$ TEXT_EXPL_XML
DESE Jonckerkens die haer op-
proncken met Pluymagien op
het hooft, gouden Ketens op zyden
kleederen om den hals, vergulde
Swaerden op de zyde, zijn de man-
nen niet die in het oorloogh de
vroomheydt te wercke stellen, en
zijnder oock niet nut toe: maer op
een Luytken te slaen, een Musijck-
jen te singhen, dat past haer beter,
en in een Processie uyt te munten
als een Beeltjen op een stockjen.
XXXII
Ad pompam tantum