TEXT_EXPL_XML

<p>73. De Trompetter ende Vleeder-muis.<lb/> SEekere vrye Republik van haare oopenbaare Vyanden<lb/> aangetast sullende werden, soo schooten alle waare en-<lb/> de moedige liefhebbers der vryheid hunnes Vaaderlands, het<lb/> Harnas aan, ende begaaven sig met bussen ende spietsen<lb/> ter bescherminge der onwaardeerlike Vryheid ten velde;<lb/> alwaar een flaawhertige Trompetter haar geleide, ende met<lb/> sijnen soeten Sange den selven dapper ten Strijde aanmoe-<lb/> digde, dog selfs door slaawhertigheid uit den Strijde en-<lb/> de buiten den Slaage bleef. Ende alsoo die Republiks-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac474"/> gesinden den Slag verlooren, ende veele van dien aldaar<lb/> op het aller-loffeliksten haar leeven eindigden; Soo wierd<lb/> ook de Trompetter gevangen, als wanneer hy seer erbar-<lb/> melik voor sijn leeven bad, seggende, Ik heb u niet be-<lb/> leedigd, nog konnen quetsen, gelijk gy siet dat ik geene<lb/> Waapenen, als deese Trompet hebbe, ende ook al te slaaw-<lb/> hertig ben geweest, om my in den strijde te begeeven;<lb/> ,,Ja daarom sullen wy u des te eerder dooden, antwoor-<lb/> ,,den de Vyanden, om dat gy, te bloode zijnde om selfs<lb/> ,,te vegten, andere Menschen geduurig onder der hand<lb/> ,,daar toe opwekt. Sulks de Trompetter sonder eenige<lb/> genaade, aanstonds gedood wierd.<lb/> Eene Vleedermuis dit verstaan hebbende, nam voor in<lb/> alle verschillen, of sy schoon haare naaste Maagen aan-<lb/> gingen, sig onsijdig te draagen, ende het zy met Woor-<lb/> den, het zy met Werken, geene Party te verkiesen; sulks<lb/> sy geduurende den strijd der Katten teegen de Voogelen.<lb/> uit der lugte ter aarden by ongelukke needer gevallen zijn-<lb/> de, ende van eener Katte gevangen werdende, ontken-<lb/> de een Voogel te wesen, als waarelik geene veederen heb-<lb/> bende. Weshalven sy als eene Muis weesende, waar<lb/> teegen de Katten als toen niet oorlogden, los gelaaten<lb/> wierd. Ende als daar naa een oorlog tussen de Muisen<lb/> ende Katten gereesen was, soo wierd deese Vleedermuis,<lb/> die sig met dien oorlog niet hadde willen vermengen, des<lb/> niet te min van eene andere Katte gevangen, die haar<lb/> wilde verslinden, ende ontquam sy weederom uit die <lb/> klaawen, met te seggen, dat het oorlog haar niet aanging,<lb/> alsoo sy een Voogel was die in der lugt vliegen konde,<lb/> Dog als eindelik een oorlog ontstond tussen alle vier-<lb/> voetige Beesten ende de vliegende Dieren, soo was het der<lb/> Vleedermuise onmoogelijk, sig onsijdig te houden; weshal-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac475"/> ven sy seer tijd draalde, ende in den strijde geene<lb/> sijde koos, dan tot dat sy sig verseekerde dat de vier-voe-<lb/> tige Beesten ooverwinners souden weesen, als wanneer sy<lb/> sig selven vougde, ende een groot yveraar om den<lb/> vier-voetige, Beesten den strijde te helpen winnen, vein-<lb/> sen te wesen, daar ook seekerlik een aandeel des beuits<lb/> hoopte te bekoomen. Maar alsoo de Arend den Voogelen<lb/> gants onverwagt ten hulpe quam, gafdat haar soo groo-<lb/> ten moed, dat sy op niew den vier-voetigen Beesten aan-<lb/> vallende, de selven deeden wijken, ende eindelik op der<lb/> vlugt dreven; als wanneer de Vleedermuis seer haastig van uit<lb/> de vier-voetige Beesten tot de Voogelen oover-vloog, seggende<lb/> aldaar, een Voogel te zijn, ende sig oover dese ooverwinninge<lb/> ten uitersten te verheugen: dog de Voogelen de saak naar-<lb/> der ondersoukende, seiden, dat sy warelik of een dobbel-<lb/> de Verspiedster, of wel een Ooverloopster was, sulks sy haar<lb/> selschappe aller Voogelen verbannen te zijn, ende niet dan<lb/> des magts, wanneer alle andere Voogelen rusten, te moo-<lb/> gen vliegen.<lb/> </p>

<p>Uitlegging der Woorden.<lb/> Waare ende moedige LIEFHEBBERS, zijn die<lb/> Menschen, welke met woorden ende daaden, met<lb/> lijve ende siele helpen.<lb/> TROMPETTERS, zijn die met wenschen ende woorden<lb/> after der hand helpen; maar als, ende daar het nijpt,<lb/> ofte nijpen sal, sig buiten de ongemakken houden willen,<lb/> VLEEDERMUISEN, zijn die Menschen, welken sig<lb/> <pb n="embstma_add132_fac476"/> <lb/> buiten alle verschillen, het zy van Vremden, het zy<lb/> van Vrienden ende Maagen, ofte der Republike hou-<lb/> den willen, om sig altijd met eenigen schijn by den Oo-<lb/> verwinnere te konnen vougen: ende welke des wegen ein-<lb/> delik uit alle Geselschappen van eerlike Menschen ge-<lb/> bannen werden.<lb/> DAt alle Menschen, in wat stande sy ook zijn mogen, haar selven<lb/> naast. en in den stukke van eigen-liefde, ofte sig te beminnen, alle<lb/> eeven na zijn, veroorsaakt, dat sy haar eigen selfs altijds liever als eenen<lb/> anderen hebben, ende in die eigen selfs liefde alle seer wel oover<lb/> een koomen. Maar oovermits andere Menschen ons van seer naa<lb/> by, ofte van seer verre bestaan konnen, soo volgd daar uit ook een<lb/> groot onderscheid in de liefdel welke men anderen Menschen schul-<lb/> dig is: Want hoewel ons werd geleerd, dat wy ons eeven naasten, dat<lb/> is, een Mensch niet dan als een Mensch aangemerkt zijnde, ter quijtinge onser<lb/> gemeene menschelike pligt, moeten lief hebben als ons eigen sel-<lb/> ven; a Soo verstaan wy sulks nogtans niet, van de eevene grootheid<lb/> maar wel van de eevene opregtigheid der beiden opgemelden liefden.<lb/> Naamelik, wy verstaan dat die Liefde ten opsigte van ons selven,<lb/> ongeveinsd, waarhaftig, ende werksaam weesende, ook soodaanig ten<lb/> opsigte onses eeven naasten moet zijn. Hoewel onse liefde, die wy<lb/> den Menschen alleen, om dat sy Menschen zijn, toe dragen, wa-<lb/> relik de laagste trap is der liefde, die ons soo meenigvuldiglik door<lb/> de Heilige Schriften, ende ook buiten dien door de Reeden in onein-<lb/> delike voorvallen werd geboden te oeffenen: en van welke laagste<lb/> trappe van ongeveinsde liefde, wy verpligt zijn op te klimmen tot ho-<lb/> gere, naar dat de Menschen ons bestaan; als die van mede Ingeseetenen of-<lb/> te Borger, goede Bekenden, Vriend, Maag,Suster,Broeder,Vader,Moeder,Kind,<lb/> Ee-gaade, om yder der selven naar sijne behoorliken graade te lieven.<lb/> Ende is het selve onderscheid ook insonderheid aan te merken,<lb/> wanneer die Menschen, meede Ingeseetenen ofte meede Borgers, goede<lb/> Bekenden, Vrienden, Maagen, Susters, Broeders, Vaaders,Moeders,Kin-<lb/> ders, Ee gaaden, werden gecombineerd ofte te samen gevougd. Want<lb/> <pb n="embstma_add132_fac477"/> het eene kennelike Saak is, dat de meeste Menschen in getaale naar<lb/> geraade altijds meer als de minsten moeten werden geliefd.<lb/> Sulks uit onse opgemelde Reedenkaavelinge volgd, dat wy het<lb/> welvaaren onses Vaaderlands, als waarelik in sig vervatende ons sel-<lb/> ven, ende by naast alle andere Menschen, die ons lief zijn, gelijk mee-<lb/> de alle andere Saaken, die ons aangenaam souden konnen weesen;<lb/> booven alle andere Saaken deeses weerelds, in het bysonder aan-<lb/> gemerkt weesende: jaa booven ons eigen leeven, wanneer wy ons<lb/> selven maar als een eenig Mensch aanmerken, behoorden te bemin-<lb/> nen. Ende zijn op deesen gronde geboud de lessen der wijse Grie-<lb/> ken, a ende Romeinen, ons leerende, dat het eene seer loffelike Saak<lb/> is, te strijden ende te sterven, om sijn Vaaderland te beschermen,<lb/> ofte voor sijn verderf te bewaaren. Gelijk meede op den selven<lb/> gronde soo veele treffelike Helden ten dienste des gemeenen Vaa-<lb/> derlands ofte der gemeene Ingeseetenen, seer loffelik haar leeven<lb/> hebben opgeofferd, als Mucius, Furius Camillus, Decius Vaader, De-<lb/> cius Soon, Tiberius ende Cajus Gracchus, Agis ende Cleomenes, Etc. b<lb/> Ende wy ook in de laatst voorgaande ofte in onse Eeuwe in dee-<lb/> se Neederlanden soodaanige loffelijke Helden, haar leeven voor<lb/> den Vaaderlande, ofte der Vryheid van dien, opsettende, hebben<lb/> gesien; welker geheugenisse niet jeegenstaande de drouvige be-<lb/> looningen der wreede bloedige Regteren ofte Schavotten, ende<lb/> moord-daadige Schooten, waar door sy haar leeven hebben ge-<lb/> eindigd; by allen vroomen ende bysonderlik den Vryen Neederlande-<lb/> ren, in eewig-durende Seegeninge sal blijven.<lb/> Maar dunkt ons nu genoug in het gemeen oover deese onse FA-<lb/> BULEN te hebben gereedenkaaveld, ende tijd te zijn, die in het<lb/> bysonder toe te passen, met te seggen, dat die ons vertoonen vee-<lb/> lerlei aard van Menschen, in het stuk der liefde, welken sy ande-<lb/> ren Menschen schuldig zijn, sig seer verscheidendlik draagende:<lb/> Naamentlik, sy verbeelden ons voor eerst opgemelde seer deugd-<lb/> same Eedelmoedige Menschen, welke om anderen, ende insonderheid<lb/> haar vry Vaaderland ofte het welvaaren der gemeene Ingeseetenen<lb/> te beschermen ende voor te staan, sig aan seer veele ongemakken<lb/> ende gevaaren des doods onderwerpen, ende welkers geheugenisse,<lb/> <pb n="embstma_add132_fac478"/> in gevallen sy om die roem-waardige deugd komen te sneevelen, ende<lb/> schoon by door bose Regteren Land-verraders te zijn verklaard werden,<lb/> des niet te min by Gode en den Menschen in soodanige Seegeninge is,<lb/> dat die als eene seer heilsame Balsem, op der selven af-en nakomelin-<lb/> gen needer daald, in spijte aller ondeugende Menschen ende Tyrannen<lb/> ofte Dwingelanden, die der selven door veroorsaakt hebben; ende<lb/> in spijte der geenen, die sig vermeeten, door hare jeegenwoordige<lb/> Magt, de geheugenisse der volgende Eewen te sullen uitblussen. a<lb/> Sulks die by gevolge ten Regte met de volgende Rijmen zijn uit-<lb/> gelaggen geworden, b<lb/> De tijd en heeft nooit weg genoomen,<lb/> De naam en 't ooverschot der vroomen,<lb/> Want naa dat sy zijn ooverleen,<lb/> Soo blijkt haar deugd voor yder een.<lb/> Na dese Menschen draagd onse FABUL ons ten tweede voor, so-<lb/> danige Menschen, welken als eenige swaarigheeden anderen Men-<lb/> schen ofte den gemeenen Vaaderlande staan oover te komen, wel ge-<lb/> neegen souden werden, daadelik te helpen: maar het selven niet<lb/> derven doen, uit vreese van ongemakken, dan flaaw ende bedek-<lb/> telik; sonder sig in der spitse te willen stellen. Ende zijn dit die<lb/> Menschen, welke, wanneer die Saaken wel gelukken, schande in<lb/> steede van roem weg draagen; ende die des niet te min, als de Sa-<lb/> ken qualik gelukken, nevens die regt eedelmoedigen te lijden heb-<lb/> ben. Sulks dit waarelik zijn de Trompetters, welken met anderen<lb/> ten strijden aan te moedigen, wel eenig goed doen, maar selfs<lb/> niet strijden dervende, nooit de ooverwinninge helpen bevegten.<lb/> Der derde slag van Menschen, welke onse FABUL voordraagd,<lb/> zijn die geenen, welke geene Menschen als sig selven beminen?,<lb/> ende die by gevolge alle ongemakken van andere Menschen, ja selfs<lb/> van den geheelen Staate hunnes Vaderlands, soo agteloos aansien,<lb/> dat sy sig buiten alle ongemakken ende verschillen der selven willen-<lb/> de houden, oopentlik voorgeeven, sig daar in niet te sullen vermen-<lb/> gen, naar Neuteraal ofte Onsijdig te sullen blijven, sonder sig met den<lb/> Houksen ofte Kabbeljaawsen te verklaaren ofte te yveren. Ende zijn<lb/> dit waarelik die Vleedermuisen, welken naar haar eigen nut ofte ge-<lb/> mak dat schijnd te vereissen, nu Muisen ende dan weederom Vooge-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac478"/> len, dat is, nu Houks ende dan weederom Kabbeljaaws, ende ware-<lb/> lik geen van beiden zijn. Welke slag van Menschen haat eigen<lb/> Voordeel, alleen, ende het gemeen Welvaaren der Ingeseetenen hunnes<lb/> Lands, gants niet lievende ofte agtende, van ouds soo vuil ende ver-<lb/> soejelik zijn gehouden geworden, dat tot Atheenen, door dien deugd-<lb/> saamen, Staatkondigen ende wijd-vermaarden Solon, tegen de sel-<lb/> ven de volgende Wet was voorgesteld, ende door den Volke gemaakt:<lb/> DIE IN EENE VERDEELDHEID DER REPUBLIKE<lb/> GEENE SYDE VERKIEST, ZY EERELOOS.<lb/> Ende wierd derhalven, het zy de eene ofte de andere syde quam bo-<lb/> ven te leggen, die Eereloose, ten Regten van alle waardigheeden, dien-<lb/> sten, ende Borger-regt beroofd. a<lb/> Gelijk nog eenige honderden Jaaren daar na, de allerwijste Men-<lb/> schen, als Socrates, Plato, Aristoteles, Etc. van der Staatkondige Re-<lb/> geeringe handelende, op die eigenste gronden hunne Republike<lb/> hebben gebowd: jaa is het selfden, als zijnde eene eewig-duren-<lb/> de Waarheid ofte Nuttigheid, by onser Vaaderen tijden, in Holland met<lb/> deese woorden bevestigd geworden. ,,Maar by aldien beide de<lb/> ,,twistende Partyen wettelike Regierders tot Hoofden hadden, soo sal<lb/> ,,men de form der Regeeringe met yders bepaalde magt aanmerken,<lb/> ,,daar beneeven de Saake, daar sy om twisten: van het welk goed<lb/> ,,bescheid weetende, soo sal men den geenen teegen-staan, die tee-<lb/> ,,gen sijn Eed, de goede Wetten, Vryheeden, Amten, wil ver-<lb/> ,,anderen, ofte geheel wegneemen, ende die Regeerders toeval-<lb/> ,,len, die sulks, volgende haar Eed beschermen.b Ende alsoo dit<lb/> derde slag van Menschen veeltijds vervald ter eene veel grootere vui-<lb/> ligheid: soo is de meenig onser FABULE, dit vierde vervlouk-<lb/> te slag van Menschen ons ook voor te dragen. Namentlik, wel-<lb/> ken sig soo langen tijd onsijdig houden, tot dat sy vermerken, wel-<lb/> ke sijde seekerlik sal booven leggen, om als dan sy sig teegen de<lb/> onder sullende leggen Menschen, of het schoon de aller-snijsste,<lb/> deugdsaamste, ende volgens haar eigen geweeten, de aller-loffeliksten<lb/> zijn, op het aller-felsten ende wreedsten te verklaren, met die te ver-<lb/> volgen, op hoope, dat sy der selven Goederen, Amten, Waardigheeden<lb/> ofte Diensten deelhaftig sullen werden.<lb/> <pb n="embstma_add132_fac480"/> Maar God zy geloofd in sijne regtvaardigheid, dat dese beveinsde<lb/> Temporarri, Apostaten, ofte Ooverloopers, die sig, soo in Saken van den<lb/> Godsdienst als van den Staat, dus meenen naar den tijd te vougen, en<lb/> den Ooverwinnenden ofte den Magtigsten toe te vallen, en te doen gelo-<lb/> ven, dat sy waarelik de ordren der Menschen, van welken sy zijn<lb/> uit gegaan, ofte van welken sy sig gescheiden hebben, op het aller<lb/> meesten haten; des niet te min ook veeltijds van den Ooverwinneren die<lb/> dese boosheid en geveinsdheid seer ligtelik merken, werden gehandelt.<lb/> Gelijk onse Vleedermuisen van den Vogelen; namelik met die buiten alle<lb/> geselschappen van Menschen, wy laten staan eerelike Menschen, te<lb/> verbannen, ende haar te doen leiden een leeven veel bitterder als<lb/> de dood, en op dat de Doos haar niet tot eenen troost, maar het le-<lb/> ven tot eene straffe strekke.a Welk leven ook waardig zijn, niet,<lb/> die volgens dese Leere der Philosophen, warelik roemwaardige Men-<lb/> schen, welken het op eenen Dwingelande ofte eenen sijner Gonstelin-<lb/> gen te dooden gemunt hebben: hoewel de vervloukte Gonstelin-<lb/> gen, die de ooren der jonge Keiseren Arcadius ende Honorius, ten<lb/> verderve hunner Meesteren ende aller goede Ingeseetenen, der Republi-<lb/> ke besaaten, dese Wet instelden ende afkondigen deeden, alleen<lb/> op dat sy in haare Schelmstukken voortgaan souden moogen, en-<lb/> de onderwijle van der wel-verdiende dood, bevrijd souden wer-<lb/> den. b welken den gemeenen Staat haarer Vrye Republike, ende het<lb/> welvaaren aller Ingeseetenen van dien, tragten om verre te wer-<lb/> pen, om dus eenen Dwingelande behaagende, door des selfs gonsten<lb/> haare eigene grootheid op de ellenden ende slaavernie aller deugdsaame<lb/> Ingeseetenen, te bouwen.<lb/> Ende meenen wy dus de eigendlike leere deeser FABULE ge-<lb/> nougsaam te hebben uitgedrukt.<lb/> </p>

SEQ

75

PARENT

embstma_add132

HIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

URL_IMAGE

embstma_add132_pic473.jpg

TIPE

emblempictura

NEXT

embstma_add132_emblem074

IIHIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

CAPTION_EN

reserved for caption

SOURCE_FILE

embstma_add132.xml

MOTTO_NL_NORM

Een vriend kend men in der nood

LINK_FACSIMILE

embstma_add132_fac473

MOTTO_LA

<p>Amicus est qui re juvat cum re est opus.</p>

TYPE

emblem pictura

PREV

embstma_add132_emblem072

MOTTO_NL

<p>Een vriend kend men in der nood.</p>

ID

embstma_add132_emblem073

MOTTO_LA_NORM

Amicus est qui re juvat cum re est opus