oover behoudende het bewind en- de het vrugt-gebruik, ofte de lijftogt; den selven Kerken ofte Kloosteren oover gaaven: terwijle die Paapen ende Monniken haar als dan ver- seekerden, dat sy, sulks gedaan hebbende, ten jongsten dage en- de ook aanstonds op haar sterven, suiven souden weesen, by Gode ende alle de Heilige Engelen. Gelijk de selve Paapen ende Monniken in volgende eewen, wanneer sy het Vagevier hadden bedagt, haar ook verseekerden; ende Borgen daar vooren bleven, dat ten min- sten wegens te doene Sielmissen, haare Sielen gebeeterd, ende voor de vlamme des viers verkoeld souden werden. Sulks dese onnoosele verschrikte Christen Menschen dus verleid wierden, om warelik tegen hare kinderen en naaste Maagen, welke sy billik meest souden lieven, de aller-grootste wreedheeden te ge- bruiken, met haar te ontneemen het gunt van geboortens wegen haar toequam, ende waar door sy sig eerlik souden geneeren: om in teegendeel daar meede te voeden, in alle sorgeloosheid, seer groote Heeren, soo in het Kerkelike als in het Weereldliken te maaken. Gelijk wy sien, dat onses weetens nergens dan in Duitsland, de Bu- koppen ende Abten het weereldlik Regts-gebied oover alle hare Ingesee- tenen Leeken ook ouffenen. Ende dat de selve misslagen ook in het Weereldliken werden be- gaan, van Menschen die vreesen geheel verdorven ofte gedood te sullen werden, leerd ons de Graafvan St. Paul, Constabel van Vrankrijk, welke in de Historien een seer wijs Heer, ende een seer loose oude Vos geweest te zijn, vermaard is. Wanneer die den Koning van Vrankrijk, ende den Hertog van Bourgondien, door veele voorgaande Saaken, vertoornd hebbende, vreesde dat sy hem in sijne sterke Steeden, St. Quintin ende Han, beleegeren, dooden ofte verderven souden, ende des wegen ook in den Jare 1475. soodaanig in sijnen oordeelen ofte sinnen bedwelmd wierd; dat of hy wel seekerlik met eenen seer grooten Schat naar Duitsland trekken, en sig aldaar needer setten konde, tot dat die sware bui oo- ver was; hy des niet te min verkoos te doen, het argsten dat hem soude hebben konnen oover koomen, naamelik, op toesegginge des Hertogen van Bourgondien, dat hem niet quaads soude geschie- den, sig in des selfs sijns Vyands handen oover te geeven: alwaar hy door dien Hertoge Karel, wanneer die alle sijne naa te laaten Schat bedongen had, aan den Koninge Ludowik van Vrankrijk oo- vergeleeverd zijnde, door des Konings gebod, hoewel des onschul- dig zijnde, als Crimen Majestatis begaan hebbende, te Parijs oopent- lik wierd onthalst. a Het is derhalven de sin deser FABULE, dat de vreese des doods veeltijds de allerwijste Menschen onbequaam maakt, om wel te kon- nen oordeelen wat haar te doen ofte te laaten staat, ende dat sy derhalven, voor dat sy met die Vreese bevangen werden, rijpelik by sig selven behoorden te ooverleggen, ende te besluiten, met welke Vrienden sy in soo eenen stande zijnde geraakt, sig van Vrien- den, die buiten dat gevaar zijn, behoorden te laten raaden, ende der selven raad te volgen.

SEQ 74 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic465.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem073 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Die eenen Bedrieger bedriegd, verdiend eenen Stoel in den Heemele LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac465 MOTTO_LA

Fallere fallentem non est fraus.

TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem071 MOTTO_NL

Die eenen Bedrieger bedriegd, verdiend eenen Stoel in den Heemele.

ID embstma_add132_emblem072 MOTTO_LA_NORM Fallere fallentem non est fraus CHILDREN CHILDREN_SQRT 0