$ TEXT_EXPL_XML
DE Natuere heeft alle dingh zijn or-
deningh ghegheven, ende zynen se-
keren tijdt: daerom wat vruchten der
aerden, die in de voortijdt rijp zijn, die
zijn oock haest van den velde, of zy ver-
rotten. Desghelijcks ist met alle andere
beesten en creatueren, wat haest tot zijn
volle grootheydt komt, dat wordt niet
oudt. Iae de menschen selfs, die vroech
wijs ende verstandigh schynen, die komen
selden tot perfectie, of zy worden met
haer ouderdom dof, onverstandigh of
somtijds wel mal, daerom seyt Erasmus:
Odi puerulum praecori sapientia
Dat is:
Ick heb geen sin in een kindt dat vroech
wijs is. Daer zijn Natien van volcken die
in haer jeucht heel kloeck van bedrijf
zijn: maer soo haest zy veertich jaer oud
zijn, soo slachten zy de uytgheteelde ac-
kers, daer gheen nut meer in en is.
XXVII
Vroech rijp / vroech rot