$ TEXT_EXPL_XML
HET sal veel lieden vreemt gheven dat
ick dese Sinnepop brenghe op de vrya-
gie: dan voorwaer een goet Schipper, al hoe
wel hy verstandigh ende wetende is in zijn
neeringhe van de Zeevaert, soo sal hy noch-
tans op zijn eyghen kunde niet seylen, op al-
sulcke Zeehavens, daer men Lootsluyden
ghewoonlijck is te gebruycken, dan besight
beneffens zijn verstandt, eens anders ooghe
ende voorsichtigheydt. Veel meer behoort-
men in de onbedachte jonghe amoreusheyd
een Lootsman te vraghen, wat Gronden en-
de Klippen in de Haven des Huwelijcks te
wachten zijn: Dus dan sal't niet seer onbe-
quaem zijn, met een Snuyter, dat is, met ou-
der Lieden bestier ende raedt, de blaecke-
rende vlamme der Minnen te besnoeyen,
ende brenghen de twee Kapen, dat is, Lief-
kens wil ende Vrienden raedt, over een: om
alsoo met minder sorghe en beter avontue-
re die aen te grypen, om dees Haven inne
te seylen.