TEXT_EXPL_XML

<p>93. De Vos ende de Kraan.<lb/> EEn Vos siende op eenen engen weege den Beer, die<lb/> sijn Vyand was, aan koomen, ende dat hy hem niet<lb/> ontvlugten konde, wagte den Beer in, kugte ende steen-<lb/> de, seggende: ,,God behoede my, dat mijn aas geene<lb/> ,,andere eedele Dieren doode. De Beer dit hoorende,<lb/> vroeg wat hem schorte, ende antwoorde de Vos: Een<lb/> Man heeft my met vergifte Vijgen vergeeven; sulks die<lb/> <pb n="embstma_add132_fac674"/> my eet, seekerlik sterven sal, maar aan den Manne soude<lb/> voor u veel lekkers te eeten weesen.<lb/> De Beer seer hongerig weesende, ende den Vos, die<lb/> hy meende vergiftigd te zijn, niet dervende eeten, vroug<lb/> ende verstond waar die Man was; ging derwaarts, ende<lb/> meende hem haastig te verslinden: maar die Man was een<lb/> gewaapende Iaager, ende weerde sig met sijne honden,<lb/> booge ende swaarde soo wel, dat de Beer door het gekraak<lb/> van eene aanrennende Waagen nog meer verschrikt zijn-<lb/> de, seer bloedig, gequetst, ende met eene oor af, ont-<lb/> liep, ende alsoo gesteld zijnde, weeder tot den Vosse quam,<lb/> versoukende, dat hy eene pijl, die in sijnen rugge stak,<lb/> wilde uit trekken, ende hem goede raad geeven tot het<lb/> geneesen sijner wonden.<lb/> De Vos, siende dat die quetsuuren niet doodelik waren,<lb/> seide hem te zullen wijsen een holle boom, waar in veel<lb/> Hoonings lag, ende dat daar voor quetsuuren ende stoo-<lb/> ten geen beeter genees-middel als Hooning was. Dit ge-<lb/> viel den Beere; die daar na toe ging, op den boome klom,<lb/> den Hooning roofde, ende de Bien stoorde, terwijle de<lb/> Vos eene wigge uit de kloove des booms trok, ende daar<lb/> in des Beeren handen, waar meede by beesig was, den<lb/> Hooning te rooven, soo seer klemden, dat hy sig van de<lb/> Bien, die hem aanstonds met geheele swermen oovervie-<lb/> len, soo lange opgehouden wierd, dat de Boeren ende<lb/> Houthakkers, het geruft hoorende, met haamers ende<lb/> bijlen daar na toe liepen, ende in tijds quamen om den<lb/> Beer te dooden. Als wanneer de Vos het selven van ver-<lb/> re aansiende, met vreugde seide: ,, Daar legt mijn Vyand;<lb/> ,, daar legt die Dik-kop, die sterk genoug meende te wee-<lb/> ,, sen om alle Dieren ende Menschen te verslinden; daar<lb/> <pb n="embstma_add132_fac675"/> ,, legt die groote Hooning-dief, welke alleen door mijne<lb/> ,, konsten ter needer geveld is.<lb/> Dit eerst door den Vosse, uit noode om sijn leeven te<lb/> bergen, loffelik, ende daar na, om sijn Vyand te doo-<lb/> den, sonder schande a gedaan zijnde; Soo moedigden<lb/> deese gelukken hem aan, om andere onnoosele Dieren, ter<lb/> versaadiginge sijnes hongers, met konst in sijnen gewel-<lb/> de te krijgen: Ten welken einde hy sig wende tot eenen<lb/> Haane, die hy van verre op eenen boome sag staan, en-<lb/> de derwaarts gaande, met veele loftuitende woorden, van <lb/> den boome af, tot sig noodigde; alsoo in sijnen gewelde<lb/> kreeg, ende doode. Jaa dat meer is, het was den Vosse<lb/> niet genoug met een schandelik bedrog, ende onder den<lb/> schijn van den Haan voor een groot Propheet te houden,<lb/> hem tot sig gelokt, ende gedood, als ook sijnen honger<lb/> met des selfs Vlees versaadigd te hebben: maar als hy<lb/> sulks gedaan had, spotte hy nog met den selven, seg-<lb/> gende:<lb/> Hier legt de Propheet in den drek,<lb/> Die waarlik was een groote gek:<lb/> Want hy selfs in de grootste nood,<lb/> Niet kon voorsien sijn eige Dood.<lb/> Ende eeven dus droug hy sig, wanneer hy daar naa op<lb/> eener Boome eenen Raaf sag, die in sijnen bek eene Kaas<lb/> had, met welken de Vos geneegen was sijnen buik te<lb/> vullen, namentlik, hy prees den Raaf weegens sijn swart<lb/> fluweelen Kleed, dat met goud bestrooid was, ende als<lb/> een swart-blauwe Saphir blonk; Dat sijne Steevelen opregt<lb/> Corduaan ofte Spaans leeder geleken; dat hy warelik ee-<lb/> nen schoonen bek had; dat sijne twee oogen als twee Kar-<lb/> <pb n="embstma_add132_fac676"/> bonkel-steenen een seer hel ligt van sig gaaven; dat hy sij-<lb/> nen staart soo treffelik droug, ende eenen soo mannelij-<lb/> ken gang had; dat alle andere Voogelen daar aan sig be-<lb/> hoorden te spiegelen: ende om alles met weinige woor-<lb/> den te besluiten, Dat de Gooden sonder twijfel soo eenen<lb/> schoonen lijve, met groote wijsheid, helle stemme, en-<lb/> de met de bequaamheid om oovercierlik sijn woord te<lb/> konnen doen, hadden begaafd: ende dat het hem Vosse<lb/> het allergrootste geluk deeses weerelds soude weesen, die <lb/> stemme te mogen hooren, ende daar naa aan andere Die-<lb/> ren voor eene wonderlike niewe tijdinge te verhaalen; dat<lb/> hy de stemme des aller-eedelsten Schepsels, dat op der<lb/> Aarde ooit geweest was, gehoord had. Door alle welke<lb/> lof-tuiterien de Raaf verleid werdende; riep hy met aller<lb/> magt, Cras, Cras. Ende antwoorde de Vos aanstonds,<lb/> O Deo Gratias. Want den Raave ontviel door het oope-<lb/> nen sijns Beks de Kaas, ende de Vos nam die op, seggen-<lb/> de: ,, Du Nars-kop, propheteer nu met dijnen hongeri-<lb/> ,, gen buike, dat y booter ende melk quaalik bekoomen<lb/> , sal, ik sal het des niet te min met u wel weeder waagen.<lb/> Dit alles den Vosse gelukt weesende, soo behaagde hy<lb/> sig in sijne konsten ende spotterien soo seer, dat hy, om<lb/> sig met den Kraane te vermaken, hem ten eeten noodig-<lb/> de; welke tot den Vosse gekoomen zijnde, bevond dat<lb/> die hem in eenen vlakke schootele seer dunner lekkere Sop-<lb/> pe voorstelde; ende weetende, dat hy met sijnen scher-<lb/> pen bek daar niet ofte seer weinig van eeten konde, ef-<lb/> ter hem de spijse seer aan prees, ende aanmaande, daar<lb/> van sijn bekomst te eeten, terwijle hy selfs alles opslorp-<lb/> te, ende den beschimpten Kraan hongerig huiswaarts liet<lb/> gaan; alwaar de Kraan ooverdagt hebbende, hoe hy den<lb/> <pb n="embstma_add132_fac677"/> Vos ook soude konnen onthaalen, naa eenige daagen hem<lb/> ten eeten noodigde, ende gekomen zijnde, in eene glase<lb/> Flesse met soo engen halse, dat daar in des Vossen hoofde<lb/> niet konde gaan, hem seer lekkere Brye voor sette, ende<lb/> hem seide: , Vos-neef, gy siet wat lekkere Spijse in de<lb/> ,, Flesse is, eet daar van soo veel u lukt, ende indien uw<lb/> ,, hoofd wat te dik is, soo lik het glas van buiten, ende<lb/> ,, genouge u met den reuke der Spijse, eeven als ik by<lb/> ,, naast t'uwe huise hebbe moeten doen. De Vos deese<lb/> schimp siende, ende hoorende, moest in sig selven beken-<lb/> nen, die wel verdiend te hebben, ende ging derhalven<lb/> met schaamte ende schande door<lb/> </p>

<p>Uitlegginge der Woorden.<lb/> Met den VOSSE, hebben de OUDEN in deese FABU-<lb/> LEN verstaan, schrandere ende seer ondeugende<lb/> Menschen, die sig niet ontsien, door de allerbooste<lb/> weegen haar oogwit te bekoomen, ende nog daar en<lb/> booven de door haar Beleedigden, te bespotten.<lb/> Met den BEERE, een dom, sterk Mensch.<lb/> Met den HAAN, een gemeen, dog geleerd Mensch.<lb/> Met den RAAVE, een dom gierig Mensch..<lb/> Met den KRAANE, een wakker ofte waakend, ende op-<lb/> regt Mensch.<lb/> ... etc.<lb/> </p>

SEQ

95

PARENT

embstma_add132

HIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

URL_IMAGE

embstma_add132_pic673.jpg

TIPE

emblempictura

NEXT

embstma_add132_emblem094

IIHIM

FABLES

GUL

MNE

EMBLEMS

ILL_BOOK

CAPTION_EN

reserved for caption

SOURCE_FILE

embstma_add132.xml

MOTTO_NL_NORM

Spotters huis brand ook wel

LINK_FACSIMILE

embstma_add132_fac673

MOTTO_LA

<p>Judice me fraus est concessa repellere fraudam</p>

TYPE

emblem pictura

IC

57AA621

85(FOX AND HERON)

85(FOX AND STORK)

PREV

embstma_add132_emblem092

MOTTO_NL

<p>Spotters huis brand ook wel.</p>

ID

embstma_add132_emblem093

MOTTO_LA_NORM

Judice me fraus est concessa repellere fraudam