$ TEXT_EXPL_XML
De vermaerde Boeckdrucker
Christoffel Plantijn, gebruyct
dit woordt by een Passer, die meer-
der vernufts eyscht dan een Aviger,
en min arbeyts; daer om duncket
my beter, by dusdanighen grooten
Boor (die de Scheeps-timmerluy-
den een Aviger noemen) gebruyct
te worden; die door grooten ende
ghestadighen arbeyt, een gat in een
Balck maeckt, daer de arbeyders op
de scheeps-timmerwerven by elck
gat gheloont worden: te kennen
ghevende, dat ghestadighen arbeyt
alle dingh verwint; alsoo, datter de
neerstighe arbeyts-salighe Man een
dobbelen dagh-huer by verdienen
kan, en de Luyaert qualijck drooch
broodt wint.
II
Constantia et labore