$ TEXT_EXPL_XML

74. De Rijke ende Arme Muis EEn Muis, in seekeren ontoegankelijken Hoole zijn nest hebbende, oover eenen seer grooten aldaar ver- borgen schat, aansag ende telde de selvedageliks; het welk in hem een soo groot genougen, vreugde ende by gevolge ook sterkte veroorsaakte, dat hy daardoor veel rasser konde loopen, en hoger springen, dan eenige andere Muisen, die soodanigen Schat in haar nest niet hadden. Sulks hy in vee- le geleegendheeden spijse beliep ende besprong, wanneer de andere Muisen daar aan niet konden geraaken. Ende oovermits hy was van eenen milden aard, soo versaamel- de hy die spijse niet alleen voor sig selven, maar sijn nood- drust daar van genoomen hebbende, soo deelde hy den behouftigen daar van rijkelik meede; Sulks seer veele Muisen sijn geselschap sogten, ende sy alle hem niet al- leen seer preesen weegens sijne mildheid, groote sterkte, schoonheid des lighaams, maar ook wegens sijne wonder- lijke wijsheid, groote kennisse, welspreekentheid, ofte lief- taligheid, beleefde manieren, groot geduld ende saftmoe- digheid, booven ende omtrebd andere Muisen. Dit aldus eenen tijd lange geduurd hebbende, so gebeurde dat eenige Menschen, uit de hoge sprongen des Muisen, ver- moedende, dat omtrend des Muisen hol eenige Schat vonden, ende ook weg namen; Sulks die Muis weeder in sijn nest koomende, ende sijn Schat niet vindende, aanstonds be- vond, dat sijn hert toe sloot, als ook, dat sijn moed, en- de alle sijne sterkte des lighaams, door die droefheid hem begaaven. Sulks hy in sijnen hoole treurig bleef leggen, tot dat hy eindelik, ten deele uit vreese, dat sijne onmagt den anderen Muisen, die van hem plagten te leeven , be- kend soude werden; ten deele uit eigen grooten honger, uitging om spijse te souken; dog konde hy niet bereiken die hooge plaatsen, daar hy voormaals seer ligt op konde springen, ende oovervloed van spijse vinden; Ende hoe- wel hy niet genoug voor sijnen eigen buik hadde konnen versaamelen, soo quaamen de andere Muisen des niet te min naar haare gewoonten, hem besouken, op hoope, ... dat sy van hem eenige spijse souden verkrijgen: Maar gee- ne spijse, ende hem daar en booven hongerig vindende, gingen sy misnougd van hem weg; Ende seide een van dien, die de wijste onder alle de selven wilde schijnen te zijn, ende die waarelik de Boos- aardigste als ook mitsdien ten quaaden de Voorbaarigste was: a ,,Broeders gy siet dat de Muis, die ons van sijn ,,ooverschot plagt te voeden, nu kragteloos ende selfs ,,behouftig is geworden, ende dat wy nu van hem niet- ,,wes anders te verwagten hebben, dan dat hy van tijde ,,ten tijde ons sal aanspreeken ende bidden, op dat wy ,,van het weinige voedsel, dat wy voor ons selven bejaagd ,,hebben, hem ietwes meede deelen; ende hoe sullen ,,wy hem dat sonder schaamte oover onse groote ondank- ,,baarheid, konnen weigeren? Derhalven hy ons niet al- ,,leen onnut, maar ook lastig soude weesen; en daarom soo ,,raade ik, dat wy hem alle verlaten; ende op dat wy daar ,,over geene schande behalen, maar schijne, dat wy niet son- ,,der grote reedenen eenen ouden Vriend in sijnen node ver- ,,laten, so moeten wy aan andere Muisen seggen, dat hy al te ,,quistagtig is geweest; ende daar door sijne arremoede selfs ,,op sijnen halse heeft gehaald: dat hy gedurig heeft gepronkt ,,ende gesnorkt met sijne sterkte ende schoonheid, ende ,,dat die daar door soodaanig gespild zijn, dat hy sig on- ,,bequaam gemaakt heeft, om sijnen kost te souken: dat ,,hy een laat-dunkende onweetende snappert is geweest, ,,die oover allen het hoogste woord wilde voeren; ende ,,eindelik, dat hy soo plomp ende gemeelik is, dat met hem ,,niet gemeensaam geleefd kan werden. Ende wierd alle het selven dus beslooten als ook uitgevoerd. a Sapientiae parum Eloquentie satis. b Occasiones quetit qui vult recedere ab Amice. Sulks dese wel eer rijke en nu arme Muis, dit ten deele ge- hoord hebbende, ende daar na nog meer vermerkende, voor- nam sijne uiterste kraften te gebruiken, om nog eenen hogen sprong naar veele spijse te doen, en die verkregen hebbende, daar door sijne oude agtinge te bekoomen: ende dit self- den tragtende te doen, terwijle de Huisheer sliep, sprong hy t'elkens te kort, ende maakte door dat gerust den Huisheer wakker; die op hem paste, ende met eenen stokke op den koppe soo trefte, dat het bloed daar uit sprong, ende hy ter naawer nood sig in sijnen hoole berg- de; alwaar hy sig oud ende arm, ende mitsdien van alle Menschen verlaaten, jaa ook van meest alle sijne oude Vrienden gelasterd, ende bespot bevindende; a alle de ellenden sijner armoede bedagt ende betreurde: waar door hy meer ende meer sijne kraften verloor, ende ellendig wierd. a Fortuna juvenibus amica. Divitem Fuisse duplex pauperras.

;

Uitlegging der Woorden, is hier niet van nooden, dan dat de Ouden met MUISEN altijds verstandige Menschen hebben afgebeeld. Ende dat Met de RYKSTE MUIS hier waarelik de verstandig- ste ende deugdsaamste Mensch eener geheele Vergaade- ringe werd verbeeld. HOewel alles, dat de oneindelik wijse God heeft geschaapen, Naturaliter, ofte in sig selven goed is; Soo is des niet te min Moraliter, ofte naar Seeden regt gesprooken, seeker, dat een Mensch die eene wil ende standvaste begeerte heeft, om sijne kennisse van Saaken, die hem nut konnen weesen, te vermeerderen; ende niet alleen sig selven, maar ook andere Menschen, maar de maate sij- ner kennisse, veel goeds te doen; desweegen seer lofwaardig is schoon hem de magt, om sulks uit te voeren, mogte ontbreeken,a Als meede seeker is, dat hoe soodaanig een Wel-willend Mensch grootere magt heeft om goed te doen, ende ook dien volgende andere Menschen, waarelik meer goed doed, hoe hy desweegen meer prijsens waardig is. Daar en teegen is niet min seeker, dat hoe een Quaad willig Mensch meer naa-laatig is om sijne kennisse te vermeerderen, of- te te ondersouken alle het gunt van sijner pligte is, ende hoe hy als dan een grootere wil ende standvaste begeerte heeft om sijn eigen voordeel, al ware het ten verongelijke ende schaade van andere Men- schen, te verkrijgen; hoe hy des wegen meer gelasterd ende ge- haat behoorde te werden; b schoon de magt, om sijn oogwit te be- reiken, hem mogte ontbreeken: om dat naar Seesen regt ofte Mo- raliter, de wil by Gode ende den Menschen altijds voor de Daad werd gehouden. c Gelijk aan de andere sijde een yder weet, dat hoe een Mensch meer magt ende vermoogen heeft om sijne Quade wille uit te voeren, ende ook ten naadeele van anderen uitvoerd, hoe hy meer verdiend, gelasterd ende gehaat te werden. Ende dien volgende soo is waarhaftig, dat alleen de goede ofte quaade Wil der Menschen, in ende om sig selven, moraliter, dat is, volgens Seeden-regt, verdiend, geloofd ende bemind, ofte mispree- sen ende gehaat te werden. Ende is des niet min waarhaftig, dat ook alle het gunt den Menschen eenige magt ofte vermoogen aan- brengd, om anderen Menschen ietwes goeds ofte quaads aan te doen, naar Seeden-regt nog lof nog lafter? in sig selven waardig is: maar wel den Menschen veel goeds ofte veel quaads veroorsaakt, naar dat die magt komt aan Menschen, welken de selven wel ofte qualik sullen willen besteeden. Ende werden derhalven alle soodanige Saaken, welke buiten ons, ofte booven ons vermoogen konnen zijn, in de Schoolen genaamd In- disserente ofte Middelmaatige Saaken: Namentlik, sterkte ende schoon- heid des lighaams, kennisse, groote geheugenis, weetenschappen, konsten, wel ter taale ende ter penne, milddaadig ende eedel zijn. By welke middelmaatige Saaken nog gevougd konnen werden, oovervloedige Rijkdommen, ende vermaard te zijn, ofte eene groote Naam, ende veele Vrienden te hebben, als ook gelukkig te zijn, ofte veele onverwagte goede toevallen beleefd te heb- ben. Ende eindelik is naar Seeden-regt by den Menschen ook ee- ne middel maatige, dat is nog goede nog quaade Saak: De al- lergrootste souveraine Magt, ofte deel aan de Hooge Regeeringe der Re- publike te hebben, schoon genomen, dat dit de allergrootste men- schelike, ende ook somtijds eene Goddelike Magt, in de Heilige Schrif- ten genaamd werd.a Ende om nu niet te spreeken van den onverdienden Roeme ofte Love, welke de Menschen, die in opgemelde hoge Regeeringen of- te Bedieningen zijn ende blijven, altijds genieten; om dat alle Men= schen, die van haar ietwes, dat sy goed noemen, weg draagen, ofte hoopen te sullen weg draagen, het welk doorgaans de aller- stoutste ofte onbeschaamste, ende mits dien ook veeltijds de aller- onweetenste ofte ondeugenste zijn, de selve Souverainen altijds ten hoogsten looven ende voor Gooden uit krijten; terwijle daar en tee- gen de monden ende pennen der Menschen, die waarelik deugd- saamer zijn, ende wel beeter weeten, door de vreesen van straffen te sullen moeten lijden, weederhouden werden, naar hunne ken- nisse ofte naar waarheid daar van te spreeken, ende den laster of- te de gebreeken der opgemelde Grooten te oopenbaaren: Soo sul- len wy nu van die oovermatige Menschen, ende de versindende Beesten der ESOPISE FABULEN, oover gaan tot de gemeene Menschen, als zijn de Muisen onser FABULE. Ende sullen wy omtrend de selven aan merken, hare verkeerde oordeelen, wan- neer die geveld werden oover vermoogene ende onvermoogene Menschen; niet in het gemeen, maar alleen als sy aangemerkt werden, terwijle sy groote Rijkdommen besitten, ende wat de selve Menschen van haar oordeelen, wanneer sy van haare rijkdommen tot Arremoede vervallen zijn, Gelijk dit eigendlik is het voorwerp onser FABULE, het welk wy aldus voordraagen. Hoewel, volgens onse voorgelegde gronden, naar Seeden-regt, onder den Menschen nietwes lofwaardigs ofte goeds is, dan de goede Wil der Menschen; soo noemen sy des niet te min altijds met de naame van Goed, alle het gunt dat haar, of in het gemeen, ofte in het bysonder; eenig Vermaak, Gemak, ofte Magt aanbrengd, ofte gehoopt werd te sullen aanbrengen: Ende looven sy dat self- den niet alleen booven maaten; maar ook alle het gunt daar hee- nen strekt, ofte daar omtrend is. Gelijk wy daageliks sien, dat wanneer eenige Menschen seer veele goederen ofte groote Rijk- dommen besitten, ende daar van seer mildelik anderen meede dee- len, dat als dan ook de monden, ende de pennen, ende de druk- perssen, der geenen, welken van die rijkdommen hebben meede gedeeld, ofte hoopen deelagtig te werden, gaande werden ge- maakt, niet alleen om die Menschen weegens haren grooten rijk- dom ende mildheid te prijsen; maar dat sy ook als dan daar en boo- ven, gelijk als door een Vergroot-glas aanschouwen, alle het gunt omtrend die Menschen waarelik goed ism ofte by den selven schijnd goed te weesen. Sulks indien by die rijke milde Menschen maar eenig het minsten sweemsel is van sterkte, schoonheid, wijsheid, kennis- se, geheugenisse, welspreekenheid, beleefde seeden, geduld ofte saftmoedig- heid; de selven des niet te min vermaard, ende uitgetrompet wer- den, alle die deugden in soo hoogen graade te besitten, als of geene andere Menschen daar in by haar waaren te vergelijk- ken. Ende in teegendeel sien wy ook, dat die selve rijke Menschen naaweliks tot Arremoede vervallen, ende behouftig geworden zijn, of die selve Trompers bemerken, dat sy van den Arm geworden Rij- ken geen vermaak, gemak, ofte magt staan te bekoomen; maar dat sy dien Armen Mensche billik met ende van hare eigene goederen eenigen onderstand behoorden te doen: waarom sy als dan dat haar Vegroot glas omme keeren, ende op den selven ongelukkige Men- schen als dan niet sien als door een Verklein-glas, makende van het minste sweemsel sijner gebreeken, de aller-grootste ondeugden. Sulks sy als dan sijne Standvastigheid ende beset oordeel, voor Hard- nekkigheid ende eensinnigheid, sijne groot- ende kloukmoedigheid, voor trotsheid ende hoovaardie; sijne mildheid voor verquisting; sij- ne welspreekenheid voor sotteklap ende raaskallen, Etc, uitkrijten, op dat sy souden moogen schijnen haaren Vriend met reeden ende sonder schande te verlaaten. Ende oovermits dit alles niet alleen van Vreemden, maar ook meest van die geenen, welke met hem plagten omme te gaan ende sijner goederen deelhaftig te werden, geschied: Soo werd ook gemeenelik door deese oover-groote boos-aardigheid ende on- dankbaarheid der opgemelde Menschen, de lust ende het gemoed, ofte de sinnen des geweesenen Rijken Menschen, gemeenelik soo seer ter needer geslaagen ende verbrooken, ofte soodaanig met Vreese ende Schaamte vervuld; dat hy de bequaamheeden, wel- ke hy warelik heeft ofte soude hebben, niet derfd als voor heen werkstellig maken, sulks hy daar door sijner geveinsden Vrienden lasteringen des te geloof-baarder maakt. Waarom soodaanig een Mensch, als daadelik van alle sijne bekenden verlaaten ofte gehoond werdende, in andere vreemde Landen moet gaan woonen, om aldaar sijnen kost met mindere Hartseer, ende met meerdere rust te souken, ofte behoord hy met ons ESOPIS Muisken te seggen, dat het leven van hem ondra- gelijker is als de bittere dood selve. Ende oovermits de Rijkdommen der Ingeseetenen deser Landen, we- gens de Volk-rijkheid der selven, niet wel konnen bestaan dan in Losse goederen, als sig noodwendig alle met den Koophandele ofte gelden op renten te geven, moetende erneeren; en dat ook de Vaste goederen deser Landen, ende de Vrugten van dien, door de groote daar op ten deele nieweliks gebragte, ende ten deele van ouds staande La- sten, voor den besitteren ofte eigenaaren van dien, by naast in het geheel Vrugteloos gemaakt zijn: Soo heeft men ook in geenen Lande des geheelen Aardboodems soo veele ge-ende vervallen van Rijk te zijn, ende Arm te werden, gelijk meede van der waar- heid onser FABULE; als eeven in deese onse Landen. Sulks oovertollig soude wesen, met eenige Voorbeelden aan te wijsen, hoe rijk geworde Koopluiden als seer wijse geroemd, ende daar na arm geworden zijnde, als dwaasen by allen Menschen gelasterd wer- den. Ende wy ons sullen genougen, met den Leeser tot der Pa- rabole des Rijken ende Armen Hiobs versonden hebbende, alleen twee ofte drie andere voorbeelden van Staat voor te draagen. Wanneer Lucius Sergius Catilina, met sijne ondeugende ende oo- verdaadige ontugtige Boeven ende Spil-penningen door een schie- lik oproer, de Roomse Republik meende te verkraften, ende dat hy in teegendeel onder dat voorneemen, met alle sijnen Aanhang ver- slaagen ende gedood wierd; Soo is hy als dan met groote ree- den, ende daar na ook in de volgende Eewen, als een der aller- grootste Schelmen, die ooit op den Aardboodeme geweest is, ver- maard geworden. Maar als daar na Julius Caesar, ende des selfs Neef als ook geadopteerde Soon Octavianum Augustus, het selfden niet alleen on- dernoomen, maar ook met oneindelik veel meer Borger-bloed te ver- gieten, ende als Bloedhonden te drinken, ende door veele trowloofde mein-eedigheeden ende plonderingen des geheelen Roomsen Rhijks hebben uitgevoerd; vervullende alle de ontugtige wree- de Schelmen, wekke haar daar in behulpsaam waaren, met de Eer- amten ende Goederen der Vroome gedooden, ofte uitgeschuddene Bor- geren: Soo zijn de selve Julius Casar ende Octavianus Augustus, niet alleen als dan vab de oover gebleevene onweetende, geringe of- te boose Menschen, gepreesen geworden; maar werden die schrikkelijke Gedrogten als nog by de meeste Historie-schrijve- ren gepreesen, als of het seer vroome Helden waaren ge- weest. Ende is het niet meer dan honderd Jaaren geleeden, dat de Spaanse Raad oover hare kloukheid, geheim, ende doordringend- heid, wegens haare goede Successen door geheel Europa vermaard ende gepreesen wierd: Ende nu op den selfden Raad, seederd sestig Jaaren seer quaade Successen zijn gevolgd: Soo is die sel- ve Raad by naast ten spotte van geheel Europa geworden. Dus hebben wy selfs in onse Landen te meermaalen gesien, dat Menschen, die waarelik geen gesond menschelik oordeel, of- te genougsaame kennisse hadden, om voor gemeene Menschen te konnen doorgaan; Borgemeesters van aansienelijke Steeden ge- worden zijnde, eeven gelijk als of God Almagtig den Menschen altijds wonderbaarelik, op het verkrijgen des welgemelden Amts, de daar toe vereiste Wijsheid ende Deugd in store, aanstonds voor de aller-wijsten ende deugdsaamsten, met monden, pennen,m ende druk perssen, vermaard zijn geweest: tot dat de selven of van die Hoogheid vervallende ofte stervende, weederom als de groot- ste Nars-kappen ebde Weet-nietten, ende als of het daar en boo- ven seer ondeugende Menschen waaren geweest, gelasterd zijn geworden. Sulks de eigendlijke sin onser FABULE is, dat gelijk alle Saaken twee hand-vatten hebben, naamelik regts ende slinks, al- soo ook de Reeden ofte het oordeel der gemeene Menschen, twee aansigten heeft; ende dat sy nu dit, ende dan weederom dat aansigt aansien, op dat sy het aansigt, dat haar meest be-of- te mis-haagd, naar dat haar geliefd, prijsen ende misprijsen moe- gen.

SEQ 76 PARENT embstma_add132 HIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK URL_IMAGE embstma_add132_pic481.jpg TIPE emblempictura NEXT embstma_add132_emblem075 IIHIM FABLES ; GUL ; MNE ; EMBLEMS ; ILL_BOOK CAPTION_EN reserved for caption SOURCE_FILE embstma_add132.xml MOTTO_NL_NORM Geld, dat stom is, Maar regt dat krom is LINK_FACSIMILE embstma_add132_fac481 MOTTO_LA

Pauper unique jacet.

TYPE emblem pictura PREV embstma_add132_emblem073 MOTTO_NL

Geld, dat stom is, Maar regt dat krom is.

ID embstma_add132_emblem074 MOTTO_LA_NORM Pauper unique jacet CHILDREN CHILDREN_SQRT 0